de Romeinen net zoals de Grieken een eigen schrift hadden?
Caesar van de Belgae zei dat ze dapper waren, enkel en alleen omdat ze ver van de beschaving verwijderd waren, en niet omdat ze dapper vochten?
Romeinse dames steenkool als make-up gebruikten?
een arbeider 6 dagen nodig had om één vierkante meter mozaïek te realiseren?
het Romeinse jaar oorspronkelijk begon met de maand maart? Daarom noemden ze de zevende maand september wat afgeleid is van septem, wat zeven betekent.
Romeinen net zoals wij nu een voetbalsjaaltje dragen, juwelen droegen in de kleur van hun favoriete renpaard (wit, rood, blauw of groen)?
er ook al in de Oudheid sprake was van vegetarisme? Ovidius zegt bijvoorbeeld dat enkel barbaren vlees eten en men in de oertijd geen vlees at (volgens de Romeinen en de Grieken was de oertijd de Gouden tijd, zij leefden in de Ijzeren tijd). Volgens een legende zou een priester een stukje vet dat naast het offeraltaar gevallen was, opgerapen hebben en ervan geproefd hebben. Hij zou het zo lekker hebben gevonden dat men van dan af aan vlees begon te eten.
Oefenen van woordsoort, model, genitief of 1e persoon, geslacht of naamval. opniveau van beginner, kenner of gevorderde. Keuze Latijn Nederlands, Nederlands Latijn.
DicteeLatijn of Nederlands, herhalenvan fouten (ook met 3 niveaus )
In taberna quando sumus, non curamus quid sit humus, sed ad ludum properamus, cui semper insudamus. Quid agatur in taberna, ubi nummus est pincerna, |: hoc est opus ut queratur, si quid loquar, audiatur. :|
Quidam ludunt, quidam bibunt, quidam indiscrete vivunt. Sed in ludo qui morantur, ex his quidam denudantur quidam ibi vestiuntur, quidam saccis induuntur. |: Ibi nullus timet mortem sed pro Baccho mittunt sortem. :|
Primo pro nummata vini, ex hac bibunt libertini; semel bibunt pro captivis, post hec bibunt ter pro vivis, quater pro Christianis cunctis, quinquis pro fidelibus defunctis, sexies pro sororibus vanis, septies pro militibus silvanis.
Octies pro fratribus perversis, nonies pro monachis dispersis, decies pro navigantibus, undecies pro discortantibus, duodecies pro penitentibus, tredecies pro iter agentibus. Tam pro papa quam pro rege bibunt omnes sine lege.
Parum sexcente nummate durant, cum immoderate bibunt omnes sine meta. Quamvis bibant mente leta, sic nos rodunt omnes gentes, et sic erimus egentes. Qui nos rodunt confundantur et cum iustis non scribantur. IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO!
Wanneer wij in de taveerne zijn, maken we ons geen zorgen dat wij slechts stof zijn, maar we storten ons direct op het spel, dat ons altijd hevig doet zweten. Wat in de taveerne gebeurt, waar geld de gastheer is, dat is de moeite waard te vragen, en hoor wat ik je zeg:
Sommigen spelen, sommigen drinken, sommigen leven er op los. Maar die zich in het spel begeven worden soms volledig uitgekleed sommigen winnen hier hun kleren, anderen gaan gekleed in zakken. Hier vreest niemand voor de dood maar dobbelt men in de naam van Bacchus.
Op de wijnschenker drinkt het losbandige volk het eerst; dan eenmaal op de gevangenen, dan drie op de levenden, vier op heel de Christenschaar, vijf op de in de Heer gestorvenen, zes op de verloren zusters, zeven op de struikrovers.
Acht op de op het verkeerde pad geraakte broeders, negen op de dwalende monniken, tien op de zeelieden, elf op de kibbelaars, twaalf op de boetelingen, dertien op de reizigers. Op de paus en op de koning drinken allen zonder remmingen.
De meesteres drinkt en de meester, de soldaat drinkt en de priester drinkt, de man drinkt, de vrouw drinkt, de knecht drinkt met de meid, de snelle drinkt, de luie drinkt, de blanke drinkt, de zwarte drinkt, de gesettelde drinkt, de zwerver drinkt, de domme drinkt, de wijze drinkt.
De arme drinkt en de zieke, de banneling en de vreemdeling drinkt, de jongeling drinkt, de grijsaard drinkt, de bisschop drinkt, de deken drinkt, de zuster drinkt, de broeder drinkt, de oude vrouw drinkt, de moeder drinkt, deze vrouw drinkt, die man drinkt, er drinken er honderd, er drinken er duizend.
Zeshonderd gulden zou nauwelijks genoeg zijn als allen onbeteugeld en zonder remmingen zouden drinken. Hoeveel zij ook vrolijk drinken, wij zijn degenen die iedereen beschimpt, en aldus worden wij berooid. Die ons beschimpen mogen vervloekt zijn en mogen hun namen niet worden geschreven in het boek der rechtvaardigen. IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO!