inleiding:
* Jef Van Hoof:
*evolutie tweede helft 20ste eeuw: collectieve & normatieve beleving personalisme => geïndividualiseerde en principiële beleving
*onvermijdelijke band personalisme en godsbegrip
*band verwaterd in denken en handelen van politici, wetenschappers & sociale leiders
hoofdstuk 1: gedoemd tot inter- en intralevensbeschouwelijk divers samenleven
*centrale vraag: is band (personalisme en godsbegrip) voor iedereen vandaag even noodzakelijk als voorwaarde voor waarachtige beleving personalisme?
*mss niet negatief? gewoon een andere vertaalslag van denkrichting & hierdoor niet aan kracht inboet, maar net aan kracht wint
*herdefiniëren personalisme van individu uit en niet meer van bovenaf
*moeilijk om levensbeschouwelijk debat te voeren (zowel in publieke als private sfeer)
*dit is resultaat van eigensoortige en zeer snelle evolutie op levensbeschouwelijk vlak
*nu: 3tal te onderscheiden levensbeschouwelijke cohorten
Stroefheid in de Vlaamse levensbeschouwelijke dialoog
*Vlaanderen is in deze stroefheid vrij uniek
*oorzaak niet zoeken bij overheid=> Vlaanderen quasi ongelimiteerde vrijheid om levensbeschouwing te bekennen
*polarisatie: stemmen die dialoog aangaan in publieke ruimte over levensbechouwing/ethische en identiteitsgebonden thema's zijn beperkt en gepolariseerd => niet mis mee, maar verhindert wel dat betrokkenheid van zwijgende massa niet snel zal toenemen
*=> weinig ruimte genuanceerd en intellectueel eerlijk debat
Transitiebeweging in het levensbeschouwelijk denken en handelen
* oorzaak stroefheid te zoeken in zeer snelle maatschappelijke verandering die Vlaanderen heeft doorgemaakt in 2de helft 20ste eeuw
*in 70jaar tijd: monistiche rooms-katholieke maatschappij => tweestrijd rooms-katholicisme & georganiseerde vrijzinnigheid => religieus plurale samenlevingscontext
*drie levensbeschouwelijke cohorten (tijdspecifieke gedeelde (culturele) invloed doorgemaakt)
Levensbeschouwelijk cohortenmodel
massakerkcohorte
*tot eind jaren 60
*alomvertegenwoordiging rooms-katholicisme => ookal scheiding kerk & staat, toch grote invloed op samenleving via rooms-katholieke zuil (hiernaast bestond ook liberale zuil => veel kleiner)
*verzuiling: homogeen en performant opgebouwde samenleving=> van geboorte tot dood in deze zuil
*leven was voorgeprogrammeerd
*net voor & na 2de WO : parochiale leven enorme bloei
*kerk: naast religieuze ook sociale functie
*massakerkcohorte: sterk normatief kader mbt rituelen, religieuze jaarkalender, symboliek en godsbegrip => werd zelden in vraag gesteld
*vrijheid eerder collectief dan individueel
Babyboomcohorte
*vanaf jaren 60
*ontvoogdingsstrijd en emancipatiebeweging zorgde voor omwenteling
*strikt normatieve karakter van kerk in vraag gesteld
*°nieuwe & alternatieve dynamieken, bewegingen en groeperingen die geen directe aansluiting zochten bij zuilen
*diepe breuklijn tss rooms-katholieken en georganiseerde vrijzinnigheid
*tweede vaticaanse concilie: nieuwe richtlijnen om geloof terug dichter bij mensen te krijgen
*herdefiniëren geloof aan individuele en collectieve verwachtingen => °alternatieve geloofsgemeenschappen
*vrijheid in voortdurende bevraging van spanningsveld tss individu en groep
Digital-nativescohorte
*ontstaan in marge van spanningsveld tussen vorige 2 cohorten
*deze cohorte=blauwdruk van geïndividualiseerde samenleving & opkomst digitale wereld
*individu=uitgangspunt
*stelt eigen winkelkar samen met wat hen betekenis heeft
*ook migratiestroom: nieuwe culturele en levensbeschouwelijke gewoonten meegebracht+ vergrijzing => aantal overtuigden slinkt
Postseculiere samenlevingscontext
*vlaamse samenleving samengesteld uit die 3 cohorten
*uitdaging om diversiteit te erkennen als uitgangspunt, handelen wordt beïnvloed door cohorte waar je in zit
*erkenning van diverse vertalingen binnen personalisme, die vaker onbewust dan bewust vertrekken vanuit eigen blauwdruk van cohorte waartoe iemand behoort.
|