Na het grote festival van zondag, en verwerking ervan, kan
ik zeggen dat de afgelopen vier dagen vrij tot zeer rustig waren. Maandag,
dinsdag en woensdag zijn we zoals verwacht, naar de slums gegaan. Het aantal
patiëntjes dat we zien, verschilt van dag tot dag. We hebben een vast aantal
patiënten besproken om te behandelen, maar theorie en praktijk staan vaak los
van elkaar. Er is altijd wel een kind dat er niet is, omdat hij naar school is,
of naar het dorp, of gewoon niet aanwezig. Bij twee patiëntjes zijn we nog
steeds niet echt van start kunnen gaan, wegens zware koorts. Dus gemiddeld
hebben we een vijf à zes kinderen waar we daadwerkelijk mee bezig zijn. Het
gevoel van machteloosheid is vaak ook nog aanwezig. Jane en ik proberen de
ouders zo goed als mogelijk tips te geven om de zorg van hun kind te
optimaliseren, maar we merken vaak dat deze tips niet benuttigd worden. Dan sta
je daar, leg je het nog eens uit, en nog eens, zonder enige verbetering te
zien. Ik kan dus ook niet ontkennen dat ik soms wat teleurgesteld voel.
Maaaaaaaaar.. Dan zijn er ook weer de hele fijne momenten
waarop je merkt dat je iets goed bent aan het doen, dat onze aanwezigheid nut
heeft! Zo zien we nu een jongen van misschien zestien jaar. (Ja misscchien! Een
geboortedatum is iets wat niet in de Indische woordenboek staat). Hij heeft een
spierziekte waardoor zijn spierkrachten alleen nog maar gaan afnemen naar
verloop van tijd. Jaren zit hij al binnen, op de grond, zijn dagen vullend met
tv kijken. Nu hebben Jane en ik hem een stoel aangeboden, jawel, een stoel. Zo
kan hij nu op een aangenamere manier met de mensen communiceren, en moet hij
niet altijd in de lucht kijken. Mensen kijken nu niet meer op hem neer (in de
letterlijke betekenis). Dit was al een heel gegeven voor hem, hij zei dat hij
dit eigenlijk veel aangenamer vond. En de grootste verandering dan: we hebben
een rolstoel meegenomen voor hem en we hebben met hem buiten een toertje
gemaakt door het dorp. Ongelooflijk mooi om te zien hoe de jongen zijn gezicht
opfleurde. Eindelijk buiten! Vele jongeren van het dorp liepen achter hem aan,
en waar het moeilijk was om met de rolstoel te passeren, op vrij veel plaatsen
dus binnen een slum, hielpen ze hem. Wat een leuke ervaring, de vreugde, de
betrokkenheid van de andere slumkinderen, ZA-LIG gevoel! Nu is het alleen aan
Ruchika om hem een deftige rolstoel te voorzien, die dan blijvend van hem is.
Na onze dagen in de slum, proberen we af en toe ook
Bhubaneswar te verkennen. Maandag nam Trutpi ons mee voor een halfuurtje in het
park. In tegenstelling tot de Indische wegen en steden, was het hier zo
ongelooflijk rustig, zo ongelooflijk proper, en zo ongelooflijk groen. Het was
echt even ontsnappen aan de vuiligheid n drukte, rustig genieten in (prikkend)
gras. Ik zag ook een wonder in India: vuilbakken! Best grappig om te zien!
Gisteren avond zijn Jane en ik samen met Lucy naar de markt
geweest. Lucy is een Australisch meisje dat hier voor een aantal weken de
kinderen van de shelter zal komen onderwijzen. Een redelijk speciaal meisje,
niet op haar mondje gevallen, maar best vriendelijk. De markt was gezellig, en
typisch Indisch. Rijen en rijen en rijen kraampjes, met groenten, aardappelen,
kleding, en andere prullerij, of beter gezegd: local arts.
Vandaag, donderdag, en morgen zijn 2 feestdagen hier.
Vandaag werd het Car Festival gevierd. Naar horen zeggen is dit de feestdag
waarop een of andere God zijn tempel verliet, in een reuzegrote, uit hout
bestaande kar. Normaal zou Trupti ons hiermee naartoe nemen, maar Na twee uur
wachten, hebben we ons maar terug naar ons kamertje begeven, en verder voor
school gewerkt. Niet echt onze leukste dag in India dus..
Morgen is het dé feestdag van het jaar. Hierop wordt de
geboorte van de God Ram Navami, of beter bekend als Vishnu, herdacht. (Onze
Kerstmis dus eigenlijk). Het is een feestdag die gevierd wordt binnen de
familie, dus ook morgen ziet er voorlopig nog niet veelbelovend uit. Maar you
never know in India ;-)
Warme, laffe, en momenteel donderende groeten,
Djok!
Oh ja, nog een weetje!
Van maandag tot donderdag hadden we Indiërs op bezoek, omwille
van een congres. En wat hebben we geleerd?
Indiërs laten veel vuil achter! Indiërs die smodderen met eten op grond ruimen dit niet op, maar trappen er liever nog eens op! Hoezo, verspilling van eten? De manier waarop Indiërs ongestoord roggelen, is abnormaal, en klinkt afschuwelijk luid en vies!
Vandaag heb ik een werkelijk on-ge-loof-lijke gebeurtenis
meegemaakt. Amai!
Het is zondag vandaag, en ook hier in India is zondag
Josdag. Trupti, een social worker binnen Ruchika, stelde voor ons mee te nemen
naar een festival. Geen muziekfestival, maar een festival ter ere van een
Goddelijke gebeurtenis. Omdat Godsdienst hier nog steeds een zéér grote rol
speelt, en alle mensen leven in functie van God, was ik dus ook zeer benieuwd
naar het festival.
Rond 12u kwam Trupti ons ophalen met jawel, haar brommer.
Als echte Indiers reden we met zn drieën door de Indische straten, over
bobbels, door het zand, uitwijkend voor de 300ste koe. Een hele
beleving op zich, We vonden ons uitje al op voorhand geslaagd. Na een korte
rondleiding in Truptis huis, en genoten te hebben van Truptis kookkunsten,
vertrokken we naar het festival.
Het festival wordt gevierd onder de naam Balok-Festival, en
wordt gevierd in vele verschillende dorpen. Geen massa event dus. Maar nu,
wat voor festival was het?
Een maal per jaar kunnen Indiërs van een kwaal verlost
worden, op voorwaarde dat ze over vuur lopen. Doven zullen horen, blinden
zullen zien, stommen zullen praten, en arthose zal verdwijnen, door drie meter
door vuur te lopen. Bijgelovig? Nee nee, geen bijgeloof, maar geloof.
Ongeloofwaardig bij het horen, het zien gaat nog een stap
verder. We kwamen aan in een klein dorpje. De opstelling stond al klaar. Een
vierkant, afgebakend met een Bamboe-omheining, was mooi versierd`. Binnen in
het vierkant, waren er 2 stroken uitgegraven voor het vuur, aan beide uiteinden
een put voor water. Omdat het niet alledaags is dat er blanken op bezoek komen,
laat staan op deze grootse dag, werden we ook behandeld als VIPers. Er werden
stoelen gehaald en afgestoft, we kregen de eer recht voor de vuurrijen te
zitten, niemand mocht ons gezichtsveld belemmeren. We waren al meteen onder de
indruk. Van zodra we zaten, werd het vuur voorbereid. Balen hooi werden in de
rijen gelegd, en aangestoken. Daarna werden er kolen op gegooid. Na de kolen
volgden wierook, en daarna weer kolen. Vier mannen waren druk bezig met het
creëren van een hittebron. Met hun houten schepbladen wakkerden ze het vuur
aan. Het volk begon toe te stromen. Na een kwartier waren de kolen mooi
witgebrand, de putten werden gevuld met water, het feest kon beginnen. Even
later hoorden we de trommen. Bij het naderen van de trommen begon ook het
publiek een gezamenlijk geluid te produceren, een schreeuwgeluid, op Indiaanse
wijze. Een man, omhuld door wit-oranje doek en bloemenkrans om zijn nek, kwam
de arena binnen. Hij werd gevolgd door zij die op de trom sloegen. Na hen kwam
een oude vrouw met grijs lang haar, omhuld in wit-rode doeken,
binnengestrompeld. Vervolgens kwamen er anderen, jonge kerels en iets oudere
mannen, in dezelfde wit-rode doeken, binnen. Met het hoofd naar de grond
gericht, en onder luid tromgeroffel en geschreeuw, moesten ze de arena meerder
malen verlopen. Vervolgens namen ze plaats op een rij. De eerste man nam plaats
in het water, zonder enige emotie. Er werd geschreeuwd, gejuicht, geklapt en
gedrumd. De man dweepte het publiek nog wat feller op, om vervolgens vanuit het
water over de gloeihete kolen te lopen. Hij zette zijn pas in op wandeltempo,
maar al snel versnelde hij, met diezelfde emotieloze blik. Na hem volgde een
tweede, een derde en nog meerdere. Sommigen slaagden erin kalm over het vuur te
wandelen, anderen schreeuwden het uit. Mijn hart sloeg als gek. Niet alleen
door het zien, maar vooral door het publiek, door het getrommel, door de
emoties van de mensen. Als sterren maakten we het allemaal mee vanaf de eerste
rij, achter de bamboe.
Ook kinderen kregen de kans om van hun kwaal verlost te
geraken. Al een geluk moesten ze er niet zelf door gaan, maar ze werden op de
schouders van een man gedragen. Deze liep wel zes keer door het vuur, soms met
2 kinderen tegelijk in zijn nek. Na heel dit gebeuren begon de wit-oranje man,
die een leidinggevende rol had, met zijn
stok bovenhoofds rond te draaien, terwijl hij de arena afliep. In een mum van
tijd sloeg hij zijn arm naar beneden, de stok wees iemand aan in het publiek.
De aangewezen vrouw werd de arena binnen geduwd, en ook zij moest het vuur
trotseren. Zonder enige aarzeling, maar toch met een angstige blik, volbracht
ze haar opdracht. Er werd een tweede vrouw aangewezen op eenzelfde manier. Tot
slot haalde hij zijn stok een derde maal uit, dit keer werd een jongetje van
een jaar of zeven aangeduid. Volledig in shock barstte hij in tranen uit, het
publiek begon luidkeels te schreeuwen. Hoe of waarom weet ik niet, maar de
jongen ontkwam wel aan zijn opdracht. De
blik in de ogen, zijn reactie en lichaamstaal, is een beeld dat voor eeuwig in
mijn netvlies gebrand staat. De wit-oranje man, die ondertussen helemaal in
trance was, kwakte met een slag op de grond. Of dit de bedoeling was of een
opzettelijke daad was allesbehalve duidelijk, maar Trupti vertelde ons dat dit
het einde van het gebeuren voorstelde. Toch duurde het enige tijd dat de man
weer rechtstond, en ondersteunend door de vuurmakers, trotseerde hij de ring
nog een paar keer. Daarna verliet hij het vierkant, gevolgd door de
slachtoffers. De rust keerde vrij snel terug.
Onder groot gevoel van ongeloof, en afvragend wat dit
allemaal was, bedankten we de bevolking voor de ereplaatsen. Met groot
enthousiasme vroeg men wat we ervan vonden. Het was een heel apart gebeuren,
zoveel is duidelijk. Ik voelde me alsof ik uit een film kwam, afvragend of dit
nu wel echt gebeurd was. On-ge-loof-lijk, en on-be-schrijf-lijk. What a day,
what a day.
Onze eerste drie (en een halve) behandeldagen in de slums zitten
er op. Het voelde wel raar aan, zo
zonder doctor Cooper en Valentin. De volgende dagen zullen we in 5 slums 18
verschillende patiënten gaan behandelen. We hebben een planning opgesteld zodat
we elk kindje normaal 3 keer per week kunnen zien. We werken 6 dagen, van
maandag tot zaterdag. Jane en ik zullen
ook altijd vergezeld worden met een Ruchika-hulpverlener, kwestie van tolk, en
zo kunnen we hen ook om de oefeningen aanleren.
De eerste drie dagen verliepen behoorlijk goed, het is
altijd wat zoeken bij een nieuw begin, maar gelukkig zijn we met twee om te
evalueren, discussiëren, en om behandeldoelstellingen en oefeningen op te
stellen. Verder is de taalbarriére ook een storend element. Elke oefening die
we willen doen, of elke beweging, moet vertaald worden. En omdat Indische
vrouwen behoorlijk enthousiast zijn, beginnen ze dan vaak al zelf de oefeningen
met het kind te doen, wat meestal niet de bedoeling is. Ze zijn dan ook heel
ruw, en trekken en duwen aan het kind, wat voor de nodige irritatie zorgt.
Gisteren hebben we een schrijnende situatie ontdekt. Een van
onze patiëntjes is zestien jaar, maar ze ziet eruit als eentje van zeven. Naast
heeft een mentale handicap, waardoor ze niet goed mee is met alles wat er rond
haar gebeurd. Omdat de vader werken gaat, en de moeder naar eigen zeggen weinig
tijd heeft, hebbende ouders er niks beter op gevonden om het meisje elke dag op
te sluiten in de badkamer, zodat ze er zeker niet kan uitkomen. Enkel wanneer
er bezoek komt, mag het meisje buiten komen, en wordt ze in de hoek van de
kamer gezet. Maar omdat dit fenomeen zich al heel lang afspeelt, heeft het
meisje nooit stimulatie tot ontdekking gehad, waardoor ze dus ook niet veel
kan, althans, dat werd door iedereen gezegd. Na enkele pogingen kregen we het
meisje zo ver om recht te staan, en zelfs al enkele passen te zetten.
Natuurlijk niet vloeiend, of op een juiste manier, maar er zit dus duidelijk
potentieel in dit meisje. Als er wat meer tijd in gestoken zou worden, zou het
meisje best wat kunnen. Echt vreselijk dat een meisje opgesloten wordt, uit
schaamte voor eigen kind.. zelfs toen we
aanwezig waren, kon de moeder het niet opbrengen interesse te tonen, of zelfs
nog maar naar haar kind om te kijken. Echt schrijnend!
De avonden worden grotendeels gevuld met het werken aan onze
dossiers, maar we gunnen ons zelf soms toch ook wel iets, soms met
watermeloenen, een andere keer met.. IJS! We hebben een ons eens getrakteerd op
een pot vanilleijs, met stukjes chocolade. Niet slecht!
Deze avond zijn we nog even naar het gezellige marktje Ekamra Haat geweest, maar door een misverstandje tussen de chauffeur en de man waaraan we toestemming hadden gevraagd, zijn we daar maar een half uurtje kunnen blijven. Jammer, maar toch tijd genoeg om al een vroegtijdig verjaardagscadeautje te kiezen, getrakteerd door Jane. Supermooi schoudertasje, i'm loving it!
Vandaag brak voor Jane en mij het nieuwe tijdperk aan. Na
twee weken werken, en vooral veel lachen met doctor Cooper en Valentin, hebben
zij, samen met de vrouwen, ons achtergelaten in Bhubaneswar. Vanaf nu staan
Jane en ik er dus ook alleen voor. Nu
het grootste deel van de onderzoeken achter de rug zijn, is het aan Jane en mij
om een heleboel taken te volbrengen. We zullen patiënten moeten behandelen, de
kinesist moeten aansporen tot het gebruik van onze nieuwe patiëntendossiers, de
social workers, de health workers en de moeders moeten begeleiden in het
uitvoeren van de behandeling,
Een hele hoop werk dus, en ik kan niet ontkennen dat er een zekere onrust door
me heen gaat. We worden opgezadeld met taken waarvan op voorhand al geweten
is dat het heel moeilijk gaat worden. Buiten het feit dat de meerderheid van de
hulpverleners geen kennis hebben binnen dit vak, komt de taalbarrière erbij,
wat de communicatie natuurlijk niet bevordert. Verder zitten we met het feit
dat we twee studentjes zijn die het eens komen uitleggen aan oudere mensen,
die al veel langer in dit systeem zitten. Al deze verschillende elementen maken
het niet gemakkelijk.
Bovendien heerst er ook binnen mij, en ook bij Jane, een
gevoel van machteloosheid. Machteloosheid ten opzichte van de hulpverleners,
want na zeven jaar slagen ze er minimaal in de basisoefeningen op een
acceptabel niveau uit te voeren. En naast de machteloosheid om dingen aan te
leren, staan we ook met een groot gevoel van machteloosheid in de slums. We
zullen nu in de volgende 2 weken 6 behandelingen per patiënt uitvoeren. Om op
die korte periode iets te bereiken is zo goed als onmogelijk. Daarna zullen
de oefeningen uitgevoerd worden door de plaatselijke hulpverleners, maar
elke realist beseft dat nooit aan dezelfde frequentie en intensiteit zal gedaan
worden. Daardoor heerst er bij mij een gevoel van zinloosheid. Gaat een behandeling van twee weken het leven van een kind verbeteren?
Na het uitwuiven s middags gingen we 's namiddags al meteen naar
onze eerste drie patientjes. Op zich verliep het goed, we zijn heel blij dat we
met twee zijn, en dat we samen kunnen overleggen, onderzoeken en uitvoeren. De
dag ging dan ook snel voorbij, en we zullen vanaf nu zoveel mogelijk zowel de
ouders als de hulpverleners betrekken in onze acties, zodat ze echt een dragende
rol zullen hebben.
Na het behandelen van de patiënten gingen we nog even naar
de market, voor onze Indische garderobe wat uit te breiden Mission
accomplished! 2 uur en 10 euro later ging ik 'naar huis' met een Kurta (Indisch kleed), een broek en een paar slippers.
En om ons zelf dan nog eens extra te belonen en onze eerste avond alleen goed
in te zetten, kochten we een grote, dikke, sappige en lekkere watermeloen. Het
perfecte fruit bij temperaturen boven 40 graden! En of die gesmaakt heeft..
Gisteren stond educatiedag_deel II op het programma, dit
keer met Balgobal, dat is de kinesitherapeut, en zijn team. Zijn team bestaat
uit 3 social workers vanuit Ruchika, en dan nog 3 plaatselijke health workers,
telkens uit een andere slum. Deze hebben geen opleiding in de kinesitherapie
gedaan, maar zijn bijgeleerd om met patiëntjes te werken. Aangezien zij geen
kinesitherapeutisch brein hebben, wordt er elk jaar een trainingsdag voor hen
georganiseerd. En dan is dan ook zéér noodzakelijk. We hadden een voormiddag
nodig om hen 6 verschillende oefeningen aan te leren, die hier in België
gemakkelijker dan de gemakkelijk zijn. We evalueerden de passieve
mobilisatietechnieken. Deze worden al zes jaar geëvalueerd en bijgestuurd, maar
de woorden traag en langdurig zijn onbekend bij Indiërs. Een van mijn best
gekende woorden Oria is dan ook niet zomaar Asté, wat langzaam betekent.
Asté, asté, asté.. Verder toonden we elke actieve oefeningen voor het been en
de arm.
Het werd een zeer leerrijke voormiddag, zeer geslaagd.
Namiddag werd het theoretische aspect besproken, namelijk de
patient file. Met deze patient file zullen we in de loop der maanden en jaren
een universele documentatie proberen op te bouwen, waardoor er een betere
beschrijving van de patiënten, en ook een betere opvolging mogelijk zal zijn.
Deze patiëntenformulier staat nog maar in zijn kinderschoenen, dus hier is nog
veel werk aan, zeker aan de overdracht naar het Indische team. Dit is dan ook,
naast onze behandelingen in de slums, het hoofdonderwerp waarmee Jane en ik ons
zullen bezig houden gedurende onze resterende tijd hier in Bhubaneswar.
Als afsluiter van de dag, konden we genieten van India by
night. We bezochten Ekamra Haat. Dit was een klein, héél gezellig
marktpleintje met verschillende kraampjes. In tegenstelling tot de rest van
India was het hier héél proper, en ook héél rustig. Het was een leuke avond.
Iets te veel ma om rustig te snuiten, dus Jane en ik keren er zeker terug in de
volgende weken..
Vandaag bezochten we 20 verschillende patiëntjes in 6
verschillende slums, en jawel. Het was wèèèrrum J
Van de 20 kinderen kunnen we er een drietal die gebaat zullen zijn met onze
tussenkomst. Anderen zijn voornamelijk gekenmerkt door slechtziendheid, slechthorendheid,
en mentale achterstand. Geen ter-dood-veroordeelden dus vandaag. Het was een
leuke, toch vermoeiende dag!
A la prochaine!
Djok
En oh ja, de middag- en avondmalen worden nog steeds
gekenmerkt door voornamelijk rijst, daal en chapatis ;-)
Na drie dagen zware dagen in de slums, stond er een relatief
rustig weekend op het programma. Gisteren was het education day. Voor de
supervisers van de leerkrachten uit Ruchika- schooltjes. Heel de les stond in
het teken van het zeer toepasselijke disabilities. Dokter Cooper nam de
leiding, en verdeeld in verschillende groepjes werd er gediscussieerd over
meerdere aspecten van disabilities. De dag duurde tot half zes, en daarna
hebben Jane en ik nog verder gewerkt aan onze patiëntendossiers.
Afsluiter van de dag was een partijtje kaarten met zn allen.
Blijkt dat ik een echte loser ben als het op Poepenollen aankomt ;-)
Vandaag hebben we met de kindjes van de shelter, een dertig
tal, een bezoekje gebracht aan een boeddha-tempel. Al een geluk dat Herman,
beter bekend als dr. Cooper, erbij was die onze geschiedeniskennis weer wat
uitbreidde.
We hadden ons lesje geleerd en zeiden niet nee tegen mensen
die gaan met de White people op de foto wouden. Er vroeg een jongen voor een
foto, samen met Jane en mij. Enthousiast stemde we toe. Wat we niet doorhadden,
was dat het een kerel van de Indian navy was, en voor we het wisten, stonden er
40 legerboys rond ons, smekend voor One more. Dat hebben we dan toch maar
wijselijk afgewezen ;-)
Namiddag werden we verrast met een cinemabezoekje. We kijken
een twee-en-een-half-uur-durende film in de taal van, jawel, Oria. Een ticketje
hier kost 80 Roepi, ofwel 1,20 euro. Dat is geen geld natuurlijk, maar toch
genoeg voor een film dia ik niet begreep, véél te luid stond, en veel te lang duurde. Het was een film over
liefde, drugs en veel geweld. Klein detail: we zaten daar met al de kindjes van
de shelter. In de film werd gevochten, werden mensen gedood, spoot het bloed in
beeld, er werden afgehakte lichaamsdelen getoond,.. Maar naar het schijnt was
het toch een komische film, want er werd heel wat gelachen in de zaal. Toen ik
de begeleider vroeg of dit een gepaste film was voor kinderen, moest ik me
tevreden stellen met een pauver There are few movies for children. Ah ja, beter zon film dan helemaal geen film? De kindjes vonden hem alleszins geslaagd..
The Incredible India, het blijft verbazen, zoveel is
duidelijk J
Na drie dagen in de slums rond te lopen, Heb ik toch weer een klopje tegen het hoofd gekregen. Het lijkt alsof ik altijd een 'bezinkperiode' heb, waarna het besef komt.
Allereerst is het al de woonomstandigheden van de gezinnen. Éen enkele ruimte van misschien negen vierkante ruimte. Éen enkele ruimte waarin een groot bed staat, een 'kook'ruimte voorzien is, en in het beste geval een kast of een tafel. Éen enkele ruimte waarin een gezin met meerdere kinderen leeft. Éen enkele ruimte waarin een gezin al zijn persoonlijke bezittingen bewaarT. Het groot bed waarin ze slapen is van hout, en daarmee is het ook gezegd. Sommigen hebben een laken op dat hout liggen, sommigen een stuk karton, en anderen helemaal niets. Vaak slaapt de oudste van de familie in het bed, en zij die geen plaats hebben in het bed, slapen op de grond. Armzalig op en top, en bij het besef dat het dat ook werkelijk is voor de mensen, raakt me toch wel. Mensen hebben ook geen persoonlijke badkamer ofzo, water halen ze van de pomp, of uit de put. Zich wassen doen ze op diezelfde plaats, of op betere plaatsen hebben ze een buitendouche voorzien, afgeschermd door wat houten platen.
Verder ben ik toch ook wel geraakt door de toestand van sommige kinderen. Op drie dagen hebben we misschien wel meer dan 50 patientjes bezocht, en 15 van hen kunnen geholpen worden door ons. In sommige gevallen kunnen we niks doen, omwille van doofheid, of blindheid, of een mentale handicap. Maar er zijn er ook met ernstigere problemen waar we niks kunnen doen. Zo bezochten we vandaag een meisje van drie jaar. Zij heeft een hartafwijking, en daarbij komend mongolisme, en een cerebrale parese. Ondanks dat de moeder heel goed zorgt haar kind, is er niks wat veranderd kan worden aan haar situatie. Voor haar hartafwijking zou ze geopereerd kunnen worden, en dat zou dan 400 000 Roepies kosten, zo'n 6000 euro. Mensen uit de slums kunnen dat nooit betalen, al betalen ze hun hele leven af. Daarbij komt nog eens dat als de operatie zou lukken, het kindje nog steeds mongool is, en nog steeds een CP'ertje blijft. Het meest waarschijnlijke in zo'n geval is dat het kindje vroeg of laat sterft aan een infectie, maar hoe wordt zoiets uitgelegd aan de moeder? Ze hebben er zo weinig besef van gezondheid, dat ze de ernst van de aandoening niet inzien. Bij gezond verstand weet ik zelf ook dat dit voorkomt in het leven, maar het is toch best een hard gegeven dat er zovele situaties zich voordoen omwille van on-hygiëne, ongeschooldheid, onwetendheid en armoede.
Maar desondanks deze gevoelens van onmacht, gaat het nog steeds goed met mij, sinds kort meesteres in RELATIVEREN ;-)
Dus no worries, ik heb er nog steeds héél véél zin in, zin om het leven in India met 0,00000000000000001 % beter te maken!
Misschien een kleine verduidelijking van wat we hier eigenlijk komen doen in India. Van gisteren t.e.m. volgende dinsdag vermoedelijk, zullen Jane en ik samen met Dokter Cooper en Valentin, verschillende slums bezoeken. Er worden verschillende kinderen opgevolgd binnen elke slum, en deze worden geëvalueerd. Er melden zich ook jaarlijks nieuwe patiënten aan, die dan een uitgebreidere screening krijgen. De aandoeningen die de kindjes hebben, kunnen variëren van spraakproblemen, en blindheid, tot ernstige hersenverlammingen, wat in het ergste geval met zich meebrengt dat die kinderen totaal niks kunnen. Bij sommige kinderen staan we machteloos, bij anderen kunnen via oefeningen ervoor zorgen dat er een (gedeeltelijk) herstel kan komen. Natuurlijk is het niet genoeg met deze kinderen 1 à 2 keer per jaar te zien. Daarom gaat met ons ook Balgopal mee, de hoofdkinesist binnen de slums. Samen met hem is het bedoeling dat de health workers, die binnen een slum wonen, oefeningen aanbrengen die zij dagelijks of meerdere malen per week met de kindjes kunnen doen. Verder proberen we ook de moeder van de patiëntjes, of een nauw familielid te betrekken bij deze behandeling, en hen zelf ook de oefening aan te leren, zodat ze zelf een nauwere band met hun gehandicapte (disabled) kind kunnen opbouwen.
Volgende week woensdag zullen de meeste kinderen besproken zijn. De rest van ons Belgisch gezelschap zal Bhubaneswar dan verlaten. Jane en ik blijven dan nog alleen hier een aantal weken. We zullen proberen de kindjes zelf te behandelen, en ook proberen het 'werkvolk' heel nauwkeurige tips te geven, zodat hun manier van behandeling & omgang zo effectief mogelijk zal zijn.
Voorlopig zijn Jane en ik nog intensief bezig met het maken van patiëntendossiers, waarin bondig het probleem, de opvolging, de oefeningen en aandachtspunten worden besproken. Op die manier zal er na enige tijd een duidelijk patiëntenbestand ontstaan, dat heel duidelijk de problematiek schets. Hier is heel wat werk aan, sinds dit een nieuwe manier van patiëntenopvolging is.
Het is dus niet zomaar een pleziertripje voor ons, er wordt hard gezweet!
Vandaag stond ons eerste bezoek in de slums op het
programma. Als eerste slum in de voormiddag bezochten we Baratpur. We werden er ontvangen onder een reuzeboom, zodat we in de
schaduw, in een fris windje zaten. Van zodra we daar waren, stroomden het
aantal patiënten en kijklustigen langzaam binnen. In totaal zagen we 25
patiënten tussen 2 en 21 jaar, waarvan er zes baat hadden bij gerichte
oefeningen.
Er was geen shock bij het zien van de patiënten. Op de
verschillende aandoeningen, had ik me goed kunnen voorbereiden en er waren nu
nog geen heel heel héél erge beelden te zien. Maar waar ik het moeilijk mee
had, was de aanwezigheid en opdringerigheid van de Indische vrouwen. Ze praten
door elkaar met luide en scherpe stemmen, wat in Belgische oren meer aanvoelt als roepen. Naast de verbale
aanwezigheid zijn ze ook heel fysiek aanwezig. Ze zijn ruw in de omgang met hun
kinderen, ze willen overal bij zijn, ze willen alles uitleggen, met hand en
tand. Ze dringen zich op aan iedereen en alles. Ze handelen alvorens ze denken.
Ze zijn ontzettend druk in hun doen en laten, en zijn ook niet gevreesd voor lichamelijke
contacten. Ze willen met je op de foto, maar niet zomaar, ze willen nog
liever dat je op hun schoot gaat zitten, dan dat je langs hen zit. Ze pakken je vast, grijpen ze vast. Op zich wel
allemaal goed bedoeld waarschijnlijk, maar omdat ik zelf allesbehalve zo iemand
ben, was het te overweldigend, en dus ook heel vermoeiend. het was beklemmend, bedrukkend, niet uit te drukken in woorden. De consultaties
bij dokter Cooper lieten dus ook serieus uit de hand. Als hij bezig was met een
kind, stond de moeder van het andere al de drummen om als volgende aan de beurt
te zijn. Maar net zozeer kon ze het niet laten om ondertussen ook met vier
andere vrouwen te praten, en ook nog haar kind de les te spellen. Het was dan
ook een ZEER chaotische voormiddag, met heel wat indrukken om te verwerken.
In deze slum bleef het wegens tijdgebrek alleen maar de
consultatie, maar je kon wel opmerken dat er hier gekeken werd naar de
toekomst. Het was in Indische termen een propere slum, de vrouwen zagen er op
hun paasbest uit en je ziet dat er voor de kinderen gezorgd wordt. Op een vrouw
na, die haar kind als het ware negeerde. Het was een mentaal gehandicapt
kindje, dat moeizaam kon blijven recht zitten, en het hing daar maar wat te
hangen. De moeder was heel apathisch, toonde geen interesse in wat wij, of de
health workers te vertellen hadden, en stond er heel passief bij.
Na het middageten trokken we naar een andere
slum, Shantipalli. Daar ging de consultatie door in een schooltje, beter
omschreven als een ruimte van 2 meter op 2, waar er doeken op de grond lagen om
te zitten en enkele kaarten die tegen de muur hingen, om de kinderen bij te
leren. Hier viel de opdringerigheid van de
vrouwen niet zo fel op. Moeders wachtten geduldig hun beurt af, mensen gingen
door na hun consultatie en waren iets terughoudender, wat het veel aangenamer
maakte om te werken en te observeren. Achteraf deden we nog een huisbezoekje,
waardoor we een eerste beeld van de slums kregen.
Huisjes/hutten in de slums
bestaan uit een enkele kamer, waar vaak een rekje staat, een bed, en wat
rommel. Een grote bijzonderheid, wat voor mij de grootste tegenstrijdigheid is
binnen een slum, is dat er in de meeste huizen wel een tv staat te spelen.
Geen luxe flatscreen natuurlijk, maar ondanks alle armoede die er heerst, staat
er wel een luide tv op. Verder was het een klassiek beeld van een slums,
duizenden woningen door elkaar, kleine smalle wandelwegen doorheen de chaos, onverharde ondergrond,
veel mensen op straat, zittend voor hun voordeur. Zonnegolfplaten, al dan niet
kapot, dienen als daken, maar ook houten daken, met strobedekking zijn niet ongewoon.
Deze slum was een van de properste en mooiste slums, vertelde Balgopal, de
plaatselijke kinesist.
Gisteren, dinsdag, gingen we
op uitstap. Terwijl Dr. Kuppers en Meneer Schroyen zouden werken en
voorbereiden, mochten de vier 'vrollie' de tempel van Konark gaan bezichtigen. De
Tempel van Konark is een van de zeven wonderen van India.
Met de tourbus, inclusief
gids, reden we naar Konark. Onze gids had zijn geschiedenisles goed uit het
hoofd geleerd, en in zeer vloeiend Indisch Engels deed hij zijn hele verhaal.
Aangekomen aan de tempel, kregen een stereotype beeld te zien: 100 kraampjes
langs de weg, die allen beeldhouwwerkjes van de tempels verkochten,
straatverkopers die mensen smeekten om een ketting te kopen, bedelaars die
smeekten om een rupee.
Eenmaal binnen de
toegangspoorten van de Tempel, beter bekend als de Zonnetempel, moesten we de
gidsen die zich zelf aanboden, van ons af schudden & hen meerdere malen
duidelijk maakten dat we liever geen gids hadden. Het was een enorme tempel,
heel veel gedetailleerd werk, en absoluut de moeite waard om te zien. We liepen
rustig rond, trokken foto's zoals elke toerist hoort te doen, en al gauw
merkten we dat wij, vier blanke vrouwen, meer bekijks hadden dan de tempel.
Eerst staarden en gluurden ze twijfelachtig, maar zodra ze een glimlach van ons
gekregen hadden, slaagden ze er zelfs in de frons van hun gezichten te halen.
Enkelen durfden het aan om ons mee op de foto te vragen. Eerst waren we
een beetje terughoudend, we wisten zelf niet goed hoe we ons moesten gedragen,
maar toen we toch toestemden, was het ijs gebroken. Steeds meer en meer mensen
kwamen naar ons toe, zowel vrouwen en mannen. De woorden 'One more' en 'thank
you very much' werden wel duizend keer gehoord.
Na ons zelfgekozen
middagmaal in een zeer luxueus restaurant, waagde ik mijn voeten, in de
Bangaalse zee te Puri, ZALIG!
De laatste stop van ons
uitje was in Puri stad zelf. Daar hadden we onze eerste echte confrontatie met
het leven in de stad. En als er zoiets als een cultuurshock bestaat, dan heb ik die
gisteren meegemaakt, maar vermoedelijk was dit nog maar deel 1. Hoewel we de
vorige dagen de vuiligheid wel al vanop een afstand hadden bemerkt, was het nu
rechtstreeks in contact komen met viezigheid, en armoede. De straten zijn er
zo vuil. Hondenstront, koeienstront en koeienpis, maar ook zand, stenen,
plastiek, papier, sigarettenpeuken, broccelion (puin), het ligt allemaal op
de straten. Het enige wat er weinig te vinden is, zijn etensresten. Die worden
geconsumeerd door de talrijke koeien die op de straten leven. Ook de vele
kraampjes van verkopers liggen er vuil bij, bedekt door een dikke aangekoekte
stoflaag. Hun waren die ze verkopen, worden afgestoft met een pauvere bezem, en
toch is het oh zo vuil! Autos, bussen, fietser, camions, alles rijdt door het
centrum van de stad, wat dus ook heel wat stof met zich meebrengt. Maar hoe
de straten er ook bij liggen, een echte Indiër loopt blootvoets zonder kijken.
Verkopers zitten achter hun
kraampjes, sommige in de volle zon, anderen hebben het geluk een ingebouwde
winkel van 1 meter op 2 te hebben. Ze zitten en wachten, wachten tot er iets
verkocht kan worden, dag in, dag uit, elke dag van de week, elke dag van de
maand. Slechts weinigen doen nog de moeite om je te overtuigen dat hun product
het beste is, en springt er dan toch een recht, dan word je gevolgd voor de
rest van tijd. Naast verkopers waren er ook een groot aantal bedelaars, met
slechts een vodje rond het lichaam, haren en baarden in elkaar geklit van zweet
en slechte hygiene. Sommigen lopen rond, anderen zitten op een stuk karton en
wachten tot er een rupee uit de hemel komt gevallen.
Het was dus zeker de moeite
om dit allemaal te zien. Spannend om te zien hoe het er in de slums aan toe
zal gaan.
Het grootste deel van het weekend hebben we gereisd, en
gegeten!
Donderdag morgen om 11u zijn we opgestegen met het
vliegtuig, en vrijdag 11u plaatselijke tijd kwamen we aan in de shelter, waar
we 4 weken zullen verblijven, in Bhubaneswar. Na een kleine nap, en snelle
lunch van rijst en daal vertrokken we voor een tripje naar Khandammal. Dit
was een ongeplande trip, waar we een instituut zouden bezoeken voor meisjes met
disabilities. Na 270 km, en een zes
uur durend jeeptourke door dorpen en de jungle kwamen we heel door elkaar
geschud aan op onze slaapplaats, waar we een uitgebreid welkomsdiner kregen,
bestaande uit rijst, daal, chapatis en kip. Veel honger is er niet, maar de
koude douche (lees: emmer en maatbeker) was overheerlijk!
Zaterdag bezochten we dan het instituut, dat zich bevond op
2u rijden van onze slaapplaats. Gezellig in de jeep. Op een uur leg je
gemiddeld 50km per uur af, en wat in ons Belgenlandje ontzettend traag lijkt,
is hier toch best snel J
Het is ook niet dat de mensen hier op hun gemak rijden hoor. Getoeter en
gedreun langs alle kanten, autos, bussen, fietsers en camions rijden elkaar de
pas af. Er wordt enkel geremd voor een koe. En aangezien deze op straat leven,
is het niet verbazend om al eens tegen de voorruit gegooid te worden door het
remmen.
Maar om op de uitstap terug te komen, we bezochten het
instituut dat uitsluitend was voor meisjes met een beperking. Dokter Cooper en
Uncle Valentin onderzochten 22 meisjes, en samen zochten we naar eventuele kinesitherapeutische oefeningen en
aanpassingen om het leven zo aangenaam mogelijk te maken.
Op zondag bezochten we een dorpje van de priester van het
instituut, en daar waren we naast Pasen, het grootste evenement van de dag.
Blanken komen er niet veel voor, en we stonden letterlijk in het middelpunt van
de belangstelling. Er werd gegroet alsof we de dienaars van de paus waren.
Later keerden we weer naar Bhubaneswar, opnieuw een tocht van zes uur.
De warmte viel de eerste dagen al supergoed mee. Dit kwam
ten eerste omdat we meer in het Noorden van het land zaten, ten tweede omdat we
airco hadden in de jeep, en ten derde
omdat we minimaal buiten zaten.
Ook de geur viel heel goed mee. Alleen als we door een
dorpje reden, kwam ons een indringende geur tegemoet. Ook op bepaalde stad
roken we India, maar eigenlijk viel deze reuze mee!
En ook het eten valt tot nu toe vééél beter mee dan iedereen
me had gewaarschuwd. Elke dag is er rijst, en daal, een specifieke Indische
saus, die niet zo heel lekker is ;-). Verder zijn de chipatas ook heel bekend,
een soort pannekoek, dat met alles gegeten wordt. Van viezigheid of pikantheid
is er absoluut niet te klagen, maar dat is misschien door het feit dat de koks
ingesteld zijn op het feit dat Westerlingen komen. Ook zijn er op de plaatsen
waar we komen zuiveringstoestellen voor het water. En onderweg kopen we soda,
bruiswater dus.
Dus voorlopig nog geen spannende diarreeverhalen van mij!
Het is gelukt, ik ben erin geslaagd een blog aan te maken. Hier zal ik jullie in het mate van het mogelijke proberen op de hoogte te houden van het hele India-gebeuren.
Voor hen die niet goed begrijpen wat ik daar precies ga doen, zal ik in de loop van volgende dagen een uitgebreidere beschrijving te geven. Belangrijkste kenwoord is: Ruchika. Meer info is te krijgen op: www.ruchika-project.be
* Het project dat ik volg, heet 'Ruchika, Thomas voor India'. Meer info op www.ruchika-project.be
* 1€ = 70 Indische Roepi
* Ik de volgende 5 weken onbereikbaar zal zijn via gsm!
* Het tijdverschil België - India 3u30 is? In India zijn we 3u30 verder..
* Er elke dag 3 WARME maaltijden geserveerd worden in de shelter?
* Het middagmaal en avondmaal steevast uit rijst, daal & chapati's bestaat? Er is wel elke dag nog een andere schotel bij, andere groenten, of een ander vleesje..