De Shetland
Sheepdog, of de Sheltie is een aantrekkelijk en zachtaardig hondenras. Ze
hebben uiterlijk veel weg van de Schotse Collie in het miniatuur, met een ideale
schoftmaat tussen de 35,5 en 37 cm voor een vrouwtje.
Buiten het voordeel
van hun formaat (de kopjes blijven op tafel staan) hebben ze een uniek
temperament vol toewijding en de wil om hun baas te behagen.
Shelties zijn
relatief licht gebouwd en wegen rond de 7 á 8,5 kg. Ze hebben een dubbele vacht,
met een schone kop, pootjes en voetjes, alsof ze een jas dragen.
Shelties houden
zichzelf verwonderend goed schoon, hun pootjes likkend als een kat. Het
onderhoud van de vacht is net zo gemakkelijk als ieder andere vachtsoort, en
zelfs bij het verharen kan men de verloren wol gemakkelijk van de vloerbedekking
verwijderen.
Shelties zijn prima
familiehonden en gaan erg goed samen met kinderen van alle leeftijden. Ze zijn
erg sociaal en gaan ook prima samen met andere hondenrassen en diersoorten.
Shelties kunnen een voor het ras karakteristieke afwachtende houding aannemen
ten opzichte van vreemden. Wanneer de vreemde door de baas geaccepteerd worden
kijken zij vaak eerst nog even de kat uit de boom, maar zoeken uiteindelijk zelf
contact.
Shelties zijn echte
gezelligheidsdieren, en genieten van de tijd met "hun" mensen. Ze reizen over
het algemeen zonder problemen mee in de auto en gaan graag wandelen en mee
weg.
Door zijn extreme
intelligentie is het ras erg gelieft bij gehoorzaamheids oefeningen en
agility.
Wanneer men eens een
Sheltie heeft gehad willen maar weinig mensen een ander ras. Ze kunnen met je
lachen en huilen, voelen stemmingen ontzettend goed aan en kunnen een echte
vriend zijn. bron: http://www.dornerhoeve.com/
De kattenloop, of brug of hondenloop zoals hij ook wel wordt genoemd, is een raakvlak toestel.
Dat betekent dat er een vlak op de op en af loop is geschilderd waar dat de hond met minstens 1 poot heeft moeten aanraken om blessures te voorkomen.
De kattenloop bestaat uit 3 delen: De oploop, de afloop en het vlakke gedeelte.
Die worden ondersteunt door 2 staanders.
Hoe aanleren?:
1. Leg de planken gewoon op de grond.
2. Laat de hond er rustig op zijn eigen tempo over lopen, dwing hem tot niets want als de hond eenmaal bang is kan het heel lang duren voor het weer goed is.
3. Als dat heel goed gaat leg je bakstenen onder de planken.
4. Als dat goed gaat kan je steeds iets hoger nemen zoals een emmer, een bak, . . .
5. Als je op de uiteindelijke hoogte bent voer je een commando in zoals bv. 'Kat', of 'Brug' ofzo.
De tafel is een toestel dat tegenwoordig bijna niet meer wordt gebruikt maar moet wel aangeleerd worden want het kan er altijd eens bijzitten..
De tafel is een toestel waar de hond op moet springen en erop moet blijven zitten, staan of liggen totdat de keurmeester zegt dat hij eraf mag, meestal 5 seconden.
Het is moeilijk om de hond omdat hij meestal heel enthousiast is en zich dan rustig moet concentreren.
De hond moet ook aand de juiste kant op en af de tafel springen.
Hoe aanleren?:
De hond moet hiervoor eerst zit, lig en sta kennen.
1. Maak de tafel zo laag mogelijk
2. Laat de hond er eerst opspringen.
3. Zorg ervoor dat de hond er even rustig op blijft, maakt niet uit in welke positie.
4. Als dat goed gaat zorg je ervoor dat je specifiekere commando's in gaat voeren in plaats van de hond te laten kiezen, dus zit, lig of sta, maar doe het niet in een vaste routine of een hele les aan één stuk 1 commando, voer ook een commando in voor het op de tafel springen zoals 'Tafel'.
5. Maak nu de tafel beetje bij beetje hoger, maar wel maar tot de F.C.I. hoogte voor bij de klasse, S, M of L
De tunnel is een'buis' waar de hond door moet rennen, de tunnel kan verschillende lengtes en in verschillende vormen worden gelegd
De tunnel mag zowel recht als in een bocht liggen, zelfs in een S-bocht
Hoe aanleren?:
1. Maak de tunnel zo kort mogelijk en leg hem recht.
2. Moedig de hond aan om erdoor te lopen, als je hond niet durft kruip je desnoods zelf mee door de tunnel.
3. Als de hond gerust door de korte rechte tunnel loopt kan je hem stilaan langer maken maar doe dit niet te snel, doe het bv. per 0.5m en voer je een commando in zoals 'Door'.
4. Als de tunnel eindelijk de volledige lengte heeft kan je een KLEINE bocht erin leggen.
5. Maak de bocht steeds groter en groter maar ga hier ook niet te snel mee want als de hond eenmaal bang ervan is zal het moeilijk zijn om het weer terug aan te leren.
6. Als het goed gaat met 1 bocht kan je er een S-vorm van maker zodat er 2 bochten in zitten.