|
Ga nu naar de verbeterde website van deze blog.
voor meer informatie en een volediger uitleg ga je naar:
http://users.telenet.be/wo_2
Bij het verschijnen van vijandige tanks op het slagveld kwamen de infanteristen in de Tweede Wereldoorlog voor een lastig probleem te staan; hoe kun je in godsnaam een machine verslaan die immuun is voor kogels uit onze huidige wapens?
Zelfs tanks met minimale bepantsering konden licht geweervuur afweren, dus geweren, machinegeweren, gewone handgranaten en zelfs mortiergranaten konden niet veel aanrichten. De genoemde wapens komen veel voor in het arsenaal van een gemiddeld Infanterie Bataljon aan het begin van de oorlog, in 1939. De eerste generatie goede anti-tank wapens waren geweldig voor hun tijd, en werden veel gebruikt voor Close Combat (gevechten van dichtbij), totdat de tweede generatie anti-tank wapens op de markt kwamen in de loop van 1943.
Gevechten van dichtbij tegen tanks (Close Combat)
Close Combat tactieken waren de meest gebruikte tactieken die een infanterie-eenheid kon doen tijdens een tankaanval. De wapens die de infanterie bij zich had verschilden keer op keer. De ene keer gewone handgranaten, de andere keer Frag granaten, en ga zo maar door. Deze wapens waren het krachtigst tegen de logge tanks, omdat ze domweg niets anders bij zich hadden waarmee ze de tanks te lijf konden gaan. Ook gebruikten de infanterie aanvullingen op deze wapens, zoals de Molotov cocktail (niet meer dan een fles met benzine erin die aangestoken werd met behulp van een met petroleum doorweekt stukje stof). In de tijd van moderne oorlogvoering (er werden heel wat nieuwe, technisch hoogstaande wapens ontwikkeld tijdens de Tweede Wereldoorlog) was de Molotov cocktail eigenlijk heel primitief. Er werd van de soldaten verwacht dat ze zelf met ideeën kwamen hoe ze een tank konden weerstaan. Achteraf gezien is dit dus heel ouderwets voor die tijd, maar toch bepaalde deze manieren van oorlogvoering een groot deel van het verloop van de oorlog. De ideale aanval op een tank zou natuurlijk een kleine groep mannen zijn, in plaats van een enkele soldaat. Het Duitse leger instructeerde haar infanterie ook op een Close Combat manier; de legerleiding liet zelfs onderscheidingen maken die bestemd waren voor Duitse soldaten die hun net geleerde tactiek heel goed toepasten.
Troepen probeerden steeds meer manieren uit om de vijandige tankbemanning te slim af te zijn. Een van deze manieren was de tankbemanning het zicht te ontnemen. Tijdens een aanval vochten tankbemanningen meestal met hun luik dicht (buttoned up). Dit betekende dat ze alleen wat konden zien door de kijkgaten in hun tank; wat natuurlijk hun gezichtsveld belemmerde. De aanvallen van de infanterie hadden als doel dit nóg meer te belemmeren.
Rook is altijd al een van de beste vrienden van een soldaat geweest. Elke poging om het gezichtsveld van de vijand te verminderen kwam samen met het risico dat de wind ineens omsloeg, en dat alle rook de verkeerde kant op ging. Maar in de aanvallen van dichtbij (Close Assault) was rook een onmisbaar wapen. Rookgranaten, rookgenerators (potten gevuld met chemische inhoud) of zelfs de vegetatie (struiken in brand zetten), werden allemaal gebruikt om de vijand het zo moeilijk mogelijk te maken. Zulke voorbereidingen (behalve de rookgranaten) konden alleen gemaakt worden door de infanterie als ze zelf werden aangevallen door tanks, en dus het terrein waar het gevecht op zou plaatsvinden al kenden, en eventueel al enige tankbelemmeringen hadden aangebracht (diepe kuilen of loopgraven). De tanks die aanvielen liepen het risico hun formatie te verliezen terwijl ze door zulk gemanipuleerd landschap raasden, omdat elke tank zocht naar een pad waarbij hun tank zo min mogelijk een doelwit was. Het gebeurde vaak dat de tanks ineens in een dikke laag rook terecht kwamen, terwijl ze van alle kanten belaagd werden door infanterie. Niet echt een fijne gedacht, als je tankcommandant was.
Maar met rook alleen werd het doel natuurlijk niet vernietigd. Hiervoor had men de hulp nodig van explosieven. In de jaren voordat anti-tank wapens die over lange afstand konden vuren (Bazookas enzo) nog niet bestonden, kon men alleen een tank opblazen met explosieven door: of ermee te gooien, of op de tank zelf te springen en het pakketje af te leveren. Een kenmerk van explosieven was dat het niet ontworpen was om een gat te blazen in de tank. Een aantal zwakke punten van een tank waren: de kijkgaten, de motorkap, en de rupsbanden. Deze delen waren niet met bepantsering bedekt, en dus minder sterk dan de rest van de tank.
Een Duitse manier van een tank onklaar maken, was deze: Een paar Duitsers plaatsten een blok met explosieven om het kanon van de tank heen, zodat die niet meer gebruikt kon worden nadat de explosieven ontploft waren. Maar de soldaten die een tank onklaar moesten maken verkozen toch een manier waarbij ze niet zelf op de tank hoefden te klimmen. Ze vuurden dan gewoon met hun pistolen of geweren in de kijkgaten, of ze probeerden stukken van de tank open te breken met een koevoet. Bij deze manier (waarbij men niet op de tank hoefde te klimmen) waren er 2 obstakels: het machinegeweer op de tank, en de infanterie die meestal naast de tank liep. Alle moeite werd gedaan om de infanterie te scheiden van de tanks. De verdedigers van het gebied konden dan een traditioneel geweergevecht houden met de infanterie.
De machinegeweren die op de tank zaten, waren er zo op gemonteerd dat ze gemakkelijke vijandige aanvallers konden neerschieten. Alleen omdat een tankbemanning (en vooral een machinegeweerschutter) niks zag door de rook, betekende dit nog niet dat ze niet vuurden. Het doel van zulke rookgordijnen was dat de communicatie tussen de tanks verwaarloosd werd, en dat elke tank voor zichzelf vocht. De aanvallende partij (die de tanks aanvielen) kon niet van achteren aanvallen, omdat ze dan aangevallen zouden kunnen worden door een andere vijandige tank, die achter de desbetreffende tank aankwam.
Een goede manier om de tankbemanning uit de tank te krijgen, was door het gebruikt van vuur. Vuur is, en blijft, de nachtmerrie van elke man die in een tank zit, samen met munitie en brandstof. Als handgranaten niet door een gleuf konden, konden met petroleum doorweekte stukken stof het wél.
Afstands anti-tank wapens
Afstands anti-tank wapens waren veel populairder onder de soldaten als het om tanks aanvallen ging. De meest effectieve manier was de landmijn. Het principe van zon mijn is dat hij begraven wordt net onder de oppervlakte, en de tank onklaar maakte (doordat de rupsbanden kapot gingen) als de mijn explodeerde terwijl hij contact maakte met de desbetreffende tank. Een mijn kon ook worden gebruikt op een andere manier; een paar mijnen werden aan elkaar gekoppeld (met behulp van touwen of kabels), en werden dan geplaatst in het pad van de aankomende tank. Een tankbestuurder kon dan misschien één mijn ontwijken, maar geen hele ketting van mijnen. Het voordeel van deze manier was dat de infanterie de mijnen kon plaatsen zonder hun beschutting te verlaten.
Afstands anti-tank wapens waren het meest effectief als ze gebruikt werden in combinatie met andere afstands anti-tank wapens. Van anti-tank geweren werd al snel ontdekt dat de munitie niet door de dikke bepantsering van bijvoorbeeld een Tigertank kwam, maar wel bruikbaar was om kijkgaten kapot te schieten. Geweergranaten (een geweer (bijv. M1 Garand) waar je granaten op kon klikken, en dan afschieten; een soort mortier) konden ook niet veel doen tegen bepantsering, maar wel tegen de rupsbanden en de zwakke delen van een tank (eerder genoemd in dit artikel). De rupsbanden van een tank waren dus eigenlijk de meest kwetsbare delen van zon machine. Alle anti-tank wapens hadden iets gemeen; ze konden een tank beschadigen, maar niet vernietigen. Voor een lange tijd werden afstands anti-tank wapens zelfs gebruikt met de tactieken van anti-tank wapens voor Close Combat. Vijandige tanks konden worden uitgeschakeld, of van het gezichtsveld ontnomen, door een combinatie van rook, mijnen en munitie die de bepantsering beschadigde. Infanterie die de tanks van dichtbij zouden aanvallen, lagen te wachten totdat de tanks bijna over hun heen reden, en konden dan op de tank springen samen met hun verzameling explosieven, ontvlambare stoffen en handgeweren. Hun eigen machinegeweerschutters en geweerschutters (van de infanterie) moesten wel eerst de vijandige infanterie (die naast de tank liepen) neerschieten, voordat de infanterie aan de aanval begon.
Voordat de US launcher, raket, anti-tank of Bazooka geïntroduceerd werd, kon de infanterie eigenlijk nooit rekenen op volle winst. Toen de infanterie een Bazooka tot haar beschikking had, konden ze met twee man tegelijk op een tank schieten vanaf een afstand van ongeveer 100 meter, met een behoorlijk grote kans op slagen. In tegenstelling tot eerdere anti-tank wapens, kon de kop van de raket (de Warhead) wél door de bepantsering van een tank heen komen, en schade doen binnenin de tank, terwijl de infanterie niet bovenop de tank zelf hoefde te klimmen en de lading persoonlijk aan te brengen. De Britse PIAT (anti-tank gun) volgde snel na de Bazooka, maar werden allebei snel verslagen door de Duitse Panzerschrek. De Geallieerden werden steeds zwakker als het om anti-tank wapens ging, en terwijl de Geallieerde troepen in West-Europa de vrijwel nieuwe Bazookas in handen kregen, kwamen de Duitsers met tanks met nóg zwaardere bepantsering; de Duitse tanks waren nu dus nog moeilijk kapot te krijgen.
Samenvatting
De infanteriesoldaten van de Tweede Wereldoorlog waren niet goed genoeg bewapend om met een hele colonne tanks af te rekenen. De ontelbare trainingen die ze kregen bleken tijdens het echte gevecht slechts gedeeltelijk van pas te komen. Het was een risicovolle onderneming, tanks aanvallen. Aanvallen van dichtbij (Close Combat/Assault) leerden de soldaten uit eigen ervaring en improvisatie. Tanks waren bedoeld om uitgeschakeld te worden door grote artilleriekanonnen, en niet door een paar handgranaten. Het is ook zeker niet raar dat in de jaren na de oorlog de infanteriesoldaten een gigantische sprong in de oorlog tegen tanks hadden meegemaakt. Tanks konden nu van dichtbij, en van enorme afstanden worden vernietigd. Maar nog steeds is de tank een van de krachtigste voertuigen in de militaire toekomst en geschiedenis, maar de Tweede Wereldoorlog heeft er wel voor gezorgd dat infanteriesoldaten nu wel meer tegen tanks kunnen doen dan alleen maar vluchten.
|