In Indonesië zijn duizenden mensen in de buurt van de vulkaan Merapi, die deze voormiddag opnieuw aswolken tot 8 kilometer hoog verspreidde, versneld bezig met het ontruimen van het gebied. Er vielen geen gewonden, zo melden de autoriteiten.
Heviger dan gisteren De Merapi, die 2.914 meter hoog is en sinds 26 oktober erg actief is, lijkt volgens de vulkanologen niet stil te vallen. De vulkaan, gelegen in het centrum van het eiland Java, barstte vanochtend opnieuw uit, en dat "nog heviger dan gisteren".
Veiligheidszone uitgebreid De overheid besliste gisteren de veiligheidszone rond de vulkaan uit te breiden tot 15 kilometer, in plaats van tot 10 kilometer. Zowat 90.000 mensen verblijven intussen in tijdelijke opvangcentra. De vulkaan bevindt zich middenin een zeer dichtbevolkt gebied. Om de vier à vijf jaar barst hij uit.
Alternatieve vliegroutes De autoriteiten riepen de luchtvaartmaatschappijen dinsdag op alternatieve routes te gebruiken om te vermijden dat hun vliegtuigen in de buurt van de vulkaan zouden moeten vliegen.
Zestien doden door overstroming Bij een overstroming als gevolg van hevige regen in twee dorpen in de Oost-Indonesische provincie Oost-Nusa Tenggara kwamen bovendien minstens zestien mensen om het leven en werden ruim 180 woningen verwoest, zo melden de media vandaag. (belga/lb)
Nog meer slecht nieuws uit Indonesië, want naast de vulkaanuitbarsting heeft het land ook nog last van de nasleep van de tsunami. Het dodental daarvan is ondertussen opgelopen naar 154 272.
Er worden nog zeker vierhonderd mensen vermist. De leider van de provinciale rampenbestrijding van West-Sumatra meldt dat er nog veel hulpgoederen voor de overlevenden nodig zijn. De getroffen Mentawai-eilanden liggen op 150 kilometer van Sumatra.
De aardbeving onder de zeebodem veroorzaakte een tsunami die tegen de Mentawai-eilanden sloeg. Vooral het zuidelijke eiland Zuid-Pagai is door de vloedgolf zwaar getroffen. Tal van dorpen zijn volledig weggevaagd.
Update 15:00: Het dodental is weer omhoog bijgesteld. Er wordt nu al gesproken over zeker 272 doden en 412 vermisten.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
Het antwoord van de Moeder en de engelen, de profeten, de apostelen, en de duivels aan God, in aanwezigheid van de bruid, getuigend van zijn grootheid in de schepping, incarnatie, aflossing, enzovoort, en over hoe mensen al deze dingen nu tegenspreken, en over zijn strenge oordeel over hen.
BOEK 1 HOOFDSTUK 45
De moeder zei: Bruid van mijn zoon, kleed je aan en houdt stand, want mijn Zoon komt naar je toe. Zijn vlees werd ingedrukt als in een wijnpers. Daar de mensheid in iedere ledemaat heeft gezondigd, heeft mijn Zoon in elk van zijn ledematen geboet. Het haar van mijn Zoon werd uitgetrokken, zijn pezen opengesperd, zijn gewrichten werden uit hun holtes ontwricht, zijn botten gekneusd, zijn handen en voeten doorboord. Zijn geest was onrustig, zijn hart getroffen door verdriet, zijn maag werd meegezogen in de richting van zijn rug. Dit alles omdat de mensheid in elke ledemaat had gezondigd.
Toen sprak de Zoon, terwijl het hemelse leger erbij stond, en hij zei: Ook al weet jullie alle dingen in mij, spreek ik toch, omdat mijn bruid hier staat. Engelen, ik vraag jullie: Vertel me, wat is het dat zonder begin was en zonder einde zal zijn? En wat is het dat alle dingen heeft geschapen en door niemand is gemaakt? Vertel, geef jullie getuigenis! Als met één stem antwoordden de engelen, zeggend: Heer, u bent het. We brengen onze getuigenis over drie dingen: Ten eerste, dat u de Schepper van ons en alle dingen in de hemel en op aarde bent. Ten tweede, dat u zonder begin en einde bent en zal zijn, uw koninkrijk zonder einde, uw eeuwige macht. Zonder u was er niks gemaakt en zonder u zal er niks komen. Ten derde, getuigen wij dat we zowel alle gerechtigheid in u zien als alle dingen die zijn geweest en zullen zijn. Alle dingen zijn in u aanwezig, zonder begin of einde.
Toen zei hij tegen de profeten en aartsvaders: Ik vraag jullie: Wie heeft jullie uit de slavernij naar de vrijheid geleid? Wie heeft de wateren voor u gesplitst? Wie heeft jullie de Wet gegeven? Profeten, wie gaf jullie de inspiratie om te spreken? Ze antwoordden hem: U, Heer. U heeft ons uit de slavernij geleid. U gaf ons de Wet. U bewoog onze geest tot spreken.
Toen zij hei tegen zijn Moeder: Geef ware getuigenis van wat je van mij weet! Ze antwoordde: Voordat de engel die je stuurde naar me kwam, was ik alleen in lichaam en ziel. Toen de engel had gesproken, was uw lichaam in mij in zijn goddelijke en menselijke natuur en ik voelde je lichaam in mijn lichaam. Ik droeg je zonder pijn. Ik ben bevallen zonder angst. Ik heb je in zwachtels gewikkeld en ik heb je gevoed met mijn melk. Ik was bij je vanaf je geboorte tot je dood.
Toen zei de Heer tegen de apostelen: Zeg, wie was het die jullie zagen, hoorden en voelden? Ze antwoordden hem: We hoorden uw woorden en schreven ze op. We hoorden uw wonderlijke woorden toen u ons het Nieuwe Testament gaf, toen u met een woord de demonen beval en ze weggingen, toen u met een woord de doden liet opstaan en de zieken genas. We zagen u in een menselijk lichaam. We zagen uw wonderen in de goddelijke glorie van uw menselijke natuur. We zagen u overgeleverd worden aan uw vijanden en aan het kruis opgehangen worden. We zagen u meest bitter lijden en daarna begraven worden in een graf. We namen u waar met onze zintuigen toen u weer opstond. We raakten uw haar en uw gezicht aan. We raakten uw ledematen en de plaats van uw wonden aan. U at met ons en deelde uw gesprek met ons. U bent waarlijk de Zoon van God en de Zoon van de Maagd. We hebben het ook met onze zintuigen waargenomen toen u in uw menselijke natuur bent opgestegen tot de rechterhand van de Vader waar u zonder einde bent.
Toen zij God tegen de onreine geesten: Ook al verbergen jullie de waarheid in jullie geweten, beveel ik jullie desalniettemin om te vertellen wie het was die jullie macht verminderde. Zij antwoordden hem: Zoals dieven die niet de waarheid vertellen, tenzij hun voeten in hard hout worden vastgezet, spreken wij niet de waarheid, tenzij gedwongen door uw goddelijke en overweldigende macht. U bent degene die in uw macht naar de hel is afgedaald. U verminderde onze macht in de wereld. U nam uit de hel wat terecht van u was.
Toen zei de Heer: Zie, allen die een geest hebben en niet in een lichaam zijn gehuld vertellen hun getuigenis van de waarheid over mij. Maar zij die een lichaam en geest hebben, namelijk menselijke wezens, spreken mij tegen. Sommigen weten de waarheid maar geven er niks om. Anderen weten het niet en dat is waarom ze er niks om geven, maar zeggen dat het allemaal onzin is.
Hij zei tegen de engelen: Ze zeggen dat jullie getuigenis vals is, dat ik niet de Schepper ben en dat niet alle dingen in mij bekend zijn. Daarom hebben zij geschapen dingen meer lief dan mij. Hij zei tegen de profeten: Ze spreken jullie tegen en zeggen dat de Wet zinloos is, dat jullie vrijheid hebben verworven door jullie eigen moed en vaardigheid, dat de geest vals was en dat jullie uit eigen initiatief spraken. Hij zei tegen zijn Moeder: Sommigen zeggen dat je geen maagd was, anderen dat ik geen lichaam uit je heb genomen, anderen weten de waarheid maar geven er niks om. Hij zei tegen de apostelen: Ze spreken jullie tegen, omdat ze zeggen dat jullie leugenaars zijn, dat het Nieuwe Testament nutteloos en irrationeel is. Er zijn anderen die geloven dat het waar is, maar ze geven er niks om. Nu dan, vraag ik jullie: Wie zal hun rechter zijn? Ze antwoordden hem allen: U, God, die bent zonder begin en zonder einde. U, Jezus Christus, bent hun rechter. De Heer antwoordde: Ik was hun aanklager en ben nu hun rechter. Echter, ook al weet en kan ik alle dingen doen, geef me toch jullie oordeel over hen!
Ze antwoordden hem: Net zoals de hele wereld verging door de overstromingen aan het begin van de wereld, zo ook verdient de wereld het nu om te vergaan in vuur, omdat ongerechtigheid en onrechtvaardigheid nu meer in overvloed zijn dan toen. De Heer antwoordde: Omdat ik rechtvaardig en barmhartig ben en geen oordeel uitbreng zonder genade, noch genade zonder oordeel, zal ik eenmaal meer mijn genade naar de wereld zenden omwille van de gebeden van mijn Moeder en mijn heiligen. Als zij niet willen luisteren, zal er een rechtvaardiging volgen die zoveel strenger zal zijn.
Wordt vervolgd.
HERINNERINGEN VAN ZUSTER LUCIA.
De anthropologische structuur van de privé-openbaringen
Bij deze overwegingen hebben wij geprobeerd de theologische
status van privé-openbaringen te bepalen. Voordat wij
overgaan tot de interpretatie van de Boodschap van Fatima,
moeten wij een korte uitleg geven over de anthropologische, d.w.z.
psychologische, status hiervan. De theologische anthropologie
onderscheidt op dit terrein drie wijzen van waarneming of visioen:
het visioen met de zintuigen, d.w.z externe fysieke waarneming;
inwendige waarneming; en het geestelijke visioen (
visio sensibilis,
imaginativa, intellectualis
). Het is duidelijk dat bij de visioenen van
Lourdes, Fatima en andere plaatsen geen sprake is van normale
externe waarneming van de zintuigen: de beelden en personen
die gezien worden bevinden zich niet ruimtelijk in de omgeving,
zoals bijvoorbeeld een boom of een huis. Dat is bijvoorbeeld heel
duidelijk bij het visioen van de hel (beschreven in het eerste deel
van het geheim van Fatima) of ook bij het visioen dat wordt
beschreven in het derde deel van het geheim. Maar hetzelfde
kan ook van andere visioenen worden gezegd, vooral omdat niet
ieder die daar aanwezig was het zag, maar alleen de zieners.
Het is eveneens duidelijk dat het hier niet gaat om een intellectueel
visoen zonder beelden, zoals plaats vindt bij hoge graden van
mystiek. Het betreft dus de middelste wijze van waarneming, de
inwendige, die voor de ziener zon kracht van aanwezigheid heeft
dat zij voor die persoon gelijk staat aan uitwendige zintuiglijke
waarneming.
Dit inwendig zien betekent niet dat er sprake is van fantasie,
van iets subjectiefs. Het betekent eerder dat de persoon wordt
geraakt door iets dat echt is, hoewel van buiten de zintuigen, wat
de ziel in staat stelt het niet zintuiglijk waarneembare, het niet
zintuiglijk zichtbare te zien; te zien door middel van inwendige
zintuigen. Het betreft echte objecten die de ziel raken, hoewel
ze niet behoren tot de voor ons gebruikelijke wereld van de
zintuigen. Daar is een innerlijke waakzaamheid van het hart voor
nodig die wij meestal niet bezitten door de sterke druk van de
uitwendige realiteit en de beelden en gedachten die zich aan de
ziel opdringen. De persoon wordt buiten het puur uitwendige
geplaatst en door diepere dimensies van de werkelijkheid geraakt,
die zichtbaar voor hem worden. Hierdoor is het misschien te
begrijpen waarom het meestal juist kinderen zijn die deze soort
visioenen krijgen: hun ziel is nog weinig omgewoeld en hun
innerlijk vermogen om waar te nemen praktisch nog intact. Uit de
mond van kleine kinderen en zuigelingen hebt ge u een lofzang
bereid was het antwoord van Jezus (hij gebruikte een zin uit psalm
8, vs 3) op de kritiek van de hogepriesters en ouderlingen die het
ongepast vonden dat de kinderen Hosanna! riepen (Mt 21, 16).
Zoals gezegd, is het inwendige visioen geen fantasie maar
een reële, heel eigen wijze van waarnemen. Maar dat heeft ook
zijn beperkingen. Ook bij uitwendige waarnemingen zien wij de
objecten door het filter van onze zintuigen die hen voor ons
omzetten. Bij het inwendig zien is dit proces nog sterker aanwezig,
vooral wanneer het gaat om werkelijkheden die in zichzelf onze
horizon niet overschrijden. Het subject, de ziener, oefent een nog
sterkere invloed uit. Hij ziet met de capaciteiten die hij bezit, met
zijn eigen manier van uitdrukken en de kennis waarover hij
beschikt. In het geval van inwendige visie is het proces van het
omzetten van de waarnemingen nog duidelijker, omdat de ziener
een essentiële rol speelt bij de beeldvorming van wat verschijnt.
Het beeld kan alleen gevat worden binnen de grenzen van zijn
capaciteiten en mogelijkheden. Zulke visioenen zijn dus beslist
geen fotos van de andere wereld, maar ze zijn onderworpen aan
de mogelijkheden en beperkingen van degene die ze ontvangt.
Dit geldt voor alle grote visioenen van de heiligen en
natuurlijk ook voor de visioenen van de herdertjes van Fatima.
De beelden die zij beschrijven zijn beslist niet zomaar gefantaseerd,
maar zij zijn het resultaat van reële waarneming van
hogere inwendige oorsprong. Maar wij moeten ze ook niet
voorstellen alsof voor een moment de sluier van de andere wereld
wordt weggetrokken en de hemel in haar zuivere essentie
verschijnt, zoals wij haar eens hopen te zien bij de definitieve
vereniging met God. Je zou kunnen zeggen dat de beelden een
synthese vormen tussen een impuls van Boven en de mogelijkheden
van de ziener, de kinderen dus, om de impuls te
ontvangen. Dat is de reden waarom de taal van visioenen
symbolisch is. Hierover zegt kardinaal Sodano: Zij beschrijven
niet de details van toekomstige gebeurtenissen, maar zij vatten
tegen één enkele achtergrond feiten samen die zich over een niet
nader omschreven opeenvolging en duur uitstrekken. Dit samenvoegen
van tijd en ruimte in één enkel beeld is typerend voor
zulke visioenen, die meestal pas ontcijferd kunnen worden
a
posteriori.
En niet ieder onderdeel van het visioen hoeft per se
een specifieke historische betekenis te hebben. Waar het om gaat,
is het visioen als geheel en de details moeten begrepen worden
vanuit het geheel van de beelden. Het centrale element van de
voorstelling wordt duidelijk wanneer dat samenvalt met wat het
absolute centrum van de christelijk profetie is: het centrum is het
punt waar het visioen oproep en gids tot de wil van God wordt.
Wordt vervolgd.
God onze Vader,
God onze Vader, Uw liefde is oneindig groot. Zelfs als mensen fouten maken, als zij elkaar pijn doen de natuur vervuilen, oorlog voeren en elkaar onrecht aandoen, blijft gij de mensen toch helpen opdat zij van deze wereld een heel mooie wereld zouden maken. Daarvoor danken wij U speciaal omdat gij ons heb geleerd hoe wij elkaar vrij kunnen maken en liefde kunnen delen door Jezus Christus onze Heer. Amen.
(Uit het boek Deuteronomium)
Zo sprak Mozes tot de Israëlieten in de woestijn om hen te vragen tijd te maken voor God:
Onderhoudt de sabbat: die moet heilig voor u zijn, zoals de Heer heeft geboden. Zes dagen kunt u werken en al uw arbeid verrichten, maar de zevende dag is de sabbat voor de Heer uw God. Dan zult u geen enkele arbeid verrichten, u niet, uw zoon niet, uw dochter niet, uw rund niet, uw ezel niet, uw overige vee niet en ook niet de vreemdelingen binnen uw poorten. Dan kunnen uw slaaf en uw slavin uitrusten evenals uzelf. Bedenkt dat u slaaf bent geweest in Egypte en dat de Heer uw God u met sterke hand en uitgestrekte arm uit dat land heeft geleid. Daarom heeft Hij u geboden de sabbat te onderhouden.
Goede God,
Goede God, de woorden die Gij van oudsher gesproken hebt zijn in vervulling gegaan. Gij hebt U met ons verenigd, in de maaltijd van uw Zoon Jezus Christus. Wij vragen U: mogen wij de eenheid met U en met elkaar bewaren. En leven als trouwe volgelingen van Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer. Amen.
Uit de profeet Jona.
In die dagen sprak de Heer tot Jona: Sta op, ga naar Ninivé, die grote heidense stad, en zeg tot haar inwoners dat hun verdorvenheid tot Mij is doorgedrongen. Jona ging op weg zoals de Heer hem bevolen had. Ninivé was een geweldig grote stad: drie dagen had men nodig om er doorheen te trekken. Jona trok de stad in en toen hij één dag gegaan had, riep hij de inwoners toe: "Nog veertig dagen en Ninivé wordt met de grond gelijk gemaakt!" De mensen van Ninivé geloofden het woord van God. Zij kondigden een vasten af en iedereen, van klein tot groot, trok boetekleren aan. Toen de koning van Ninivé dit hoorde, stond hij op van zijn troon, legde zijn koninklijk gewaad af en trok een boetekleed aan. Ook liet hij in Ninivé omroepen: "Bevel van de koning! Niemand mag iets eten of drinken. Iedereen moet een boetekleed dragen en met aandrang tot God bidden. Allen moeten zich bekeren van hun slecht gedrag en van de ongerechtigheid die aan hun handen kleeft. En God zag wat zij deden. Hij zag hoe zij zich van hun slecht gedrag bekeerden. God kreeg spijt dat Hij hen met de ondergang bedreigd had en Hij spaarde de stad.
Heilige God,
Heilige God, in Jezus roept Gij alle mensen op tot bekering en geloof in zijn Blijde Boodschap. Wij danken U voor het perspectief dan Gij ons biedt en vragen U: geef ons de kracht onze wijze van leven te veranderen en de weg te volgen van Jezus, uw Zoon, die met U en de heilige Geest leeft, door de eeuwen der eeuwen. Amen.
1 Tessalonicenzen 4.
16 Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, 17 en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan we de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn. 18 Troost elkaar met deze woorden.
Job 37 . Job 38.
6 Hij beveelt de sneeuw: Val op de aarde, hij zegt de regenvloed: Stort neer met al je kracht.
****************************************
22 Ken je de voorraadkamers van de sneeuw, heb je de voorraadkamers van de hagel gezien,
Psalmen 148.
7 Loof de HEER, bewoners van de aarde, zeemonsters en oceanen, 8 vuur en hagel, sneeuw en rook, stormwind die doet wat hij zegt.
Spreuken 26.
1 Zoals sneeuw niet bij de zomer past, en regen niet bij de oogst, zo past eer niet bij een dwaas.
1 Koningen 19.
11 Kom naar buiten, zei de HEER, en treed hier op de berg voor mij aan. En daar kwam de HEER voorbij. Er ging een grote, krachtige windvlaag voor de HEER uit, die de bergen spleet en de rotsen aan stukken sloeg, maar de HEER bevond zich niet in die windvlaag. Na de windvlaag kwam er een aardbeving, maar de HEER bevond zich niet in die aardbeving. 12 Na de aardbeving was er vuur, maar de HEER bevond zich niet in dat vuur. Na het vuur klonk het gefluister van een zachte bries.
Psalmen 91.
11 Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat. 12 Hun handen zullen je dragen, je voet zul je niet stoten aan een steen. 13 Leeuw en adder zul je vertrappen, roofdier en slang vermorzelen.
Matteüs 18.
10 Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader.
Handelingen 2.
42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. Het leven van de eerste gemeente 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde.
2 Timoteüs 3.
1 Weet dat de laatste dagen zwaar zullen zijn. 2 De mensen zullen egoïstisch zijn, geldzuchtig, zelfingenomen en arrogant. Ze zullen God lasteren, geen ontzag tonen voor hun ouders, ondankbaar zijn en niets heilig achten. 3 Ze zullen harteloos zijn, onverzoenlijk, lasterziek, onbeheerst en wreed. Ze zullen het goede haten 4 en onbetrouwbaar, roekeloos en verblind zijn. Het genot zullen ze meer liefhebben dan God, 5 ze zullen de schijn van vroomheid ophouden, maar de kracht ervan miskennen. Keer je af van zulke mensen. 6 Sommigen van hen dringen zich op aan hele families en krijgen dan vrouwen in hun macht die met zonde beladen zijn en door allerlei begeerten worden gedreven, 7 die almaar willen leren maar nooit in staat zullen zijn de waarheid te kennen. 8 Zoals Jannes en Jambres zich tegen Mozes hebben verzet, zo verzetten deze dwaalleraren zich tegen de waarheid. Het zijn mensen met een zieke geest en een onbetrouwbaar geloof. 9 Maar ze zullen niet veel bereiken, want iedereen zal hun dwaasheid snel doorzien, zoals ook met Jannes en Jambres gebeurde. 10 Jij daarentegen bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn levenswijze, streven, geloof, geduld, liefde, volharding, 11 en je hebt hetzelfde lijden en dezelfde vervolgingen ondergaan die mij in Antiochië, Ikonium en Lystra hebben getroffen. Ik heb ze allemaal doorstaan, de Heer heeft mij steeds weer gered. 12 Allen die vroom en in eenheid met Christus Jezus willen leven, zullen worden vervolgd. 13 Slechte mensen en oplichters zullen van kwaad tot erger vervallen; het zijn bedriegers die zelf bedrogen worden. 14 Maar jij, blijf bij alles wat je geleerd hebt en met overtuiging hebt aangenomen. Je weet wie je leraren waren 15 en bent van kindsbeen af vertrouwd met de heilige geschriften die je wijsheid kunnen geven, zodat je wordt gered door het geloof in Christus Jezus. 16 Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven, 17 zodat een dienaar van God voor zijn taak berekend is en voor elk goed doel volledig is toegerust.
04-11-2010
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE DONDERDAG.