Heer Jezus Christus, U bent in ons en wij in U en in de Vader.
Heer Jezus Christus, U bent de verlosser, U bent mijn verlosser, U bent de verlosser van de
wereld.
Geloofd zij God!
Inkeer en aanbidding.
De HEER is mijn licht, mijn behoud, wie zou ik vrezen? Bij de HEER is mijn leven
veilig, voor wie zou ik bang zijn? Ik vraag aan de HEER één ding, het enige wat ik
verlang: wonen in het huis van de HEER alle dagen van mijn leven, om de liefde van
de HEER te aanschouwen, hem te ontmoeten in zijn tempel. Mijn hart zegt u na:
Zoek mijn nabijheid! Uw nabijheid, HEER, wil ik zoeken, verberg uw gelaat niet voor
mij. Wacht op de HEER, wees dapper en vastberaden, ja, wacht op de HEER. Psalm
27: 1,4,8,9,14.
Beëindigt God het verlossingstijdperk in 2010?
Sinds de roeping van Abraham uit het land Ur der Chaldeën, gedurende de meer dan 4000 jaren in het roerige bestaan van Israël, zijn de voorbereidingen getroffen voor de baanbrekende laatste gebeurtenissen, welke Israël nu naderen.
Deze gebeurtenissen hebben ook voor de kerk van Christus op aarde een krachtige boodschap om haar te bewegen tot volledige toewijding, en om de verwachting van de op handen zijnde komst van de hemelse Bruidegom te versterken.
De profeet Daniël vatte Israëls heilsgeschiedenis -vanaf het einde van de Babylonische ballingschap tot de komst van het 1000-jarig rijk- samen in 490 jaren, dat is: 70 "weken" van jaren, waarin elke "week" een periode van 7 jaren vertegenwoordigt. Evenwel zij hierbij opgemerkt dat de laatste jaarweek in Daniël 9 in de bijbel is beschreven als een op zichzelf staande periode (de zeventigste jaarweek slaat op de bedeling van genade en niet op de bedeling van de wet).
Dit is van groot belang om te constateren. Waarom? Dit wordt in het vervolg van deze uiteenzetting duidelijk. In eerste aanleg wordt er in Daniël 9 gesproken over 70 jaarweken (490 jaren). Israëls geschiedenis vanaf zijn oorsprong kan in vier perioden van 490 jaren worden verdeeld:
-490 jaren verliepen vanaf de roeping van Abraham tot de aankomst in het land Kanaän. -490 jaren verliepen vanaf Jozua's bezetting van Kanaän tot de vestiging van Israëls koninkrijk Kanaän. -490 jaren verliepen vanaf de vestiging van Israëls koninkrijk tot en met de Babylonische ballingschap. -490 jaren, die vallen na de Babylonische ballingschap.
De door rabbijn Wacholder gepubliceerde berichtgeving verzekert dat de opstand van Bar Kochba in een jubeljaar (het jaar 132/133) is begonnen. Dit betekent dat het jaar 131/132 een sabbatjaar geweest moet zijn. Laten we nu proberen alles zo eenvoudig mogelijk historisch weer te geven. Dan moet dus het jaar 33/34 ook een sabbatjaar geweest zijn. Dit is belangrijk om te constateren.
Waarom? Omdat we nu kunnen concluderen dat de periode van 4x490 jaar (=1960 jaren) is begonnen in het jaar 1925 vóór het nulpunt (Christus is plus minus 4 jaar vóór het nulpunt geboren), dus in het jaar dat Abraham 75 jaar werd en hij zijn roeping van God ontving. We kunnen voorts concluderen dat Abraham in het jaar 2000 vóór het nulpunt is geboren. En de periode daarvóór van Adam tot Abraham beslaat nog eens 2000 jaren. Dus het gaat hier om een periode van totaal 4000 jaren vóór het nulpunt.
Een en ander betekent voorts dat het jaar 2000/2001 en het jaar 2007/2008 (d.i. 282 x 7 jaren ná het sabbatjaar 33/34) ná het nulpunt sabbatjaren moeten zijn en inderdaad ook zijn. Dat betekent dat we dus op dit moment, gerekend vanaf het tijdstip waarop Adam werd geboren, ruim 6000 jaren verder zijn. Dit is belangrijk om te constateren.
Waarom? Omdat God het getal zeven (het getal zeven is het symbolische getal voor de voltooiing van een operatie en voor tijdelijke perfectie) en het getal tien (het getal één is het symbolische getal voor God, de Schepper en voor een volkomen nieuw begin; het getal nul of de getallen nul achterelkaar geschreven, duiden symbolisch een eenheid of oneindigheid aan; het getal tien is ook het getal van de voltooiing van de mens) belangrijke getallen vindt en hierop in Zijn Woord steeds weer de aandacht vestigt. Let op.
Voor God is één dag als 1000 jaar en 1000 jaar als één dag. De Heer stelt wat Hij heeft beloofd, niet uit, zoals sommigen denken. Hij heeft alleen maar geduld met ons. Hij wil niet dat er ook maar iemand verloren gaat, maar dat allen tot inkeer komen (2 Petrus 3:8-9).
Gelet op het voorgaande moet, met andere woorden, het duizendjarig Vrederijk nu in aantocht zijn, want we leven inmiddels in het jaar 2009. En dat klopt ook. We zijn inmiddels gerekend vanaf Adam ruim zesduizend jaren verder, zoals we al hebben aangegeven. Het kan niet anders of de laatste dag van de week (we bedoelen de laatste dag van de zeven dagen, waarvan elke dag duizend jaren symboliseert, zoals genoemd in Genesis 1 en 2) zal binnenkort moeten beginnen, in die zin dat het duizendjarig Vrederijk binnenkort zal aanbreken.
Met andere woorden, gelet op het bovenstaande, is de kans zeer groot dat de periode van de laatste zeven jaren (de zeventigste jaarweek) op 27 (9)/28 (10) september 2003 (Isr. Nieuwjaar) is begonnen en zal eindigen op 9 en 10 september 2010 (Isr. nieuwjaar).
Waarom is dat zo? Het is belangrijk om de symbolische betekenis van de getallen in de Bijbel te kennen: het getal één hebben we al verklaard; het getal 3 is het getal van God want God is een drieënige God. Het getal negen is drie keer drie, vandaar dat het een versterkt getal van God is. Dit betekent dat de getuigenis van God niet alleen Gods Woord is, maar ook Gods Woord voor ons zelf.
Het is daarom zeer opvallend dat 10 februari 2007 (vanaf dit tijdstip nog te gaan de laatste 1290 dagen tot het isr. nieuwjaar 2010 uit Daniël 12) en 10 maart 2007 (vanaf dit tijdstip nog te gaan de laatste 1260 dagen tot het isr. nieuwjaar 2010 uit Daniël 12) op een sabbat vallen en dat we dan precies op de helft zullen zijn van de laatste jaarweek (elke bijbelse maand telt 30 dagen). Voorts zij vermeld dat de 1335 dagen uit Daniël 12 slaan op de periode van Kerstmis 2006 tot het isr. nieuwjaar op 9 en 10 september 2010. Daarbij valt op dat de Grote Verzoendag op 18 (het getal negen) september 2010 valt, welke dag ook een sabbatdag is.
Om het verhaal compleet te maken verwijzen de 2300 dagen uit Daniël 8 naar de periode van 19 april 2004 (Nieuwe Maan) tot 8 september 2010 (Nieuwe Maan) en naar het Loofhuttenfeest (het bruiloftsmaal) van 23 september tot 30 september 2010. Wat doet de bijbeltekst Kolossenzen 2:16-17 aan een en ander denken: "Trek u dus niets aan van kritiek als het gaat om eten en drinken, het vieren van jaarlijkse feesten of om de viering van nieuwe maan of sabbat. Dergelijke zaken zijn niet meer dan een schaduw van de dingen die moeten komen; de werkelijkheid zelf is Christus".***
Wat is nu de allegorische betekenis geweest van het sabbatjaar 2007/2008 in dit verband, dat op 13 en 14 september 2007 (Isr. Nieuwjaar) begon en is geëindigd op 30 september 2008/1 oktober 2008 (Isr. Nieuwjaar)? Wel de kredietcrisis heeft laten zien wat een sabbatjaar kan betekenen: dat schulden moeten worden kwijtgescholden met alle consequenties van dien.
Het volk van God staat de echte sabbatsrust dus nog te wachten. Want hij die de rustplaats van God binnengaat, rust uit van zijn werk, zoals God van het zijne. We moeten ons dus inspannen die rustplaats binnen te gaan en ervoor oppassen dat we door ongehoorzaamheid er niet binnenkomen (Hebreeërs 4:8-11).
Nog moet worden vermeld dat in verband met het bovengenoemde getal 1000 (2 Petrus 3:8-9) één dag, 1 jaar en 1000 jaren en eeuwig leven kan betekenen, omdat God altijd in het eeuwige nu leeft en tijd voor Hem in feite niet bestaat. Kan één dag daarom ook niet 10 jaren betekenen?
Wij willen het hierbij laten. Wij vragen u deze beschouwing biddend te lezen en wij verzoeken u ernstig rekening te houden met de MOGELIJKHEID dat dit plan van God uitkomt (Amos 3:7; Ef. 3:9-11). Wees a.u.b. waakzaam. Ja Heer Jezus, kom! (Maranatha). O, Heer Jezus wij houden van U! O, Heer Jezus, wend ons hart voortdurend tot U op grond van de kracht van Uw bloed!
Het grootste gevaar . ( DAVID WILKERSON ).
Het grootste gevaar voor ons allemaal is het niet in staat zijn om de Heer te zien temidden van onze problemen. In dat hoogtepunt van angst, wanneer de nacht op haar donkerst is en de storm op zn hevigst, dan komt de Heere Jezus altijd naar ons toe, om zichzelf te openbaren als de Heer van de vloed, de Redder in de storm. De HERE troonde boven de zondvloed, ja, de HERE troont als koning in eeuwigheid (Psalm 29:10).
In Matteus 14 beval Jezus zijn discipelen in de boot te stappen om naar de overkant te gaan. De boot ging richting onrustige wateren en zou heen en weer geslingerd worden door de golven. Waar was de Heere Jezus temidden van dit alles? Hij stond op de bergen en keek uit over de zee, Hij was er, Hij overzag alles en bad voor zijn discipelen dat ze niet zouden falen in deze test waarvan Hij wist dat ze hem moesten doorlopen.
U zult wel denken dat op zn minst toch één discipel zou herkennen wat er gaande was en zou zeggen Kijk vrienden, de Heere Jezus zei dat Hij ons nooit zou verlaten. Hij stuurde ons op deze reis, en staan nu in het midden van Zijn wil. Hij zei dat de stappen van een rechtvaardig man recht zouden zijn. Kijk nogmaals, dat is onze Heer! Hij is hier! We zijn nog nooit uit zijn zicht verdwenen.
Maar het tegendeel was waar, geen enkele discipel herkende hem! Ze hadden niet verwacht dat de Heere Jezus met hen was temidden van deze storm. Nooit hadden ze verwacht dat Hij met hen was, of zelfs ook maar in de buurt was! Maar hij kwam naar hen toe, wandelend over het water.
Uit dit alles valt één les te leren, een hele simpele, niet een of andere diepe, mystieke, zweverige les. De les die hier te leren viel was dat de Heere Jeuzs eenvoudigweg wou dat ze hem zouden vertrouwen als hun Heer, temidden van elke storm. Hij wou simpelweg dat ze zich zouden vasthouden aan hun vreugde, hun overtuiging en geloof, zelfs in de donkerste momenten van hun levens. Dat is alles!
U ZEI...
HET GLORIERIJKE KRUIS. (Schriften van Madeleine ).
ACHTSTE VERSCHIJNING
Dinsdag, 12 juni 1973 om 19.00 uur, in de kapel
Madeleine beëindigt met de zusters en de priester het rozenkransgebed. Zij voelt een wind langs haar gezicht strijken en denkt dat het tocht is, maar benieuwd vraagt zij de priester toch of hij die wind ook heeft gevoeld. Na zijn ontkennend antwoord verschijnt de glans "van een verbluffende schoonheid" op de plaats van het tabernakel.
Jezus verschijnt met uitgestrekte handen als om haar te begroeten, en zegt :
"Weest zo goed om tot hier te naderen."
Madeleine gaat dichtbij Hem staan.
"Zegt dit hardop."
Hij heeft heel langzaam, woord voor woord voorgezegd :
Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Al wat u gegeven is : Ik ben de Liefde, de Vrede, de Vreugde, de Opstanding en het Leven. Kust de aanwezigen hier uit liefde en medemenselijkheid.
"Weest zo goed om dit te herhalen :
Attendite, quod in aure auditis, prædicate super tecta. Per te Magdalena civitas Dozulea decorabitur per Sanctam Crucem et ædificat Sanctuarium Domino in monte ejus. Terribilis est locus iste.
Vertaling uit het Latijn : "Opgelet ! Hetgeen u met het oor hoort, verkondigt dat van de daken. Door u, Madeleine, zal de stad Dozulé getooid worden met het Heilig Kruis en zal het een Heiligdom voor de Heer vestigen op zijn berg. Hoe vreeswekkend is deze plaats !"
Kust de grond drie keer uit boete voor de Ongerechtigheid."
Jezus was diep bedroefd. Langdurig heeft Hij naar de drie aanwezige personen gekeken en heeft gezegd :
"Zegt dit hardop tegen de personen, die met u de rozenkrans bidden (de twee zusters en de priester) :
Haast u de wereld bekend te maken wat u gezien en gehoord hebt in mijn Naam. Geeft opdracht aan het bisdom mijn voorschrift bekend te maken om het Glorierijke Kruis en het Heiligdom van Verzoening op te doen richten, op dezelfde plaats waar Madeleine het zesmaal gezien heeft, en komt hier allen heen in processie.
Vervolgens heeft Jezus zijn armen opgeheven met de handen naar Madeleine gekeerd, zijn blik in de verte, en heeft Hij gezegd :
"Wanneer dit Kruis van de aarde verhoogd wordt, zal Ik alles tot mij trekken."
Waarop armen en handen weer in begroetende stand kwamen en Hij zei :
Weest zo goed hier iedere eerste vrijdag van de maand te komen. Ik zal u bezoeken tot aan de oprichting van het Glorierijke Kruis."
Madeleine bewondert Hem een ogenblik waarna Hij verdwijnt terwijl Hij zich enigszins verheft.
Zielen van Mijn Onbevlekt Hart, Mij is kennis gegeven van Gods bedoelingen met de levensweg van ieder van jullie. Mij is ook macht gegeven over de vormgeving van die weg. Zodra de ziel zich totaal aan Mij toewijdt, ben Ik haar landkaart: Ik leid haar langsheen haar levensweg, en leer haar de betekenis van de landschappen langsheen die weg, opdat zij diep in haar hart moge voelen wat God van haar verwacht.
Elke levensweg is bedoeld als een weg naar Gods Hart. Geen twee zielen worden op precies dezelfde weg geroepen, zodat het landschap langsheen de levensweg voor elke ziel verschillend is. Geen twee zielen krijgen dezelfde bagage voor onderweg mee. De bagage is het geheel van de vermogens en bekwaamheden van de ziel, en haar voedsel om de weg tot een goed einde te kunnen brengen.
De ziel kan zelf haar bagage veranderen, door eigen wegen te kiezen, die afwijken van deze van haar eigenlijke roeping. In wezen pleegt deze ziel diefstal jegens God, want zij eigent zich voorraden toe die zij niet van God heeft meegekregen. Ik wil hiervoor het volgende beeld gebruiken: wanneer God een ziel op tocht zendt met een rugzak vol appelen, mag zij deze niet inruilen voor een rugzak vol peren, want God heeft haar de appelen meegegeven omdat zij deze voor haar levensweg nodig zou hebben, en niet de peren. Indien zij niettemin de appelen ruilt voor peren, zal zij op haar levensweg verhongeren, en bovendien niet de soort vruchten voortbrengen, die God van haar verwacht. Op een bagage die de ziel zelf verzamelt, rust niet Gods zegen. De ziel ervaart dit vroeg of laat doordat de taken, waartoe zij niet door God is geroepen, haar verzwakken en haar zelfs inwendig ontwrichten.
Diep in elke ziel ligt een kiem van Gods Eeuwige Wijsheid verborgen, die de ziel de richting, het doel en de zin van haar levensweg toont. Door wereldse invloeden en door de eigen vrije wil van de ziel wordt deze kiem heel vaak in zijn bloei geremd en zelfs verstikt. Eén van de grote doelstellingen van de volkomen toewijding aan Mij is deze, dat Ik deze kiem van wijsheid met nieuwe levenskracht tracht te voeden en Ik de ziel wil leren, alle remmende factoren onwerkzaam te maken.
Gods Voorzienigheid heeft het zo beschikt dat de levensweg van elke ziel vele bochten en vele zijwegen ontmoet. Zo bereikt de ziel vele punten waarop zij keuzen moet maken. Dit is nodig voor haar ontwikkeling, voor haar reis naar de heiligheid die God voor haar verlangt. Daarom noem Ik de vrije wil van de ziel de sleutel tot het Paradijs. De ziel kan deze sleutel gebruiken tot haar voordeel of tot haar nadeel.
Zie, vaak tekent de ziel voor zichzelf een weg uit, die beter bij haar lijkt te passen. Vaak ook, volgt zij niet de bochten die God voor haar voorziet omdat deze voor haar vervolmaking nodig zijn doch gaat zij rechtuit en verzeilt hierdoor op een weg van haar eigen keuze. Zij meent dat zij God dient door rechtuit te gaan, doch merkt laattijdig dat het landschap niet meer door Gods zegen wordt bevrucht: het wordt tot een woestijn vol slangen en schorpioenen, vol dodelijk vergif voor het zieleleven.
Zo vaak kiest de ziel voor een weg die schijnbaar bij haar past, doch haar in werkelijkheid alle vruchtbaarheid doet verliezen. De weg van de ware roeping is een weg vol bochten, want hij vraagt voortdurende aanpassingen en soepelheid. Het is een weg vol bloemen, waarvan sommige giftig zijn, doch die de ziel leert herkennen zolang zij het verlangen heeft om Gods Waarheid in alles te kennen. Rond de bloemen dansen vlinders: verheugende elementen die echter onzeker zijn, want zekerheden zijn de vijanden van de verdiensten voor de ziel: indien de ziel alles met zekerheid wist en kon voorspellen, zou zij niet de verdiensten van het blind geloof en de blinde overgave kunnen verwerven. De vlinders langsheen de levensweg maken de ziel opmerkzaam: de onzekerheden houden het geweten op scherp. Zodra de ziel eigen wegen gaat, komt zij in landschappen waaruit zowel de bloemen als de vlinders verdwijnen: het ware Leven trekt uit de ziel weg, en het geweten wordt geleidelijk minder werkzaam.
Lieve zielen, geef Mij de kans om Gids en Meesteres van jullie weg te zijn, opdat Ik jullie de tekenen van het landschap kan leren, en de wetten van het Goddelijk Leven in jullie kan branden. Vertrouw op Mij en gehoorzaam Mijn wenken in jullie harten, want Ik wil jullie Schild zijn tot aan de poort van het Paradijs. Onthoud dat de juiste weg deze is, waartoe God de ziel roept. Wanneer de ziel eigen wegen kiest of eigen verlangens als haar ware roeping beschouwt, zal het haar aan drijfkracht ontbreken om deze zelf gekozen weg te voltooien met de vreugde en vrede van de ziel die door Gods Geest wordt bestuurd. Geen zaad komt tot rijping wanneer het niet rechtstreeks uit Gods hand aan de zaaier wordt gegeven en niet op Gods tijd en op de door God aangewezen plaatsen wordt uitgestrooid.
Ik ben de gouden stem uit het Paradijs, Ik heb de macht om de beschikkingen van Gods Voorzienigheid aan de zielen kenbaar te maken.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 5,14-17. Psalmen 63,2.3-4.5-6.8-9. Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 20,1.11-18.
Lezing uit de 2e brief van de apostel Paulus aan de Corinthiërs 5,14-17.
Inderdaad, Christus liefde dringt ons. We oordelen aldus: Eén is voor allen gestorven; dus zijn ze allen gestorven. En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem, die voor hen gestorven is en verrezen. Daarom ook beoordelen we van nu af niemand meer naar het vlees; en zo we Christus naar het vlees mochten beoordeeld hebben, dan doen we dit thans niet meer. Derhalve, zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar.
Psalmen 63,2.3-4.5-6.8-9.
God, wat verlang ik naar U; mijn God, naar U dorst mijn ziel, Naar U smacht mijn lichaam als een dor en droog land naar het water. Ik blik naar U op in uw heilige woning, Om uw macht en uw glorie te aanschouwen! Ja, uw genade is kostelijker nog dan het leven: Daarom moeten mijn lippen U loven, En wil ik U al mijn dagen prijzen, Mijn handen opheffen in uw Naam. Gij verzadigt mij als met vet en met merg, En mijn mond juicht U toe met jubelende lippen; Want Gij zijt mijn Helper, Ik nestel in de schaduw uwer vleugelen; Mijn ziel klampt zich aan U vast, En uw rechterhand is mij een stut.
Heilig Evangelie van Jezus Christus volgens Johannes 20,1.11-18.
Op de eerste dag der week kwam Maria Magdalena s morgens vroeg, terwijl het nog donker was, naar het graf, en zag de steen van het graf afgerold. Maar Maria bleef buiten bij het graf staan wenen. Onder het wenen bukte ze zich voorover naar het graf, en zag er twee engelen zitten in witte gewaden, de een aan het hoofdeind, de ander aan het voeteneind van de plaats, waar Jesus lichaam gelegen had. Ze zeiden tot haar: Vrouw, waarom weent ge? Ze zei hun: Omdat men mijn Heer heeft weggenomen, en ik niet weet, waar men Hem heeft neergelegd. Toen ze dit had gezegd, keerde ze zich om, en zag Jesus staan; maar ze wist niet, dat het Jesus was. Jesus sprak tot haar: Vrouw, waarom weent ge; wien zoekt ge? In de mening, dat het de tuinman was, zeide ze Hem: Heer, zo gij Hem hebt weggehaald, zeg me, waar ge Hem hebt neergelegd, dan zal ik Hem wegdragen. Jesus zei haar: Maria! Ze keerde zich naar Hem toe, en zei in het hebreeuws: Rabboni; dat wil zeggen: Meester! Jesus sprak tot haar: Houd Mij niet vast; want nog ben Ik niet naar den Vader opgestegen. Maar ga naar mijn broeders, en zeg hun: Ik stijg op naar mijn en uw Vader, naar mijn en uw God. Maria Magdalena ging aan de leerlingen zeggen: Ik heb den Heer gezien; en wat Hij tot haar had gezegd.
Bron : Petrus Canisius bijbelvertaling
Ja Vader, wij danken U .
Ja Vader, wij danken U voor alle wat wij gekregen hebben en wat wij met elkaar kunnen delen. Wij danken U voor ons hart dat andere mensen kan aanvoelen, voor onze ogen die kunnen bewonderen, voor onze handen die kunnen bouwen en schenken voor de liefde die ons bijeen brengt, en die ons leert hoe groot Gij zijt, want Gij zijt de Liefde in alles wat leeft. Voor zoveel goeds danken wij U terwijl wij voor U zingen:
Heilig, heilig
Ja Vader, Gij hebt ons zoveel goeds gegeven. Gij hebt ons aan elkaar gegeven om te genieten aan elkaar maar ook om elkaars noden te verlichten. Mensen zijn zo verschillend, zo anders van elkaar. Vaak begrijpen zij elkaar niet, ja, soms buiten zij elkaar uit. Als mensen leven in hun eigen gesloten wereldje zijn ze vaak hard voor elkaar. Gij hebt ons Uw Zoon Jezus gezonden, die ons toonde hoe wij de cirkel van het eigen wereldje, van egoïsme en haat kunnen breken. Hij leerde ons vergeving, kwijtschelding van schulden, solidariteit. Hij vertelde dat Gij onze Vader zijt, en dat Liefde het bindmiddel tussen de mensen is. Zelf gaf Hij daarvan het teken tot het uiterste, tot de dood toe. En op de avond voor zijn sterven nam Hij het brood van de tafel ...
Altijd weer, Vader, willen wij verkondigen wat Jezus deed, en trachten te leven zoals Hij. Zijn geest leeft verder in mensen, die solidair blijven met elkaar, ook als het moeilijk wordt, die anderen steunen in hun omgeving, die het onrecht in de wereld bestrijden, de ongelijkheid tussen het Noorden en het Zuiden. Ooit zullen mensen elkaar meer dan nu het levenslicht gunnen in elkaars ogen. Met alle mensen die daarnaar streven in vragen wij Uw steun, en zeggen wij dank voor elk moment dat wij die toekomst bij ons ervaren. Daarom blijven wij u loven om Jezus, onze leraar. Door Hem en in Hem...
Lieve God,
Gij zijt een goede Vader. Gij zijt altijd bij ons, precies op het moment dat wij U nodig hebben. Gij zijt een beetje als een troetel, die bij ons is als wij alleen zijn. Maar Gij zijt méér dan een troetel. Door U zijn wij niet alleen, en kennen wij vrienden om ons heen. Wij vragen U, vader: leer ons leven met een warm hart vol liefde, net zoals Jezus leefde. Amen.
Jezus,
Jezus, gij ziet al de mensen graag; als zij je pijn doen dan ben jij toch weer lief dat kan ik niet. help mij om iedereen graag te zien. help mij niet te rap boos te zijn. dan wordt ik ook ooit zo goed als gij.
Vrienden,
Vrienden, je vindt ze overal, maar er is nog altijd één echte vriend waar je min of meer van houdt, waar je een heel leven mee bouwt. Waarom heb ik hem gekozen ? Omdat hij ruikt naar rozen ? Nee. Omdat hij houdt van zwart ? Of om de manier waarop hij lacht ? Nee. Omdat hij houdt van messen en helemaal niet van lessen ? Ik weet het niet ! Soms is hij een echte bandiet, doet wat raar, maakt zo'n gek gebaar. Maar met hem ga ik op kamp en zeg dan: "God, bedankt !". Al heb ik een hele rij een echte vriend, dat ben jij !
Goede Vader.
Goede Vader, altijd opnieuw mogen mensen bij U komen. Altijd opnieuw krijgen zij een nieuwe kans omdat Gij meer van ons houdt dan wij beseffen. Gij houdt van al deze kinderen, en Gij wilt dat zij een mooie toekomst tegemoet gaan. Gij houdt van al deze ouders, al de mensen in deze kerk, onze vrienden, kennissen, ieder op deze aarde. Help ons om over U te vertellen zodat iedereen ook kan voelen dat Gij van hen houdt. Dan groeit er meer hoop en liefde, en blijven wij elkaar trouw vergeven en nieuwe kansen schenken; dat vragen wij U in de Geest van Jezus, uw Zoon en onze Heer. Amen
Goede God,
Goede God, Uw liefde telt voor iedereen op ieder moment, op iedere plaats, in gelijk welke omstandigheid en bij gelijk welke gelegenheid. Uw liefde wil mensen vrij maken van alles wat hen gevangen houdt door regels, onrechtvaardige wetten en gewoonten, en door afkeer en haat. Geef ons wat van uw liefde die medemensen kan vergeven en kansen geven. Maak ons niet sjagrijnig maar open voor elke mens rondom ons, door Jezus, uw Zoon en onze leermeester. Amen
MIJN KIND .
Wat ben ik bedroefd, voor het onheil dat in de lucht hangt. Ik heb verdriet voor al mijn kinderen, die mijn liefde niet willen ontvangen. Kinderen neem mijn gebed mee in uw hart. Vraag de Goddelijke wereld kracht, want u weet niet welk onheil u opwacht.
O, kinderen, wat staat er toch te gebeuren. Vele harten zullen door het onheil uit elkander scheuren. Bid mijn kinderen, voor uw geluk en voor uw nakomelingen. Zodat die ook nog een leven mogen verwachten, gesmeed door twee ringen.
Laat mijn liefde door de terugkomst van Mijn Zoon uw ziel reinigen. Dat is voor alle ongelovigen, die nog niet met Mijn Zoon willen verenigen. Help mij mijn kind, om deze ongelovigen zielen het licht te laten zien van mijn liefde. Om de pijnen te laten verzachte, wat er hun verleden griefde.
Dat ze nu wel de liefde willen begrijpen van het leven. Om de haat en het kwaad niet meer op deze aarde te willen beleven. Maar alleen Mijn Zoon te willen aanvaarden. Dat het onheil dan niet zal gaan ontaarden.
HELP JE OOK MEE?
Wil je ook een betere wereld om je heen? Begin dan bij je zelf, ga eens op bezoek naar je eenzame naaste, dan voelt hij zich ook niet zo alleen Want waarom willen menige ouderen een einde aan hun leven maken. Omdat ze zich ongelukkig voelen, door een slecht oor en oogvermogen, en dat hun botten steeds meer beginnen te kraken.
Dat geeft pijnen en hun geheugen laat hun in de steek, wat ze verschrikkelijk vinden. Het word onvolledig, en sommigen worden door hun gedrag, net kinderen. Lieve mensen dit is het leven, het maakt niet uit hoe je eruit ziet. Blijf van je eigen krakende wagen houden, en dat je steeds van het leven geniet.
Men weet elkeen kan er hetzelfde voor komen te staan. Daarom moet men nu gaan nadenken, voordat je kinderen je later naar een bejaardehuis laat gaan. Als je aan je kinderen een goed voorbeeld geeft. Zal het voor jou ook waardig zijn als je later zelf de oude dag beleeft.
Maar niet van wie die geen goed voorbeeld heeft gegeven. Dan zal jou kind, je ook geen liefde geven. Want wie geen moeder liefde heeft gegeven. Zal dan ook geen mooie aardse toekomst gaan beleven.
Nu ben je nog op deze aard. Laat het leven voor elkander blijven, de moeite waard. Dat je dan in je laatste ademstoot. Gelukkig afscheidt neemt van het leven naar de aardse dood.