|
Oproep aan alle zielen voor de maand MEI
Tot verheerlijking van Maria, Gods Meesterwerk
MEI is een maand waarin de verheerlijking van de Heilige Maagd Maria bij de christenen in het middelpunt staat. Maria is door de eeuwen heen reeds in vele hoedanigheden bekend en erkend geworden.
Het is ons bekend dat God de zielen met het Nieuw Verbond de gelegenheid heeft geboden om zich uit de dreiging van de zieledood te bevrijden door Zijn Zoon Jezus Christus te volgen, en in Zijn navolging de kruisen van hun eigen leven te omhelzen en in liefde te dragen, want alle beproevingen hebben een verlossende waarde mits zij aan God aangeboden worden. Geen enkele ziel heeft ooit zoveel beproevingen gedragen in zoveel liefde en overgave, als Maria. Doordat Maria bovendien door een Goddelijk Mysterie één was gemaakt met het Hart van Jezus, heeft het offer van Haar hele leven van smarten een nooit geziene verlossende waarde gekregen, en is door Haar leven op aarde het Nieuw Verbond, dat door God Zelf met Zijn Bloed was ondertekend, bovendien bekrachtigd door de heiligste der geschapen mensenzielen en in hun naam.
Om deze reden verlangt God dat de zielen Maria zouden erkennen als Medeverlosseres met Jezus Christus.
Maria is slechts geboren om onze Verlossing voor te bereiden. Haar hele leven stond in het teken van de Verlossing. Sedert Haar jawoord aan de Engel Gabriël op nog jonge leeftijd was alles één grote voorbereiding op het grote Kruisoffer van Haar Kind. God had Haar hiertoe trouwens vanaf Haar geboorte voorbestemd: door Haar Onbevlekte Ontvangenis had Zij het levenslicht gezien in volmaakte zuiverheid, en Zij bleef een leven lang volkomen vrij van alle zonde. Zij heeft slechts geleefd voor Jezus' opvoeding en Missie, en dus voor de hele mensheid, doch de meeste zielen hebben Haar grootheid nog steeds niet begrepen.
Toen Maria Jezus in de Tempel opdroeg, voorspelde de oude Simeon dat Haar ziel door een zwaard doorboord zou worden. Dat zwaard symboliseert niet slechts de intense pijn van het getuige-zijn van de dood van Haar Goddelijke Zoon, doch ook de onvoorstelbare pijnen die Maria doorheen alle eeuwen zou lijden door het feit dat Zij door een Goddelijk Mysterie alle leed van de hele mensheid in Haar eigen Hart zou voelen, en Haar Hart telkens opnieuw doorstoken zou worden door elke zonde van elke ziel doorheen alle eeuwen. Maria kent de volheid van de pijn die elke zonde het Hart van God kost, en door de volmaaktheid van Haar Liefde werkt deze ervaring zich in Haar uit als een verscheurende smart die pas zal eindigen bij de grondvesting van Gods Rijk op aarde, wanneer het kwaad definitief aan banden zal zijn gelegd.
God heeft Maria ten volle deelachtig gemaakt aan het Verlossingsmysterie. Zij werd geroepen tot de mystieke bruiloft met de Heilige Geest, en versmolt met het Goddelijk Hart van Jezus. Dit Mysterie werd door God uitgewerkt tot een hoogte die geen ziel op aarde zich kan voorstellen.
Maria deelde in alle Lijden van Christus gedurende Zijn hele leven als God-Mens. Zij deelt verder in de vreselijke smarten om alle zonden der wereld doorheen alle eeuwen, en Zij ervaart in Haar eigen Hart alle leed dat alle schepselen van God lijden, in het bijzonder het leed dat het gevolg is van zondige handelingen, woorden en verlangens.
Totnogtoe is Maria door allerlei omstandigheden niet officieel erkend als Medeverlosseres. Nochtans wordt de titel Medeverlosseres sedert vele jaren geregeld gebruikt, ook in kerkelijke teksten. Als Meesteres van alle zielen verklaart Maria eveneens geregeld dat Zij in waarheid de Medeverlosseres is. De erkenning van Maria als Medeverlosseres is van groot belang voor de mensheid. Het is precies daarom dat de erkenning ervan in bepaalde kringen op zoveel tegenkanting stuit. Wij moeten deze strijd begrijpen als een uiting van de eeuwige strijd tussen Licht en duisternis, tussen Gods Wijsheid en menselijke verblinding.
Waarom is de erkenning van Maria als Medeverlosseres zo belangrijk voor de zielen? Omdat de Kerk door deze officiële erkenning aan God te kennen zou geven dat de christengemeenschap erkent dat Maria samen met Jezus de duivel heeft overwonnen. De erkenning van Maria als Medeverlosseres betekent dat de mens zelf erkent dat een mensenziel heeft meegewerkt om de mensheid uit de macht van de duivel te verlossen, en dit is van het allergrootste belang: Indien de zielen Marias eigenschap als Medeverlosseres niet officieel erkennen, betekent dit dat zij ervan uitgaan dat alleen God Zelf in de Persoon van Jezus Christus de macht van de duivel heeft gebroken, doch het is precies door de erkenning van de medeverlossende macht van de heiligste mensenziel van alle tijden dat de vestiging van het Rijk Gods op aarde moet worden ingeluid: God dringt Zijn weldaden niet op. Niet Gods Werken op aarde zijn voor God van doorslaggevend belang, wel het feit dat mensenzielen deze Werken bekrachtigen.
Volgens Gods belofte zal het Rijk Gods op aarde ingeluid worden door de Triomf van het Onbevlekt Hart van Maria. Zij is door God aangesteld tot Leidster in de strijd tegen de duisternis. Het is door de erkenning van Maria alls Meesterwerk van God dat de overwinning van het Licht op de duisternis voltooid zal worden. Maria heeft de duisternis reeds restloos overwonnen in Haar eigen leven. Op grond van Haar Onbevlekte Ontvangenis, en door de volheid van Haar verdiensten, heeft Zij als Meesteres van alle zielen de macht gekregen om alle zielen innerlijk zozeer te veranderen dat zij voorbereid worden op de meest doeltreffende wegen om de Verlossing in zichzelf te bekronen en zo het Werk van de Verlosser tot rijping te brengen. Jezus Christus heeft het zaad van de Verlossing in de zielen gestort. Maria heeft de macht gekregen om het in de zielen tot rijping te brengen. Daarom is Zij met recht de Medeverlosseres van de zielen. Door Haar mystieke versmelting met het Hart van de Lijdende Christus heeft Zij het Verlossingsoffer samen met Hem als uit één Hart aan de Eeuwige Vader opgedragen, en het is Haar roeping om dit te blijven doen tot de grondvesting van Gods Rijk op aarde, wanneer het Verlossingsmysterie de volheid van zijn uitwerking zal hebben bereikt.
Maria Zelf, de Meesteres van alle zielen, roept hierbij de lammetjes van Christus op om zich, tot verheerlijking van Gods Werken, die in Haar hun volmaaktheid hebben gekregen en waarvoor Zij door God aan de schepping wordt voorgesteld als Vertegenwoordigster, gedurende de maand mei op een bijzondere wijze in te zetten voor de erkenning van Maria als de Medeverlosseres met Jezus Christus. Zij nodigt de zielen uit om dit te doen door:
1. door het brengen van offers met deze intentie;
2. indien mogelijk door het opdragen van Heilige Misoffers met deze intentie;
3. door sacramentele Biecht, waarbij oprecht berouw over zonden en fouten wordt opgedragen tot vereniging met de smarten van Maria over alle zonden;
4. door gebed tot de Heilige Geest opdat alle zielen, met inbegrip van de geestelijkheid, verlicht mogen worden over de rol die God Maria in Zijn Verlossingsmysterie heeft toebedeeld;
5. door het opdragen van één of meer vastendagen met deze intentie;
6. door toewijding van zichzelf en hun hele leven aan Maria, met de intentie dat Zij alle beproevingen van hun hele leven moge verenigen met het kruisoffer van Jezus tot erkenning van Maria als de Medeverlosseres en tot definitieve overwinning van het Licht op de duisternis.
Waarom roept Maria nu in Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen op tot inspanningen voor Haar erkenning als Medeverlosseres, terwijl Zij toch duidelijk heeft verklaard dat Haar hoedanigheid als Meesteres van alle zielen de absolute bekroning van Haar wezen is? Omdat Zij voor God niet eens Meesteres van alle zielen zou kunnen zijn zonder voor Hem ook Medeverlosseres met Gods Zoon te zijn. De Meesteres van alle zielen heeft de macht om zielen op volmaakte wijze te leiden op de weg naar de heiligheid, en in hen het zaad van de verlossing tot volle rijping te brengen, doordat Zij ten volle bij het Verlossingswerk van Christus is betrokken. De erkenning van Maria als Medeverlosseres met Jezus Christus staat gelijk met een erkenning, vanwege de zielen, dat Gods Liefde zo volkomen is dat Hij Zijn Verbond met de zielen tot hun Verlossing niet als voltooid heeft willen beschouwen zonder de actieve inbreng van de ziel die door God tot Brug tussen Hemel en aarde is geroepen: Maria, Vertegenwoordigster van God naar de zielen toe, en Vertegenwoordigster van de zielen naar God toe. In de volwaardige deelname van Maria aan de uitwerking van dit Verbond heeft God de waardigheid van de geschapen ziel ten volle bekrachtigd: slechts door Marias medewerking beschouwde God het Verlossingswerk als een wederkerig Verbond tussen Hem en de mensheid. Laten wij daarom samen het geschenk van Marias hoedanigheid als Medeverlosseres aanvaarden door het te erkennen, en voor de erkenning ervan door andere zielen en door de kerkelijke overheden te bidden en te offeren. Wat voor God geldt, zou door de zielen als vanzelfsprekend beschouwd moeten worden.
|