|
7 september 2008
Vader Benedictus 2.
Visioen van de Heilige Benedictus
Woensdagavond hing ik een Benedictuskruis boven mijn bed. Ik deed het avondgebed en legde mij te slapen. Plotseling werd ik gewekt door een krassend gelach. Ik opende de ogen en voor mij in de kamer stonden twee donkere gedaanten die mij reeds bekend waren van een andere belevenis. In mijn kamer brandde dat vuur, waar omheen ze zich toen ook verzameld hadden. Eerst keken ze mij helemaal niet aan. Ze keken alleen in het vuur. Ik wilde recht gaan zitten, maar kon het niet. Het was alsof ik aan het bed gekluisterd was. Ze lachten alleen en negeerden me. Dan greep een van beiden in het vuur en haalde er weer een vuurspaan er uit. Dan keerden ze zich naar mij toe en de gedaante zonder vuurspaan kwam naar mijn bed. Hij ging op mijn bed zitten en streek over mijn wangen. Het brandde vreselijk. Een ongelooflijke pijn trok door mijn lichaam, maar ik kon niet eens schreeuwen.
De verleiding
De gedaante lachte en zei steeds weer:
Waar zijn dan je engeltjes? Ze laten je zo helemaal alleen!
Weer lachten ze en weer volgde die uitspraak. Dat ging zo een tijdlang door. Terwijl de gedaante steeds maar over mijn wangen streek. De ander lachte maar en de vuurspaan gloeide steeds harder. Toen begon het:
Hier stinkt het werkelijk naar huichelachtig bidden. Heel wonderbaar. Je bidt echt toch zo mooi verkeerd, dat je ons erdoor roept.(lachen) Weet je voor die daar boven ben je om t even. Die daarboven geeft jullie een leven als slaven. Maar jullie hebben dr niks aan. En zondaars zijn jullie
. heel grote
.. zon erge dat jullie niet daarboven komen. En zeker ene als jij, die komen snel bij ons. Maar bij ons ist helemaal niet slecht. Moet alleen ophouden met knievallen. Dat dood vlees moet je ook niet meer eten, omdat
dat stinkt zo erg. En je ziet wel dat we veel te zeggen hebben. Je kunt je nog niet meer verroeren. (lachen) Niet eens bewegen kan zich dat klein snotjong
..dat aan die daar boven gelooft. En waar is die dan nu? Waar zijn dan die
..die je helpen. Alleen laten ze je en niks doen ze voor je! Wij zijn er al
.Mag meekomen? Dan zou alles wel direct voorbij zijn, en je zult wel zien dat, dat wat komt nog veel beter is. Weet, jullie kunnen helemaal niet gered worden door dat dode vlees. Die daarboven houdt niet genoeg van jullie! Hij komt naar beneden en wil jullie helpen en jullie vermoorden hem. (lachen) Stommeriken dat jullie zijn! Brengen m om, die jullie wilde helpen. En niks hebben jullie druit geleerd. Maken er nog veel kapot die willen helpen. En dan weer knievallen en vlees vreten. Ja, ja, die daarboven stuurt jullie dan sowieso naar onder.
Als je vrijwillig komt, dan gaat het je daaronder beter. Dan kun je meehelpen dander te redden.(lachen)
Wees niet bang!
Omdat ik immers de mond niet open kreeg begon ik in stilte op mijn engelbewaarder te roepen. Ik smeekte hem naar me toe te komen en me te helpen. In mijn hart schreeuwde ik:
Mijn lieve engelbewaarder! Kom naar me toe en bevrijd me van deze leugenaars! Bevrijd me van hen die onze God zozeer beledigen!
Eindelijk verscheen dat heldere en zo verlangde licht en daarin de engel met zijn zwaard in de hand.
* In Naam van de Drievuldige God. In Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. In Naam van de Grote Schepper van alle leven: laat dit kind vrij. Hij is onderweg in opdracht van de hemelse Heerser. Hij staat onder de bescherming van de Moeder! Elk schepsel dat de hand aan hem slaat, zal de toorn van de Allerhoogste over zich afroepen!
Dan slingerde hij weer met zijn zwaard en verdreef daardoor de donkere gedaanten.
Hij kwam bij mijn bed, reikte me de hand en hielp mij, me op te richten. Hij ging bij me aan bed zitten en nam me in de arm, omdat ik intussen bitter was gaan huilen. Hij troostte me:
* Wees niet bang, er kan je niets gebeuren. Wees standvastig en vertrouw op onze hulp. De engelen behoeden je voortdurend. De kwade vijand maakt je alleen bang! Je draagt het kruis toch om je hals! Het beschermt je tegen hen, ook als ze nog vaker zullen komen om je angst aan te jagen. Maar wees verzekerd: meer kunnen ze je niet doen. En zo gauw je om hulp roept zal iemand komen om je te helpen. Maar neem dit lijden aan. Zelf heb je het machtigste wapen tegen de boze. Bid! Ze zullen niet onmiddellijk verdwijnen, maar je zult zien: je gebed zal steeds krachtiger worden. Alleen, verlies de moed niet en vertrouw op Gods oneindige Liefde en barmhartigheid. Wij zijn waakzaam en altijd in je buurt!
Ik zei enkel zachtjes: Dank je! Daarna liet de engel me los, lachte me toe, stond op, en trad terug in het licht. Daarop verdween hij.
Toen knielde ik neer, ik werd langzaam aan rustiger en bad een gebed dat ik me nog goed herinnerde uit mijn kindertijd:
Heilige engelbewaarder mijn
laat mij jou aanbevolen zijn
Sta mij in elke nood bij
en hou me van zonden vrij
Voer mij verder aan jouw hand
naar het Hemels Vaderland. Amen.
Ik ben het, Benedictus.
Ik ging daarna weer in bed liggen en probeerde in te slapen. Ik trok mijn benen op onder de dekens met het gezicht naar de muur. Toen voelde ik hoe iemand op mijn bed ging zitten. Mijn hart ging razend tekeer en ik draaide me om. Daar zat de Heilige Benedictus in zijn ordekleding. Hij lachte vriendelijk en zei:
* B: Wees niet bang. Ik ben het. Ik weet: het is laat en je bent moe. Maar het moet vandaag eenvoudig zijn. Geloof die demonen niet. Alles, maar ook alles wat die zeggen is je reinste leugen!
* Om je hart rustig te maken heeft God me uitgezonden, om jou iets te verklaren:
* Je weet toch dat God Zijn Zoon in de wereld zond. En daarmee kwam God zelf in de wereld. De gedaante van het kind, dat kind dat van klein af aan steeds weer vervolgd werd is het begin van jullie heil en het grootste geschenk dat God jullie maar kon geven. Velen begrijpen dat immers nog wel. Maar verder: Jezus Christus, de Zoon van God, werd ter dood veroordeeld en gekruisigd. En hierin ligt het ware geheim van de Liefde verborgen. Wie sterft daar aan het Kruis van het heil?
T: Jezus!
* B: En wat betekent dat?
T: Dat God Zijn Zoon voor ons geofferd heeft. Om ons te verlossen.
* B: Ja, dat is zo. Maar: wat betekent dat?
T: Dat we door de dood van Gods Zoon van de dood zijn verlost.
* B: Maar dat betekent nog veel meer! Toen Jezus Christus, de enige Zoon van de Vader aan het kruis stierf, die zelf ook geheel God is, stierf daardoor de gehele Godheid. De Drievuldige God sterft door de persoon van de Zoon en daalt zelf af in de hel om daar te zegevieren over de dood en om de zielen uit de gevangenschap van de dood te bevrijden. Hij sterft zelf en red het leven uit de gevangenschap van de dood, de dood die een eeuwige dood betekent ver van God! Dat is het wonderbaarlijke geheim dat geen mens ooit werkelijk verstaan en begrijpen zal. Maar jullie moeten daarop vertrouwen! God zelf sterft in Jezus Christus aan het kruis. Hij, die alles geschapen heeft, offert zichzelf op in Zijn Zoon. Dat betekent dat in die tijd ook al een volmaakte leer over God in de wereld heerste. Een leer, omdat God dood was. Maar Hij is opgestaan in heerlijkheid en Hij heeft het grootste wonder van het leven voltrokken. Hij schonk jullie door deze daad van liefde het eeuwige leven. Jullie, die uit het paradijs werden verdreven en daardoor verdoemd werden te leven en te sterven, werden verlost van dit lot. Want de dood is jullie werkelijke geboorte. Jullie worden dan geboren in het hemels koninkrijk. Daar waar geen lijden meer is. Het lijden is maakt deel uit van het aardse leven. En hoe meer men hier op aarde tot God nadert, hoe groter het lijden wordt.
T: Maar waarom?
* B: Dat is vaak moeilijk te begrijpen. Maar: wie hier op aarde dichter tot God komt, die beseft Zijn Liefde en Zijn Barmhartigheid. Deze gaven van God verlenen de mensen veel kracht. En door hun lijden nemen ze het lijden van de wereld op zich. Weet je wel wat het betekend heeft dat Jezus Christus alle lijden van de gehele wereld op zich nam, toen Hij het kruis de berg opdroeg, en men Hem daarna kruisigde?
T: Hoeveel lijden geeft God aan een mens, die Hem nabij is?
- B: Niet meer dan hij dragen of verdragen kan. En het lijden, dat mensen op zich nemen, nemen Gods kinderen vrijwillig op zich. Dit is het inzicht, hoe men God op aarde kan helpen: wanneer men het lijden van de wereld op zijn schouders neemt. Niet iedereen is daarvoor uitverkozen, want veel mensen zijn intussen heel zwak geworden. Zij zien God als iets vreemds. De Aartsengel heeft je trouwens al verschillende keren verklaard hoe het staat met God in deze wereld.
Maar: de harten zullen weer gaan branden!
T: En wat kan ik daaraan doen?
B: Bid! Bid veel! Bid met anderen! Laat nooit af te bidden! Dat is het grote wapen tegen de boze! Laat ook niet na Gods Woord te bestuderen, want daarin werden voor jullie veel tekens gelegd. En boven alles: ontvang het Lichaam van Christus en beken je schuld! In de Heilige Sacramenten ligt de wegwijzer naar God. En de sleutel daarvoor ligt verborgen in het Heilig Sacrament van het Altaar! Maar dat zul je allemaal nog leren begrijpen!
Daarna stond hij op en reikte mij de hand. Ik gaf hem de mijne en plotseling stonden we in het bos waar we de laatste keer doorheen getrokken waren. Hier scheen de zon. De lucht was fris en Benedictus ademde eens diep. Met gesloten ogen en een tevreden gezichtsuitdrukking zag hij naar de hemel. Dan keek hij me aan , lachte hardop en gelukkig en zei:
* B: Dan gaan we eens zien wat de hemelse bouwmeesters allemaal aan het maken zijn!
Ik moest ook lachen omdat hij de stemming zo luchtig hield. Uit het ernstige begin van de dag groeide nu een gemeenschappelijke weg en we baden de glorierijke mysteries van de rozenkrans. Het was tijdens het tientje van:
..Jezus zendt ons de Heilige Geest dat we weer aankwamen op de vlakte. Een stap verder dan het bos lag voor ons weer die vlakte omringd door bergen. Die massieve muur stond er nog zoals we haar de laatste keer verlaten hadden. Toen opende de hemel zich weer boven de vlakte en een schare engelen kwam naar beneden. Zij verdeelden het binnenste van de stad in negen delen. De muur tussen de delen was even hoog als de stadsmuur. Toen begonnen ze het middelste deel van de stad op te vullen. Zij bouwden er veel kleine gangen en kamers in. Dus men zag geen muren meer maar een massieve blok, een vlak op de hoogte van de muur. Op alle vier de hoeken bouwden ze een toren. Massief en geweldig. De vier torens waren verbonden door met muur. De torens hadden dezelfde eenvoudige spits als de andere torens. In elke toren hingen de engelen een grote klok. Er waren slechts aan één kant trappen naar boven en er was maar één poort die toegang verschafte tot het hoge gedeelte. De hoofdpoort van de stadsmuur lag in één lijn met de trappen en de poort naar het verhoogde deel.
Toen verzamelden zich de engelen weer rondom de stad. Ze gaven elkaar weer de hand en begonnen God te prijzen. Deze keer viel me echter op dat ze dat deden in veel verschillende talen. Daarna begonnen ze weer de klokken te luiden. Wanneer de vier grote nieuwe klokken instemden met het gelui, kreeg ik kippenvel. Het klonk bijna alsof de klokken van de torens van de stadsmuur prijzende stemmen waren, en de vier klokken van het verheven gedeelte Gods Majesteit uitdrukten. Langzame, diepe slagen die in mij eerbied en deemoed opwekten.
Ik was aan de grond genageld door dit gezicht en deze klank. Daar tikte de Heilige Benedictus mij op de schouder:
* B: We moeten weer weg! Neem alles goed in je op!
We gingen de weg terug. Baden weer de rozenkrans, we begonnen daar waar we eerder waren opgehouden. Toen we klaar waren met bidden, nam Benedictus me bij de hand en ik lag weer in mijn bed. Hij stond weer voor me. Het ging op dezelfde manier zoals we tevoren plotseling in het bos waren. Maar met één verschil, het schemerde al lichtjes
B: Vannacht heb je weinig slaap gehad. Maar: wen je daar aan. Wees altijd waakzaam en bereid. Volg de aanwijzingen van de engel en vertrouw op datgene wat ik je zal leren. Neem mijn regel ter hand en maak je met haar vertrouwd, je zult die nog nodig hebben.
Dan maakte hij me nog een klein kruisteken op het voorhoofd en nam afscheid. Een licht kwam vanuit het niets en omhulde hem. Het licht verdween direct weer en nam de Heilige Benedictus met zich.
Vertaling Mia Stassen België
|