For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
20-12-2011
BOODSCHAP. H. Maagd Maria : Eindtijdprofeet geleid door de Hemel.
H. Maagd Maria : Eindtijdprofeet geleid door de Hemel.
Vrijdag 16 december 2011 22.35u
Mijn kind, Ik kom naar je toe om je hart troost te brengen. Jij, Mijn sterk kind, zal van nu af aan in staat zijn om het lijden zodanig te dragen dat je het zal verwelkomen en zodoende je uithoudingsvermogen bewijst terwijl je strijdt om het woord van Mijn dierbare Zoon, Jezus Christus, te verkondigen.
Jij, Mijn kind, wordt verscheurd. Elke dag dienen nieuwe en meerdere uitdagingen zich aan in dit werk waarvan er een groot aantal moeilijk zijn.
Het is nu het moment om zonder enige angst je wapenrusting(*) op te nemen. Trek voorwaarts en strijd voor Mijn Zoon om ervoor te zorgen dat Zijn heilig woord snel overal ter wereld gehoord wordt ! Zo snel als je kunt ! Talm niet ! Laat geen afleidingen toe !
Ik houd van jou, Mijn kind. Je wordt volkomen gevrijwaard van het kwaad. Merk je niet hoe weinig je nu geraakt bent wanneer je vanwege dit werk door anderen aangevallen wordt ? Dat is de genade van de wapenrusting.
Lever strijd tegen Satan met je strijdmacht van krijgers en help om heel de mensheid te redden.
Jij bent de ware eindtijdprofeet, geleid door de Hemel, om te helpen de wereld te bekeren. Er zal spoedig hulp gestuurd worden. Bereid je voor ! Wees blij want dit is een groot geschenk !
Je wordt geleid bij elke stap die je neemt dus vertrouw gewoon op Jezus en gehoorzaam te allen tijde Mijn Hemelse Vader.
Wees dapper, moedig en ruk op zonder angst in je ziel !
Jouw Hemelse Moeder
Koningin van de Engelen.
(*) Nota : wapenrusting : kan voor aanval of verdediging worden aangewend in een geestelijke strijd.
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG. ( Vanwege de zusters Sacramentinnen).
Beste vrienden,
Veel vriendschap en vrede toegewenst met Kerstmis.
En voor 2012 al het beste,het mooiste wat er is.
Vanwege de zusters Sacramentinnen
Zuster Marie-Gabrielle.
Vanwege Pater Kemseke.
Zalig Kerstmis 2011 en een gelukkig jaar 2012.
De herders haastten zich erheen
en vonden Maria en Jozef en het pasgeboren kind.
Toen maakten ze bekend wat hun over dit kind gezegd was...
Maria bewaarde al deze woorden in haar hart...
(Lucas 2)
Beste familieleden, medebroeders,
vrienden en kennissen,
Een heel jaar mochten we nadenken over de woorden van het Onze Vader, mochten we groeien als kinderen van de ene God moesten alle mensen elkaar eerbiedigen als kinderen van God, onze zo verdeelde wereld er heel anders uitzien en dus als broers en zussen van elkaar, over alle verdeeldheid heen, zoals oorlog, huidskleur, cultuur, ongelijke kansen of ook angst. Soms moeten we de moed hebben om wetten, afspraken en gewoontes opzij te schuiven, en durven terugkeren naar de bron van ons bestaan. Wanneer wij zeggen dat we een bedevaart doen even weg van huis om de zin van onze thuis van op afstand te bekijken en beter te leren begrijpen dan zeggen we net hetzelfde. In Lourdes mogen wij daarbij verwijzen naar de bron die ons is gegeven, Christus zelf in zijn levensoffer, om er aan te putten en nieuwe stappen te zetten naar het Rijk van de Vader voor alle mensen.
Het was een rijk Jaar van het geloof, dat ik met jullie op een of andere manier mocht beleven: conferentie, getuigenis, gesprek, homilie, feestelijke ontmoeting, eucharistie, processie, biecht, vertaalwerk, enz. Op vele manieren en vaak ongepland, mogen wij kind van God zijn, het aan elkaar tonen en elkaar uitnodigen om samen die weg te gaan.
Ook in 2012 laten wij ons daarbij helpen. Wij zullen op uitnodiging van Maria nadenken over de rozenkrans, met de klemtoon op de mysteries, de belangrijkste momenten uit het leven van de Heer Maria beleefde en bewaarde al deze gebeurtenissen in haar hart en van Maria zelf, de moeder en eerste leerlinge van haar Zoon. Zij ging ons immers in het geloof voor en wil ook vandaag nog onze gids naar haar Zoon zijn, zoals ze met Bernadette deed van bij de eerste verschijning, door zich "te bekleden met het kruisteken" als voorbeeld voor de kleine zieneres. De vreugde van Bernadette, "die alleen maar haar rozenkrans kende", omdat zij zich aanvaard wist zoals ze was, mag ook onze vreugde zijn: wij zijn altijd welkom bij onze Moeder, wat ons leven in het verleden ook is geweest.
Welkom dus in Lourdes en ook aan het jaar 2012. Moge de kerstvrede van de moedige en sterke Maria ons allen bereid maken de moeilijkheden van het leven niet als een fataliteit te zien, maar ze aan te pakken en zo van 2012 een goed en mooi jaar te maken.
De weg en de opdracht worden aangekondigd Een bode van de Allerhoogste
Het gebeurde op 25 mei 2008. Omstreeks 19.30u stond ik op het punt mijn woning te verlaten op weg naar vrienden, toen mijn woonkamer met een schitterend licht werd gevuld. Ik wist werkelijk niet wat er om me heen gebeurde. In het licht verscheen een man. Hij was gekleed in een wit maar eenvoudig gewaad. Zijn postuur was slank en groot. Zijn ogen fonkelden als twee zonnen en zijn blik was vriendelijk. Hij keek me in de ogen en hield de wijsvinger van zijn rechterhand voor de mond alsof hij me wou zeggen te zwijgen Hij hield zijn blik strak op mij gericht en sprak:
De tijd is gekomen! De mensheid verandert. De grote tijd van de ommekeer staat voor de deur. Er bestaat meer dan jullie zien. Alle mensen zijn kinderen van God, veel mensen hebben echter de leer en de geboden van God vergeten. God de Heer stuurt jullie zoveel boodschappen en tekens, maar jullie beseffen het niet. Hoeveel tijd moet er nog voorbijgaan vooraleer jullie inzien dat jullie modernisme en jullie Verlichting een drogbeelden zijn. Uiterlijk handhaven jullie wel vormen van vroomheid en geloof, maar innerlijk vervallen jullie in eigen hoogmoed. Jullie wanen jezelf God in plaats van als tempel van God. De meesten van jullie bouwen een eigen geloofswereld op met de bedoeling die zo makkelijk mogelijk te houden. Jullie berusten in het feit dat God jullie liefheeft en dat Hij jullie een makkelijk leventje ten deel wil laten vallen. Steeds meer verleiders leren jullie dat je door het door hen verkondigde geloof in God ongelimiteerde welstand, succes, geluk en gezondheid zal ontvangen. Zij prediken jullie een aards leven vol comfort. Wie denken jullie toch dat de geestelijke vader is van deze leer, die jullie steeds sterker bindt aan het aardse leven? Jullie vervallen in een grote dwaalleer, want jullie moeten zich niet binden aan het vergankelijk bestaan. Geloof niet dat deze door valse profeten verkondigde boodschappen afkomstig zijn van God de Vader, van de eeuwige Schepper! God wil dat jullie gelukkig zijn! Maar jullie zijn slaven geworden van eigen comfort. Ook jullie hebben zich nu reeds laten verleiden! Jullie scharrelen alles bij mekaar wat kan (geld). Via bezit proberen jullie gelukkig te worden. Bezit maakt jullie echter tot slaaf van vergankelijkheid en van het aardse! Bekeer jullie en streef naar Goddelijke gelukzaligheid. Beken en berouw het! God de Heer heeft ook jou reeds veel beelden, visioenen en boodschappen gestuurd, doch je hebt de betekenis niet herkend. Nu zul je veel begrijpen omdat God de Heer mij naar je toe gezonden heeft. Wees er steeds van bewust dat God de Heer zelf staat achter al hetgeen waarvan je de zin nog niet begrepen hebt. In alles wil Hij je tot zich roepen en jou met Zijn Liefde ter zijde staan. Wees steeds dankbaar de mens te zijn die Hij je maakte. (Wer du bist?)
Hij zweeg een ogenblik. Ik begreep niet helemaal wat er hier met mij gebeurde. Enerzijds maakten angst en verwarring zich meester van mij, maar de warmte en de liefde die door de aanschouwing van deze man in mijn hart drongen, gaven me een gevoel van zekerheid en geborgenheid. Duizenden gedachten schoten tegelijkertijd door mijn hoofd toen plotseling over mijn lippen kwam: Wie ben je? Je kon een glimlach bemerken.
Ik ben een bode van de Allerhoogste. Ik werd naar jou toe gestuurd omdat God de Heer je roep heeft gehoord en je ziel Hem welgevallig is. Hij heeft gezien hoe je geleerd hebt met de psalmisten in te stemmen in de koren van de engelen. Hij heeft gezien hoe jij Zijn Woord dat Hij door Zijn profeten en heiligen gaf, in je hart opgenomen hebt. Hij heeft de stilte in je hart gehoord en is begonnen in de tempel van je ziel Zijn intrek te nemen. Ja, ik werd naar jou gestuurd omdat je God de Heer welgevallig was. De tijd van wachten en roepen is ten einde! Het is tijd op weg te gaan. Je hebt de gouden poort naar je hart gevonden. Schrijd door de deur naar binnen en zoek de sleutel die de deur opent naar het eeuwige rijk van God. Hij stopte even. Ben je bereid te beginnen aan het werk dat God, de Allerhoogste, je opdraagt te doen. Ben je bereid een werk te beginnen dat de mensen veel genade zal brengen? Ik wist niet wat ik zou antwoorden. Alles kwam zo plotseling. Maar de stem van mijn hart sprak een duidelijk JA!. De bode, zoals hij zich noemde, keek me zwijgend en vragend aan. Gegrepen door de diepe geborgenheid die zich uitbreidde in zijn tegenwoordigheid, wist ik welk antwoord ik wou geven. JA! Zijn blik vervulde zich met vreugde en hij ging verder:
Het is jouw weg! Jij hebt hem gevonden en aangenomen! Je bent een werktuig van God de Allerhoogste. Hij die Zijn Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat jullie Hem in Jezus Christus vinden. Hij zendt de Heilige Geest over je opdat Hij je zal leiden en helpen. Vertrouw op Hem en je zult niet falen. De weg die je moet gaan is ruw en zwaar. De weg van de Goddelijke oproep volgen is een weg die veel kracht en uithoudingsvermogen vergt. Je zult vijandelijkheden, twijfel en spot over je heen moeten laten komen. Maar volhard, want de machten van satan zullen er alles aan gelegen zijn jou van je weg des levens af te brengen. Want dat is de weg die jou en velen van de kinderen van God naar het eeuwige leven zal voeren.
Je zult je nog vaak afvragen waarom God jou voor Zich uitgekozen heeft en jou een opdracht gegeven heeft. Vaak zal je niet begrijpen waarom God je deze weg opgestuurd heeft, maar vergeet dan nooit dat het je eigen vrije wil was om een werktuig van de Allerhoogste te worden. Wees niet gefrustreerd wanneer je bij aanhef vaak niet onmiddellijk het juiste woord vindt. Zo gauw twijfel en angst zich van je meester maken, maak het dan stil in je hart en bid tot God je Vader. Zoek altijd het gesprek met Hem en Hij zal je onmiddellijk geruststellen. Hij zal in je hart nederdalen en je geruststellen. Hij zal je zeggen dat alles goed is en dat je werken Zijn Wil zijn. Hij zal je steunen en je verder helpen. Steeds wanneer je twijfelt aan de woorden die je schrijft of spreekt, roep dan tot God en Hij zal je laten zien dat vele mensen deze boodschap begrijpen en dat zich in deze boodschappen Zijn Wil voor de wereld openbaart. God de Heer heeft je uitgekozen om Gods kinderen op een weg te voeren die niet voor alle kinderen de juiste is.??? Moet die niet daar wel staan??? Maar voor de mensen die hem zullen gaan wordt hij tot een heilbrenger voor de hele wereld en de gehele mensheid.
Veel mensen zien de boodschappen van God als een ergernis, als een belasting of als kwakzalverij. Ja, zo zijn er ook zeer velen onder jullie. Moge elkeen in zijn hart aanvoelen door welk Woord Gods Geest in de harten Zijn intrek neemt. De mensheid herkent maar zeer moeizaam Gods boodschappers, omdat ze alles wat ze niet kan verklaren in twijfel trekt. Generaties aanroepen God hen boodschappen te zenden, maar als ze ze krijgen willen ze er geen geloof aan schenken. Vertrouw op jullie geloof! De kinderen Gods moeten leren dat in deze boodschappen een gave ligt, de gave van inzicht in het leven. Wanneer de mensheid dat zal begrijpen dan zal ze Gods gezanten en hun woorden herkennen en hen anders behandelen. Trek nu je schoenen weer uit en volhard in gebed totdat het licht van de morgenzon je op het gezicht schijnt. Dit is een nacht van genade. Bid en maak het stil in je hart. Volhard de hele nacht, opdat door de eerste zonnestraal Gods Geest, de Geest van de Allerhoogste, op je zal neerdalen en je hart zal vervullen, om het vuur van de Goddelijke Liefde in je hart te voeden.
Wees niet bang en bericht aan alle mensen wat ik je gezegd heb en je nog zal zeggen. Vrees niet want je wordt op je weg behoed door Maria de Moeder van de wereld. De Hemelkoningin waakt over je met haar liefdevolle ogen, haar beschermende handen en haar moederlijk hart. Bid! Loof en prijs God, de Almachtige Vader. Aanroep Gods Geest aan en de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus. Neem het Woord dat God de Heer de mensen geschonken heeft op in je hart. Bezoek de Heilige Mis zo vaak het je mogelijk is. Belijd je zonden en vertrouw op de Moeder van alle mensen die door haar lichaam het Heil van de wereld gebaard heeft. Bid de rozenkrans want daarin ligt veel heil voor deze wereld. Volhard en verwacht mij. Ik keer terug om je de weg te tonen! Wees standvastig en verlies de hoop niet! Je bent gezegend door de Vader de Zoon en de Heilige Geest!
Nadat hij dit gezegd had, kwam hij naar me toe en legde beide handen op mijn hoofd, tekende dan met zijn rechterhand een kruisteken op mijn voorhoofd en kuste mij tenslotte op mijn voorhoofd. Daarna nam hij eerst mijn rechterhand en maakte in de palm van mijn hand een kruisteken en daarna deed hij hetzelfde bij mijn linkerhand. Hij voegde mijn handen tezamen zodat ze tot gebed gevouwen waren. Hij week een pas terug en verdween precies zoals hij gekomen was. Hij versmolt in het heldere licht dat toen ook verdween. Badend in het zweet in stond ik in mijn woonkamer en kon niet echt begrijpen wat er net met mij gebeurd was. Ik was er ook niet zeker van of het werkelijk een verschijning was geweest, een visioen of een hallucinatie. Mijn handen waren gevouwen tot gebed, wat moest ik nu dus doen? Ik ontvouwde mijn handen, trok mijn schoenen uit en ging naar mijn kamer. Ik knielde op de vloer en begon te bidden. De hele nacht bracht ik door in gebed totdat de eerste zonnestralen in mijn kamer kwamen. Een nacht die ik niet zal vergeten.
BOODSCHAP. Mijn kinderen werden uitgekleed in dit jaar van de zuivering.
Mijn kinderen werden uitgekleed in dit jaar van de zuivering.
Donderdag 15 december 2011 20.55u
Mijn liefste dochter, het jaar van de zuivering is bijna afgelopen met als resultaat dat nu overal Mijn kinderen voorbereid zijn op de Waarschuwing.
Veel van Mijn kinderen hebben vreselijk geleden in 2011. Oorlogen, geweld, moord en haat, allemaal door het leger van Satan bekokstoofd, hebben deze dierbare zielen van Mij verminkt en gedood. Deze verdorven machten zullen een verschrikkelijke straf ondergaan als zijn niet tot inkeer komen nadat de Waarschuwing plaatsvindt.
Veel van Mijn kinderen werden beroofd van materiële welstand en hebben ontberingen geleden die zij daarvoor nooit moesten doorstaan.
Deze beproevingen werden door Satan gecreëerd en aan de mensheid opgelegd maar werden door Mij toegelaten om de zielen te zuiveren. Je denkt misschien dat dit wreed is, Mijn dochter, maar het was nodig om de mensheid voor te bereiden en nederigheid in hun ziel te vestigen.
Nu, zuiverder in Mijn ogen, werd hun hart geopend om de waarheid over hun eeuwig leven te aanvaarden. Dit betekent dat er minder zijn die zullen lijden tijdens de Waarschuwing doordat zij deze vervolging ondergaan hebben.
Mijn kinderen zijn thans klaar om Mijn geschenk van barmhartigheid te ontvangen. De tijd is bijna over de wereld gekomen. Wees geduldig, Mijn dochter ! Verwacht nooit van Mij dat Ik de wereld een datum geef, want het is aan jullie om dat te weten, zoals Ik je al vaker gezegd heb.
Vertrouw volledig op Mij en je zult in vrede leven !
Ik zal Mijn geschenk van de Waarschuwing aandragen wanneer de tijd rijp is en wanneer Mijn kinderen dit het minst verwachten.
Jullie geliefde Jezus
Verlosser van de mensheid.
Advent 2011. Deel 3. Gebedsgroep "HET CENAKEL" Waregem.
Advent 2011. Deel 3.
Gebedsgroep
"HET CENAKEL"
Waregem.
ADVENTS - EN KERSTTIJD 2011
In de Leer bij de Heiligen.
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel : LAvent et le temps de Noël 2011, à lécole des saints.
"Bereid de weg van de Heer. De weg van de Heer, broeders, waarvan ons gevraagd wordt dat we hem zouden voorbereiden, bereidt zich al gaande voor en men gaat er op in de mate dat men hem voorbereidt. Zelfs als ge op deze weg al een heel eind gevorderd zijt, toch blijft er u steeds hem voor te bereiden opdat, van het punt af waar ge zijt aangekomen, ge steeds verder zoudt vorderen. Zo is het dat de Heer, bij elke stap, die ge zet om zijn weg voor te bereiden, Hijzelf u voorgaat, steeds nieuw, steeds groter. Daarom zal de wijze en de vastbesloten reiziger er aan zal denken te beginnen op het moment dat hij aangekomen is. Hij zal dan vergeten wat er achter hem ligt om elke dag bij zichzelf te herhalen : "Nu, begin ik".
Guerric dIgny (1080-1157) Adventspreek.
2.
Gebruiksaanwijzing.
De zes weken tussen de eerste zondag van de Advent en de Openbaring van de Heer funderen het Christelijk jaar op het mysterie van de Menswording : In de Kerstnacht zullen we verkondigen dat God mens geworden is en bij ons is komen wonen.
Deze zes weken zullen ons toelaten opnieuw volledig bewust te worden van deze fundering en daarom zullen we in de leer gaan "in de school van de heiligen". Onze lezers, die dit reeds gewoon zijn, zullen dit jaar merken dat er een kleine verandering is tegenover vorige jaren. De heiligen, aan wie we de dagelijkse teksten zullen ontlenen, zullen ons een ganse week vergezellen in onze opgang naar Kerstmis en de Openbaring van de Heer :
De eerste week : In vertrouwen verwachten, met Franciscus van Sales.
De tweede week : Zich bekeren met de H. Augustinus
De derde week : Bezinnen met Jean Rigoleux
De vierde week : Jezus in ons laten geboren worden met Jan Tauler
De Kerstweek : Binnen gaan in de stilte van Maria met Guillaume Gibieuf
De week van Openbaring van de Heer (Driekoningen) :
Het jaar goed beginnen, met Jean Nicolas Grou.
We hopen dat door het geven van meerdere teksten van dezelfde auteur, we onze lezers de gelegenheid zullen bieden deze beter te leren kennen en hen de smaak te geven om verder te gaan met hun werken te lezen en van hen zo metgezellen te maken in het Christelijk leven.
Dit zijn korte teksten. Ze zijn bedoeld om traag gelezen te worden, zachtjes overwogen en concreet toegepast. Zo zal men na elke tekst een aanzet vinden om deze meditatie te beginnen en ook een voorstel om dit mysterie te beleven.
3.
Kerstweek :
Binnen gaan in de stilte van Maria met Guillaume Gibieuf.
Guillaune Gibieuf werd, als vijfde van zes kinderen geboren in de omgeving van Bourges aan het einde van 1583 in een familie van magistraten in Berry. Na zijn studies van de rechten in Bourges, vestigde hij zich in Parijs waar hij doctor wordt in de Theologie aan de Sorbonne in 1612, juist op het moment dat zijn vriend Bérulle het "Oratoire de France" stichtte. Gibieuf sluit zich bij hem aan en neemt praktisch de leiding van de stichting, vooral tijdens de lange reizen van Bérulle naar Rome en Engeland. Een verblijf van Gibieuf in zijn geboortestad Berry geeft hem de gelegenheid een "Oratoire" te stichten in Bourges. Bij de dood van Bérulle in 1629 kent de "Oratoire" stichting belangrijke meningsverschillen aangaande de fundamentele doelstellingen. Tenslotte zal Gibieuf ontslagen worden als verantwoordelijke, zoals dat ook zal gebeuren in de voogdijraad over de Theresiaanse Carmel, waarvan de vestiging in Frankrijk door Bérulle sterk aangemoedigd was. Gibieuf zal echter verder zeer aanwezig blijven in het leven van de Carmel en zijn invloed daar beperkte er zeer sterk de invloed van het Jansenisme. Hijzelf leidde een quasi monnikenleven, zeer teruggetrokken. Hij overleed in Parijs in 1650.
Vriend van Descartes, intellectueel zeer begaafd, heeft Gibieuf ons een niet verwaarloosbaar filosofisch werk nagelaten. Onder andere een verhandeling over de vrijheid. Zijn naam blijft echter verbonden aan "La vie et les grandeurs de Marie" (Het leven en de grootheden van Maria), een enorm werk over theologie en Mariale spiritualiteit, dat in 1637 werd gepubliceerd. Volgens de doctrine helemaal in de lijn van Bérulle, maar waarvan de zeer nauwgezette uitdrukking karakteristiek is voor de generatie van Descartes. Het is dat werk dat onze bezinningen over het mysterie van Kerstmis voedsel zal geven.
ZONDAG, 25 december 2011. KERSTMIS.
Jezus, onze broeder in Maria.
De evangelist zegt ons : "De Maagd baarde haar eerstgeboren Zoon". Hij had even gemakkelijk het woord "enige Zoon" kunnen gebruiken. Waarom heeft hij deze uitdrukking gekozen ? We hebben reden om te geloven dat het om dezelfde reden is als waarom de H. Paulus Jezus-Christus, "de eerstgeborene van vele broeders" noemt. God heeft niet alléén van zijn godheid willen genieten, Hij heeft zich gewaardigd er ons deelgenoot van de maken. Zo heeft Hij niet gewild dat zijn Zoon enige Zoon bleef, maar heeft Hem broeders gegeven : Dat is Zijn plan, dat is Zijn liefde, dat is Zijn instelling en het is onze waardigheid..
Welnu, het is volgens dat plan, dat Jezus-Christus gegeven werd aan de H. Maagd, en ze brengt Hem ter wereld krachtens deze instelling en deze liefde, zo ver dat ze Hem ter wereld brengt als oudste Zoon en niet enkel als enige Zoon. De geboorte, die ze Hem geeft, heeft betrekking tot de roeping die de gelovigen gekregen hebben om broeders en medeerfgenamen van Jezus te zijn. En, op het moment dat de H. Maagd op goddelijke wijze volmaakt geworden is in het moederschap van Jezus, wat voor haar een onvergelijkbare waardigheid betekent, is ze voor ons bevestigd in haar eigenschap van Moeder van alle gelovigen, wat voor ons een genade zonder weerga betekent.
Bijgevolg, o Maria, moeten en willen we u beschouwen als onze Moeder en Moeder krachtens een moederschap dat deel is van het goddelijk moederschap, dat u toekomt ten aanzien van Jezus en dat er zelfs gewoon een uitbreiding er van is, vermits het gans onze eer is ledematen te zijn van Jezus, uw Zoon.
Vie et grandeurs de la Vierge Marie (Leven en grootheden van de H. Maagd Maria) II, 7
4
OVERWEGEN.
Jezus is de "eerste van een menigte broeders" (Rom.8), niet enkel als Zoon van God, maar ook als Zoon van Maria. In dit opzicht gaat de geboorte van Jezus ons aan en maakt van Kerstmis een familiefeest, niet enkel van onze aardse familie, maar ook van onze eeuwige familie.
Het moeder zijn van Maria voor ons is veel meer dan het ontroerend beeld van onze moeders. Maria is tegenover ons wat ze is tegenover Jezus, niet meer, niet minder. En, in werkelijkheid is het dit moederschap dat het fundament is van het moederschap van onze moeders, even zeer als het het fundament is van de broederlijke verhoudingen tussen ons..
Op Kerstdag krijgen onze families hun bovennatuurlijke bestemming. Als de Kerk de ultieme roeping is van onze menselijke samenleving, dan zijn de families er de basiscellen van, met als fundament het vaderschap van God en het moederschap van Maria.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Kerstdag is toegewijd aan het familiaal leven. Zonder twijfel kent mijn familie, in mindere of meerdere mate, de beproevingen van alle andere families : Onenigheden, scheidingen, jaloersheden Ik zal trachten een opbouwend gebaar te vinden voor mijn familie : Een bijzondere attentie voor hem of haar, die gewoonlijk aan de kant blijft, een lief woord, een geschenkje
MAANDAG, 26 december 2011. H. Stefanus.
Het zwijgen van de Vader.
Is het geen wonderbaar feit dat de hemel en de aarde, de engelen en de herders, van dit groot liefdesmysterie spreken, dat zojuist gebeurd is en eenstemmig samen de lof zingen van de pasgeboren Redder maar dat de H. Maagd, die er de moeder van is, in stilte blijft ?
Maria blijft in stilte uit nederigheid en ze blijft ook zo door de bijzondere overeenstemming met de leiding van God en de huidige toestand van haar Zoon. Ze is immers de Bruid, en de waardige Bruid van de Vader, en in die hoedanigheid moet ze trachten in alles op Hem te gelijken, maar in het bijzonder in de manier waarop ze zich gedraagt tegenover zijn welbeminde Zoon. Ze moet niet beginnen met zich te manifesteren vȯȯr de tijd, die Hij in zijn eeuwig raadsbesluit vastgesteld heeft. Welnu, de Vader hult zich in een wonderbare stilte over zijn Zoon, over een zo goddelijk iets, het enige voorwerp van zijn liefde, van zijn welwillendheid en zijn blik op de aarde, want Hij bemint er enkel Hem, hij heeft enkel in Hem zijn welbehagen, Hij ziet er enkel Hem en als Hij er iets anders bemint, dan is het dat, wat met zijn Zoon verbonden is. Evenwel, Hij spreek er niet over en manifesteert zich niet en, terwijl Hij de aarde verrijkt heeft met het kostbaarste geschenk, dat Hij zou kunnen geven en met een onmetelijke schat, een schat, die Hij niet uit zijn handen, maar uit zijn hart genomen heeft, namelijk, niet uit de kracht, waarmee Hij alles uit het niets heeft geschapen, maar uit zijn eigen substantie. En, na dit alles, laat Hij de wereld onwetend over het oneindige goed dat hij bezit.
Vie et grandeurs de la Vierge Marie. (Leven en grootheden van de Maagd Maria), II,8
5.
OVERWEGEN.
Jezus is geboren in de stilte van Bethlehem, ongeweten van de mensen, in de onverschilligheid van de rijken en in de onbewustheid van hen, die Hij kwam verlossen. "Hadden ze de Heer herkend van glorie, zouden ze Hem niet gekruisigd hebben" zei de H. Paulus.
God heeft het niet nodig erkend te worden. Voor Hem volstaat het om te beminnen, gratis, zonder op zichzelf terug te keren. Liefde is stil, in het hart van de Vader, in het hart van Jezus, in het hart van Maria.
Laten we binnen treden in deze stilte van de eeuwige liefde, laten we leren te zwijgen en te luisteren, laten we het vrome kletsen vluchten en samen met Maria al deze dingen in ons hart bewaren.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zoek, in de loop van de dag van gisteren, al mijn schadelijke en nutteloze woorden.
DINSDAG, 27 december 2011. Sint Jan, Apostel en Evangelist
De stilte van de Zoon.
De Vader spreekt tot zijn Zoon en de Zoon spreekt tot de Vader. Hij zegt Hem voortdurend : "Gij zijt mijn Zoon, vandaag heb ik U verwekt". En zijn Zoon, die zijn zoon is en tegelijkertijd zijn vazal door deze nieuwe geboorte, spreekt wederkerig tot Hem, aanschouwt Hem en aanbidt Hem als zijn Vader en zijn God. Hij spreekt er echter niet over tot de aarde, door haar ijdelheid, haar hoogmoed, haar losbandigheid, haar gierigheid, haar wraaknemingen en een oneindig aantal ongeregeldheden, onwaardig om zulk een groot iets te kennen en te bezitten.
Bovendien, Jezus, die het Woord van de Vader is, blijft zelf in stilte. Hij is immers kind en hoewel Hij dit is door dat zo te willen en niet omdat Hij onmachtig is, toch bevindt Hij zich vrijwillig in de toestand van onmacht en beperking van de andere kinderen. Het is zijn wil zich daar niet te willen aan onttrekken en onvermurwbaar houdt Hij zich aan dit nederig en edelmoedig besluit. Hij houdt er meer van de hardheid van deze beperking te dragen en ze ook te laten dragen voor zijn dierbare Moeder en Jozef in te lichten over het gevaar dat hij loopt door de boodschap van de engel, dan hoe weinig ook, tekort te komen aan de totale gelijkenis, die Hij wil hebben met de rest van de mensen, in de stilte, de onmacht en de andere vernederingen van het kind zijn.
Bijgevolg, de Maagd, verplicht om te zich schikken naar de handelswijze van de eeuwige Vader en in de genade gelijkend te zijn aan haar Zoon, zoals Hij door de natuur gelijkt op haar, zij blijft in stilte tijdens deze diepe stilte van de eeuwige Vader en van Jezus, haar mens-geworden Zoon.
Vie et grandeurs de la Vierge Marie (Leven en grootheden van de Maagd Maria) II, 8.
OVERWEGEN.
De ouden zagen in de kindsheid van Jezus vooreerst zijn onmacht : "in-fans" wil etymologisch zeggen : "wie niet spreekt". En gans zijn leven, zal Jezus min of meer zwijgen. Wat de evangelisten ons vertellen over zijn woorden, kan men in enkele bladzijden samenvatten. En als men Hem vraagt wat Hij komen doen is, antwoordt Hij enkel : "De Wil van de Vader".
6
Het Evangelie is een liefdeskreet, veel meer dan een handleiding of een methode om de Hemel te bereiken. Jezus zegt ons meer aan zijn Kruis, dan in zijn toespraken, zelfs als zijn toespraken ons zijn Kruis leren verstaan.
Christen zijn is niet over Christus spreken, maar Christus zijn.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zal vandaag nooit over mezelf spreken.
WOENSDAG, 28 december 2011. Onnozele kinderen.
De stilte van Jezus.
In zijn goddelijkheid en door zijn eeuwige geboorte is Jezus, de Macht, de Wijsheid en het Woord van de Vader. De macht, die alles onderwerpt, de Wijsheid, die alles doordringt en het Woord dat alles uitdrukt, de ongeschapen grootheden en de geschapen zaken, de zichtbare en onzichtbare, de werkelijke en de mogelijke. En het is door de macht van zijn liefde en de grootheid van zijn edelmoedigheid, dat Hij zich heeft verlaagd tot deze toestand van kind-zijn, van onmacht en van stilte in zijn tijdelijke en menselijke toestand. En het is een van de rechten van deze toestand van stilte om ons tot stilte te verplichten en een van de eigenschappen er van om ons in de stilte in te brengen. En allen, die Jezus met een oprechte en een hartelijke liefde beminnen en die houden van alles wat van Hem is en die Hem in stilte zien, moeten in de stilte binnen treden.
"Zwijg voor Jahweh, al wat leeft. Hij staat op en komt uit zijn heilige woning". (Zach.2,17) Dat is ons het bevel tot stilte geven, in aanbidding van de toestand van stilte en van kindsheid, waarin Jezus te midden van ons verschijnt als hij een aanvang neemt met het heiligen van onze natuur. Als God spreekt verplicht zijn Woord ons te zwijgen en te luisteren. Maar als Hij zwijgt, als Hij zichzelf verplicht tot stilte en tot de onmogelijkheid om te spreken en dat Hij zich herleidt tot de slavernij van de kindsheid, hoeveel te meer zijn wij dan niet, door zijn stilte en zijn machteloosheid, verplicht tot stilte ?
Vie et grandeurs de la Vierge Marie. (Leven en grootheden van de Maagd Maria) II,8.
OVERWEGEN.
Christelijk leven zoekt eerst en vooral Christus na te volgen. De Christen houdt van de stilte, omdat Jezus hield van de stilte. Maar Jezus hield van de stilte omdat het door de kracht van zijn liefde is, dat Hij ons heeft verlost en dat de liefde oneindig uitdrukkingen van liefde overstijgt.
Christen zijn, is luisteren naar Jezus omdat het eerst Jezus beminnen is en Hem ontvangen.
Moest Jezus doofstom geweest zijn, Hij zou ons niet minder verlost hebben.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zal vandaag niemand onderbreken en zal wachten om te spreken tot men me een vraag stelt.
7
DONDERDAG, 29 december 2011. Van de Feria.
De stilte van Maria.
Het is het deel van de H. Maagd in deze heilige tijd : de stilte. Dat is haar weg, haar leven. Haar uitwendige, haar inwendige toestand is een toestand van stilte, een toestand, die het eeuwig Woord aanbidt, dat ze voor haar ogen ziet, aan haar borst houdt en in haar armen, stil en zonder woord. De stilte van Jezus, die een toestand is van machteloosheid en van afhankelijkheid, maar waarin Hij gekomen is door macht en wil, doet haar buiten zichzelf treden en verrukt zich in zichzelf. En ze gaat van de ene stilte naar de andere, van de stilte van aanbidding naar een stilte van omvorming. Haar geest en haar zinnen spannen samen ook om dit leven van stilte in haar te vormen en te bestendigen.
De stilte van de Maagd is geen stilte van gestamel of van machteloosheid, het is een stilte van licht en van verrukking, het is een stilte, die welsprekender is in het loven van Jezus, dan de welsprekendheid zelf. Het is een krachtig en goddelijk effect van de genade, het is een stilte, die veroorzaakt wordt door de stilte van Jezus, die dit goddelijk effect inprent in zijn Moeder, en die haar naar zich toetrekt in zijn eigen stilte en die in zijn nederige goddelijkheid elk woord en elk gedachte van zijn schepsel opneemt.
Zo is het ook een wonder te zien hoe in deze toestand van stilte en van kindsheid van Jezus, de engelen en de mensen spreken en Maria in het geheel niet spreekt. De stilte van Jezus heeft meer macht om haar in een heilige stilte te houden dan de woorden van de engelen en de heiligen macht hebben om haar te doen spreken over dingen, die zo sterk haar woorden waardig zijn en die gezamenlijk door Hemel en aarde aanbeden worden.
Vie et grandeurs de la Vierge Marie, II,8.
OVERWEGEN.
Er bestaat een lege stilte, de stilte van de woestijn of van de gevangenis. Er is een volle stilte, de stilte van de zaal, waar het concert gaat beginnen. De stilte van Bethlehem is de stilte, vol van God, die dit concert opent van het mysterie van de Menswording.
Terwijl Jezus uit Maria geboren is in deze Kerstnacht, blijft Hij in het hart van Maria door de volmaakte harmonie van hun beider stiltes : "Ik in u, gij in Mij, zoals Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is", zegt Jezus aan zijn leerlingen, en eerst aan zijn eerste leerlinge.
Als Maria niet over haar Zoon spreekt, dan is het zonder twijfel dat het niet zo belangrijk is om over Hem te spreken, maar dat het zeer belangrijk is in stilte bij Hem te blijven.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik ga tot bij de kribbe en blijf daar heel eenvoudig enkele minuten in een inwendige en uitwendige stilte. Zonder me met iets bijzonders bezig te houden, over niets te denken , niets te verzinnen. Doorheen eeuwen en landen vervoeg ik Jezus en Maria in de stilte van Bethlehem.
8.
VRIJDAG, 30 december 2011. De H. Familie.
De stilte van de Heilige Familie.
"Maria bewaarde al deze woorden in haar hart". Wij bemerken meerdere buitengewone deugden van de Maagd tijdens de jonge jaren van Jezus, haar Zoon. Ze beoefent ze echter allen in stilte. Ze aanbidt God in stilte, ze voedt Jezus in stilte, in stilte helpt ze aan zijn openbaring terwijl ze nauwkeurig stap na stap de raad en de leiding van God volgt en niet de vurige impulsen van haar ijver, hoewel het onderwerp het zo waard was bekend te worden.
Als Jezus sprak, zou Hij het dan niet even voortreffelijk gedaan hebben in zijn kindsheid als in zijn jongelingsjaren ? Zijn Woord is immers levend en doeltreffend, het is subtiel en doordringend, het dringt door tot in het diepste van de harten, het drijft een wig tussen ziel en geest, het verdeelt namelijk zelfs wat één en ondeelbaar is, het zondert de mens af van zichzelf. En toch blijft Hij gedurende deze lange tijd in stilte en Hij wijkt daar niet van af, noch om zijn Moeder te troosten, noch voor zijn eigen nood. Hij is in gevaar, in dreigend gevaar door de valsheid van Herodes, die het plan opgevat heeft om Hem het leven te doen verliezen. Hij is er, Hij ziet het, Hij voelt het en zwijgt, alsof dat Hem niet raakte. Hij verlaat zich totaal op de voorzienigheid van zijn hemelse Vader. En het is deze stilte, die Maria verrukt, het is deze stilte, die haar in stilte houdt, niet enkel voor de tijd dat haar Zoon daar is, maar voor gans haar leven.
Guillaume Gibieuf. Vie et grandeurs de Marie.(Leven en grootheden van Maria) II.8.
OVERWEGEN.
Op de 33 jaar van zijn aardse leven, heeft Jezus er 30 doorgebracht in de stilte en de discretie van de Heilige Familie in Nazareth. Geen geforceerde stilte : Maria, Jezus en Jozef spreken dagelijks met mekaar over de nieuwsjes van de buurt, de levensbehoeften, de problemen van het werk Dat alles echter zonder geklets en gemaaktheid.
Jezus moest zich niet verbergen om onopgemerkt te blijven. Hij heeft een gewoon leven geleid. God is zo alledaags dat velen zich afvragen of Hij wel bestaat.
Het bovennatuurlijke is doorzichtig. Heiligheid merkt men niet op, maakt zich nergens ongerust over. Ze is teveel bezig met haar vrienden om zich met haar vijanden te kunnen bezig houden.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Wat is het geluidsniveau van mijn dagelijks leven ? Zijn radio en TV niet dikwijls een vlucht voor de stilte ? Vandaag schakel ik ze beiden uit.
9
ZATERDAG, 31 december 2011. Van de Feria.
De welsprekendheid van de stilte.
Laten we deze stilte van Maria beschouwen, laten we ze aanbidden, laten we ze navolgen. En, zoals ze aangetrokken en verrukt is door de stilte van het kind Jezus, laten we naar Maria gaan en ons aan haar hechten en laten we haar vragen dat zij ons tot de stilte aantrekt, samen met haar. Want wat kan men meer verlangen dan in stilte te blijven in plaats van te spreken als men Jezus en Maria, de Zoon van God en zijn Moeder in stilte ziet ? Bovendien is de stilte het grootste eerbewijs, dat we kunnen brengen aan God, wiens immense grootheid ons ontrukt aan onszelf en ons elk woord ontneemt. Wat de wijze er toe geleid heeft ons deze raad te geven : "God is in de Hemel en gij zijt op aarde, daarom : spreek weinig". Des te meer, omdat wij enkel zouden moeten spreken, als de Geest van Jezus, die in ons woont, er ons toe aanzet, zodat Hij het is, die spreekt door onze mond.
Daarom, overtuigd van het feit dat de meeste van de woorden, die uit onze mond komen, zelfs als we God loven, hun oorsprong vinden in onze eigenliefde en de zonde, die in ons woont, zouden we veel meer moeten geneigd zijn om uit eerbied te zwijgen, zelfs al gaat het over Gods grootheid, dan deze te versieren met onze woorden. Maar laten we ons ook hoeden voor lage en menselijke bewoordingen, als het gaat over deze goddelijke stilte van de Heilige Maagd. Het is een goddelijke stilte, een stilte van aanbidding en omvorming in het kind Jezus, het is een stilte, die voortkomt uit de inwendige gesteldheid van de meest heilige van Zijn schepsels, totaal verzonken en ondergedompeld in haar immensiteit.
Guillaume Gibieuf. Vie et grandeurs de la Vierge Marie, II,8.
OVERWEGEN.
Jezus heeft de naam gekregen "die boven alle namen is" (Fil.2.9). Dus, hoe over Hem spreken ? "Zijn immense grootheid ontrukt ons aan onszelf en ontneemt ons elk woord".
Zolang we de stilte niet verkiezen boven het woord, zijn we niet rijp om het Woord te verkondigen. Het zou "evangeliseren" verwarren met gepraat.
Er is enkel evangelisatie tenzij in "overvloed van beschouwing" zegt ons de H. Thomas. Maria is de grootste Evangeliste omdat ze de meest beschouwende is. In het hart van de Kerk en in het hart van ons Christelijk leven wordt onze apostolische vruchtbaarheid bepaald naar de maat van onze "stilte in aanbidding".
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zal vandaag gewoon trachten zoveel mogelijk te zwijgen en trachten meer te luisteren dan te spreken. Enkel uit mijn stilte komen voor de noodzakelijkheden van de broederlijke liefde of van mijn plicht van staat.
10
Week van Driekoningen :
Het jaar goed beginnen met Nicolas Grou.
Geboren in Calais in 1731,studeert de jonge Grou te Parijs vooraleer aan 15 jaar in te treden bij zijn meesters, de Jezuïeten. Briljant professor in de letteren in de meest vermaarde colleges van de Compagnie, onder andere in "La Flèche", wordt hij priester gewijd in 1762. Bij de opheffing van de orde in Frankrijk in 1763 gaat hij in ballingschap naar Lotharingen en naar de Pauselijke staten. Min of meer clandestien komt hij terug naar Parijs en ontmoet er in 1769 een Zuster van de Visitatie, Moeder Pélagie. Deze ontmoeting wordt voor hem beslissend, en door haar vervaagt zijn schitterend intellectueel leven ten bate van een intens mystiek leven. In 1792 wordt hij door de Franse Revolutie gedwongen de wijk te nemen naar Engeland, waar hij zich wijdt aan de geestelijke leiding van zijn Katholieke gastheren, aan het schrijven van een groot aantal korte geestelijke teksten, die later door een andere verbannen Jezuïet worden gebundeld. Hij sterft in Lulworth, aan de zuidkust van Engeland in 1803.
Het "Manuel des âmes intérieures"(Handboek voor inwendige zielen) zal ons deze week helpen om het nieuwe jaar goed te beginnen. Het is het meest verspreide werk van Grou, naast het "Intérieur de Jésus et de Marie" en het "Lécole de Jésus-Christ". Het is als een verzameling van korte gesprekken over alle aspecten van het inwendig leven. Ze zijn geschreven in een eenvoudige, elegante taal en hebben een diepte, die Grou zijn plaats geven bij de geestelijke afstammelingen van de H. Franciscus van Sales.
ZONDAG, 1 januari 2012. H. Maria, Moeder van God.
"De nederigheid van Maria".
Het is alles zijn, door niets te zijn.
Hoe zag er de Heilige Maagd uitwendig uit ? Een eenvoudige vrouw, een arme vrouw, die leefde van haar werk, dertig jaar bezig met de zorg van een klein gezin in Nazareth. Welke ophef heeft ze gemaakt in de wereld ? Door welk belangrijk werk heeft ze zich aan de mensen kenbaar gemaakt ? Wat heeft ze uitwendig gedaan voor de verkondiging van het Evangelie ? En nochtans, ze is de Moeder van God, de heiligste van alle schepselen. Het is zij, die het meest heeft deelgenomen aan de verlossing van het mensdom en de vestiging van het Christelijk geloof.
O, wat betekent het alles te zijn voor God en niets te zijn, op niets aanspraak te maken, enkel te verlangen om onbekend te zijn, vergeten, misprezen, beschouwd te worden als wat er in de wereld het meest gemeen en verwerpelijk is.
Wat betekent dan die sterke devotie tegenover de Heilige Maagd ? Het navolgen van haar innerlijke gesteldheid, van haar lage dunk over zichzelf, haar liefde voor de verborgenheid, de stilte, de teruggetrokkenheid, haar aantrekking tot kleine dingen, haar trouw aan de genade, de eenvoud van haar stille inkeer en inwendig gebed, waarvan het enige voorwerp God was en zijn Wil, Jezus-Christus en zijn liefde, het voortdurend offer van zichzelf en van wat ze beminde en meer moest beminnen dan zichzelf. Laten we haar elke dag vragen dat ze ons tot gids zou zijn en tot voorbeeld voor het inwendig leven en dat ze voor ons de genaden zou bekomen, die we nodig hebben om te kunnen beantwoorden aan de plannen, die God over ons heeft.
Manuel des âmes intérieures..Lintérieur de Marie.
( Handboek voor inwendige zielen. Het innerlijke van Maria)
11
OVERWEGEN.
Voor de meesten onder ons zal 2012 gelijken op het vorige jaar : banaal, gewoon, zonder bijzondere gebeurtenissen. Dat is het materiaal waaruit God de heiligen maakt. De H. Maagd maakte geen lawaai in deze wereld en het is zo dat ze God toeliet wonderen in haar te verrichten.
Laten we 2012 beginnen met de gesteldheid van Maria : stilte, discretie, zelfverloochening. Dit echter om vrij te zijn om te beleven wat waard is beleefd te worden : "God en zijn wil, Jezus-Christus en zijn liefde".
Er zijn er die graag president van de Republiek zouden worden in 1012. Wij hebben de mogelijkheid om veel beter te doen : kind van God worden.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Laten we dit jaar beginnen samen met de Heilige Maagd, door een tientje van onze Rozenkrans te bidden.
MAANDAG, 2 januari 2012. H. Basilius en Gregorius.
Een devoot jaar.
Het woord "devoot", dat uit het Latijn komt, doet denken aan het woord "dévouement" (toewijding). Een devoot iemand is dus een aan God toegewijde persoon. Er is geen sterkere uitdrukking dan "toewijding" om de gesteldheid te beschrijven van de ziel, die alles wil doen, alles wil lijden voor hem, aan wie ze toegewijd is.
De toewijding aan schepselen (ik bedoel, deze, die gewettigd is en door God toegelaten) heeft noodzakelijk grenzen. De toewijding aan God heeft er geen en kan er geen hebben. Van zodra men er ook maar de minste beperking aan stelt, de minste uitzondering, is het geen toewijding meer. De echte en sterke devotie is dus deze gesteltenis van het hart, waardoor men bereid is alles te doen en alles te lijden, zonder uitzondering of beperking, alles wat naar Gods welbehagen is. Deze ingesteldheid is de meest voortreffelijke gave van de H. Geest. Men kan ze niet te dikwijls en met teveel ijver vragen en men moet er zich nooit op beroemen ze te hebben in gans haar volmaaktheid, vermits ze altijd nog kan groeien, ofwel in zichzelf, ofwel in haar gevolgen.
Men ziet, door deze beschrijving, dat de devotie iets inwendig is en zelfs iets intiems. Ze heeft immers betrekking tot het diepste van de ziel, wat er in haar van het meest geestelijk is, te weten : Het verstand en de wil. De devotie bestaat dus noch in redenering, noch in verbeelding, noch in gevoelens. Men is niet devoot omdat men in staat is goed te redeneren over de zaken van God, noch omdat men mooie ideeën heeft, mooie beelden over geestelijke onderwerpen, evenmin als men zelfs tot tranen toe kan bewogen zijn.
Manuel des âmes intérieures. De la vrai et solide dévotion.
(Handboek voor inwendige zielen. Over de ware en stevige devotie).
12
OVERWEGEN.
Het woord devotie heeft een minder goede reputatie gekregen en verwijst naar een ouderwetse en kleinzielige vroomheid. Er bestaat nochtans een belangrijke traditie om het essentiële te verwoorden van een Christelijke houding : alles doen en alles lijden voor Hem aan wie we door ons Doopsel zijn toegewijd.
Gehoorzamen aan Gods geboden is goed en noodzakelijk om in zijn genade te blijven. Christen zijn is echter veel meer : het is een zaak van verliefdheid tussen Hem en ons en het is Zijn welbehagen, dat onze daden regelt, veel meer dan enkel Zijn geboden, die enkel verwittigingen zijn om ons te beschermen tegen een eeuwige dood.
Een devoot jaar is niet tevreden met een Christelijk minimum, maar zoekt voortdurend het maximum te doen.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zal profiteren van deze eerste week van het jaar om mijn objectieven voor mijn Christelijk leven in 2012 op alle gebieden vast te leggen en eveneens de middelen om deze te bereiken. En vooreerst, voor vandaag, welke plaats zal ik dagelijks voorzien voor het gebed ? En ik schrijf, zwart op wit, op welk moment en op welke plaats ik elke dag een aanzienlijke tijd voor een intieme ontmoeting met de Heer zal programmeren.
DINSDAG, 3 januari 2012. Van de Feria.
De devotie : een manier van leven.
We zien ook dat de devotie niets voorbijgaands is, maar een gewoonte, iets vast, permanent, dat betrekking heeft op alle momenten van het leven en dat alle gedragingen regelt.
Het princiep van de devotie is, vermits God de enige bron is en de enige bewerker van de heiligheid, dat elk redelijk schepsel in alles van Hem moet afhankelijk zijn en zich absoluut moet laten leiden door de Geest van God. Het is nodig dat het uit het diepst van het hart aan God moet gehecht zijn, steeds aandachtig om te luisteren in het binnenste van zichzelf, steeds trouw om uit te voeren wat Hij op elk moment vraagt.
Het is dus onmogelijk echt devoot te zijn tenzij men echt innerlijk is, toegewijd aan stille inkeer, gewoon om zich in zichzelf te keren, of eerder, nooit uit zichzelf te treden, zijn ziel in vrede hebben. Gelijk wie zich aan zijn zinnen overgeeft, aan zijn verbeelding, aan passies, ik zeg niet aan criminele dingen, maar aan deze, die op zichzelf niet slecht zijn, hij zal nooit devoot zijn. De eerste eigenschap van de devotie is immers de zinnen, de verbeelding en de passies te binden en er nooit zijn wil in te laten meeslepen.
Manuel des âmes intérieures. De la vrai et solide devotion.
(Handboek voor inwendige zielen. Over de ware en stevige devotie).
13
OVERWEGEN.
"Uit het diepst van het hart aan God gehecht zijn". Het diepst van het hart, dat is God, zegt de H. Augustinus. Een Christelijk leven is in evenwicht als het nooit deze stille aanwezigheid van God uit het oog verliest, wat ons toelaat in alles, onze gedachten, onze wil en ons handelen, naar Hem te verwijzen.
Om deze aanwezigheid goed levendig te houden maakt de Christen van de ontwikkeling van zijn inwendig leven een absolute prioriteit door het gebed en het luisteren naar het Woord Gods in het middelpunt te plaatsen van zijn tijdsgebruik.
Hoeveel tijd besteden we elke dag aan ons inwendig leven ? Elke week ? Elk jaar ?
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik beslis over de middelen tot christelijke vorming in de loop van 2012 : Ten minste drie boeken van de auteurs die in "Advent in de school van de heiligen" aangehaald zijn. En waarom niet drie volle dagen vastleggen in mijn agenda voor 2012 voor een geestelijke retraite ? Nee, dat is niet voorbehouden voor specialisten ! Drie dagen aan God geven, die u er dit jaar 366 geeft !
WOENSDAG, 4 januari 2012. Van de Feria.
Een jaar "van uit het innerlijke".
Wie nieuwsgierig is, gejaagd, wie zich graag uiterlijk toont, zich graag bemoeit met andermans zaken, kan niet tot zichzelf komen . Wie kritisch is, kwaadsprekend, mopperend, driftig, misprijzend, trots, gevoelig aan alles wat de eigenliefde aangaat, wie gehecht is aan zijn zinnen, koppig, eigenzinnig of gevoelig aan menselijk opzicht, aan de publieke opinie en bijgevolg zwak is, onstandvastig, steeds veranderlijk in zijn princiepen en zijn gedrag, hij zal nooit devoot zijn in de betekenis, die ik heb uitgelegd.
Een echt devoot mens is een mens van inwendig gebed, die zijn vreugde vindt in zijn onderhoud met God, die nooit of bijna nooit zijn aanwezigheid kwijt speelt. Niet dat hij altijd aan God denkt, dat is hier beneden niet mogelijk, maar omdat hij steeds met het hart met Hem verbonden blijft en dat hij steeds door Zijn Geest geleid wordt.
Om aan inwendig gebed te doen heeft men geen boeken nodig, geen methode, geen intellectuele inspanningen, zelfs geen inspanningen van de wil. De echte devote mens hoeft enkel zachtjes binnen te treden in zichzelf : hij zal er God vinden, vrede, soms met smaak, soms in dorheid, maar steeds intiem en reëel.
Hij verkiest het inwendig gebed waar hij veel geeft aan God, het inwendig gebed waarin hij lijdt, het inwendig gebed waarin de eigenliefde geleidelijk aan ondermijnd wordt en geen enkele voldoening meer vindt. In één woord : het eenvoudig, naakt inwendig gebed, zonder enig beeld, zonder duidelijke gewaarwordingen en vrij van al wat de ziel zou kunnen merken of voelen in een ander soort van gebed.
Manuel des âmes intérieures. De la vrai et solide devotion.
(Handboek voor inwendige zielen. Over de ware en stevige devotie).
14
OVERWEGEN.
Als de genade van God uit het diepste van de ziel komt, dan zullen haar eerste effecten zich laten voelen aan de oppervlakte : Er is geen Christelijk inwendig leven zonder eerst orde te maken in het uitwendige leven. Ons inwendig gebed zal maar waarde hebben naar de maat van onze wil om ons als Christen te gedragen.
De bijzonderste moeilijkheid om een intiem leven met God te leiden bestaat er eenvoudig in dat wij in werkelijkheid niet echt willen wat Hij wil. Hoe kunnen we eenvoudigweg zeggen : "Uw wil geschiede" in het Onze Vader, als wij reeds tevoren deze Wil niet willen ?
Als we echter willen wat God wil, dan kunnen we ons zonder voorbehoud aan Hem offeren in het inwendig gebed en het gevolg zal zijn wat Hij wil, gemakkelijk of moeilijk, vreugdevol of in dorheid, maar, in elk geval, meer en meer eenvoudig overgeleverd aan zijn welbehagen. En dat is het "devote leven".
IN PRAKTIJK BRENGEN.
"Nieuwsgierig, gejaagd, graag uiterlijk vertonend, graag bemoeiend met andermans zaken kritisch, kwaadsprekend, mopperend, driftig, misprijzend, trots " Ik onderzoek me eens op al deze punten en ik zoek er een uit waarmee ik me dit jaar eens bijzonder zal bezig houden. En, om niet bij mooie voornemens te blijven, schrijf ik, zwart op wit, de maatregelen, die ik zal nemen. Bij voorbeeld : "Het lezen van dagbladen te beperken, als ik te nieuwsgierig ben of in een vlaag van woede niets te beslissen, als ik kwaad ben, enz
DONDERDAG, 5 januari 2012. Van de Feria.
Een jaar in eenvoud en vertrouwen.
De echte devote mens zoekt zich in niets in de dienst van God en hij houdt er aan deze raad op te volgen van de Navolging : Waar ge u ook bevindt, verzaak aan u zelf.
De echte devote mens legt er zich op toe op volmaakte manier zijn plichten van staat en alle echte vereisten van de maatschappij te vervullen. Hij is trouw aan zijn geestelijke oefeningen, maar is er ook geen slaaf van. Hij onderbreekt ze, hij schort ze op, hij laat ze zelfs voor een tijdje achterwege als er een of andere noodzakelijke reden of eenvoudige gepastheid het vereist. Hoewel hij niet zijn eigen wil kan doen, is hij er altijd zeker van dat hij de wil van God doet.
De echt devote mens loopt niet de goede werken achterna. Hij wacht tot de gelegenheid zich voordoet. Hij doet alles wat hij kan voor het welslagen er van, voor zover het van hem afhangt maar laat de uitslag er van over aan God. Hij verkiest verborgen goede werken boven deze die in de belangstelling staan, hoewel hij deze niet mijdt als de eer van God en de stichting van de naaste er belang bij hebben.
De devote mens overlaadt zich niet met traditionele gebeden en met praktijken, die hem de tijd niet laten om te ademen. Steeds bewaart hij de vrijheid van geest, hij is noch scrupuleus, noch ongerust over zichzelf, hij gaat zijn eenvoudig en vertrouwvol zijn weg.
Manuel des âmes intérieures. De la vraie et solide dévotion.
(Handboek van de inwendige zielen. Over de echte en stevige devotie)
15
OVERWEGEN.
De echte devote mens legt er zich op toe op volmaakte manier zijn plichten van staat te vervullen". Jezus heeft zich nooit doen opmerken. Het Christelijk leven is een normaal leven, meestal zelfs banaal. De heiligen gelijken niet op de heiligenbeelden, of ze zouden voor "heiligen" spelen.
De echt devote mens loopt niet de goede werken achterna". Aan hen, die Hem om een wonder vragen, zegt Jezus : "Mijn uur is nog niet gekomen". Teveel ijver is steeds verdacht. Het is zoveel moeilijker om te zwijgen, dan om te spreken !
Gebeden, bedevaarten, allerhande devoties, zijn middelen en zijn in het geheel geen waarborg voor ons Christelijk leven. Sommigen houden van de ambiance van een sacristie, zoals anderen van bibliotheken houden of van speelzalen ! We moeten in deze zaken de Kerk volgen en niet onze voorkeur, zelfs als de Kerk ons praktijken biedt, die aangepast zijn aan ieders smaak.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik kies me een of twee eenvoudige en traditionele devoties (Rozenkrans, bezoekje aan het H. Sacrament ), die me dit jaar zullen vergezellen. Ik bepaal hun frequentie (dagelijks, wekelijks )
VRIJDAG, 6 januari 2012. Van de Feria.
Een jaar dat aan God niets zal weigeren.
Een devote mens is vastbesloten om aan God niets te weigeren, niets toe te geven aan de eigenliefde, om geen enkele vrijwillige fout te maken. Hij zal echter niet vitten, handelt ronduit, is niet pietluttig. Als hij in een fout vervalt, verontrust hij zich daar niet over, verootmoedigt zich daarover, staat op en denkt er niet meer aan.
Hij verwondert zich niet over zijn zwakheden, over zijn onvolmaaktheden. Hij verliest nooit de moed. Hij weet dat hij niets kan, maar dat God alles kan. Hij rekent niet op zijn goede bedoelingen en goede voornemens maar op de genade en de goedheid van God. Zelfs als hij op een dag honderd keren zou vallen, zou hij daar niet over verslagen zijn maar zou liefdevol de handen naar God uitstrekken en Hem bidden hem op te richten en medelijden met hem te hebben.
De echte devote mens heeft afschuw van het kwaad, maar heeft nog meer liefde voor het goede. Hij denkt er meer aan de deugd te beoefenen dan het kwaad te vermijden. Hij is edelmoedig, grootmoedig en als het er op aankomt zich bloot te stellen voor zijn God, dan vreest hij geen kwetsuren. In één woord : hij houdt er meer van het goede te doen en het risico te lopen hier of daar een onvolmaaktheid te begaan, dan het goede te laten om te vermijden te zondigen.
Manuel des âmes intérieures. De la vrai et solide devotion.
(Handboek voor inwendige zielen. Over de ware en stevige devotie).
16
OVERWEGEN.
Deze week was er op gericht werkelijk een echt Christelijk jaar te willen. Het is echter duidelijk dat de beste voornemens niet gemaakt zijn om zeker uitgevoerd te worden ! We zullen vallen en hervallen. Bijgevolg, ook het berouw maakt deel uit van het Christelijk leven.
Laten we van dit vallen profiteren om te groeien in de nederigheid, die we door welslagen zouden kunnen verliezen. Jezus is gekomen voor de zondaars, niet voor de rechtvaardigen en vermits Hij ons nooit iets kwalijk neemt, waarom dan aan droefheid tijd verliezen, die we zouden kunnen gebruiken om op te staan en verder te gaan ?
De beste manier om de zonde te vermijden is het Evangelie beleven, heel eenvoudig. Men rijdt niet met de wagen met de voet op de rem, maar op het gaspedaal. Het gaspedaal in het Christelijk leven, dat is de liefde van Jezus en gans de organisatie van ons jaar is bedoeld om onze verhouding met Hem te ontwikkelen.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik stel in mijn agenda de data vast, ten minste ongeveer, wanneer ik in 2012 het sacrament van de verzoening zal ontvangen.
ZATERDAG, 7 januari 2012. Van de Feria.
Het geluk Christen te zijn.
Niets is in de omgang van het leven aangenamer dan een echt devote mens. Hij is eenvoudig, rechtgeaard, open, zonder pretentie, zacht, voorkomend, stevig en echt. Zijn gesprek is vrolijk, interessant. Hij kan meedoen met eerbaar vermaak en kan in de welwillendheid zover gaan dat ze op het randje af de zonde vermijdt.
Men moge zeggen wat men wil, de echte devotie is niet triest, noch voor zichzelf, noch voor de anderen. Hoe zou iemand, die voortdurend geniet van het echte goed, van het enige goed voor de mens, kunnen droevig zijn ? Het zijn de passies, die droevig zijn. De gierigheid, de ambitie, de liefde. En het is om zich af te leiden van de pijnen waarmee ze het hart aanvreten, dat men zich met furie op onstuimige genoegens werpt, steeds wisselend, en die de ziel uitputten zonder haar ooit voldoening te schenken.
Gelijk wie die, zoals het hoort, in de dienst van God gaat, zal de waarheid van deze uitspraak ervaren dat God dienen, regeren betekent. Zelfs al is het in armoede, in oneer, in lijden. Al wie, hier beneden, hun geluk zoeken buiten God, zonder uitzondering, bevestigen dit woord van de Heilige Augustinus : "Het hart van de mens, enkel gemaakt voor God, is steeds onrustig tot het rust vindt in God".
Manuel des âmes intérieures. De la vrai et solide devotion.
(Handboek voor inwendige zielen. Over de ware en stevige devotie).
17
OVERWEGEN.
Deze eerste week van het jaar zal men ons tientallen keren geluk hebben toegewenst in 1012. Er is echter maar één geluk : Jezus. "De echte devotie is niet triest, noch voor zichzelf, noch voor de anderen. Hoe zou iemand, die voortdurend geniet van het echte goed, van het enige goed voor de mens, kunnen droevig zijn ?"
Onze tijd kent een ongehoorde materiële rijkdom. Het is alledaags te zeggen dat hij triestig is, bitter, geneigd tot zelfmoord.
Aan het einde van deze Kersttijd "In de school van de heiligen" zullen we zes weken gehad hebben om ons bewust te worden van het echte geluk. Eindigen we met te kiezen !
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik verzamel al de besluiten, die ik deze week genomen heb en zal ze netjes noteren in een schriftje dat ik binnen handbereik houd om ze regelmatig te kunnen herlezen, ze eventueel aan te vullen of aan te passen als ik dat nodig vind. Voor elk besluit zal ik een bilan maken aan het einde van een bepaalde periode voor elke Biecht. Ik zal mijn tekorten hierover belijden.
ZONDAG, 8 januari 2012 . Driekoningen De openbaring van de Heer.
"De wijzen in Bethlehem"
Van Kerstmis naar Pasen.
De kribbe is niet minder een school voor het inwendig leven dan het Kruis. Men begint met de kribbe en eindigt met het Kruis. Kijken we naar Jezus-Christus, die geboren wordt : Hij aanbidt zijn hemelse Vader even volmaakt als aan het Kruis. Maar gans zijn bewondering is opgesloten in het hart. Hij zegt niets, doet niets, Hij is als het ware vernietigd en het is in deze verootmoediging zelf dat de volmaaktheid bestaat van zijn eerbetoon. Laten we dat begrijpen, wij, die ons voortdurend er over beklagen tegenover God te staan als onbehouwen, zonder gedachten, zonder woorden, zonder daden. Deze toestand, die de dood is van de eigenliefde, is God oneindig meer aangenaam dan alles wat onze geest, ons hart en onze mond van het meest sublieme zouden kunnen uitdrukken. Zwijgen voor God, zich verootmoedigen, zich vernederen voor Hem, in zijn Aanwezigheid verblijven, alsof men er niet was, dat is de volmaakte aanbidding in geest en waarheid.
Het is dus noodzakelijk dat we eenvoudig zijn, arm van geest, klein, zoals de herders. Dat we, zoals zij, een rechtgeaard hart hebben, dat we leven in onschuld en dat we volledig gebroken hebben met de zonde. In de persoon van de wijzen zijn ook de groten en de geleerden naar de kribbe geroepen, maar wel de nederige groten, die aan alles onthecht zijn en bereid om alles te offeren om aan de oproep van God te beantwoorden. De geleerden zonder zelfingenomenheid, zonder verwaandheid, gehoorzaam aan het goddelijk licht, waarvoor ze alle redeneringen het zwijgen opleggen.
Manuel des âmes intérieures. La crèche. (Handboek voor inwendige zielen. De kribbe.)
18
OVERWEGEN.
De kribbe nodigt ons uit naar het Kruis, de Kersttijd naar de tijd van de Passie. Over zes weken zullen we beginnen aan de Vasten. Zes weken, waarin we, zoals Maria "we al deze dingen zullen bewaren in ons hart". Dus, zes weken van inwendig leven.
De genade van Kerstmis is wel deze van het binnenkomen van Jezus in ons, langs het diepste van onszelf. Het is zo dat het mysterie van de menswording zich nu vereeuwigt, het mysterie, dat in zich de kiem draagt van onze verlossing, wat we in de liturgische Paastijd zullen beleven. Het is niet te vroeg om ons daar op voor te bereiden "in de school van de heiligen".
Het geheim daartoe is heel eenvoudig : het geheim van de herders en van de Wijzen : armoede van geest, rechtschapenheid van hart, ootmoed.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik begin vandaag uit te voeren wat ik gisteren besloten had.
18-12-2011
De gebeden uit de Waarschuwing. ( GEBED 3 ).PPS.
De gebeden uit de Waarschuwing. ( GEBED 2 ).PPS.
!!Mijn verjaardag!! Aan de leden van de Nederlandstalige Internetgebeskring!! PPS.
Vanwege, Jos.
BOODSCHAP. De Tweede Komst zal kort na de Waarschuwing plaatsvinden.
De Tweede Komst zal kort na de Waarschuwing plaatsvinden.
Woensdag 14 december 2011 19.15u
Mijn liefste dochter, je moet altijd op Mij vertrouwen en weten dat niet één enkele boodschap, aan jou gegeven, ooit bezoedeld zal worden.
Jij wordt stevig vastgehouden in Mijn allerheiligste Hart en je hand wordt door Mijn hand geleid.
Door jou kan en zal altijd alleen maar Mijn heilig woord geschreven worden om Mijn boodschappen aan de hele mensheid mee te delen.
Je moet niet blijven proberen om de datum van de Waarschuwing vast te stellen. Ik kan deze datum niet onthullen want dat is niet overeenkomstig de wil van Mijn Eeuwige Vader. De Waarschuwing zal hoogst onverwacht plaatsgrijpen waarbij de mens onverhoeds wordt overvallen.
De tijd is zeer kort dus besteed zoveel mogelijk tijd aan intens gebed om zielen te redden. Alle zielen.
De kastijding werd weerhouden en zal enkel geschieden als de mens, na de Waarschuwing, niet tot inkeer komt en massaal terugkeert naar zijn verdorven gewoontes.
Mijn Vader heeft toestemming gegeven om, binnen een zeer korte termijn op aarde, Mijn Tweede Komst in te luiden. Het zal kort na de Waarschuwing gebeuren. Alle zielen moeten ten volle voorbereid worden.
Het volgende kruistocht van gebed om zielen te redden, gaat als volgt :
O Almachtige Vader, God de Allerhoogste
Ontferm U a.u.b. over alle zondaars.
Open hun hart om de redding te aanvaarden en om een overvloed aan genaden te ontvangen.
Luister naar mijn smeekbeden voor Mijn eigen familie en zorg ervoor dat eenieder genade zal vinden in Uw liefhebbend hart.
O Goddelijke Hemelse Vader, vrijwaar al Uw kinderen op aarde van een eventuele nucleaire oorlog of andere daden die gepland worden om Uw kinderen te vernietigen.
Behoed ons voor alle kwaad en bescherm ons.
Verlicht ons zodat we onze ogen kunnen openen om de waarheid over onze zaligmaking te horen en aanvaarden zonder enige angst in onze ziel.
Ga heen in vrede. Jullie liefhebbende Redder, Jezus Christus.
3 gebeden (via Vassula Ryden door God gegeven aan ons om dagelijks te bidden) - INTERNETGEBEDSKRING.
DE 3 GEBEDEN.
Jezus heeft aan Vassula aanbevolen dat we de volgende drie gebeden dagelijks bidden:
(Het zijn zeer krachtige gebeden)
GEBED VAN VERTROUWEN TOT HET HEILIG HART VAN JEZUS (noveengebed)
O Heer, Jezus Christus, aan Uw Allerheiligst Hart vertrouw ik deze intentie toe:
(noem uw intentie).
Zie slechts op mij neer, en doe dan wat Uw Hart U ingeeft.
Laat Uw Heilig Hart beslissen.
Ik reken op Uw Hart, ik vertrouw erop,
ik werp mij aan de voeten van Uw Barmhartigheid.
Heer Jezus! U zult mij niet in de steek laten.
Heilig Hart van Jezus, ik geloof in Uw liefde voor mij.
Heilig Hart van Jezus, Uw Rijk kome.
O Heilig Hart van Jezus,
ik heb om veel gunsten gebeden, maar ik vraag U dringend om deze.
Neem het en leg het in Uw Heilig Hart.
Als de Eeuwige Vader het ziet, bedekt met Uw kostbaar Bloed,
zal Hij niet weigeren.
Het zal niet meer Mijn gebed zijn, maar het Uwe, o Jezus.
O Heilig Hart van Jezus, ik stel mijn vertrouwen op U.
Laat mij nooit verloren gaan. Amen.
GEBED TOT DE HEILIGE AARTSENGEL MICHAEL.
Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd;
wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel.
Wij smeken ootmoedig dat God hem Zijn macht doe gevoelen.
En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf Satan en de andere boze geesten,
die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan,
door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.
MEMORARE van Sint Bernardus.
Gedenk, o allermildste maagd Maria,
dat het nog nooit gehoord is,
dat iemand die tot U zijn toevlucht nam,
die om Uw hulp kwam smeken
en om Uw bijstand vroeg,
door U in de steek werd gelaten.
Gesterkt door dat vertrouwen,
kom ik tot U, o Maagd der maagden
en sta hier voor U
in mijn armzaligheid en zonde.
O Moeder van het Woord,
versmaad mijn woorden niet,
maar in Uw goedheid
luister en wil mij verhoren. Amen
Maria, Koningin van de heilige Engelen, bid voor ons.
Met dank aan Jos, en Diny.
17-12-2011
BOODSCHAP. Ik kan het niet verdragen aan die zielen te denken die door Satan naar de Hel gesleurd worden.
Ik kan het niet verdragen aan die zielen te denken die door Satan naar de Hel gesleurd worden.
Dinsdag 13 december 2011 20.15u.
Mijn liefste beminde dochter, de voorbereidingen zijn voor al Mijn volgelingen belangrijk aangezien de Waarschuwing nadert.
Al deze gelovigen moeten intens bidden om de vergeving van hun zonden teneinde de pijn van het Vagevuur, die de meeste mensen onmiddellijk na de Waarschuwing gedurende korte tijd zullen ervaren, te vermijden.
Bid, bid voor al diegenen die getraumatiseerd zullen zijn, zodra zij de toestand van hun ziel zien, wanneer hun zonden hen tijdens de Waarschuwing geopenbaard worden.
Zij moeten begrijpen dat hun zonden aan hen geopenbaard moeten worden, voordat zij van alle zonde gezuiverd kunnen worden, zodanig dat zij het Nieuwe Paradijs op aarde kunnen betreden het nieuw tijdperk van vrede, liefde en gelukzaligheid dat elk van Mijn kinderen behoort te erven.
Mijn hart is vervuld van vreugde omdat Ik de mensheid dat grootse geschenk breng. Toch houdt mijn droefheid aan omwille van diegenen die de kans op dit nieuwe leven gewoonweg verwerpen.
Ik heb zoveel gebeden nodig, kinderen, opdat Satan kan tegengehouden worden van het stelen van hun ziel. Hij zal dit tot op de laatste minuut blijven doen.
Ik kan het niet verdragen aan die zielen te denken die bij Mij weggetrokken zullen worden, schreeuwend en schoppend uit protest, terwijl hij en zijn handlangers hen naar de diepten van de Hel sleuren.
Help Mij, kinderen, om dit te verhinderen door middel van jullie gebeden.
Kinderen, deze zielen moeten Satan en zijn wegen volkomen verwerpen als zij het Nieuwe Paradijs willen binnengaan. Zij moeten zich ofwel bereidwillig tot Mij wenden of helemaal niet.
Zij hebben twee keuzes : het Nieuwe Paradijs op aarde of de diepten van de eeuwige verdoemenis in het gezelschap van Satan.
Twijfel nooit ofte nimmer aan het bestaan van de Hel, kinderen ! Wees jullie ervan bewust dat elke zwartgeblakerde ziel, bij het overlijden, door de demonen van Satan de Hel ingesleurd wordt en in eeuwigheid gekweld wordt. In plaats van al zijn beloftes heeft Satan voor dergelijke zielen een afschuwelijk rijk van kwelling in het leven geroepen. Vanwege zijn haat tegen de mensheid zullen deze zielen boven hun uithoudingsvermogen lijden. Toch moeten zij dit gedurende heel de eeuwigheid verdragen.
Weten deze zielen niet wat de beloften van Satan opleveren ?
Weten zij niet dat rijkdom, roem en het verleidelijk materialisme een open weg banen, recht in de armen van de Boze ?
Word wakker terwijl jullie nog kunnen, jullie allemaal ! Behoed jullie en deze arme, misleide zondaars voor dit vreselijk einde aan jullie bestaan.
Jullie hebben niet veel tijd meer !
Laat het gebed voor deze zielen vandaag nog beginnen !
Jullie Redder
Jezus Christus.
16-12-2011
De gebeden uit de Waarschuwing. ( GEBED 1 ).PPS.
De Bijbel zegt.
De Bijbel zegt, dat je alles mag vragen en dat je alles zult krijgen, maar wij vragen en krijgen lang niet alles wat wij willen. Wat mankeert er aan ons bidden? Wat is bidden en hoe moeten wij bidden? Jacobus schrijft: "Gij hebt niets, omdat gij niet bidt. Of, gij bidt wel, maar gij ontvangt niet, doordat gij verkeerd bidt..." (Jacobus 4:2,3) Aan welke voorwaarden moet je gebed voldoen om gebedsverhoring te krijgen?
Laat de Bijbel zien, hoe je moet bidden? Zoals de leerlingen van Johannes de Doper aan hun leraar vroegen hoe zij moesten bidden, zo vroegen ook de leerlingen van de Here Jezus dit aan Hem. Wij stellen dezelfde vraag en kijken naar wat de Bijbel over het gebed zegt.
Wat is bidden?
Het Hebreeuwse woord voor gebed is tefilla. Het is afgeleid van een stam die "rechtspreken", "strijden" betekent. In de wederkerige vorm betekent het "met jezelf strijden" en "rekening en verantwoording afleggen van wat er in godsdienstig opzicht in je omgaat." Wie dit weet, begrijpt de volgende woorden van de apostel Paulus veel beter: "Maar, broeders, ik vermaan u bij onze Here Jezus Christus en bij de liefde des Geestes, om samen met mij te worstelen in den gebede voor mij tot God." (Romeinen 15:30) en "Epafras laat u groeten, die een der uwen is, een dienstknecht van Christus Jezus, altijd in zijn gebeden voor u worstelende, dat gij moogt staan, volmaakt en verzekerd bij alles wat God wil." (Colossenzen 4:12)
Bidden is dus veel meer dan alleen maar een aantal vragen bij God neerleggen. Het is ook veel meer dan een verzoek om hulp. Bidden is het strijdtoneel betreden. Bidden is een gevecht; geen gevecht met God, maar een gevecht met jezelf. Bidden is vragen, smeken, pleiten, bij God in beroep gaan. Bidden is in gesprek gaan met God. Bidden is praten met God. Bidden is ook God eren, loven en prijzen voor wie Hij is en voor wat Hij doet of gedaan heeft. Bidden is God danken voor zegeningen die Hij jou geschonken heeft. In het gebed zoals de Bijbel ons leert bidden, kom je niet alleen met je vreugde en je verdriet, maar spreek je ook je Godsvertrouwen uit! Hoewel het lijkt of wij bij het bidden alleen spreken tegen God en hoewel velen op die manier bidden, is echt bidden in feite een gesprek met God aangaan, waarbij God door Zijn Heilige Geest via de Bijbel en via het gebed zelf weer tot ons kan spreken.
In het gebed beleven wij, dat wij een relatie hebben met God. Wij beleven in het gebed ook de relatie met medegelovigen. Wij bidden immers niet alleen. Zij bidden ook! En het mooiste is, als wij allen dezelfde gebeden tot God opzenden! Terwijl het geloof zelf in feite geen zaak van ons gevoel maar juist van ons verstand is (waarbij ons hart en ons verstand samen belijden, wie Hij is en dat wij van Hem zijn), gaan wij in het gebed juist het contact met God voelen. Hier mag je iets beleven. Hier word je opgetild uit en boven het aardse en het dagelijkse en treed je in een ontmoeting met de heilige God. Door het gebed treed je als het ware Gods wereld binnen! In die ontmoeting spreek je tot Hem en spreekt Hij tot jou. Zo praat je dus met God en luister je naar God. Hij heeft (gelukkig!) ons ook iets te zeggen. Ja, Hij heeft ons heel veel te zeggen. De vraag is, wie in ons gebed het meest te zeggen heeft: God of wij. De vraag is, wat een goed gebed is; een gebed waarin God het meest zegt, of een gebed waarin de bidder het meest zegt. Het gebed zoals de Bijbel het ons leert, de tefilla, is een gebed, waarin in de eerste plaats God aan het woord is!
Een mooi voorbeeld van het spreken van God in en door het gebed hebben wij bijvoorbeeld in Psalm 25, waarvan wij de eerste verzen citeren. "Van David. Tot U, HERE, hef ik mijn ziel op; mijn God, op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden, laten mijn vijanden niet over mij juichen. Ja, allen die U verwachten, worden niet beschaamd, beschaamd worden wie trouweloos handelen zonder oorzaak. HERE, maak mij uw wegen bekend, leer mij uw paden, leid mij in uw waarheid en leer mij, want Gij zijt de God mijns heils, U verwacht ik de ganse dag." (Psalm 25:1-5) In dit gebed stelt David vragen aan God, maar belijdt hij ook zijn geloof, dat "allen die God verwachten, niet beschaamd worden." Door dit zelf te zeggen, laat hij God tegen zich spreken. Hij luistert naar wat hij zelf bidt en hoort daardoor ook God tot zich spreken. Zo wordt bidden zowel spreken als luisteren.
In Psalm 91:14,15 belijdt de bidder, dat God bij de bidder in diens benauwdheid bij hem zal zijn en hem tot ere zal brengen. Door dit in het gebed uit te spreken, kun je Gods spreken ook weer vernemen. In Jesaja 58:9 zegt God, dat Hij tegen de bidder zal zeggen: "Hier ben Ik." God zal dus bij de bidder zijn. Dat mag de bidder belijden. Dit is in overeenstemming met de prachtige belofte uit Psalm 23:4 die wij David horen bidden: "Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want Gij zijt bij mij." Er is geen belofte, dat God het duistere dal van je zal af nemen. Wel, dat Hij in het duistere dal bij je zal zijn. Dat alles mag in het gebed beleden worden. Zo wil God door Zijn eigen woorden, die wij belijden, tot ons spreken als wij bidden!
Wij komen verschillende beschrijvingen van het gebed in de Bijbel tegen.
Bidden is je stellen voor Gods aangezicht.
In het gebed doen wij hetzelfde als de offeraar in de tabernakel en de tempel deed: wij staan voor Gods heiligdom en voor Zijn aangezicht. "Daarna vergaderde Jozua alle stammen van Israël te Sichem. Hij ontbood de oudsten van Israël, zijn oversten, zijn rechters en zijn opzieners, en zij stelden zich voor het aangezicht Gods." (Jozua 24:1) Zij verzamelden zich bij de tabernakel en waren met hun gezichten en harten gericht op de ark des verbonds, ook al konden zij die niet zien. Zo kwamen zij God raadplegen. Bidden wil dus zeggen, dat je voor Gods aangezicht gaat staan. Verwacht wordt, dat de bidder staat.
Bidden is je ziel brengen in de nabijheid van God.
De Bijbel spreekt over het opheffen van je ziel tot de Here (Psalm 25:1). Dit betekent, dat je je ziel bij Hem brengt. Je wilt niet slechts een oppervlakkig contact met God, maar je zoekt zielsverbondenheid met Hem. Zoals in het Heilige het offer vanaf het reukofferaltaar voor Gods aangezicht - voor de voorhang naar het Heilige der Heiligen - omhoog steeg, zo stijgen onze gebeden op naar de troon van God. Zo naderen wij de genadetroon, dat is de ark des verbonds, die achter de voorhang is. Namens het volk bracht de priester de gebeden van het volk voor Gods aangezicht. Hij deed dit op grond van het offer dat in de voorhof gebracht was en dus op grond van het bloed van dat offer. Hierbij zijn wij als christenen ons bewust, dat wij alleen door de Here Jezus, door Zijn offer en Zijn bloed hier kunnen staan en onze gebeden kunnen offeren. Wij geven als voorbeeld het eerste vers van Psalm 25. "Van David. Tot U, HERE, hef ik mijn ziel op." (Psalm 25:1; zie ook Psalm 86:4; 141:2; 143:8; Lucas 1:10; Hebreeën 4:16; 10:19; Openbaring 5:8 en 8:3)
Bidden is roepen tot God en je hart voor Hem uitstorten.
Wij komen het tegen als het te hulp roepen van God. Dit gebeurt als er nood in ons leven is en wij de hulp van de almachtige God nodig hebben.
Toen Hanna in de voorhof van de tempel te Silo aan het bidden was, zei zij tegen Eli, dat zij haar hart voor de Here uitgestort had. Bidden is dus je ziel openleggen voor Gods aangezicht en je hart voor hem uitstorten. Je "laat het achterste van je tong" aan de Here zien. Je houdt niets voor Hem verborgen. Je bent je bewust, dat Hij alles weet, daarom kun je Hem ook alles vertellen. Zie 1 Samuel 1:15 en Psalm 62:9.
Bidden is het aanroepen van God.
Bij dit aspect krijgt het gebed het karakter van een "eredienst" voor God. Het is als het ware een "minikerkdienst", waarin alleen God en de bidder aanwezig zijn. Dit woord wijst erop, dat zoals wij in een samenkomst ter ere van God bijeengekomen zijn om Hem onze hulde, eer en aanbidding te brengen, wij dit in ons persoonlijk gebed ook behoren te doen.
Genesis 4:26 vertelt, dat de mensen al in een ver verleden begrepen hadden, dat zij God moesten eren, door Zijn Naam aan te roepen. Van Abraham lezen wij, dat als hij een altaar gebouwd had, hij bij dat altaar de Naam des HEREN aanriep. "Toen brak hij vandaar op naar het gebergte ten oosten van Betel, en hij spande zijn tent, met Betel tegen het westen en Ai tegen het oosten, en hij bouwde daar een altaar voor de HERE en riep de naam des HEREN aan." (Genesis 12:8) Toen er eenmaal een tabernakel en later een tempel was, waren dit de plaatsen waar de mensen bijeenkwamen om God aan te roepen, dat wil zeggen om Hem te eren en Hem hun hulde te brengen, Hem te loven en te prijzen. "De beker der verlossing zal ik opheffen, ik zal de Naam des HEREN aanroepen... Ik zal U lofoffer brengen en de Naam des HEREN aanroepen." (Psalm 116:13,17) Het moet duidelijk zijn, dat bij dit hulde brengen het fundament niet dient te liggen bij ons hart, maar bij God Zelf. Het gaat niet slechts om onze dankbaarheid, maar juist om Gods heerlijkheid.
Bidden is het loven van God. Het is een lofprijzing en een huldebetuiging. Ook nu valt er niets voor onszelf of voor anderen te vragen. Het gaat om de grootheid van God, die wij onder woorden brengen in ons gebed. Het gaat om het eren en verheerlijken van God en Zijn Naam. Het gaat om het roemen en prijzen van de grootheid van de Koning van het ganse heelal.
Zulke gebeden worden ook in het boek Openbaring genoemd: "Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de macht en de rijkdom en de wijsheid en de sterkte en de eer en de heerlijkheid en de lof." (Openbaring 5:11,12) en "Amen, de lof en de heerlijkheid en de wijsheid en de dankzegging en de eer en de macht en de sterkte zij onze God tot in alle eeuwigheden. Amen." (Openbaring 7:12)
Tot Wie bidden wij?
Wij bidden tot God.
Wij bidden tot God de Schepper van hemel en aarde, de Koning van het ganse heelal, de Koning der koningen en de Here der heren. Hoewel wij ook bij de schepping behoren en dankbaar zijn dat wij leven, gaat het hier in het bijzonder om de openbaring van Gods heerlijkheid. God wordt gehuldigd om Wie Hij is en om wat Hij gedaan heeft.
Wij bidden tot God onze hemelse Vader. Nu gaat het om Wie God door de Here Jezus voor ons is en om wat God in de Here Jezus voor ons gedaan heeft, onze redding, ons behoud. Ons gebed is nu gericht op het Vaderhart van God. Zie 2 Corinthe 1:3; Ephese 1:3; 3:14; Colossenzen 1:3.
Het lijkt alsof er een tegenstelling is tussen het bidden tot God als Koning en het bidden tot God als onze hemelse Vader. Wij moeten het echter niet zien als een tegenstelling maar als een mooie aanvulling. Hierin mogen wij iets beleven van de Joodse geloofsbelijdenis, namelijk dat de HERE één is. Ook al openbaart Hij Zich aan ons zowel als Koning als ook als Vader, het is een en dezelfde God, die tot ons spreekt en die naar ons luistert!
Als wij tot God bidden als de Koning van het heelal, realiseren wij ons Zijn huiveringwekkende grootheid, Zijn macht en majesteit. Hij is onvoorstelbaar hoog boven de mensen verheven. Toen David zichzelf vergeleek met Saul, de koning, noemde hij zichzelf al een dode hond en een vlo (1 Samuel 24:14; vgl. 26:20). Als David zijn nietigheid en kleinheid tegenover koning Saul op een dergelijke manier toonde, hoe nietig en klein zijn wij dan tegenover de Almachtige! In de Psalmen wordt dit als volgt onder woorden gebracht: "De HERE is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest." (Psalm 34:19) "De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart veracht Gij niet, o God." (Psalm 51:19)
Wij als christenen vergeten nogal eens, dat wij bidden tot de Koning der koningen. Wij maken God onze problemen bekend en vragen Hem dan ze voor ons op te lossen. Vaak zeggen wij er ook nog bij, op welke wijze Hij ze moet oplossen. Daarmee veranderen wij onze verhouding tot God. Wij zien nog wel de Koning-knecht relatie, maar net andersom. Wij zijn de koning geworden en God is de Knecht geworden, die onze opdrachten moet uitvoeren. Het moet u duidelijk zijn, dat dit niet de bedoeling van God en van het gebed is. Natuurlijk moeten wij weten, dat wij onze zorgen en bekommernis op de Heer moeten werpen, want Hij zorgt voor ons (1 Petrus 5:7). Wij moeten Hem echter niet degraderen tot onze Knecht, die voor ons moet werken en onze problemen moet oplossen!
Als wij tot God bidden als onze Vader in de hemel, realiseren wij ons de vertrouwelijke omgang die wij met Hem mogen hebben. "Des HEREN vertrouwelijke omgang is met wie Hem vrezen." (Psalm 25:14) Duidelijk blijkt, dat de vertrouwelijke omgang weer geldt voor hen, die de Here vrezen! In de vertrouwelijke omgang komen wij met al onze moeiten, zorgen en verdriet tot onze hemelse Vader. God heeft belangstelling voor onze kleine mensen zorgen en verdriet. Hij is altijd dichtbij ons!
Als wij tot God bidden als onze Vader, mogen wij ons bewust zijn, dat Hij ook als een vader voor ons zorgt. Hij is bij ons. Hij legt Zijn hand op onze schouders. Hij draagt ons door gevaarlijke plaatsen. Hij verzekert ons, dat Hij ons beschermt en dat wij absoluut veilig zijn bij Hem.
Velen op aarde hebben geen Vader in de hemel. Zij aanvaarden niet dat God de Schepper is en kennen Hem niet als hun hemelse Vader. Wat zijn zij onvoorstelbaar arm. Zij leven in een harde wereld en hebben geen Vader. Zij gaan door diepe dalen en hebben geen Vader. Zij hebben moeiten en verdriet en missen de Vader. Zij leven temidden van zorgen en spanningen, van teleurstelling en ellende en hebben geen Vader. Zij leven in feite als wezen op aarde.
Wij bidden tot de Here Jezus.
Hoewel wij in de Bijbel het meest lezen over het bidden tot God de Vader, lezen wij een aantal keren toch ook over gebeden tot de Here Jezus. Hij is zó één met God de Vader, dat wij ook tot Hem bidden. Wij doen dit op dezelfde manier als bij God de Vader. Wij brengen Hem onze hulde en storten ons hart ook voor Hem uit. Christenen heten in de Bijbel niet voor niets "mensen die de Naam van de Here Jezus aanroepen". Wij zien dit bijvoorbeeld bij de dood van Stefanus: "En zij stenigden Stefanus, die de Here aanriep, zeggende: Here Jezus, ontvang mijn geest. En op de knieën vallende, riep hij met luider stem: Here, reken hun deze zonde niet toe! En met deze woorden ontsliep hij." (Handelingen 7:59,60. Zie ook 1 Corinthe 1:2; 2 Timotheus 2:22 en Openbaring 5:13)
Hebt u er weleens over nagedacht, toen de discipelen aan de Here Jezus vroegen of Hij hen wilde leren bidden, dat Hij toen niet zei, dat zij tot Hem moesten bidden, maar dat zij tot de Vader moesten bidden? Toen de Here Jezus Zijn discipelen leerde bidden, leerde Hij hen tot de Vader bidden. Moet dit niet een les zijn voor hen, die meestal liever tot de Here Jezus bidden dan tot de Vader? Moeten wij niet leren om zowel tot de Here Jezus als tot de Vader te bidden?
Let op, dat wij niet bidden tot de Heilige Geest. Wij bidden tot God die in de hemel op Zijn troon zit. Wij bidden tot de Here Jezus die gezeten is aan de rechterhand van de Vader, maar wij bidden niet tot de Heilige Geest, die in ons eigen hart aanwezig is en die ons juist helpt bij ons bidden. "En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met onuitsprekelijke verzuchtingen. En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling des Geestes, dat Hij namelijk naar de wil van God voor heiligen pleit." (Romeinen 8:26,27; zie ook Openbaring 22:17)
Waarom bidden wij?
Het wonderlijke is, dat er nergens in de Bijbel staat: "Je moet bidden..." Toch bidden wij. Waarom? Omdat wij uit de volgende teksten begrepen hebben, dat God wil, dat wij zullen bidden. God heeft opdracht gegeven om tot Hem te bidden. Zoals Hij ons opdracht gegeven heeft om Hem lief te hebben, zo heeft Hij ons ook opdracht gegeven om tot Hem te bidden. "En dan zult gij daar de HERE, uw God, zoeken en Hem vinden, wanneer gij naar Hem vraagt met uw ganse hart en met uw ganse ziel." (Deuteronomium 4:29) Vervolgens komt nogmaals een opdracht om te bidden. Er staat: "... de HERE, uw God, liefhebt en Hem dient met uw ganse hart en uw ganse ziel..." (Deuteronomium 11:13) Hier gaat het over het gebed.
In de eerste tijd die de Bijbel beschrijft, waren er geen vaste gebeden. Ieder bad wat in zijn eigen hart opkwam, net zoals dit in onze tijd ook vaak weer het geval is. Wat men bad en hoe vaak men bad, werd aan ieder zelf overgelaten. Pas vanaf de tijd van Abraham horen wij over bepaalde vaste gewoonten en nog later, in de tijd van de tempel, worden bepaalde gewoonten vastgelegd. Zoals er een vaste orde van dienst in de tempel kwam, die David vastgesteld had, zo gingen de mensen ook op vaste tijden bidden. Ten tijde van Ezra werd door de mannen van de grote vergadering vastgesteld, dat alle Joden voortaan drie keer per dag moesten bidden. Vanaf die tijd ontstonden er ook vastgestelde woorden die in de gebeden gezegd werden. Het mooie was, dat de Joden daarop de eenheid in het gebed en in de gebeden gingen beleven. Allen baden op dezelfde tijd en allen spraken op dezelfde manier tot God. Er kwam eensgezindheid in de gebeden. Dit vinden wij rond de Pinksterdag ook in het Nieuwe Testament vermeld: allen waren eendrachtig bijeen met hun gebeden! "Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed... En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden." (Handelingen 1:14 en 2:42)
In de synagogen kwamen de mensen bijeen en gingen hun gezamenlijke gebeden tot God opzenden. De synagoge was zowel een plaats van studie als een huis van gebed. In Handelingen 16:13 horen wij ook van een "gebedsplaats" die als openluchtsynagoge dienst deed en waar de Joden bijeenkwamen om te bidden. Hiernaar verwijst de volgende tekst, die in de Nieuwe Vertaling als volgt luidt: "Daarom spreek: zo zegt de Here HERE: hoewel Ik hen weggedreven heb onder de volken en in de landen heb verstrooid, zodat Ik hun slechts weinig ten heiligdom geweest ben in de landen waar zij gekomen zijn." (Ezechiel 11:16) Hier staat iets moois over God, waarbij de vertalers de eigenlijke tekst vergeestelijkt hebben.
De Groot Nieuws Bijbel vertaalt terecht: "Maar je moet tegen de ballingen zeggen wat ik, God, de Heer, zal doen. Ik heb hen ver weg gestuurd, naar vreemde volken; ik heb hen uiteengejaagd naar verre landen. Ook daar zal ik voor hen aanwezig zijn in hun povere gebedsplaatsen." Deze tekst maakt duidelijk, dat er in die tijd al speciale gebedsplaatsen waren en dat de gebeden een belangrijke plaats innamen in het geloofsleven van de Joden.
In hun gebeden beleefden de Joden hun eenheid. Allen baden op hetzelfde moment hetzelfde gebed. In hun gebeden noemden de bidders zich niet "ik", maar "wij". Dat is ook het opmerkelijke van het gebed, dat de Here Jezus ons leerde bidden. Hij leerde ons niet bidden: "Mijn Vader in de hemel...", maar "Onze Vader in de hemel."
In hun gebeden bidden alle Joden over de hele wereld dezelfde woorden. Zij spreken daarbij God aan als "de Eeuwige", de "Heer van de wereld" en als "Koning van het heelal". Zij prijzen God in hun gebeden om Zijn almacht, Zijn eenheid, Zijn eeuwigheid, Zijn hulp in alle omstandigheden. Zij danken Hem, omdat Hij over hen waakt 's nachts en overdag en omdat hun zielen in Zijn hand zijn; zowel de zielen van de levenden als de zielen van de doden. Zij zeggen Hem, dat zij zich aan Hem toevertrouwen, omdat Hij, de enig waarachtige God, hen gered heeft. Zij vragen God hen te helpen en te onderwijzen als zij Zijn Woord bestuderen. Zij vragen God of Hij Zijn zegen over hen wil uitstorten.
Wat zou het mooi zijn, als wij ook zouden leren om bepaalde vaste zaken in onze gebeden op te nemen, zodat wij zouden weten, dat wij dagelijks dezelfde gebeden hebben en ons daarin met andere gelovigen verenigd hebben in het gebed en dus de eensgezindheid in de gebeden mogen kennen, naast het feit, dat wij natuurlijk ook onze eigen gebeden houden!
Wat zou het mooi zijn als wij bijvoorbeeld elke maand een vast gebed hebben, waarin wij eenparig God bidden en allen bepaalde zaken voor Gods troon zouden brengen? Zo'n gebed zou dan elke maand in het gemeenteblad afgedrukt kunnen worden en zou een maand lang door ons allen gebeden moeten worden. Het is dan bidden, zoals de Here Jezus het ook met Zijn discipelen deed: allen dezelfde gebeden!
Enkele voorbeelden
Wij geven enkele voorbeelden van gebeden naar Joods-Bijbels model, waaraan het specifieke van ons geloof in de Here Jezus is toegevoegd, zoals ook het Nieuwe Testament ons toont, evenals het karakter van het gebed dat de Here Jezus Zijn discipelen leerde (het "Onze Vader). In deze gebeden zijn woorden uit de Bijbel verwerkt, waardoor het bidden zowel vragen als loven is, zowel beloven als luisteren naar God is. Het zijn twee gebeden die als voorbeeld dienen en die natuurlijk niet de enige gebeden zijn die gebeden kunnen worden.
Het eerste voorbeeld
"Heer, onze God, Koning van het ganse heelal, samen met de andere leden van onze gemeente buig ik mijn knieën voor U en aanbid ik U. U bent onze God, onze Verlosser en Heer. U bent mijn hulp en toeverlaat in tijden van nood. In uw hand is mijn ziel, zowel als ik slaap als wanneer ik wakker ben. U bent altijd bij mij, zodat ik nooit bang hoef te zijn. U zorgt voor mij elk moment van de dag. Heer, onderwijs mij iedere dag uit Uw Woord en laten Uw woorden mijn hart vervullen. Leid mij op Uw weg, zodat ik een gehoorzaam en trouw dienaar van U zal zijn.
Houd ons allen heel dicht bij U, zodat ons geloof versterkt moge worden en onze liefde voor U zal groeien. Leer ons steeds meer in afhankelijkheid van U te leven. Leer ons om steeds meer U toegewijd te zijn, zodat wij niet voor onszelf leven, maar voor U. Moge het beeld van de Here Jezus steeds meer gestalte in ons krijgen. Niet alleen in mijn leven, maar in het leven van allen in onze gemeente.
Ik beloof u, dat ik mijn best zal doen om zo te leven, dat anderen iets van U in mij zullen zien. Ik ben mij bewust, dat U mij geroepen en uitgekozen hebt om als een priester in Uw dienst te staan. Ik wijd mijzelf aan U toe, opdat U mij in Uw dienst zult kunnen gebruiken.
Onze Vader in de hemel, ik dank u, dat ik de Here Jezus heb leren kennen als mijn Heiland en Heer. Ik dank U, dat U nu ook mijn Vader bent en dat U als een Vader voor mij zorgt.
Ik bid u voor de anderen in de gemeente, voor de voorganger, de leden van de raad en voor allen die meewerken in onze gemeente. Heer, zegen ons allen en moge Uw hand ten goede op ons rusten. Wees ons nabij, opdat wij allen door U gezegend mogen worden.
Ik bid u voor onze zieken. Ik bid u voor... (noem hun namen). Ik bid u voor hen die moeite en verdriet hebben in hun leven (noem hun namen). Ik bid u, dat zij Uw kracht en nabijheid zo duidelijk mogen ervaren, dat zij erin kunnen staan en ervaren mogen, dat zij door U opgetild en gedragen worden.
Geprezen bent U, Eeuwige, onze God en Vader, onze Koning, om Uw trouw, die U ook ons beloofd hebt. Met heel mijn hart loof en prijs ik Uw heilige Naam. Amen.
Het tweede voorbeeld
Heer, onze God, Eeuwige, Koning van de wereld, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde. Ik breng U mijn hulde en de dank van mijn hart, omdat ik mag leven. Ik dank U, dat U mijn leven gewild hebt en dat U mij het leven geschonken hebt. Geprezen en gezegend bent U, die ons geroepen hebt om Uw kinderen te zijn. Geprezen bent U, die wij 'onze Vader' mogen noemen. Samen met de andere leden van de gemeente kom ik tot U en dank ik U, dat wij allen veilig zijn en geborgen in Uw eeuwige Vaderarmen.
Heer, U bent ons Licht en ons Leven. U bent onze Redder. Help ons om steeds in Uw nabijheid te mogen blijven en de aanwezigheid van de Here Jezus door de Heilige Geest te mogen ervaren. Help ons om niet voor onszelf te leven, maar onze liefde te mogen richten op U en op anderen. Onderwijs ons, zodat wij steeds meer zullen leren anderen lief te hebben als onszelf en daardoor aan U onze liefde te tonen. Mogen onze harten en gedachten steeds meer vervuld worden van Uw grote heerlijkheid.
Heer, wij zijn ons bewust, dat wij door het offer van de Here Jezus verbonden zijn met allen die U toebehoren. Wij danken U, dat het gebed van de Here Jezus vervuld is en dat wij ons één mogen weten met allen die voor eeuwig behouden zijn door het verzoenend bloed van de Here Jezus. Wij danken U, dat Hij Zijn heilig bloed in Uw hemels heiligdom gebracht heeft, waar het ook voor ons tot een eeuwige verlossing geworden is.
Ik dank u, dat mijn hart rust gevonden heeft in en bij U. Ik weet, dat U ons nooit zult verlaten en dat wij altijd veilig zijn bij U. Ik dank U, dat Uw ogen ook op mij gericht zijn en dat ik geen ogenblik aan Uw aandacht zal ontsnappen.
Heer, ik beloof u, dat ik mijn best zal doen om met andere mensen over u te spreken. Ik ben mij bewust, dat velen om mij heen U niet kennen en de redding van de Here Jezus nooit gevonden heb. Heer, laat iemand op mijn pad komen, die ik van U kan vertellen. Ik bid u voor mijn vrienden (noem hun namen). Ik bid u in het bijzonder voor mijn vrienden die U niet kennen (noem hun namen). Ik bid u, dat er een deur geopend zal worden, opdat ik met hen over U kan spreken. Help mij om hen te tonen wie de Here Jezus is.
Gezegend bent U, Eeuwige, onze Schepper en Koning, onze Vader en Heer, die Israël gekozen hebt tot Uw volk en de Gemeente tot Uw eigendom en om Uw Licht op aarde te verspreiden. Ontferm U over Israël en over Uw Gemeente. Geef ons Uw vreugde, diep in ons hart. Ik loof en prijs Uw heilige Naam. Dank U wel, dat alle kracht om te leven en te overwinnen bij U is. Amen.
Het derde voorbeeld
Wij zagen, dat nadat de Israëlieten in de Babylonische ballingschap terechtgekomen waren, en de steun van de priesters in de tempel misten bij het dienen van God, ging Ezra de mensen leren om zelf te bidden en om allen dezelfde gebeden op te zenden. Eén van deze gebeden is het Amied, het gebed, dat de Joden sindsdien elke dag bidden. Ook de Here Jezus bad dit gebed. Voor deze maand geven wij u een vertaling en bewerking van het eerste deel van dit gebed. U vindt het in het eerste en grootste deel van dit gebed, waar de zinnen niet tot het eind van de regel gaan. Wij hebben hier enkele speciaal christelijke regels aan toegevoegd, die u kunt herkennen aan het feit, dat ze cursief gedrukt zijn. Ook het tweede deel dat niet uit het Amied afkomstig is gemakkelijk te herkennen, vooral ook omdat er een sterretje staat tussen het Joodse Amied gedeelte en het christelijke gedeelte.
Heer, help mij om tot U te bidden. Laat mij over U spreken en help mij U hulde te brengen (Psalm 51:17).
Heer, onze God, U bent de bron van al onze zegeningen. Daarom danken wij U. Geprezen bent U, Eeuwige, onze God en Israëls God; God van Abraham, Izaak en Jacob. Gezegend bent U, de grote, machtige en ontzagwekkende God (Deuteronomium 10:16,17), die hoog boven alles en iedereen verheven is, die het heelal geschapen heeft en erover heerst, die ons in liefde rijkelijk zegent en die de trouw van Abraham, Izaak en Jacob niet vergeten is en er nog altijd rekening mee houdt.
U hebt ons opgedragen U lief te hebben boven alles en iedereen en dit te tonen, door onze naaste lief te hebben als onszelf (Mattheus 22:37-40). U hebt ons opgeroepen om U te dienen en U te volgen (Deuteronomium 13:4). U hebt ons opgeroepen om zoals U eens de naakten kleedde (Genesis 3:21), dit ook te doen, om de hulpbehoevenden te onderhouden, de zieken te bezoeken (Genesis 18:1), de treurenden te troosten (Genesis 25:11) en te delen in vreugde en verdriet van onze naasten (Deuteronomium 34:6; Mattheus 25:35,36). Help ons om hierin U trouw te volgen, te dienen en te gehoorzamen. Omwille van Uw Naam hebt U Israël en ons in liefde de Verlosser geschonken. Zoals U eertijds Israël liefhad, hebt U nu naast Israël ook ons lief. U bent Koning, Helper, Redder en Beschermer. Help ons, dat wij steeds zullen zien, dat zoals Israël gezegend werd door de verdiensten van Abraham, Izaak en Jacob, wij heel bijzonder gezegend zijn door de verdienste van de Here Jezus, die de straf voor onze zonden gedragen heeft en ons Zijn heerlijkheid en rechtvaardigheid geschonken heeft. Geprezen bent U, Eeuwige, Schild en Beschermer van Abraham (Genesis 15:1).
U bent onze altijd almachtige Heer. U zorgt voor de overleden gelovigen en houdt hen onder Uw hoede; U bergt hun zielen onder Uw altaar (Openbaring 6:9). U bent een machtige Redder. U zorgt met liefde voor hen die leven, U brengt met grote barmhartigheid de doden weer tot leven. U ondersteunt hen die struikelen in hun geestelijke levenswandel, U geneest hen die zonde-ziek zijn, U bevrijdt hen die gevangen zijn in de kerker van de zonde en blijft trouw aan hen, die in het stof slapen (Psalm 146:6-8). Wie is als U, machtige en barmhartige Vader, wie is aan U gelijk, Koning, die laat sterven en weer tot leven brengt, die hulp en redding schenkt (Exodus 15:11). Uit Uw hand ontvangen wij zowel wat ons blij maakt als wat ons droevig stemt. Uw trouw is groot. U bent steeds bij ons. U leidt ons door Uw raad en U zult ons eens in Uw hemelse heerlijkheid opnemen (Psalm 73:24). Geprezen bent U, Eeuwige, die de doden weer tot leven brengt.
U hebt Uzelf eens aan Mozes bekend gemaakt als de God die er altijd is, die er altijd was en die er altijd zijn zal. Zo heeft de Here Jezus ons beloofd, dat Hij ons nooit zal verlaten. Daarvoor danken wij U.
U bent heilig en Uw Naam is heilig. U bent hoog boven ons verheven. U hebt Uw troon geplaatst op de lofzangen van Uw volk (Psalm 22:4). Heilige engelen prijzen U, door elke dag lofliederen voor U te zingen. U wilt, dat ook wij in ons gebed en in ons lied U zullen loven en prijzen. U wilt, dat wij Uw Naam zullen heiligen en zelf ook heilig zullen leven; afgezonderd van de wereld. U wilt, dat wij in gedachten, woorden en daden openbaren, dat wij Uw heilige kinderen zijn. U wilt, dat wij als gemeente een heilige gemeenschap vormen, waarin de een de ander uitnemender zal achten dan zichzelf. Heer help ons om al deze opdrachten uit te voeren. Geprezen bent U, Eeuwige, heilige God.
* Heer, wij danken U, dat U door Uw Woord tot ons spreekt, zoals een man met zijn vriend spreekt. Help ons om zo te leven, dat zichtbaar wordt, dat wij Uw kinderen en Uw vrienden zijn. Ik dank U, dat U mijn Helper en mijn Gids bent, zodat ik te allen tijde op U kan vertrouwen. Help mij om U te volgen, waar U ook gaat. Help mij om heel dicht bij U te blijven, zodat Uw kracht in mijn zwakke momenten openbaar kan worden. Dank U wel, dat zelfs in de donkerste momenten van mijn leven Uw licht toch altijd weer schijnt. Help mij, zodat ik mijn ogen nooit zal sluiten voor Uw heerlijkheid of mijn ogen ervan zal afwenden.
Heer, U hebt gezegd, dat U als een herder Uw kudde zult weiden, dat U in Uw arm de lammeren zult vergaderen en dat U ze in Uw schoot zult dragen (Jesaja 40:11). Ik dank U, dat U zo ook voor mij zorgt.
Heer, ik wil Uw gunstbewijzen vermelden. Ik dank U, dat U zó met mij meeleeft, dat U in al mijn benauwdheden ook benauwd bent, dat U in al mijn verdriet en pijn, ook verdriet en pijn hebt, dat U in al mijn leed, ook leed hebt (Jesaja 63:9). Heer, ik dank U voor de wijze waarop U met mij meeleeft, mij redt en mij in Uw armen draagt. Here Jezus, ik dank U, dat U een Hogepriester bent, die met ons kan meevoelen in al onze zwakheden (Hebreeën 4:15).
Heer, ik dank u, dat ik weten mag, dat ik voor eeuwig Uw kind ben. Ik dank u, dat ik zeker mag weten, dat ook ik, omdat ik in U geloof, de Heilige Geest ontvangen heb als Uw Vertegenwoordiger in mijn leven. Ik dank U, dat ook mijn lichaam een tempel is van Uw Heilige Geest en dat Uw Geest mij nooit zal verlaten. Dank U voor die zekerheid, die U schenkt. Amen.
AVE MARIA Abbaye Saint-Joseph de Clairval 21150 Flavigny sur Ozerain.
AVE MARIA Abbaye Saint-Joseph de Clairval
21150 Flavigny sur Ozerain
France
email : abdij@clairval.com
Brief van 14 december 2011,
feest van h. Johannes van het Kruis, Kerkleraar
Dierbare Vrienden,
«Om materieel werk te verrichten vind ik genoeg mensen, maar om goed catechismusonderricht te geven, om het geloof, de liefde van Onze-Lieve-Heer in de zielen te brengen, zijn er heel weinig, bijna geen.» Deze woorden drukken het vurig verlangen uit van de gelukzalige Antoine Chevrier om «de Kerk en de wereld arme priesters en goede catechisten te geven die overal heen gaan om Jezus Christus zichtbaar te maken» (Johannes Paulus II, preek bij de zaligverklaring op 4 oktober 1986).
Antoine Chevrier werd op Paaszondag, 16 april 1826, in Lyon geboren en twee dagen later gedoopt. Als enig kind van een hardwerkend gezin van zijdewevers, groeit hij op in een rumoerige wereld: opstand van de zijdewevers en de revolutie van 1848. Van zijn vader erft hij de deugden van nederigheid en zachtmoedigheid, van zijn moeder, een vrouw des huizes met een fel en krachtdadig karakter, een geloof om bergen mee te verzetten. Mevrouw Chevrier vreest dat haar man en haar zoon niet op de goede weg blijven en hun ziel verliezen. Als het kind uit onbezonnenheid een kleine misstap begaat stuurt zijn moeder hem voortijdig naar bed: «Gaat u maar naar bed, meneer! Oh! Mama, ik wil geen meneer zijn, ik ben uw kleine Antoine». De moeder laat hem een keer tot elf uur huilen voor ze hem de kus geeft die ze hem voor straf had onthouden. Antoine Chevrier zal later hierover schrijven: «Weten jullie wat mannen maakt? Leed, ontbering en vernedering. Wie nooit iets heeft geleden weet niets: dat is een slappeling.» Even gedreven in het spel als in de studie, wordt hij door zijn kameraden vaak gekozen als aanvoerder op de speelplaats en eveneens op straat. Op een dag staan de leerlingen van de openbare school hem bij het uitgaan van de klassen op te wachten om hem aan te vallen. Antoine maakt door zijn lengte en zijn verzoenende woorden zo'n indruk op de bengels dat deze de vechtpartij maar laten varen.
Een lichtgevende aardbol.
Zijn ziel ontvangt al vroeg een wonderdadige genade. In die tijd kregen de gelovigen bij de consecratie tijdens de Mis nog de aanbeveling de ogen neer te slaan uit eerbied voor de heilige gedaanten van brood en wijn. Op een ochtend kijkt Antoine uit heilige en naïeve nieuwsgierigheid een keer op en ziet, zonder erdoor verrast te zijn, maar met bewondering, een lichtgevende aardbol boven de kelk op het moment van de opheffing. Veel later pas zal hij begrijpen dat hetgeen hij had waargenomen van buitengewone aard was en zal God ervoor bedanken hem in zijn ontluikend geloof te hebben gesterkt. Eerwaarde Chevrier zal op een dag dit wonder vertellen aan een persoon die op sterven ligt, maar uiteindelijk blijft leven en het wonder bekendheid zal geven. Na zijn eerste communie, in 1837, vraagt Antoine om het voorrecht dagelijks, om vijf uur, de vroegmis in de parochie te mogen dienen. Zowel in de zomer als in de winter is hij trouw op zijn post en vaak treft men hem wachtend in de kou aan tot de deuren opengaan. In 1840 is Antoine veertien jaar. Een kapelaan in de parochie vraagt hem of hij geen priester zou willen worden. Hij heeft er nog nooit over nagedacht, maar hij antwoordt: «Ja» en ervaart tegelijk een intense vreugde. Hij gaat naar de priesterschool Sint-Franciscus, vervolgens naar het Klein Seminarie van Argentière, dichtbij Lyon. In oktober 1846 ontvangt hij het priesterkleed op het Groot Seminarie Saint-Irénée en dan, het jaar daarop, de tonsuur; bij die gelegenheid komt hij op de gedachte zich aan te bieden bij de Missions Etrangères de Paris. Zijn moeder verzet zich met alle kracht die ze nog bezit: «U bent een ondankbaar sujet, Meneer, een slechte zoon. Denkt u dat ik u heb opgevoed om u door de wilden te laten opeten ?... Wilden zijn er ook in Lyon! Als u mijns ondanks toch vertrekt erken ik u niet langer als mijn kind.» Deze woorden, van een maar al te menselijke wijsheid zouden niet hebben volstaan om hem tegen te houden als hij van zijn biechtvader niet soortgelijke raadgevingen had ontvangen.
Hij wordt tot priester gewijd op 25 mei 1850 door kardinaal de Bonald en benoemd tot kapelaan in Saint-André de la Guillotière,een grote arbeidersvoorstad van Lyon. De bewoners zijn voor een groot deel ontwortelde mensen van het platteland. Mannen, vrouwen en kinderen, al van acht, negen jaar, werken in de fabriek of op een werkplaats, meer dan acht uur per dag, 's zondags inbegrepen. Hun huizen van pisé (kleileem) staan dicht op elkaar in kronkelige straatjes die uitlopen op droevige landschappen. Als enige verstrooiing zijn er de café's en de beruchte dansgelegenheden. In 1850 telt Saint-André zesduizend zielen wier evangelisatie zo moeilijk is dat de vorige pastoor er vier jaar lang vruchteloos heeft gewerkt. De jonge apostel is heel blij, want hij heeft «veel goed te doen om hem heen». Hij is al heel vroeg op: stil gebed, brevier, Mis, studie van de Heilige Schrift, ziekenbezoek. Wanneer hij vreest dat de mensen de deur weer sluiten bij het zien van zijn soutane, stapt eerwaarde Chevrier opzij zodat men hem niet ziet. Zodra de deur opengaat steekt hij zijn voet in de deuropening en houdt zo'n vurige smeekbede dat hij er bijna altijd in slaagt binnen te komen en aan het ziekbed van de stervenden plaats te nemen. Zo doet hij zijn wonderbare visvangsten. Op straat bekeert hij vrouwen van lichte zeden, hetgeen hem komt te staan op scheldpartijen, bedreigingen, de nodige fikse klappen en zelfs stenen die hem na worden gegooid.
Het geheim van zo'n strijdvaardig en vruchtbaar apostolaat ligt in de armoede. Eerwaarde Chevrier ontdoet zich van alle bezit en laat God de zorg in zijn behoeften te voorzien. Zijn moeder heeft voor een uitzet gezorgd en hij heeft die even snel weer onder de armen uitgedeeld. Zijn moeder geeft hem opnieuw linnengoed: dat deelt hij weer uit. «Hoor eens, roept ze uit, ik geef dat geld niet uit voor onbekenden en al die moeite die ik me getroost! Die onbekenden zijn wel mijn kinderen. Dus ik ben nu de grootmoeder van al dat gespuis! Je wordt bedankt!» Hij moet hartelijk lachen en gaat rustig door. Maar doordat zijn moeder hem met verwijten overlaadt, antwoordt hij tenslotte: «Wat heeft dat te betekenen? Onze-Lieve-Heer heeft toch ook zijn bloed gegeven!» Op 31 mei 1856 veroorzaakt de hoge waterstand in de Rhône overstromingen die in bepaalde buurten, zoals la Guillotière, voor een ware ramp zorgen. Dagen lang betoont Antoine Chevrier zich moedig en onvermoeibaar bij het verlenen van hulp aan de slachtoffers, op gevaar van eigen leven af, temidden van een onstuimige stroming en gevaarlijke draaikolken. Hij redt talloze mensen en bevoorraadt afgelegen huizen. Wellicht bestaat er een verband tussen deze beproeving en het geestelijk voorval dat zijn leven in enkele maanden totaal zal veranderen, omdat God zijn oog op hem heeft laten vallen.
Alles kantelt.
Zittend voor de kribbe van het Kind Jezus, in de Kerstnacht van 1856, overpeinst eerwaarde Chevrier de Menswording en hoort inderdaad een bovennatuurlijke roepstem waarover hij het volgende zegt: «De Zoon van God is ter aarde nedergedaald om de mensen te redden en de zondaars te bekeren. Maar wat zien we? Alleen maar zondaars in de wereld! De mensen gaan door met zichzelf te verdoemen! Toen heb ik besloten Onze-Lieve-Heer Jezus Christus op de voet te volgen om mezelf in staat te stellen doeltreffend te werken aan het heil van de zielen.» Op dat moment kantelt alles. Voor hem komt het hierop neer «alles verlaten en zo arm mogelijk leven». Hij is noch impulsief, noch geëxalteerd en neemt de tijd om te bidden en na te denken. Hij begrijpt dat het zijn opdracht is de arme en de nederige catechese te geven. In januari 1857 raadpleegt hij de heilige pastoor van Ars. Deze luistert naar hem, keurt zijn plan goed en beschouwt de eerwaarde voortaan als zijn kind. Zijn eigen pastoor daarentegen begrijpt hem niet en verzet zich tegen zijn initiatieven. Eerwaarde Chevrier denkt er dan over de parochie maar te verlaten. In juni 1857 komen de dingen opeens in een stroomversnelling door zijn ontmoeting met Camille Rambaud: deze opmerkelijke leek heeft zijn baan opgegeven en heeft voor de armen de arbeiderswoongemeenschap van het Kind Jezus laten bouwen. Dit werk heeft een aalmoezenier nodig. Kardinaal de Bonald benoemt eerwaarde Chevrier op deze post, tot grote spijt van de pastoor en de parochianen van Saint-André. Hij wordt voortaan pater Chevrier genoemd, hoewel hij geen religieus is. De taak bestaat vooral uit het dagelijks opdragen van de Mis en catechese geven aan een twintigtal kinderen die zich voorbereiden op de Eerste Communie. Deze arbeiderswoongemeenschap omvatte in die tijd iets meer dan tweehonderd mensen die grotendeels waren getroffen door overstromingen. Camille Rambaud, ofwel Broeder Rambaud, zoals hij wordt genoemd, heeft over alles de leiding. Hij bezit het temperament van een asceet en legt zijn medewerkers zeer grote armoede en veel versterving op. Zijn tere gezondheid ten spijt, is deze levenswijze precies wat de ziel van Pater Chevrier aantrekt. In 1859 treedt hij toe tot de franciscaner Derde Orde: het voorbeeld van Sint-Franciscus is wat hij het liefst wenst na te volgen. Volgens getuigen straalt Antoine Chevrier van vreugde.
De twee werken waaraan Camille Rambaud tegelijkertijd leiding geeft: de catechese van de arme kinderen en de sociale woningbouw kunnen niet lang naast elkaar voortbestaan. Er wordt in de Guillotière een ruimte gehuurd voor de catechese van de jongens; die voor de meisjes komt in Fourvière. Pater Chevrier oefent zijn ambt dus uit op drie verschillende plekken, hetgeen hem zijn krachten te boven zal gaan. Hij bidt tot de Goddelijke Voorzienigheid om hulp voor een oplossing. Op 10 december 1860 huurt hij in Le Prado een grote danszaal die tot dan slecht bekend stond. Hij heeft geen rode cent, maar met de hulp van weldoeners en aangemoedigd door zijn aartsbisschop zal hij korte tijd later erin slagen de zaal te kopen. Met wederzijdse instemming wordt Camille Rambaud die inmiddels priester is geworden de Overste van de woongemeenschap van het Kind Jezus en Pater Chevrier heeft de leiding over de catechese van de jongens en de meisjes van La Providence du Prado.
Trots op haar zoon.
Le Prado, voorheen het «huis van de duivel», wordt het huis van de Goede God. De grote balzaal verandert in een kapel. Mevrouw Chevrier kan trots zijn op haar zoon. Geholpen door een paar jongemannen en meisjes, die «broeders» en «zusters» genoemd worden, neemt de pater voor een zestal maanden kinderen en jongeren uit arbeidersgezinnen bij zich in huis met de bedoeling er «mannen en christenen» van te maken. De eerste, Pierre Pacalet, wordt opgemerkt wanneer hij gretig zit te eten van meloenenschillen die hij heeft gevonden op een vuilnisbelt; de pater heeft medelijden met hem. Dit geestelijk gehandicapt kind wordt de eerste steen van zijn liefdewerk. Pierre doet zijn eerste communie in Le Prado waarvan hij zichzelf graag «de steunpilaar» noemt. De jongeren stromen toe en variëren in leeftijd van veertien tot twintig jaar. Velen werken al van hun achtste of negende in de fabriek. Sommigen zijn wees, weer anderen komen juist uit de gevangenis. Ze ontvangen in Le Prado een compleet godsdienstig onderricht. Twee uur per dag leren ze lezen en schrijven; de rest is geconcentreerd op de godsdienstige opvoeding. Hier berust alles op vertrouwen in de Goddelijke Voorzienigheid. Men eet wat de pot schaft en als er niets is brengt er altijd wel iemand op het laatste moment wat er nodig is. Als de beurs leeg is gaat pater Chevrier collecteren aan de uitgang van de kerken; in het begin is het heel zwaar en wordt hij soms zelfs door de politie lastiggevallen. Ondanks de armoede is het leven in Le Prado niet triest. De vrolijkheid van de pater komt tijdens de recreaties goed tot uiting; deze zijn zeer geanimeerd vooral wanneer de een of andere pensiongast vroeger kunstenmaker, degenslikker of acrobaat is geweest.
De catechese is de voornaamste zorg van de pater, zijn werk onder de kinderen, maar ook onder de volwassenen die Le Prado bezoeken. «Mensen catechese geven, zo schreef hij, is de grote opdracht van de priester tegenwoordig.» Hij wenst er de anderen in mee te slepen, maar dat is niet gemakkelijk: «Oh! Voor een ziel die goede catechese zou geven, die inderdaad de geest van armoede, nederigheid en naastenliefde zou bezitten, voor die ziel zou ik de hele Prado over hebben!» Pater Chevrier vat de kwestie in drie woorden samen: «Eerst het verstand verlichten, het hart raken en tenslotte de wil prikkelen... We moeten niet onderrichten met gewichtige redevoeringen die de onwetenden niet in het diepst van hun hart raken, maar met heel eenvoudige lessen die iedereen kan begrijpen. We moeten vandaag de dag overal catechiseren, de elementaire waarheden onderrichten, de mensen zeggen dat er een God is en hun leren Hem lief te hebben en Hem te dienen.»
Een providentieel werktuig.
«Honderd vijftig jaar later, schrijft kardinaal Barbarin, aartsbisschop van Lyon, zijn de omstandigheden weliswaar volledig veranderd, maar de dringende noodzaak en de kern van de zaak zijn nog altijd dezelfde» (Herderlijk schrijven, 2006). Sinds 2005, echter, kunnen we allemaal over een providentieel werktuig beschikken dat op dit gebied gezaghebbend is: het Compendium (verkorte versie) van de Catechismus van de Katholieke Kerk. «Het Compendium, zo stelt Benedictus XVI, bevat in een bondige vorm alle wezenlijke en fundamentele elementen van het geloof van de Kerk zodat het, zoals mijn voorganger dat wenste, een soort vademecum is dat de mensen, zowel gelovigen als niet-gelovigen, in staat stelt in één blik het geheel te overzien van het katholiek geloof» (Motu proprio van 28 juni 2005). Onlangs nog is de Heilige Vader op het onderwerp teruggekomen: «De organische presentatie van het geloof is een onvermijdelijke vereiste. De waarheden van het geloof verhelderen zich namelijk onderling en in hun totale en unitaire visie blijkt de harmonie van Gods heilsplan en de centrale plaats van het mysterie van Christus... De Catechismus van de Katholieke Kerk, evenals het Compendium van dezelfde Catechismus, bieden ons juist dit volledig kader van de christelijke openbaring, die met geloof en dankbaarheid dient te worden aangenomen. Ik zou dus iedere gelovige en christengemeenschap willen aanmoedigen van deze instrumenten gebruik te maken om de inhoud van ons geloof te leren kennen en te onderzoeken. Zo zal het als een prachtige symfonie naar voor komen, die ons over God en Zijn liefde spreekt en ons oproept tot hechte aanhankelijkheid en een concreet antwoord» (Generale audiëntie van 30 december 2009).
Het jaar 1870 dat is begonnen in rouw om de dood van kardinaal de Bonald, eindigt met de Frans-Duitse oorlog waarop de maatschappelijke onlusten van de Commune volgen die in 1871 zowel in Lyon als in Parijs uitbreken. De armoede van de pater en de bekendheid van zijn weldaden zorgen ervoor dat hij buiten schot blijft. De voorbereiding op de eerste communie wordt niet onderbroken. Pater Chevrier leidt de kinderen onbevreesd naar Fourvière, na eerst in soutane de hele stad te zijn doorgelopen, temidden van de soldaten van de nationale garde die daar excerceerden. Op Sacramentsdag 1871 draagt hij het Allerheiligste door de straten waar schier onophoudelijk wordt gevochten. Niemand durft de ceremonie te verstoren. Op hetzelfde moment worden in Parijs de aartsbisschop en een groep priesters door de «communards» gefusilleerd. Van pater Chevrier wordt gezegd dat hij wellicht de dapperste priester is van zijn tijd.
Alsof hij nog niet genoeg had aan zijn werk in Le Prado, aanvaardt pater Chevrier uit liefde voor de armen de taak een nieuwe parochie te stichten in de verwaarloosde wijk Moulin-à-Vent, op drie kilometer afstand van Le Prado. Daar wordt helemaal niets gedaan aan godsdienst. Een eerste Missie wordt met succes bekroond. «Deugdzaamheid en naastenliefde boezemen het volk echt vertrouwen en liefde in, beweert de pater... Zet een arme priester in een houten tochtige kerk en hij zal meer mensen aantrekken en bekeren... dan een priester in een kerk van goud.» En eveneens: «Wat een vrijheid, wat een macht ontleent de priester aan de heilige schoonheid van Jezus Christus' armoede! Welk een voorbeeld is hij voor de wereld, die wereld die alleen voor het geld werkt, die alleen aan geld denkt en alleen leeft voor het geld!»
«Deze boodschap is nog altijd even actueel, schrijft kardinaal Barbarin... Deze boodschap verstaan veronderstelt een groot openstaand hart en een vastberaden antwoord op de alomtegenwoordige bekoring van het materieel welzijn en comfort. Hoe kan men vrij blijven als men wordt geconfronteerd met het geld dat een noodzakelijke, dagelijkse realiteit is en ons ook zo gemakkelijk kan bedriegen en meeslepen in zijn onverbiddelijke logica?»
Onderwijzen, begrijpbaar maken.
Ook al wordt het pastoraal werk in Moulin-à-Vent meestal gedaan door een van zijn medewerkers, is pater Chevrier daarbij de eerste pastoor van 1867 tot 1871. De «pradosiaanse» methode is op de eerste plaats actieve evangelisatie van de parochianen: onderricht, Rozenkrans, Kruisweg met openbare overpeinzing. Onderwijzen, begrijpbaar maken, daar draait het voor de pater allemaal om: «Dat zoveel mensen zich in de Mis vervelen komt doordat ze de mysteries die zich daar voltrekken niet begrijpen.» Hijzelf viert het Misoffer met veel zorg en krijgt van de deelnemers alle mogelijke aandacht.
«De beste catechese over de Eucharistie is de goed gevierde Eucharistie zelf. De liturgie is namelijk van zichzelf pedagogisch effectief als het erom gaat de gelovigen binnen te voeren in de kennis van het gevierde mysterie» (Benedictus XVI, Apostolische Exhortatie, Sacramentum Caritatis, n.64, 22 februari 2007).
In 1866 verwezenlijkt pater Chevrier in Le Prado een project dat hem altijd heel dierbaar is geweest: zorgen voor arme priesters om de armen te evangeliseren. Hij opent een schooltje voor kinderen die voor dit soort van roeping de kwaliteiten bezitten. In 1873 gaan zijn eerste vier latinisten naar het Groot Seminarie van Lyon. Speciaal voor hen neemt hij de pen ter hand om «De waarachtige leerling van Onze Heer Jezus Christus» te schrijven. Daarin zet hij de passie van zijn leven uiteen: Jezus navolgen door arm met Hem te zijn in de kribbe, met Hem gekruisigd te worden, opgegeten te worden zoals Hij in de Eucharistie, ten einde achter Hem aan zijn heerlijkheid binnen te treden. «De priester is een man zonder bezit, een gekruisigde mens, een man die wordt opgegeten», zoals blijkt uit de sententies die de pater heeft geschilderd op de muren van het bescheiden huis in Saint-Fons, dicht bij Lyon. Hijzelf trekt zich soms graag terug op deze plek voor een paar dagen bezinning: «Ik ga olie in de lamp doen, het licht wordt minder, heb ik het gevoel», zegt hij dan tegen zijn medebroeders. Hij bedoelt de olie van Gods liefde.
Bezitloosheid.
Pater Chevrier spant zich onvermoeibaar in, meer dan zijn krachten zullen vermogen en hij zal het ook erkennen: «Ik heb me dood gewerkt aan het project.» In de lente van 1874 wordt hij ernstig ziek. Hij slaagt er echter in zijn activiteiten te hervatten en een verblijf van vier maanden in Rome te verwezenlijken om er zijn toekomstige priesters te vormen, maar hij zal nooit meer echt de oude worden. Wanneer het project tot wasdom schijnt te zijn gekomen, maakt hij de beproeving mee van iemand die alles weer wordt afgenomen: een oude metgezel verlaat hem om een tijd naar la Trappe te gaan en zijn nieuwe priesters, gewijd in mei 1877, weifelen om voort te gaan in Le Prado. «God had me helpers gegeven, zei hij, goede coadjutoren, en Hij neemt ze weer van me af. Zijn heilige Naam zij gezegend!» In feite zullen zijn drie medewerkers in Le Prado blijven. Maar pater Chevrier wordt opeens onbekwaam voor welk werk dan ook: hij moet zijn ontslag indienen op 6 januari 1878 en wordt door een jonger iemand opgevolgd. De artsen schrijven hem volledige rust voor in Limonest, op het Lyonse platteland. In september 1879 begrijpt hij dat het einde van zijn verblijf op aarde nadert en vraagt hij te mogen terugkeren naar Le Prado. Daar sterft hij, 53 jaar, op 2 oktober 1879. Meer dan tienduizend mensen wonen zijn begrafenis bij. Zijn stoffelijk overschot wordt begraven in de kapel, voor de communiebank, daar waar vroeger het orkest het bal begeleidde.
De eerste vier priesters van Le Prado staan alleen in een moeilijke situatie. Hun status is onzeker en zal dat nog lang blijven: de constituties van de Priesters van Le Prado zullen pas in 1924 door de aartsbisschop van Lyon worden goedgekeurd, ofwel vijfenveertig jaar later; en de Zusters zullen worden verheven tot Apostolische Sociëteit naar diocesaan recht in 1925. Vanaf die tijd neemt Le Prado een hoge vlucht, eerst in het diocees Lyon, vervolgens in Frankrijk vanaf 1945. De priestersociëteit bestaat tegenwoordig in meer dan dertig landen in Europa, Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Er zijn nu iets meer dan duizend priesters. De «pradosiaanse» familie omvat ook Broeders en het Instituut voor Vrouwen van Le Prado dat bestaat uit vrouwen die als leken in de wereld leven en zich verbinden tot een celibatair leven in kuisheid uit liefde voor Christus.
Pater Chevrier is op 4 oktober 1986 in Lyon, op het feest van Sint Franciscus van Assisi, zaligverklaard. «Hij is, zo zei Paus Johannes Paulus II, een onvergelijkelijke gids voor de priesters. Maar ook alle christelijke leken zullen in hem een groot licht vinden want hij laat iedere gedoopte zien hoe hij het evangelie moet verkondigen aan de armen en hoe we ervoor kunnen zorgen dat Jezus Christus weer aanwezig is door onze eigen manier van leven. De godsdienstige context is niet meer als die in de tijd van Pater Chevrier. De onze is gekenmerkt door twijfel, ongeloof, atheïsme en een maximaal opgeëiste vrijheid. De godsdienstige onwetendheid is onthutsend. De armen zijn degenen die het zonder God moeten stellen... die lijden onder de werkloosheid en het gebrek aan werkgelegenheid. Het zijn niet alleen meer de arbeiders die worden getroffen, maar ook heel andere milieus, zieken, gehandicapten, gevangenen. De woorden van Jezus spreken voor zich: Ik was ziek, Ik was in de gevangenis en jullie zijn naar me toe gekomen.»
Gelukzalige Antoine Chevrier, leer ons leven in de geest van de Zaligsprekingen, en open onze ogen voor alle vormen van armoede in onze wereld opdat wij haar het beste mogen geven wat wij hebben: de vreugde God en de naaste lief te hebben!
Dom Antoine Marie osb.
15-12-2011
2011-12-12 Legionairs van Christus, 49 priesterwijdingen in Lateranen.
2011-12-12 Legionairs van Christus, 49 priesterwijdingen in Lateranen.
Rome (ZENIT.org)
Kardinaal Velasio de Paolis, pauselijk afgevaardigde voor de Legionairs van Christus, heeft de jonge religieuzen gewijd in de basiliek van Lateranen, de kathedraal van de Paus.
De nieuwe priesters zijn tussen 29 en 35 jaar en komen uit zeven verschillende landen van Amerika en Europa: de V.S., Mexico, Brazilië, Colombia, Hongarije, Spanje en Italië.
Een boek bevat hun getuigenissen. Meerderen onder hen citeren de uitspraak van Benedictus XVI tot de jongeren: "Heb geen angst van Christus! Hij neemt niets weg en geeft alles!".
"In deze bijzondere tijden voor de Congregatie en de beweging Regnum Christi, hebben zij hun vertrouwen willen stellen in God, die wonderen doet, zelfs te midden van moeilijkheden.
Deze 49 priesters komen dus de 880 andere priesters Legionairs van Christus vervoegen, die momenteel hun ambt uitoefenen in 21 landen.
Vert. Sorores Christi
Aan de leden van de Nederlandstalige INTERNETGEBEDSKRING!!
Mary schreef op haar speciale manier een rozenkransgebed geschreven:
Ik heb na de gebeurtenis in Luik een Rozenhoedje geschreven tot Maria!
Eigenlijk mag je het doorsturen naar de inzendingen van de Nederlandse internetgebedsgroep!
Het zijn zo'n zachte woorden, dat GOD fier zal zijn! Want zwaargewonde zielen, ook zéér agressieve zielen
verdienen ook véél zachtmoedigheid, anders word het nog erger! Kijken we maar hoe Jezus zacht en teder
omging met Zijn vréselijke beulen!
Rozenhoedje tot Maria, voor genezing & heling van zwaargewonde harten & zielen!
Het Kruisteken maken.
Geloofsbelijdenis.
Onze Vader!
3 x Weesgegroet Maria!
Ere zij de Vader, de Zoon & de H.Geest
1 ste tientje. 1 Onze Vader, 1 Weesgegroet, 1 Eer aan de Vader, de Zoon & de H.Geest
vervolgens 10 x
Machtige Meesteres van alle zielen & Vrouwe van alle Volkeren, omhels, bekeer & heel alle verharde & gewonde zielen!
2e tientje. 1 Onze Vader, 1 Weesgegroet, 1 Eer aan de Vader, de Zoon & de H.Geest
vervolgens 10 x
Machtige & Zegepralende Koningin van de wereld,
toon nu Uw Liefdevolle zalving aan alle zielen!
3e tientje. 1 Onze Vader, 1 Weesgegroet, 1 Eer aan de Vader, de Zoon & de H.Geest
vervolgens 10 x
Gezegende Bloemenkoningin & Maria van Troost,
begeleidt alle zwaargewonde zielen naar hun Verlosser, Jezus - Christus!
4e tientje. 1 Onze Vader, 1 Weesgegroet, 1 Eer aan de Vader, de Zoon & de H.Geest
vervolgens 10 x
Tedere & fijngevoelige Meesteres van alle gewonde zielen, genees, laaf & heel alle zwaargewonde zielen!
5e tientje. 1 Onze Vader, 1 Weesgegroet, 1 Eer aan de
Vader, de Zoon & de H.Geest
Allerliefste Vrouwe, Middelares, Medeverlosseres & Voorspreekster, genees gans de wereld van verwording, rampen & oorlog!
Slotaanroeping: 3x
Eeuwige Vader, Zoon & H.Geest heb medelijden met ons & met alle zieke & verlaten zielen tot in alle Eeuwigheid!
Amen! Totus Tuus Maria!
door Marias marylove, 14 december 2011.
Boodschap. Geestelijke jaloersheid is iets verschrikkelijks.
Geestelijke jaloersheid is iets verschrikkelijks.
Maandag 12 december 2011 19.00u
Mijn liefste dochter, geestelijke jaloersheid is iets verschrikkelijks en teistert veel van Mijn zieners.
Het teistert eveneens die volgelingen van Mij die zich geïsoleerd voelen en enigszins ontgoocheld zijn aangezien Ik bepaalde zielen uitkoos om Mij te helpen de mensheid te redden. In plaats daarvan moeten zij weten dat Ik van hen allemaal evenveel houd.
Hoe breekt dit Mijn hart, vooral wanneer Mijn uitverkoren zielen zich bedreigd voelen door andere uitverkoren zielen.
Elke ziel die Ik uitkoos, wordt een andere taak gegeven en verzocht om diverse paden te bewandelen. Het gemeenschappelijk kenmerk is altijd hetzelfde. Ik verlang dat al Mijn visionairen, zieners en profeten een heilige missie op zich nemen om zielen te redden.
Ik maak gebruik van uiteenlopende zielen, nederig van hart, om Mijn doel te bereiken.
Satan zal altijd proberen om het hart van Mijn uitverkoren zielen af te wenden door hen te treiteren. Hij weet hoe een gevoelige snaar in hun ziel te raken door hen te vertellen dat andere uitverkoren zielen belangrijker zijn dan zij.
Daarna creëert hij een gekrenkt gevoel in hun hart en jaloersheid. Dit wil zeggen dat zij, in plaats van elkaar lief te hebben en in een staat van genade te blijven, in de verleiding komen om op elkaar neer te kijken. In veel gevallen wijzen ze elkaar af en laten zij de zonde van hoogmoed hun ziel binnendringen.
Zo veel van Mijn volgelingen hebben niet alleen maar een hekel aan Mijn uitverkoren visionairen en zieners, maar behandelen hen soms ook met minachting. Juist zoals ook Ik behandeld werd door de eigengerechtigde farizeeën.
Gedurende Mijn tijd op aarde peilden zij telkens weer elk woord dat van Mijn lippen kwam. Elke listige uitdaging werd naar voor gebracht, om Mij erin te luizen, zodat zij zouden kunnen bewijzen dat Ik een leugenaar was. Zo zullen ook Mijn hedendaagse profeten en zieners behandeld worden.
Satan kwelt deze volgelingen van Mij, door twijfel in hun geest te zaaien betreffende Mijn boodschappers omdat hij Mijn heilig woord in diskrediet wil brengen. Dat is zijn doel.
Bid intens dat aan ieder van jullie de genaden gegeven mogen worden om Mijn woord, uit de pen van Mijn dierbare zieners, te eerbiedigen.
Zieners, loop nooit in de val door toe te geven aan geestelijke jaloersheid. Het is ongepast en doorboort Mijn Hart als een zwaard.
Houd van elkaar !
Eerbiedig en waardeer elkaar in Mijn Naam !
Dat is de belangrijkste les !
Als dit jullie moeilijk valt, zullen alle andere werken voor Mij zinloos zijn !
BOODSCHAP. De overgang naar het Nieuwe Paradijs zal gezwind en zonder lijden gebeuren.
De overgang naar het Nieuwe Paradijs zal gezwind en zonder lijden gebeuren.
Zondag 11 december 2011 12.45u
Ik kom vandaag naar je toe als je gemaal met een grote vreugde in Mijn Heilig Hart. Jij, Mijn dochter, hebt dit allerheiligste verzoek, om je met Mij te verenigen om zielen te redden, aanvaard.
Gebruik makend van je nederige gehoorzaamheid zal er nu veel van jou verwacht worden. De angst zal uitgewist worden naarmate jij, ten gevolge van Mijn bijzondere wilsbeschikking, vooruitgang boekt om je leven te wijden aan Mijn vurige wens om de mensheid te behoeden voor de diepten van de Hel.
Jouw werk, geleid door Mijn goddelijke hand, is nu volkomen geheiligd en vrij van elke vorm van inmenging door de Boze.
Je zult niet meer door twijfels overstelpt worden maar weet dit : Mijn woord aan jou zal geschonden en verscheurd worden. Elke poging zal nu ondernomen worden om deze heilige boodschappen te besmeuren zelfs door diegenen die belijden Mij te kennen.
Jouw lijden zal van nu af aan door jou aanvaard worden met een volledige overgave en met vreugde in je ziel. Mijn sterkte, jou gegeven door de kracht van de Heilige Geest, zal je verbazen. Jij zult je, met een volledig overtuigd hart en met een rustig maar vastbesloten vertrouwen, oprichten om Mijn woord overal ter wereld te bezorgen.
Niemand zal of kan jou bij dit werk tegenhouden. Niemand kan je afhouden van deze allerheiligste zuivere roeping vanuit de Hemel.
Jij, Mijn dochter, bent klaar om een reddingslijn te worden voor die zielen die ronddwalen in de wildernis. Zij zullen gehoor geven aan de roep van deze boodschappen, ongeacht hoe versteend hun hart ook is. Velen zullen niet begrijpen waarom hen dit overkomt. Het zal door de kracht van de Heilige Geest zijn, die een vlam van liefde en vreugde in hun ziel zal ontsteken, dat zij tot Mij aangetrokken zullen worden door middel van deze boodschappen Mijn dringende smeekbeden om Mijn kinderen terug te brengen in Mijn heilige armen.
Dank je om gehoor te geven aan dit speciale verzoek om Mijn gemalin te worden in uiteindelijke vereniging met Mij. Deze verbintenis, waarbij jij Mij je ziel volledig overhandigt, zal Mij de vrijheid laten die Ik nodig heb om deze missie, waarvoor jij uitgekozen werd, succesvol af te ronden.
Ga nu heen, Mijn dierbare dochter, en help Mij om Mijn belofte aan de mensheid te vervullen. Mijn terugkeer zal plaatsvinden om Mijn dierbare kinderen terug op het rechte pad te brengen en hen te leiden naar het nieuw tijdperk van vrede. Deze overgang naar het Nieuwe Paradijs zal gezwind en zonder lijden gebeuren omwille van jouw geschenk aan Mij.
Vertel Mijn kinderen dat Mijn hart momenteel vervuld is van vreugde aangezien de tijd nadert om Mijn geboorte te vieren.
Ik houd van jullie. Jullie geliefde Redder en Verlosser