Advent 2011 Deel 1.
Gebedsgroep
"HET CENAKEL"
Waregem
ADVENTS - EN KERSTTIJD 2011
In de Leer bij de Heiligen
Auteur : Abbé Max Huot de Longchamp, Centre St. Jean de la Croix, F-36230 Mers-sur-Indre
Oorspronkelijke Titel : LAvent et le temps de Noël 2011, à lécole des saints.
"Bereid de weg van de Heer. De weg van de Heer, broeders, waarvan ons gevraagd wordt dat we hem zouden voorbereiden, bereidt zich al gaande voor en men gaat er op in de mate dat men hem voorbereidt. Zelfs als ge op deze weg al een heel eind gevorderd zijt, toch blijft er u steeds hem voor te bereiden opdat, van het punt af waar ge zijt aangekomen, ge steeds verder zoudt vorderen. Zo is het dat de Heer, bij elke stap, die ge zet om zijn weg voor te bereiden, Hijzelf u voorgaat, steeds nieuw, steeds groter. Daarom zal de wijze en de vastbesloten reiziger er aan zal denken te beginnen op het moment dat hij aangekomen is. Hij zal dan vergeten wat er achter hem ligt om elke dag bij zichzelf te herhalen : "Nu, begin ik".
Guerric dIgny (1080-1157) Adventspreek.
2
Gebruiksaanwijzing.
De zes weken tussen de eerste zondag van de Advent en de Openbaring van de Heer funderen het Christelijk jaar op het mysterie van de Menswording : In de Kerstnacht zullen we verkondigen dat God mens geworden is en bij ons is komen wonen.
Deze zes weken zullen ons toelaten opnieuw volledig bewust te worden van deze fundering en daarom zullen we in de leer gaan "in de school van de heiligen". Onze lezers, die dit reeds gewoon zijn, zullen dit jaar merken dat er een kleine verandering is tegenover vorige jaren. De heiligen, aan wie we de dagelijkse teksten zullen ontlenen, zullen ons een ganse week vergezellen in onze opgang naar Kerstmis en de Openbaring van de Heer :
De eerste week : In vertrouwen verwachten, met Franciscus van Sales.
De tweede week : Zich bekeren met de H. Augustinus
De derde week : Bezinnen met Jean Rigoleux
De vierde week : Jezus in ons laten geboren worden met Jan Tauler
De Kerstweek : Binnen gaan in de stilte van Maria met Guillaume Gibieuf
De week van Openbaring van de Heer (Driekoningen) :
Het jaar goed beginnen, met Jean Nicolas Grou.
We hopen dat door het geven van meerdere teksten van dezelfde auteur, we onze lezers de gelegenheid zullen bieden deze beter te leren kennen en hen de smaak te geven om verder te gaan met hun werken te lezen en van hen zo metgezellen te maken in het Christelijk leven.
Dit zijn korte teksten. Ze zijn bedoeld om traag gelezen te worden, zachtjes overwogen en concreet toegepast. Zo zal men na elke tekst een aanzet vinden om deze meditatie te beginnen en ook een voorstel om dit mysterie te beleven.
1ste Week van de Advent :
In vertrouwen verwachten
met de Heilige Franciscus van Sales.
Franciscus werd geboren in 1567 in het kasteel van Thorens, tussen Annecy en Geneve. Hij was de oudste van een oude en adellijke familie uit de Savoye. Voorbestemd tot een schitterende politieke loopbaan, trad hij, na zijn studies in Parijs en Padua en ondanks de terughoudendheid van zijn vader, in in het klooster en wordt vlug een voorbeeld van een hervormende herder in de geest van het concilie van Trente. Zijn geduld en zijn zachtheid brengen het noorden van de Savoye terug tot het Katholicisme De kracht van zijn prediking wakkeren de vurigheid aan in zijn bisdom, waarvan hij in 1602 de bisschop wordt. De diepte en wijsheid van zijn onderricht maken van hem de grote opvoeder van de zielen in de XVIIe eeuw. Bovendien voert hij een nieuwe vorm van kloosterleven in, door, met Jeanne de Chantal, de Visitatie te stichten. De geestelijke vriendschap tussen hem en de stichteres, waarvan hun prachtige briefwisseling getuige is, maakt deel uit van de mooiste bladzijden uit de geschiedenis van de heiligheid. Door zich, ondanks zijn zwakke gezondheid, op alle gebieden volledig in te zetten, eindigt Franciskus zijn leven in Lyon op 28 december 1622.
De uitputtende pastorale activiteit van Franciskus van Sales was gebaseerd op een uitermate rijk inwendig leven. Getuigen hiervan zijn zowel zijn onderrichtingen "voor het brede publiek" (in de inleiding tot het devote leven, het meest verspreide werk van de christelijke vorming in de moderne tijd en in zijn brieven) als zijn meesterlijk "Traité de lAmour de Dieu (Verhandeling over de Liefde van God), waarin hij duidelijk tevoorschijn komt als een geweldig theoloog.
Geestelijk leider, predikant, raadgever van de Paus en prinsen, schrijver
: een van de absolute meesters van de Katholieke Contra-Reformatie.
3
Zondag, 27 november 2011. 1ste Zondag van de Advent.
Bid en waak.
Bij uw levenswandel, ga uw weg onveranderlijk in een geest van eenvoud, terwijl ge gans uw ziel, al uw daden en al wat er u overkomt overlaat aan de willekeur van God, door een volmaakte en volkomen vertrouwvolle liefde terwijl ge u toevertrouwt aan de zorg en de welwillendheid van de eeuwige liefde die zijn Goddelijke Voorzienigheid voor u koestert.
Werp gans uw hart, uw verzuchtingen, uw zorgen en uw aanhankelijkheden in de vaderlijk schoot van God. Hij zal u geleiden en u zelfs dragen naar waar zijn liefde u wil brengen.
Laten we luisteren naar de goddelijke Redder en Hem navolgen, die het opperste verlangen van zijn Liefde uitzingt aan de boom van het kruis : Hij vat ze allen samen : Mijn Vader ik geef en beveel mijn geest in Uw handen. Nadat we dit zullen gezegd hebben, wat rest er ons dan nog, tenzij de adem uit te blazen en de liefdesdood te sterven, terwijl we niet meer leven uit onszelf, maar dat de levende Christus leeft in ons ?
Dan worden alle gebeurtenissen en verschillende tegenslagen, die gebeuren, rustig en zacht ontvangen. Wat kan immers hem, die in de handen is van God en rust in zijn schoot, die zich overgeleverd heeft aan zijn liefde en zich geschikt heeft naar zijn willekeur, wat kan hem doen wankelen en verontrusten ?
Zeker, in elk geval, zonder zich bezig te houden met te filosoferen over de oorzaken, redenen en motieven van de gebeurtenissen, spreekt hij van harte deze instemming uit van de Redder : "Ja, Vader, zo heeft het U behaagd".
Brief aan Jeanne de Chantal, Witte Donderdag 1616
OVERWEGEN.
"Let op, wees waakzaam !" zegt ons de liturgie van deze eerste zondag van de Advent. Een Christen weet dat hij in een voorlopige toestand verkeert. De overwinning van Christus op de dood is verworden sinds Pasen, maar we moeten "stevig standhouden tot het einde" zoals de H. Paulus ons aanmaant in de liturgie van deze dag.
Deze waakzaamheid is een "liefde van volmaakt en absoluut vertrouwen" want God leidt de geschiedenis doorheen "alle gebeurtenissen en verschillende tegenslagen, die gebeuren".
En omdat ze vertrouwvol is, legt deze waakzaamheid zich er op toe om te leven in een perfecte overeenstemming met "Jezus Christus, die leeft in ons". De Adventstijd wakkert de geestdrift aan van ons Doopsel, Hem, die komt, tegemoet.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik bepaal van vandaag af welk moment van de dag ik zal besteden aan "Advent in de school van de Heiligen".
MAANDAG, 28 november 2011. Van de Feria.
Laten we beginnen met het vertrouwen.
Groot is het vertrouwen dat God van ons vraagt in zijn vaderlijke zorg en zijn goddelijke Voorzienigheid. Maar waarom zouden we het niet hebben, vermits nooit iemand bedrogen werd ? Niemand vertrouwt zich aan God toe, die geen vruchten gezien heeft van zijn vertrouwen.
Ik smeek u, laten we denken aan wat Onze Heer zei aan zijn apostelen om bij hen dit heilig en liefdevol vertrouwen te wekken : Ik heb u in de wereld gezonden, zonder reiszak, zonder geld en zonder proviand, noch om u te voeden, noch om u te kleden. Hebt ge iets tekort
gehad ? Ze antwoordden "Nee". Ga, hernam Hij, en maak u geen zorgen over wat ge zult eten of drinken, noch met wat ge u zult kleden, noch over wat ge zult zeggen aan grote heren en stadhouders, waar ge ook komt, want bij elke gelegenheid zal uw hemelse Vader u voorzien van alles, wat ge nodig zult hebben".
Denkt ge dat Hij, die zorg draagt voor het voedsel van de vogels van de hemel en de dieren van de aarde, die nochtans niet zaaien noch maaien, zou vergeten te voorzien in alles wat de mens nodig heeft, die zich volledig toevertrouwt aan zijn voorzienigheid, vermits de mens in staat is verenigd te zijn met God, ons opperste Goed ?
Vrais entretiens spirituels. De lEspérance (Ware geestelijke gesprekken Over de Hoop)
OVERWEGEN.
Adam en Eva hebben geen vertrouwen gehad in God. Dat is gans het drama van de erfzonde. De hoogmoed, de wortel van elke zonde, is niet zozeer zich te tonen onder een gunstig daglicht, maar is op zichzelf rekenen om gelukkig te zijn. Welnu, er is geen geluk, tenzij in de relatie met God en de broeders. En er is geen relatie tenzij in vertrouwen.
Bij dit begin van een nieuw Christelijk jaar, moeten we eerst en voor al dit fundamenteel vertrouwen in God terug vinden, omdat hij oneindig goed is en zich enkel bezig houdt met ons geluk. En, om dit geluk te kennen, heeft Hij ons geschapen "in staat om met God verenigd te zijn, ons opperste Goed".
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik overloop de kleine gebeurtenissen van mijn leven deze laatste dagen. Ik tracht er in de Voorzienigheid van God voor mij in te zien : De ontmoeting met een vriend heeft me de gelegenheid gegeven te genieten van zijn raad, deze kleine kwaal herinnert er me aan dat mijn leven in Gods hand is, deze tegenslag in mijn werk nodigt me uit tot wat meer bescheidenheid.
Vandaag zal ik trachten alle achterdocht te laten vallen en eerder dan moeilijkheden te vermijden vooraleer iets aan te vatten, begin ik met me de vraag te stellen wat God van mij verlangt in wat ik wil beginnen.
Dinsdag, 29 november 2011. Van de Feria.
Laten we verder gaan met de heilige overgave.
Ik heb een vurig verlangen om in uw harten en in uw geesten een stelregel in te prenten die zijn gelijke niet heeft : Niets vragen en niets weigeren ! Ontvang wat men u geeft en vraag niet wat men u niet wil geven. In deze praktijk zult ge "de vrede vinden voor uw zielen" (Mt. 11,29). Ja, mijn allerdierbaarste zusters, hou uw harten in deze heilige onverschilligheid om te ontvangen wat men u zal geven en om niet te verlangen naar wat men u niet zal geven.
Ik zeg u in één woord : verlang niets, maar verlaat u zelf in al uw zaken, volmaakt en volkomen aan de zorg van de Goddelijke Voorzienigheid. Laat Hem met u doen, helemaal zoals kinderen zich laten leiden door hun voedster. Of ze u op haar rechter arm draagt of op haar linker, laat haar doen. Een kind hecht daar immers geen belang aan. Of ze u te bed legt of wekt, laat haar doen, ze is immers een goede moeder, die beter dan gijzelf weet wat er goed is voor u. Ik bedoel : Als de Goddelijke Voorzienigheid toelaat dat er u beproevingen overkomen, tegenspraak of verstervingen, weiger ze dan niet maar aanvaard ze van ganser harte, liefdevol en rustig. Als Ze er u geen zendt of niet toelaat dat er u overkomen, verlang of vraag er dan niet naar.
Vrais entretiens spirituels. De lespérance. (Ware geestelijke gesprekken Over de hoop)
5
OVERWEGEN.
Inwendige vrede is een zaak van harmonie met Gods wil en niet een terugplooien op zichzelf om zijn verlangens te voldoen. "Niets vragen, niets weigeren" komt hij de H. Franciscus van Sales voortdurend terug. Dit resumeert zijn manier van leven : Niet gelijk wat doen, maar op elk moment enkel de wil van God lezen doorheen de gebeurtenissen.
Heel dikwijls, onder het voorwendsel van doeltreffendheid, dienen we onze plannen en niet deze van God. Daarin plaatsen we ons in concurrentie met de Voorzienigheid, zodat we niet echt efficiënt zijn en we ons bestaan vergiftigen.
Als ik iets onderneem, is het voor mijn voldoening, zelfs als deze eervol is ? Of is het omdat ik heb vastgesteld dat God het me vraagt. In het eerste geval zal er na enkele dagen niets meer van overblijven, in het tweede zal er van overblijven dat ik zal gegroeid zijn in de liefde tot God, en dat zal nooit voorbij gaan.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik doen mijn best om vandaag "niets te vragen en niets te weigeren". Zo zal ik, bij voorbeeld, als ik de keuze heb wat ik zal eten, iemand anders laten kiezen in mijn plaats ofwel zal ik loten tussen de verschillende mogelijkheden. Ofwel zal ik in de trein, zonder kiezen, de dichtste vrije plaats kiezen.
WOENSDAG, 30 november 2011. H. Andreas, apostel.
Rustig of gejaagd handelen ?
Het lijkt me dat ik u met een grote zenuwachtigheid zie streven naar het bereiken van de volmaaktheid. Welnu, ik zeg u in alle waarheid, zoals het geschreven is in het Boek der Koningen : God is niet in de rukwind, noch in storm, noch in het vuur, maar in het zachte en rustige zoeven van een bijna niet waar te nemen bries.
Laat u door God leiden, denk niet zozeer aan uzelf. Als ge verlangt dat ik u een bevel geef, dan zou ik u eerst en vooral bevelen dat ge, gezien ge een algemeen en universeel besluit genomen hebt om God naar uw best vermogen te dienen, u niet zoudt vermaken met te onderzoeken en subtiel uit te pluizen wat daartoe de beste manier zou zijn. Ge weet dat God in het algemeen verlangt dat men Hem zou dienen, Hem boven alles zou beminnen en onze naaste zoals onszelf. Dat volstaat. Men moet dit doen ter goeder trouw, zonder haarklieverij, noch subtiliteit, op de manier van deze wereld, waar de volmaaktheid niet thuis is. Op menselijke manier volgens de tijd, wachtend op de dag om het te kunnen doen zoals de engelen en volgens de eeuwigheid. De gejaagdheid, het onrustig zoeken van het doel dient tot niets. Het verlangen er naar is goed, maar zonder rusteloosheid. Het is die ongeduldige haast die ik u uitdrukkelijk verbied als de onvolmaakte moeder van alle onvolmaaktheden.
Aan Zuster de Soulfour. 16 januari 1603.
OVERWEGEN.
Het Evangelie vraagt tijd. God heeft ongeveer twintig eeuwen genomen om het volk van Abraham voor te bereiden op de komst van zijn Zoon. De Advent leert ons God toe te laten ons te leiden.
Het christelijk leven is zelden spectaculair. Zijn volmaaktheid bestaat er in volkomen met God in overeenstemming te zijn, niet in het doen van volmaakte dingen. De heiligheid is niet onze zaak, maar de Zijne.
6
Het Evangelie is eenvoudig : zich laten doen door God en door zijn broeders. Laten we niet zoeken naar prestaties maar naar liefde. Daarvoor moeten we eerst en voor al de tien geboden
beleven en onze plichten van staat vervullen. Laten we daar mee begonnen en later dromen van een "canoniseerbare" heiligheid.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zoek naar een van de tien geboden, waar ik het meest moeite mee heb. Voor de ene zal het moeilijk zijn steeds de waarheid te spreken, voor de andere zich trouw aan het gebed te houden, voor een andere steeds loyaal te zijn op zijn werk
En, vandaag zal ik er me op toeleggen er perfect trouw aan te zijn.
DONDERDAG, 1 december 2011. Van de Feria.
Een beetje geduld !
O, hoe gelukkig zijn zij, die terwijl ze in verwachting leven, het wachten niet moe worden ! Dit zeg ik voor de velen, die, terwijl ze het verlangen hebben zich te volmaken door het verwerven van deugden, deze allen in één keer zouden willen krijgen, alsof de volmaaktheid er enkel in bestond ze te verlangen. Dat zou, zeker, een groot goed zijn, moesten we nederig kunnen zijn van zodra we het zouden willen, zonder enige moeite ! Of moest een engel op een dag een sacristie kunnen vullen met deugden en de volmaaktheid zelf en dat wij er enkel maar hoefden binnen te gaan en er ons mee te bekleden, zoals we een kleed zouden aantrekken ! Zeker, dat zou zeer aangenaam zijn, maar vermits dit niet kan, moeten we ons er aan wennen om de verwezenlijking van onze volmaaktheid na te streven langs de gewone wegen, met een gerust hart, terwijl we alles er aan doen om de deugden te verwerven langs de trouw, waarmee we ze beoefenen. En dit naargelang onze conditie en onze roeping.
Laten we in verwachting blijven voor wat het vroeg of laat bereiken aangaat van het doel van onze betrachting en dit overlaten aan de Goddelijke Voorzienigheid. En zelfs moest dit enkel gebeuren in het uur van onze dood, dan moet dit voor ons voldoende zijn, op voorwaarde dat we steeds onze plicht vervullen, door steeds te doen wat er in ons en in onze macht ligt. We zullen steeds vroeg genoeg hebben wat we verlangen als we het hebben wanneer het God behaagt het ons te geven !
Preek van 2 februari 1620
OVERWEGEN.
"Ik hou van de deugd, niet omdat ze deugd is, maar omdat ze van Jezus-Christus is" zei Bérulle. Het is alleen op Hem dat we ons moeten verlaten, wil ons leven Christelijk zijn. En, moesten we moeten kiezen tussen Jezus en de heiligheid, dan zouden we Hem moeten kiezen.
Het werk van Christus in ons is traag, omdat het diep is. Er bestaat geen pasklare heiligheid. Jezus de heiligheid in ons laten bewerken is de bepaling van de Christelijke hoop.
De hoop wil niet weten hoelang ze moet hopen, het volstaat haar te weten dat God er mee bezig is.
Bij de Hemelvaart heeft Jezus ons beloofd dat Hij bij ons blijft tot aan het einde van de wereld. Het belangrijke is dat Hij bij ons verblijft en niet de datum van het einde van de wereld !
7
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik zoek een situatie, waar mijn geduld op de proef zal gesteld worden : Het wachten op een medewerker, die steeds te laat komt, een brief, die maar niet aankomt, de traagheid van een file op de baan verdragen, enz
En, in plaats van me daar zenuwachtig over te maken of inwendig of uitwendig verwijten te lanceren, bid ik rustig een Onze Vader of mijn Rozenhoedje
VRIJDAG, 2 december 2011. Van de Feria.
Dag na dag.
Weet dat het de deugd van geduld is, die ons het meest verzekert van de volmaaktheid. En, als we ze moeten hebben tegenover de anderen, moeten we ze ook hebben tegenover onszelf. Zij die verlangen naar de zuivere liefde van God, hebben niet zozeer geduld nodig tegenover de anderen, maar tegenover zichzelf. We moeten onze eigen onvolmaaktheid verdragen om de volmaaktheid te hebben. Ik zeg : verdragen met geduld en niet : beminnen of koesteren : de nederigheid voedt zich aan dit geduld.
Om goed vooruit te gaan, moeten we ons inspannen om de weg, die het dichtst bij ons ligt en op de eerste dag, goed te gaan en ons niet vermaken om de laatste te gaan, terwijl we de eerste nog niet hebben afgelegd.
Ik zal u dit zeggen, maar onthoud het goed : Wij amuseren ons dikwijls zozeer met goede engelen te zijn dat we ophouden goede mannen en goede vrouwen te zijn. Onze onvolmaaktheid moet ons vergezellen tot aan het graf. We kunnen niet gaan zonder de aarde te raken, we moeten er ons ook niet op neerleggen of niet in wentelen, maar we moeten ook niet denken te vliegen, we zijn immers enkel nog kuikens, die hun vleugels nog niet hebben. We sterven beetje bij beetje. Ook onze onvolmaaktheden moeten we dag na dag doen sterven.
Laten we een vastberaden en algemeen voornemen hebben om God te dienen met gans ons hart, met gans ons leven en daarna, laten we ons geen zorgen maken voor de dag van morgen. Denken we er alleen aan om vandaag goed te doen en als de dag van morgen zal gekomen zijn, dan zal hij ook "vandaag" heten en dan zullen we er aan denken.
Aan Zuster de Soulfour, 22 juli 1603.
OVERWEGEN.
Het is veel moeilijker zichzelf te verdragen dan de anderen te verdragen. Op dat gebied is de volmaaktheid het aanvaarden dat men niet volmaakt is : Dat is de voorwaarde om vooruit te gaan.
Aanvaarden van niet volmaakt te zijn is niet zich er bij neerleggen, maar de ogen openen en dan daadwerkelijk kunnen handelen. Omdat het Christelijk leven geen droom is, is er meer verdienste aan vandaag een Euro te geven, dan er tien te beloven voor morgen. Probeer dus
De werkelijkheid, dat is vandaag : Het is vandaag dat God ons verwacht, niet binnen tien dagen, binnen tien jaar
of nooit !
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Onze levens krioelen van de kleinigheden, die we tot later uitstellen omdat ze ons vervelen : Die brief, die ligt te wachten, die rekening, die moet betaald worden, die te bewijzen dienst
Ik kies er een van, en, beloofd, voor de avond zal het gedaan zijn !
8
ZATERDAG, 3 december 2011. H. Franciscus Xaverius.
Het geduld kiest niet.
Beperk uw geduld niet tot die of die soort van belediging of droefheid, maar breid ze algemeen uit tot al deze zaken, die God u zendt of aan u laat gebeuren. Er zijn mensen die enkel die beproevingen willen lijden, die eervol zijn, zoals, bij voorbeeld, gekwetst worden in de oorlog of mishandeld worden omwille van de godsdienst. Deze houden niet van de beproevingen, maar van de eer, die ze meebrengen. De echte geduldige en dienaar van God, verdraagt op gelijke wijze de beproevingen, die vergezeld zijn van schande en deze, die eervolzijn. Misprezen, aangevallen en beschuldigd worden door de slechten is voor een moedig mens enkel aangenaam. Maar, als men misprezen, aangevallen en beschuldigd wordt door goeden, door vrienden, door ouders, dan is men echt diep getroffen. Zo zijn de steken van bijen veel pijnlijker dan deze van muggen. Zo zijn het kwaad dan men toegebracht wordt door goeden en de aanvallen, die ze lanceren, veel moeilijker om dragen dan de andere.
Wees geduldig, niet enkel voor het geheel en de belangrijkste van de beproevingen, die u zullen overkomen, maar ook voor de gevolgen en de bijkomende moeilijkheden, die er uit voort komen. Velen willen wel beproevingen aanvaarden op voorwaarde dat ze er niet door gehinderd worden. Zo zegt de ene, ik maak me niet kwaad omdat ik arm geworden ben, moest het niet zijn dat het me belet mijn vrienden van dienst te zijn, mijn kinderen op te voeden en eervol te leven, zoals ik zou wensen.
Introduction à la vie dévote, III, 3 (Inleiding tot het vrome leven)
OVERWEGEN.
Het geloof kiest niet wat het moet geloven. De hoop kiest niet wat ze moet hopen. De liefde kiest niet wie ze moet beminnen. Het geloof, de hoop en de liefde kiezen God en maken ons verstand en onze wil bereid om Hem te ontvangen.
Het is gemakkelijk vriendelijk te zijn met hen die vriendelijk zijn, geduldig met hen, die ons niet doen wachten en arm als men niets tekort heeft. Het Christelijk leven is bovennatuurlijk : het begint ernstig als de natuur in opstand komt. Onze vijanden beminnen, vernederingen aanvaarden, geven van wat we nodig hebben.
Adventstijd is er om ons beschikbaar te maken voor het bovennatuurlijke. De almachtige God komt als een klein kindje. De rechtvaardige God komt het leven delen met de zondaars en de Messias zal gedood worden door hen, die Hij komen redden is. Hem welkom heten en volgen betekent bij voorbaat aanvaarden dat onze levens er door omgekeerd worden.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Er is in mijn omgeving ongetwijfeld een onuitstaanbaar persoon. Wat zou Jezus houding tegenover deze persoon geweest zijn ? Wel, het is zeker dat Hij me de nodige genade geeft om dezelfde houding aan te nemen. Ik zal er vandaag mijn best voor doen.
9
2de week van de Advent :
Zich bekeren
met de H. Augustinus.
Geboren in 354 is de H. Augustinus, zoon van een heidense vader en de vrome Heilige Monica, de meest gekende, de meest gelezen en de meest becommentarieerde van de Latijnse kerkvaders. Hij was een Berber uit het huidige Algerije. In die tijd was er in Noord-Afrika een bloeiende Christelijke gemeenschap, die voortdurend in contact was met de kerk in Italië. Bekeerd door de prediking van de H. Ambrosius (in 386) na een stormachtige jeugd en een uitmuntende opvoeding als redenaar in het zieltogende Romeinse Rijk, wordt hij tegen zijn zin bisschop van Hippo in 395, waar hij in 430 sterft. Zijn immens "vre" luidt de Middeleeuwen in. Geschreven op het moment dat de invallen van de Barbaren het einde betekenen van de Oudheid, domineren ze tot op heden de Westerse theologie en spiritualiteit.
De "Confessiones" (Belijdenissen), die ons deze week zullen vergezellen, zijn waarschijnlijk een van de meest gelezen werken in de geschiedenis van de mensheid. We zullen er stap voor stap het bekeringstraject van de H. Augustinus in volgen, maar ook dit van onze eigen bekering, die wij begonnen zijn met ons Christelijk leven, waarin we de voortdurende bekering beleven, die met ons doopsel een aanvang genomen heeft.
ZONDAG, 4 december 2011. 2e Zondag van de Advent.
"Troost, troost mijn volk !"
De vreugde terugvinden.
De ongerechten
zijn gevlucht om U niet te zien, U, die hen ziet, en om in hun verblinding te botsen op U, - omdat Gij niets loslaat van wat Gij geschapen hebt - en om met hun ongerechtigheid te botsen op U en naar gerechtigheid gepijnigd te worden. Zij onttrekken zich aan uw lankmoedigheid en botsen op uw onverzettelijkheid en vallen op uw hardheid. Blijkbaar weten ze niet dat Gij, de door geen plaats omschevene, overal zijt, en dat Gij, Gij alléén, altijd aanwezig blijft, zelfs bij hen, die ver van U wegraken.
Ze moeten dus omkeren en U zoeken en dan zijt Gij er meteen in hun hart, in het hart van hen, die U belijden en zich in uw armen werpen en scheien aan uw borst na hun moeizame wegen. En Gij maakt het hen niet moeilijk. Gij wist hun tranen af en zij schreien nog meer en vinden vreugde in hun tranen, omdat Gij, Heer en niet een of andere mens, neen, Gij, Heer, die hen gemaakt hebt, hen weer nieuw maakt en hen vertroost.
En daar, waar ik toen was, wanneer zocht ik U daar ? En Gij stond vȯȯr mij, maar ik was ook van mezelf weggegaan en ik vond mijzelf niet eens, hoeveel te minder U !
Belijdenissen, V, 2.
OVERWEGEN.
"Troost mijn volk !" Deze kreet van de tederheid van God beheerst de liturgie van de tweede zondag van de Advent. God verdraagt ons ongeluk niet. God is naar ons gaan zoeken en Kerstmis zal het feest zijn van het weerzien tussen God en de mens.
"Ge zoudt me niet zoeken, als Ik u niet reeds gevonden had" deed Pascal God zeggen en de H. Augustinus zou ons zeggen dat het eerste effect van de liefde van God voor ons is, een gelijklopende liefde aan de zijne op te wekken in ons hart, zodat gans de Gewijde Geschiedenis deze ontmoeting zal zijn van twee verliefden, die mekaar niet kunnen missen.
Tussen God en ons gaat het niet zozeer om rechtvaardigheid dan wel om liefde. Adventstijd is een verlovingstijd tussen Hem en ons.
10
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Op deze winterzondag wil ik de tijd nemen om het aangezicht te bekijken van Christus op Christelijke kunstwerken, ofwel in een of ander boek, ofwel op internet. Welke zijn de afbeeldingen, die me dichter bij Hem brengen en welke, integendeel, trekken me niet aan ? Ik tracht me te zeggen waarom.
MAANDAG, 5 december 2011. Van de Feria.
De droevige ontgoocheling van de zonde.
De tederheden van hen, die zich aan de wellust overgeven, willen liefde opwekken. Er is echter niets meer teder dan Uw liefde en er geen liefde heilzamer dan die tot uw waarheid, wiens schoonheid en luister alles overtreffen
De luiheid streeft zogenaamd naar rust, waar is echter onbedreigde rust buiten de Heer ? De zondige overdaad wil graag verzadiging en overvloed genoemd worden. Gij echter zijt de volheid en de onuitputtelijke rijkdom van onbederfelijke genot
De angst huivert voor het ongewone en het onvoorziene, dat zich kan keren tegen wat de mens dierbaar is en hij neemt voorzorgen voor een ongestoord bezit. Wat is er voor U ongewoon en onvoorzien, of wie haalt van U weg wat Gij liefhebt of waar is meer onverstoorbare zekerheid dan bij U ? De droefgeestigheid ontstaat om het verlies van dingen waarin de begeerte zich verheugde. Het is omdat ze zou willen dat haar niets ontnomen kon worden, zoals aan U niets kan ontnomen worden.
Zo wordt de ziel overspelig door zich af te keren van U en door buiten U te zoeken wat ze in zuivere en heldere staat alleen maar kan vinden als ze terugkeert naar U. Op averechtse wijze wordt Gij nagebootst door al degenen, die van U weggaan en zich tegen U verheffen. Maar zelfs door U zo na te bootsen, laten ze zien dat Gij de Schepper zijt van alles wat bestaat en dat men daarom nergens geheel aan U kan ontkomen.
Belijdenissen, II, 6
OVERWEGEN.
De zonde is steeds een wanhoopsoplossing voor diegene, die in feite, niet meer gelooft in de liefde van God. De zonde is steeds een mislukte daad. Van zodra we ze bedreven hebben, laat ze ons bedroefd achter. De verleider houdt nooit zijn beloften.
De Heilige Augustinus is tot het uiterste gegaan in de wanhoop van de zonde. En zelfs dan, heeft hij ervaren dat God hem niet in de steek liet. "Nergens kan men zich volledig van U verwijderen". Kerstmis zal de komst beteken in ons leven van Hem, die ons nooit verlaat.
Alleen God houdt zijn beloften. Alleen God maakt gelukkig. Alleen God geeft ons het werkelijke leven. Alleen God zal ons nooit teleur stellen. Laten we niet aan schepsels vragen wat God alléén ons kan geven.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
De oude kalenders noemden de jaren "heilsjaren". Bij het begin van het kerkelijk jaar, moet ik me meer bewust worden van mijn zondigheid, om een nieuw "heilsjaar" te kunnen beginnen. Vandaag neem ik mijn tijd om een gewetensonderzoek te doen door in Gods aanwezigheid de dag van gisteren te overlopen. Wat heb ik gewild in een logica van de dood, in andere woorden in een logica van leugen, van haat, van zelfzucht of van zinnelijkheid ?
13
DINSDAG, 6 december 2011. Van de Feria of de H. Nikolaas.
De verbittering van de tijd, die voorbij gaat.
Want waar de ziel van de mens zich ook heen wendt, tot haar verdriet hecht ze zich aan alles, behalve aan U, ook al hecht ze zich aan schone dingen buiten U en buiten zichzelf, dingen die overigens totaal niet zouden zijn als ze hun bestaan zijn niet van U gekregen hadden. Het zijn dingen die opkomen en ten ondergaan en als ze opkomen, beginnen te zijn en groeien om tot voltooiing te komen en eenmaal voltooid, worden ze oud en gaan ten onder. Niet allemaal worden ze oud, maar ze gaan wel allemaal ten onder. En bij dat opkomen en dat pogen om te zijn gaat het dan zo, dat, hoe sneller ze groeien om te zijn, ze zich des te meer haasten om niet te zijn. Zo is hun wetmatigheid. Dat is alles wat Gij hen hebt gegeven, omdat ze delen zijn van de wereld der dingen, die er niet alle tegelijk zijn, maar steeds, gaande en komende, alle tezamen het geheel vormen waar ze delen van zijn.
Laat mijn ziel U loven vanwege die dingen, o God, Schepper van alle dingen, maar laat haar niet in liefde er verkleefd aan geraken, onder invloed van de lichamelijke zinnen. Want die dingen gaan waarheen ze gingen, naar het niet-zijn, en zij verscheuren de ziel met verderfelijke verlangens, aangezien de ziel wil vertoeven en haar rust verlangt te vinden in wat haar dierbaar is. Daarvoor bieden echter deze dingen geen plaats, omdat ze niet blijvend zijn. Ze vluchten heen en wie kan ze volgen met zijn lichamelijke zintuigen ?
Belijdenissen, IV, 10
OVERWEGEN.
Door ons te vestigen in het aards paradijs, wilde God niet dat we daar oneindig zouden blijven, maar dat we er een tijd zouden doorbrengen van rijping, die ons zou brengen naar de toestand van glorie in het eeuwig leven. Een voorbeeld hiervan is de hemelvaart van Maria, die het bederf van de zonde niet gekend heeft.
De zonde heeft deze goddelijke bestemming van de mens stuk gemaakt en de rijping is rotting geworden. Voortaan, als we leven volgens het vlees, onderstreept de tijd, die voorbij gaat, zowel ons verlangen naar eeuwigheid als onze ervaring van dood.
De heilige Augustinus heeft tot de wanhoop toe deze doodservaring gekend. Noch de roes in de seksualiteit, noch de valse successen van de wereld, noch zelfs de troost van zijn vriendschappen hebben in hem de stem van de Goede Herder, op zoek naar het verloren schaap, kunnen smoren.
Diezelfde stem klinkt ook in ons boven al onze pogingen om haar te vergeten.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
In mijn leven, zoals in het leven van de H. Augustinus, zijn er zeker valse steunpunten, valse redenen van leven. Dat kan het najagen zijn van geld, het zoeken van een reputatie, van plezier, van zovele dingen, die samen met mij zullen vergaan
Wel, ik zoek een van deze valse steunpunten en ik zal, tenminste vandaag, niets doen om dit nog te versterken. Ik zal het geld, dat ik wilde sparen, weggeven, ik zal niets doen met de bedoeling dat men lovend over mij zou spreken, Ik zal mijn gezag niet laten gelden
12
WOENSDAG, 7 december 2011. Heilige Ambrosius.
Alleen God gaat niet voorbij.
Wees niet ijdel, mijn ziel, en laat het oor van uw hart niet doof worden door het rumoer van uw ijdelheid ! Luister, ook gij ! Het Woord zelf roept dat ge terug moet keren. De plaats van de onverstoorbare rust is daar, waar de liefde niet wordt verlaten, als ze zichzelf tenminste niet verlaat. Zie, die tijdelijke dingen gaan voorbij om andere in hun plaats te laten komen en om het aardse geheel uit al zijn delen te laten bestaan. "Maar ik, zegt het Woord van God, ga ik van de ene plaats naar de andere ?" Neem uw verblijf in Hem, vertrouw Hem alles toe wat ge van Hem gekregen hebt, o mijn ziel, tenminste nu ge door bedrieglijkheden zo gehavend zijt. Vertrouw aan de Waarheid toe wat ge van de Waarheid ontvangen hebt en ge zult niets verliezen. Wat aan u verrot is, zal weer gaan bloeien en al uw kwalen zullen genezen. Alles wat er in u vervallen is zal hervormd worden, vernieuwd, aan u gehecht zonder u nog mee te sleuren naar waar alles teniet gaat. Het zal bij u blijven op een standvastige en blijvende manier, naar de standvastige en blijvende God.
Alles wat gij door het vlees waarneemt, zijn maar delen en ge kent het geheel niet waarvan het delen zijn. Toch geven die delen u genoegen
Zo gaat het steeds weer bij alle delen waaruit een of ander geheel bestaat, zonder dat al die delen, waaruit het bestaat tegelijk aanwezig zijn. De som van alle delen, in de veronderstelling dat deze zou kunnen worden waargenomen, geeft meer genoegen dan de delen één voor één. Veel voortreffelijker dan deze dingen is Degene, die de som van alle dingen gemaakt heeft. Hij, die onze God is. Hij, Die niet voorbij gaat en voor Wie er niets in de plaats komt.
Belijdenissen. IV,11.
OVERWEGEN.
"
Nu ge door bedrieglijkheden zo gehavend zijt". Eigenlijk weten we heel goed dat noch geld, noch reputatie, noch macht gelukkig maken. En toch lopen we die dingen na, die ons zullen ontgoochelen. Die stem, die ons hiervan bewust maakt, is deze van Jezus, deze van de Goede Herder, die ons zoekt en die ons zal zoeken tot Hij ons gevonden heeft.
Kerstmist komt elk jaar terug, omdat Jezus elk jaar het verloren schaap zoekt, het schaap, dat Hij gevonden heeft, laat vooruit gaan en voedsel geeft het schaap dat Hij in zijn schaapstal opgenomen heeft.
Waarom verder gaan met ver van Christus te lopen ? Waarom zich zoveel moeite getroosten voor wat ons belet gelukkig te zijn ? Waarom leven in de leugen ?
IN PRAKTIJK BRENGEN.
"Vertrouw aan de Waarheid alles toe, wat ge van de Waarheid ontvangen hebt !" Er zijn kleine en grote leugens in ons leven. De grootste is : ons Doopsel en het Evangelie, in andere woorden, Christus, na al het andere te plaatsen. De waarheid van de dingen wordt gemeten aan hun verhouding tot Christus. Wat me nader bij Hem brengt is waard beleeft te worden, de rest is niet de moeite waard.
Ik zoek een activiteit, die ik voor vandaag had gepland en die me niet dichter bij Christus zal brengen. Ik zal er aan verzaken.
13
DONDERDAG, 8 december 2011. Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
De echte volmaaktheid van Maria.
Denk aan wat de Onze Heer Jezus-Christus zei terwijl Hij met de hand naar zijn leerlingen wees : "Ziedaar mijn moeder, ziedaar mijn broeders. Mijn moeder, mijn broeders en zusters zijn zij, die de wil volbrengen van mijn Vader, die mij gezonden heeft". Heeft zij dan de wil van de Vader niet gedaan, deze Maagd Maria, die geloofd heeft, die door het geloof ontvangen heeft, die gekozen werd opdat door haar het heil van de mensen zou komen, die door Christus geschapen werd vooraleer Christus in haar geschapen werd ? Ja, Maria, die heilig is, heeft de wil van de Vader gedaan en bijgevolg is het voor Maria eervoller om leerlinge geweest te zijn van Christus, dan van moeder van Christus te zijn. Maria was dus gelukzaliger de Meester in haar hart te hebben gedragen vooraleer Hem ter wereld te hebben gebracht.
Zie of ik de waarheid niet zeg. Toen de Heer zich in de menigte bevond, die Hem volgde, en goddelijke werken deed , riep een vrouw "Gelukkig de schoot, die U gedragen, en de borsten die U gevoed hebben".(Lc.11,27) En de Heer, opdat men de gelukzaligheid niet zou zoeken in wat vleselijk is, wat antwoordde Hij ? "Gelukkiger eerder zij, die het woord van God horen en in praktijk brengen". Het geluk van Maria komt dus door het feit dat ze het woord van God gehoord heeft en in praktijk gebracht.
Beschouw hoe ge zijt wat dit woord hier zegt : "Ziedaar mijn moeder en mijn broeders". Hoe zoudt ge de moeder van Christus zijn ? ""Al wie de wil van mijn Vader hoort en al wie de wil doet van mijn Vader, die in de Hemel is, hij is mijn broeder, mijn zuster, mijn moeder".(Mt. 12,49)
Preek 25.
OVERWEGEN.
Het geloof in de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, door de Kerk officieel erkend in 1858, is een fundamenteel gegeven voor de theologie. De volmaaktheid van de mensheid is geen eenvoudig ideaal, ze is ten minste één keer gerealiseerd in Maria. Zo, door haar te beschouwen, begrijpen we wat God wil voor ieder mens, die op de wereld komt, of als men verkiest, wat Hij wil dat ons gelukkig zal maken.
De volmaaktheid van Maria, en dus ook de onze, bestaat niet in wat ze verwezenlijkt heeft, zelfs niet in de uitzonderlijke roeping de moeder van God geweest te zijn, maar, naar het zeggen van God zelf, zich naar zijn Wil te hebben geschikt. "bijgevolg is het voor Maria eervoller om leerlinge geweest te zijn van Christus, dan van moeder van Christus te zijn."
Daartoe zijn we allen in staat, want God vraagt nooit iets, dan wat Hij geeft".
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Ik lees de nummers 490-493 van de Catechismus van de Katholieke Kerk. Heb ik hem niet ? Dan koop ik hem dringend.
14
VRIJDAG, 9 december 2011. Van de Feria.
Alléén God maakt gelukkig.
Zijn het lichamen, die u behagen, prijs dan God om hen en wend uw liefde voor hen naar hun Schepper, opdat ge Hem niet zoudt mishagen in hetgeen u behaagt. Zijn het zielen, die u behagen, laat ze dan bemind worden in God, want ook zielen zijn veranderlijk en krijgen pas hun standvastigheid als ze in Hem bevestigd zijn, zo niet gaan ze voorbij en vergaan. Heb ze dus lief in Hem en trek naar Hem alle zielen, die ge mee kunt trekken. Zeg hen : Hem moeten wij liefhebben. Hij heeft deze dingen gemaakt en Hij is niet ver ! Want Hij heeft ze niet gemaakt om dan weer weg te gaan. Zij zijn immers uit Hem en in Hem
Waar gaat ge heen, op wegen vol moeilijkheden ? Waar gaat ge heen ? Het goede, dat gij liefhebt is van Hem afkomstig. Het is echter alleen goed en zoet voor zover het ook naar Hem toegaat. Wordt het echter bitter, dan gebeurt dat terecht, want onrechtmatig houden wij van alles wat van Hem komt, als wij Hem verlaten hebben. Waar dient het u toe altijd en altijd maar opnieuw de lastige en moeizame wegen te bewandelen ? De rust is niet waar gij haar zoekt. Gij moet zoeken wat gij zoekt, maar het is niet daar, waar gij het zoekt. Gij zoekt het gelukkige leven in het land van de dood. Daar is het niet, want hoe zou er gelukkig leven kunnen zijn waar geen leven is ?
Belijdenissen. IV, 12.
OVERWEGEN.
Gans de geestelijke weg van de H. Augustinus bestaat in de bewustwording van wat de H. Johannes ons zegt in het begin van zijn Evangelie : "In het Woord van God bestaat alles wat bestaat". De werkelijkheid van de dingen is in dit Woord, dat ze doet leven. De zonde doet ons leven in de wereld van de schijn, het "gebied van het verschil met God" zal Augustinus ons nog zeggen. Elke bekering is de terugkeer naar de werkelijkheid en de rede en tegelijkertijd naar het Woord van God.
Van de dingen houden voor henzelf, ze isoleren van dit Woord, die ze doet bestaan, is de voorkeur geven aan het beeld boven de werkelijkheid. Het is niet zo dat de dingen slecht zijn en men ze moet vergeten, maar enkel bestaande in God, "Heb ze dus lief in Hem".
Laten we naar de Schepper gaan en we zullen de schepselen vinden, in gans hun Goddelijke densiteit. Blijven staan bij de schepselen zonder naar de Schepper te gaan is echter : "een gelukkig leven zoeken in het land van de dood".
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Dikwijls zeggen we : "Ik kan dit of dat niet missen" zonder ons af te vragen of dit ook het oordeel van God is. Is het echt nodig dat ik rook ? Dat ik zoveel zorg draag voor mijn maaltijden ? Dat ik zulk een grote wagen heb ? Ik maak de inventaris op van mijn "noden". Dit zal de eerste stap zijn naar bekering.
15
ZATERDAG, 10 december 2011. Van de Feria.
De beslissende stap zetten.
Wat me tegenhield, het waren kleinigheden van kleinigheden, ijdelheden van ijdelheden, mijn oude vriendinnen. Ze trokken aan mijn kleren van vlees en murmelden : "Zendt ge ons weg ? Van nu af, zullen we nooit meer bij u zijn, van nu af zult ge dit of dat niet meer kunnen doen, nooit meer !" En wat fluisterden ze me in, in wat ik dit of dat noemde, wat fluisterden ze me in, mijn God !? Moge uw barmhartigheid de gedachte er aan verwijderen van de ziel van uw dienaar ! Welke smerigheden, welke afschuwelijkheden ! En nochtans, ik twijfelde om me er van los te rukken, om me er van te ontdoen om te gaan waar ik geroepen werd en de kracht van de gewoonte zei me : "Denkt ge dat ge zonder hen kunt leven ?"
Toen er uit de geheimzinnige afgrond van mijn ziel, een grondig onderzoek al mijn ellende naar boven en samengebracht had voor mijn hart, toen brak er een immense storm los vergezeld van een overvloedige tranenregen. Ik nam het boek van de Apostel, opende het en las in stilte het eerste hoofdstuk waar mijn oog op gevallen was : "Leef niet in braspartijen en dronkenschap, noch in losbandigheid of ontucht, noch in twist en jaloersheid, maar bekleed u met de Heer Jezus-Christus en streef er niet naar om de perverse verlangens van het vlees te voldoen". Ik wilde niet verder lezen, dat was nutteloos. Nauwelijks had deze zin gelezen dat er een geruststellend licht zich in mijn hart verspreidde en er alle duisternissen van de onzekerheid wegnam.
Belijdenissen , IV,11-12.
OVERWEGEN.
Van inschikkelijkheid naar inschikkelijkheid laten we ons tot slavernij brengen door futiliteiten, die we amper zouden durven bekennen. De H. Augustinus had zich laten gaan in de meest banale seksualiteit. Als we de affiches, de dagbladen en het succes van de erotische sites op internet zien, dan moeten we vaststellen de we talrijk zijn om hem hierin na te volgen.
Men onderhandelt niet met de zonde. We verzaken er aan en we veranderen van leven, heel simpel. Zoals men de koord doorsnijdt, die de gevangene gebonden houdt. En, welbeschouwd, voelen we heel goed dat daar de vrijheid ligt.
Er zijn momenten in het leven dat we heel duidelijk zien dat de vrijheid mogelijk is. Als we de Adventstijd beleven met goede wil, is dit een van deze momenten van klaar zien.
IN PRAKTIJK BRENGEN.
Zoeken we waar koord(en) ons gevangen houden. Laten we ze zonder langer te discuteren doorsnijden.