For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
10-12-2008
JE KAN KAN GEEN TWEE HEREN DIENEN..........
JE KAN KAN GEEN TWEE HEREN DIENEN..........MATHEUS 6, 19 -34 [19] Verzamel geen schatten op aarde, waar mot of houtworm ze aantast, en waar dieven inbreken om ze te stelen. [20] Maar verzamel schatten in de hemel, waar mot noch houtworm ze aantasten, en waar geen dieven inbreken om ze te stelen. [21] Want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn. [22] De lamp van het lichaam is het oog. Dus als je oog helder is, zal heel je lichaam verlicht zijn. [23] Maar als je oog slecht is, zal heel je lichaam duister zijn. Als nu binnenin je het licht duisternis is, hoe erg zal dan de duisternis zijn! [24] Niemand kan twee heren dienen. Want hij zal de een verfoeien en van de ander houden, of zich hechten aan de eerste en de ander verachten. Je kunt God en de geldduivel* niet tegelijk dienen. [25] Daarom zeg Ik jullie: maak je niet bezorgd over wat je zult eten of drinken om in leven te blijven, en ook niet over de kleding voor je lichaam. Is het leven niet meer dan het eten, en het lichaam niet meer dan de kleding? [26] Kijk naar de vogels van de hemel: ze zaaien niet en maaien niet en oogsten niet, je hemelse Vader voedt ze. Zijn jullie niet meer waard dan vogels? [27] Wie van jullie kan met al zijn zorgen een el toevoegen aan zijn leven? [28] En wat maak je je bezorgd over je kleren? Leer van de lelies op het veld hoe ze groeien. Ze werken niet, ze spinnen niet. [29] Maar Ik zeg jullie: zelfs Salomo met al zijn pracht en praal ging niet gekleed als een van hen. [30] Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag staat en morgen in de oven wordt gegooid, zo kleedt, hoeveel te meer kleedt Hij dan jullie, kleingelovigen? [31] Vraag je dus niet bezorgd af: Wat zullen we eten? Wat zullen we drinken? Wat zullen we aantrekken? [32] Want naar dat alles zijn de heidenen op zoek. Jullie hemelse Vader weet wel dat je dat allemaal nodig hebt. [33] Zoek eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan krijg je dat alles erbij. [34] Maak je dus niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal zich wel bezorgd maken over zichzelf. Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
Namen van God..........ja is ja en nee is nee.....Bijbel teksten
De Here is goed, Hij is tot sterkte in de dag der benauwdheid, en Hij kent hen die op Hem betrouwen.
( Nahum 1:7 ).
Als die in alles verdrukt worden doch niet benauwd, twijfelmoedig doch niet mismoedig, vervolgd doch niet verlaten, nedergeworpen doch niet verloren.
(2 Kor. 4:8,9 ).
Als ik wandel in het midden der benauwdheid, maakt Gij mij levend; Uw hand strekt Gij uit tegen de toorn mijner vijanden, en Uw rechterhand behoudt mij.
( Psalm 138:7 ).
Uw hart worde niet ontroerd; gij gelooft in God, gelooft ook in Mij.
( Joh. 14:1 ).
Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn; en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verteren, en de vlam zal u niet verbranden.
( Jesaja 43:2 ).
En wij weten, dat voor degenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk voor degenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.
( Rom. 8:28 ).
Ik zal mij verheugen en verblijden in Uw goedertierenheid, omdat Gij mijn ellende hebt aangezien en mijn ziel in benauwdheden gekend.
( Psalm 31:8 ).
Ik hef mijn ogen op naar de bergen, van waar hulp komen zal.
Mijn hulp is van de HERE, die hemel en aarde gemaakt heeft.
( Psalm 121:1,2 ).
Want wij hebben geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar die in alle dingen gelijk als wij is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te gelegener tijd.
( Hebr. 4:15,16 ).
Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u.
( 1 Petr. 5:7 ).
Zijt gij dan niet bezorgd tegen de morgen, want de morgen zal voor het zijne zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.
( Math. 6:34 ).
Alzo zullen de vrijgekochten des HEREN wederkeren en met gejuich tot Sion komen, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vreugde en blijdschap zullen zij verwerven, kommer en gezucht zullen wegvlieden.
( Jes. 51:11 ).
Geloofd zij God en Vader van onze Here Jezus Christus, de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting, die ons vertroost in al onze verdrukking, opdat wij zouden kunnen vertroosten degenen die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wijzelf door God vertroost worden.
( 2 Kor. 1:3,4 ).
Weest in geen ding bezorgd, maar laat uw begeerten in alles door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.
En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw zinnen bewaren in Christus Jezus.
1. Na deze toespraak sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en bad; 'Vader, het uur is gekomen !
Verheerlijkt uw zoon, opdat uw zoon u verheerlijkt.
2. Laat hem, krachtens de macht die u hem gegeven hebt over alle mensen, eeuwig leven schenken aan al degenen die u aan hem toevertrouwd.
3. Eeuwig leven ! Dat betekent dat ze u, de enige waarachtige God, leren kennen, en ook degene die u gezonden hebt ; Jezus Christus.
4. Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te volbrengen dat u mij te doen hebt gegeven.
5. Verheerlijkt mij nu, vader, aan uw zijde, en bekleed mij met de heerlijkheid die ik bij u bezat voordat de wereld bestond.
6. Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen uit de wereld die u mij had toevertrouwd. Ze waren van u, en u hebt hen aan mij toevertrouwd. Ze hebben uw woord ter harte genomen.
7. Nu erkennen ze dat alles wat u mij gegeven hebt, van u komt.
8. Want de woorden die u mij gegeven had, heb ik aan hen doorgegeven, en zij hebben die aangenomen; ze hebben naar waarheid erkend dat ik van u was uitgegaan; ze hebben geloofd dat u mij had gezonden.
9. Voor hen bid ik. Niet voor de wereld, maar voor hen die u mij hebt toevertrouwd bid ik, omdat ze de uwen zijn
10. al het mijne is trouwens het uwe en al het uwe is het mijne en omdat in hen mijn heerlijkheid zichtbaar is geworden.
11. Ik ben al niet meer in de wereld, maar zij, zij blijven in de wereld achter, terwijl ik naar u toe kom. Heilige vader, bewaar hen in mijn naam, die u mij hebt toevertrouwd, opdat ze één mogen zijn zoals wij.
12. Zolang ik bij hen was, was het mijn taak hen te bewaren in uw naam, die naam die u mij hebt toevertrouwd; ik heb over hen gewaakt, en geen van hen is verloren gegaan, behalve degene die verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling zou gaan.
13. Nu kom ik naar u toe, maar terwijl ik nog in de wereld ben, zeg ik dit alles opdat ze volkomen vervuld mogen zijn van mijn vreugde.
14. Ik heb hun uw woord doorgegeven, en de wereld is hen gaan haten, want ze zijn niet van de wereld, zoals ik niet van de wereld ben.
15. Ik vraag u niet hen uit de wereld weg te nemen, maar hen te bewaren voor de macht van het kwaad.
16. Zij zijn niet van de wereld, zoals ik niet van de wereld ben.
17. Maak hen u toegewijd in de waarheid ; uw woord is waarheid.
18. Zoals u mij naar de wereld hebt gezonden, zo heb ik hen naar de wereld gezonden,
19. en voor hen wijd ik mijzelf u toe, opdat ook zij u toegewijd zullen zijn in de waarheid.
20. Niet alleen voor hen bid ik, maar ook voor degenen die door hun woord in mij geloven ;
21. dat ze allen één mogen zijn. Zoals u, vader, in mij bent en ik in u, zo moeten zij in ons zijn, zodat de wereld kan geloven dat u mij hebt gezonden.
22. Ik heb hen laten delen in de heerlijkheid waarin u mij hebt laten delen, opdat ze één mogen zijn zoals wij één zijn
23. Ik in hen zoals u in mij ; dat hun eenheid volkomen mag zijn, zodat de wereld kan erkennen dat u mij hebt gezonden en dat u hen hebt liefgehad met de liefde die u mij hebt toegedragen.
24. Vader, diegenen die u mij hebt toevertrouwd, zou ik graag bij mij hebben waar ik ben, zodat ze de heerlijkheid zien waarin u mij hebt laten delen, want voor de grondvesting van de wereld al had u mij lief.
25. Rechtvaardige vader, hoewel de wereld u niet heeft gekend ik heb u gekend, zijn zij het die hebben erkend dat u mij gezonden had.
26. Uw naam heb ik hun bekend gemaakt en dat zal ik blijven doen, opdat de liefde die u mij hebt toegedragen, in hen mag zijn opdat ik in hen mag zijn.'
( Johannes 16-17-18 ).
HET WOORD VAN DE HEER
[1] Het woord van de heer werd tot mij gericht:
[2] Mensenkind, zo spreekt de Heer god over de grond van Israël: Het* einde komt, het einde over de vier hoeken van het land.
[3] Nu komt het einde over u; Ik ga mijn woede op u koelen; Ik zal u vonnissen naar uw doen en laten; Ik zal u al uw gruweldaden vergelden.
[4] Ik zal u niet ontzien en geen medelijden met u hebben, maar uw doen en laten vergelden; uw gruweldaden zullen op u neerkomen en u zult erkennen* dat Ik de heer ben.
[5] Zo spreekt de Heer god: Het onheil komt, ramp op ramp!
[6] Het einde komt! Het komt, het einde! Het einde komt voor u.
[7] Het noodlot* zal u treffen, bewoners van het land, de tijd is gekomen, de dag is nabij dat het krijgsrumoer de vreugdekreten op de bergen doet verstommen.
[8] Binnenkort laat Ik mijn toorn de vrije loop en ga Ik mijn woede op u koelen, u vonnissen naar uw doen en laten en al uw gruweldaden vergelden.
[9] Ik zal u niet ontzien en geen medelijden met u hebben, maar uw doen en laten op u laten neerkomen en uw gruweldaden vergelden, en u zult erkennen dat Ik het ben, de heer, die slaat.
[10] Daar komt de dag, daar komt hij, waarop het noodlot zich voltrekt. De scepter bloeit en de overmoed draagt vrucht;
[11] een misdadige scepter, opgeschoten uit geweldpleging. Maar het is uit met hen, gedaan met hun drukte, gedaan met hun geraas, gedaan met hun praal.
[12] De tijd is gekomen, de dag is nabij. Laat de koper* zich niet verheugen en de verkoper* niet treuren want de woede komt over allen.
[13] Al zouden beiden dan nog leven, nooit krijgt de verkoper het verkochte terug, want de profetie over allen is onherroepelijk; niemand die behagen schept in ongerechtigheid kan zijn leven behouden.
[14] Blaas de bazuin, maak alles gereed. Maar niemand zal ten strijde trekken want mijn woede komt over allen.
[15] Het zwaard woedt buiten de muren, de pest en de honger binnen. Wie op het veld is zal sterven door het zwaard en wie in de stad is zal door honger en pest omkomen.
[16] Zoals duiven uit de vlakte in de bergen klagen, zo zullen de overlevenden treuren over hun zonden.
[17] Allen zullen van angst verlamd zijn en hun water laten lopen.
[18] Ze zullen zich in zakken hullen, ontzetting zal hen overweldigen; alle gezichten zullen rood zijn van schaamte en ze zullen hun hoofden kaalscheren.
[19] Hun zilver zullen ze op straat werpen en hun goud wekt afschuw op. Hun zilver en hun goud zal hen ook niet kunnen redden op de dag van de toorn van de heer; ze zullen zich daarmee niet kunnen verzadigen en hun maag er niet mee vullen, want het was de oorzaak van hun zonde.
[20] Hun sieraden waren immers hun trots. Ze hebben er hun gruwelbeelden van gemaakt, die misbaksels van ze. Daarom zal Ik zorgen dat ze ervan gruwen.
[21] Ik zal die sieraden aan barbaren uitleveren en aan de ergste bruten op de wereld als krijgsbuit geven; en zij zullen het schenden.
[22] Ik zal mijn gezicht van hen afwenden en men zal mijn schatkamer schenden; barbaren zullen er binnendringen en hem ontwijden.
[23] Maak ketenen, want in het land zijn bloedige oordelen aan de orde van de dag en de stad is vol geweld.
[24] Ik zal de wreedste volken ontbieden, die zullen hun huizen in bezit nemen. Ik zal een einde maken aan hun trotse kracht en hun heiligdommen zullen worden ontwijd.
[25] Er zal paniek uitbreken; ze zullen uitzien naar vrede, maar tevergeefs.
[26] Ramp op ramp zal komen, gerucht op gerucht zal zich verspreiden. Tevergeefs zullen ze de profeten om een godsspraak vragen; de priester zal geen aanwijzing meer hebben en de oudste geen raad.
[27] De koning zal rouwen, de vorst zal met stomheid geslagen zijn en het volk van het land verlamd van ontzetting. Ik zal hun daden vergelden en hen naar hun doen en laten vonnissen, en zij zullen erkennen dat Ik de heer ben.
DE TWAAL STENEN JOZUA 4.1_24
Jozua 4,1-24 De twaalf stenen [1] Toen* het volk de Jordaan was overgestoken, sprak de heer tot Jozua: [2] Zoek twaalf mannen uit, van iedere stam één, [3] en geef hun deze opdracht: Haal twaalf stenen uit de Jordaan, van de plek waar de voeten van de priesters hebben gestaan. Breng ze naar deze kant en leg ze op de plaats waar vannacht uw kamp staat. [4] Daarop riep Jozua de twaalf mannen die hij uit de Israëlieten had laten aanwijzen bijeen, één uit iedere stam, [5] en zei tegen hen: Ga de Jordaan in tot bij de ark van de heer uw God, en neem ieder één steen op uw schouder, [6] om daarmee een gedenkteken op te richten. Als uw kinderen later vragen: Wat betekenen die stenen? [7] dan moet u zeggen: Die betekenen dat de Jordaan voor de ark van het verbond van de heer is afgesneden. Bij de overtocht is de Jordaan afgesneden; daarom zijn deze stenen voor de Israëlieten een blijvend gedenkteken. [8] De Israëlieten deden wat Jozua hun opdroeg. Zoals de heer aan Jozua had opgedragen, haalden zij twaalf stenen uit het midden van de Jordaan, brachten die naar het kamp en legden ze daar neer. [9] Twaalf stenen heeft Jozua midden in de Jordaan laten leggen, op de plek waar de voeten van de priesters gestaan hadden die de ark van het verbond droegen. Ze liggen daar vandaag nog. [10] De priesters die de ark van het verbond droegen, bleven midden in de Jordaan staan tot alles uitgevoerd was wat Jozua, in opdracht van de heer en overeenkomstig zijn aanstelling door Mozes, aan het volk had bevolen. Het volk trok haastig naar de overkant. [11] Toen het volk aan de overkant was, trokken ook de priesters met de ark van de heer voor de ogen van het volk naar de andere oever. [12] De strijdbare mannen van Ruben, Gad en de halve stam Manasse waren aan de spits van de Israëlieten de rivier overgestoken, zoals Mozes bevolen had. [13] Met ongeveer veertigduizend gewapende mannen waren ze langs de ark van de heer de rivier overgetrokken, om in de vlakte van Jericho de strijd te beginnen. [14] Die dag heeft de heer Jozua bij alle Israëlieten zozeer in aanzien laten stijgen dat ze voor hem evenveel ontzag kregen als voor Mozes tijdens zijn leven. [15] En de heer sprak tot Jozua: [16] Zeg dat de priesters die de ark met de verbondsakte dragen, uit de Jordaan komen. [17] Jozua zei dus tegen de priesters: Kom uit de Jordaan. [18] Toen trokken de priesters die de ark van het verbond van de heer droegen uit het midden van de Jordaan weg. En nauwelijks hadden de voetzolen van de priesters het droge bereikt of het water van de Jordaan hervatte zijn loop en trad weer buiten zijn oevers. [19] Op de tiende dag van de eerste maand is het volk van de Jordaan weggetrokken. Zij sloegen hun kamp op bij Gilgal, aan de oostgrens van Jericho. [20] De twaalf stenen die zij uit de Jordaan hadden meegenomen, stelde Jozua op bij Gilgal* [21] en hij zei tegen de Israëlieten: Als uw kinderen later aan hun vader vragen: Wat betekenen die stenen? [22] dan moet u uw kinderen deze uitleg geven: Hier is Israël over de droge bedding van de Jordaan getrokken. [23] De heer jullie God heeft de Jordaan voor jullie drooggelegd tot jullie de andere oever bereikt hadden, zoals Hij ook de Rietzee voor ons heeft drooggelegd tot wij erdoorheen waren. [24] Daardoor zullen alle volken van de aarde weten hoe machtig de hand van de heer, jullie God is, en zullen jullie altijd ontzag voor Hem hebben.
De getuigenis van een 8-jarig meisje die Jezus Christus ontmoette
Visioenen van de Wegvoering, de Beroering, de Heilige Stad, & de Tronen van GODen satan. De getuigenis van een 8-jarig meisje die Jezus Christus ontmoette. (Jannet Balderas Canela)
Originele vertaling uit Spaanse Audio, Illustraties werden toegevoegd en maken geen deel uit van de originele getuigenis. Deze getuigenis werd geverifieerd en bevestigd dooreen onafhankelijke & geloofwaardige profeet. (www.DivineRevelations.info)
Geachte broeders, moge de Heer U allen zegenen in dit uur. Laten we uit de Bijbel lezen in 2 Korintiërs 12:1-4, het Heilig Woord van God. In de naam van de Vader, de Zoon, en de Heilige Geest. "Ik moet blijven verbluffen. Alhoewel er niets mee te winnen valt, zal Ik verdergaan met visioenen en openbaringen van de Heer. Ik ken een man in Christus die veertien jaren geleden in de Derde Hemel opgenomen werd. Of het in het Lichaam of buiten het lichaam gebeurde weet ik nietGod weet het. En ik weet dat deze manin het lichaam of buiten het Lichaam weet ik niet, maar God weet hetin het paradijs opgenomen werd. Hij hoorde onuitspreekbare dingen, dingen die de mens niet toegelaten is te vertellen."
Ik zal jullie vertellen over een ervaring die Ik had met de Heer op 5 September, 1999. We waren in de Kerk en de Macht van God vulde daar onze levens. Ik viel op de vloer en voelde de aanwezigheid van de Heer in me. Ik voelde dat de Heer in me werkzaam was, en Hij begon me visioenen te tonen.
In een visioen zag ik twee wegen, één was heel breed, waarover heel veel mensen gingen, maar ze wandelden naar hun ondergang. De andere weg was zeer smal, Ik zag dat er vele mensen over deze weg wandelden, terwijl ze de Heer prezen en eerden.
Toen toonde de Heer me een ander visioen waarin een engel aan het vechten was tegen een draak. De draak wierp vuur en demonen op deze Aarde.
Daarna zag ik een ander visioen van een zeer heldere lichtgevende klok. Ze was gemaakt van goud. De tijd die ze toonde was twaalf uur. Toen zag ik een hand die de klok terugdraaide naar elf uur. De Heer zei me, "Kijk, Mijn dienaar, Ik draai de tijd terug omdat Mijn volk niet zo voorbereid is als Ik hen wens te zijn, Ik draai de tijd terug, omdat Mijn volk Me niet zo prijst als Ik het wens, en het is daarom, omwille van Mijn grote Genade dat Ik hen een laatste kans geef, zodat iedereen die zelf voor Mijn Voeten zal komen staan, het eeuwige leven zal ontvangen."
Toen toonde de Heer me een ander visioen, terwijl ik nog op de vloer lag. Ik zag een man op een paard naar me toe rijden. Hij strekte Zijn handen naar me uit, en naderde de plaats waar ik op de vloer lag. Toen voelde Ik dat de Heer me in Zijn armen nam. Ik voelde dat Hij mijn geest uit mijn lichaam nam, en in Zijn Armen. We begonnen dan te rijden, we reden naar boven en stopten in een plaats niet te hoog of laag. Hij sprak tot me, "Kijk Mijn dienaar, Ik zei u dat Ik U met Me mee zou nemen, en dat is wat Ik nu doe, omdat Ik volbreng wat Ik zeg met Mijn mond. Wat Ik zeg, doe Ik. Daarom heb Ik u naar hier gebracht Mijn dienaar. Maar Ik zal u eerst Mijn wonden tonen, zodat ge er rekening mee zult houden en nooit zult vergeten wat Ik voor jullie allemaal heb gedaan."
We kwamen aan voor de Troon van God en de Heer toonde me de plaats waar de nagels werden geslagen en waar Zijn zijde doorboord werd. Hij toonde me ook hoe Hij gegeseld werd. Ik zag alle littekens en geselstrepen die Hij verduurde voor ons allemaal. Hij zei, "Kijk Mijn dienaar, velen van jullie houden geen rekening met alles wat Ik voor jullie gedaan heb, velen van jullie vergeten dat Ik voor jullie stierf op het Kalvariekruis, en Ik voel pijn Mijn dienaar. Ik voel pijn wanneer Mijn volk me negeert en ontkent, alsof die wonde weer geopend wordt, en het doet Me pijn. Het is alsof ze Me weer kruisigen aan het kruis." Ik zag hoe de Heer aan het wenen was, omdat Hij pijn voelt wanneer we Hem laten vallen.
-HEMEL-
Hij zei, "Dienaar, Ik zal u vele dingen tonen, Ik zal U de straten van goud en de kristallen zee tonen, zodat ge bij uw terugkeer aan de mensen kunt vertellen welke grote dingen Ik voor hen bereid heb."
We kwamen spoedig aan in een plaats met prachtige straten, zo prachtig. Ik heb nooit zulke dingen gezien of aangeraakt op de Aarde. De straten straalden licht uit! De Heer zei, "Mijn dienaar, raak deze gouden straat aan, omdat gij en Mijn volk hier zullen leven, omdat Mijn volk hier heel binnenkort naartoe zal komen." Ik zag de weerspiegeling van de Heer en mezelf terwijl we reden.
Vervolgens kwamen we aan bij de kristallen zee, het was zo mooi. Terwijl ik met de Heer door die kostbare zee reed, vertelde Hij me, "Mijn dienaar, dit alles is niet voor Mezelf, dit alles is voor Mijn volk. Alles wat ge kunt aanraken heb Ik met zo veel liefde voor Mijn volk voorbereid." Toen zei Hij, "Dienaar kom hier, want Ik wil u andere dingen tonen."
We kwamen toen aan op een prachtige plaats waar ik de glorie van God kon zien, en Zijn Macht voelen. Het was een grote, prachtige plaats. Ik zag vele tafels, en ik vroeg de Heer, "Heer, waar dienen al die tafels voor?" Hij zei, "Dienaar, herinner U het Huwelijk van het Lam, herinner U dat we aan deze tafels het Huwelijk van het Lam zullen vieren." Ik zag een ontelbaar aantal tafels, en ik kon er het einde niet van zien. Er stonden engelen aan iedere tafel, en ik vroeg dus aan de Heer, "Heer, waarom staat er een engel aan iedere tafel en bij iedere stoel?"De Heer zei, "Mijn dienaar, deze engelen versieren de tafels, deze engelen zetten iedere tafel klaar omdat Ik al alles aan het voorbereiden ben."
Beste broeders, deze tafels waren zo schitterend; ze waren allemaal van goud gemaakt. De tafels waren zeer knap versierd. Ik zag hoe elke engel de vork, het mes, de lepel, de glazen en de borden plaatste, alles gemaakt van goud, zo prachtig. De Heer zei me, "Dienaar, zeg Mijn volk dat ze zich klaarmaken, want heel binnenkort zal Ik hen met Me meenemen zodat ze hier naartoe kunnen komen en tesamen met Mij zich kunnen verheugen in het Huwelijk van het Lam."
Het was zo prachtig; de aanwezigheid van de Heer kon er gevoeld worden, zulk een glorie en majesteit! De Heer zei, "Dienaar, kom hier want Ik wil u andere dingen tonen." We kwamen aan op een plaats met vele prachtige deuren, zovele prachtige deuren. Ik vroeg, "Heer, wat is er achter deze deuren?" Hij zei, "Achter deze deuren zijn Mijn discipelen, achter deze deuren zijn Mijn apostelen, achter deze deuren zijn al diegenen die eens op de Aarde leefden en die Mijn Naam prezen en verheerlijkten."
-MARIA-
We reden weer verder en kwamen aan bij een half-geopende deur, en de Heer zei, "Dienaar kom hier, kom hier want achter deze deur is Maria. Kom nader en luister wat Ze zegt, zodat ge aan Mijn volk kunt vertellen hoe Maria lijdt." Ik kwam dichtbij en zag een jonge vrouw, zo een mooie jonge vrouw, zo schoon, haar gezicht was zo mooi. Ze keek door een zeer klein raampje. Ze was geknield en keek naar de Aarde, terwijl ze huilde van de vreselijke pijn.
Ze zei, "Waarom aanbid ge me? Waarom, als ik over geen enkele macht beschik! Waarom aanbid ge me? Ik doe zelf niets! Aanbid me niet! Buig niet voor me! Want Ik kan U niet redden! De enige die kan redden, de enige die U kan bekeren is Jezus, die voor alle mensen stierf! Vele mensen zeggen dat ik macht heb, dat Ik mirakels kan doen, maar dat is een leugen! Ik doe zelf niets! De Almachtige God was tevreden over me en Hij gebruikte mijn schoot zodat Jezus kon geboren worden om iedereen te redden, maar ik heb geen enkele macht. Ikzelf kan niets! Buig niet voor me! Aanbid me niet! Want ik ben niet waard aanbeden te worden. De enige die dat waard is, de enige waarvoor ge moet buigen en die ge moet aanbidden is Jezus! Hij is de Enige die geneest en red!"
Ik kon zien hoe die jonge vrouw zulk een enorme pijn voelde, ze was vol angst en weende. Ze zei, "Nee! Nee! Aanbid me niet! Waarom buigt ge voor me? Ik doe zelf niets!" Ziet ge mijn beste broeders, het was een overweldigend iets om deze jonge vrouw te bekijken, zoals ze aan het wenen was met zulk een pijn en droefheid.
-MANTELS EN KRONEN-
De Heer zei me, "Dienaar kom hier, want Ik wil U dingen blijven tonen." We kwamen aan bij een heel prachtige plaats waar Ik de glorie van God kon voelen. Ik zag rijen en rijen van witte mantels, zo heel wit en prachtig! Ik raakte ze aan en de Heer zei, "Dienaar, voel deze mantels, want deze mantels zijn voor jullie allemaal."
Ik zag vele rijen en raakte het fijne weefsel aan. Het was zo helder en wit, in niets te vergelijken met hetgeen ik op Aarde aanraakte. De Heer zei, "Dienaar, deze mantels zijn voor jullie allemaal." Er liepen tranen over de Heer zijn wangen. De Heer zei, "Dienaar, vele van deze witte mantels zullen hier blijven, in afwachting dat iemand hen neemt. Vele van deze witte mantels zullen hier blijven, wachtend op een lichaam.""Waarom Heer?" vroeg ik. "Omdat velen Me niet aanbidden zoals Ik het wil, velen schenken geen aandacht aan alle dingen die Ik voor jullie allemaal doe. Dienaar, vele van deze witte mantels zullen hier blijven, wachtend op een Lichaam, omdat Ik in Mijn Koninkrijk geen besmeurde dingen ontvang. In Mijn Koninkrijk laat Ik alleen heilige dingen toe, omdat in Mijn Woord geschreven staat, wees heilig, omdat Ik heilig ben."(1 Petrus 1:16)
Ik keek en zag vele mantels; elk ervan droeg een naam geschreven in goud. Ik raakte de mantels aan die kleiner waren en andere afmetingen hadden, en ik zei, "Heer, deze kleine mantels, wie zullen ze dragen ?" De Heer antwoordde, "Dienaar, herinner U Mijn kleine kinderen, denk eraan dat Ik voor iedereen geef, Ik maak geen onderscheid tussen personen, deze kleine mantels zijn voor Mijn kleine kinderen die Mijn Naam prijzen, ze zijn voor Mijn kinderen die graag naar Mijn Huis gaan en Mijn Naam eren, daarom heb ik grote dingen voor hen bereid. Ik heb voor iedereen die naar Me uitkijkt, Ik heb voor al diegenen die voor Mijn Voeten komen staan, Ik geef hen Eeuwig Leven."
We begonnen weer te rijden en spoedig kwamen we aan in een grote ruimte met vele kronen. Er waren luxueuze kronen, schitterende kronen, dus zei ik, "O Heer! Deze kronen, ze zijn zo mooi. Voor wie zijn deze kronen?" De Heer zei, "Dienaar, deze kronen die ge aanraakt, zijn voor diegenen die Mijn Naam prijzen, voor diegenen die Mijn Naam echt verheerlijken op de wijze dat Ik het wil."
De Heer toonde me andere kronen, maar ik merkte op dat ze alleen uit metalen frame bestonden. Toen sprak de Heer, "Dienaar, kijk naar hier." En ik begon andere kronen te zien, maar deze kronen waren van doornen gemaakt, dus zei ik, "Heer, laat een doornenkroon of een simpel frame niet de mijne zijn!" De Heer zei me, "Dienaar, op deze plaats zijn er drie types van kronen: de luxueuze en schitterende kronen die ge kunt zien en aanraken zijn voor diegenen dieMijn Naam echt prijzen, voor allen die echt en uit heel hun hart Mijn Naam verheerlijken en prijzen. Ze zijn voor diegenen die werken in Mijn wijngaard, voor diegenen die er plezier in scheppen in Mijn Huis te zijn, voor diegenen die graag moeite doen en lijden om Mij te behagen voor Mijn Woord. De kronen die enkel een frame zijn dat ge kunt zien en aanraken, zijn voor diegenen die alleen spelen met Mijn woord, ze zijn voor diegenen die niet graag in Mijn huis zijn, het is voor diegenen die niet graag vasten, noch volhouden, die Mijn Naam niet verheerlijken, ze zijn voor diegenen die Me enkel met hun lippen prijzen, maar niet met hun harten zoals Ik het wil. Waarom mijn dienaar? Omdat niemand Me kan bedriegen, er bestaat geen schuilplaats om aan Me te ontkomen. Dienaar, die doornenkronen die ge kunt aanraken en zien, zijn voor diegenen die spotten met Mijn Woord, zijn voor diegenen die Mijn Woord bekritiseren, zijn voor al diegenen waarbij Ik aanklop op hun harten maar die Mijn Woord niet willen aanvaarden, voor al diegenen die kritiek uiten op Mijn Woord."
-VISIOEN van de WEGNAME (RAPTURE)-
Daarna sprak de Heer, "Diestmaagd, Ik zal U de wegname tonen, Ik zal U tonen hoe Mijn Wederkomst zal zijn." En ik zei,"Heer, ik heb reeds vele dingen gezien, waarom toont Ge me nog meer?" Toen kwamen we aan bij de Troon van God, en Ik zag daar duizenden en duizenden engelen samen. Toen daalden we af, en de Heer en ikzelf stopten in een zeer mooie witte wolk. De Heer gaf opdracht aan de engelen om te komen en de Kerk te ontvangen, en de Heer zei me,"Kijk nauwgezet toe, dienstmaagd, want zo zal het zijn wanneer Ik wederkom, dit zal Mijn Komst zijn."
Ik zag mensen opstijgen van de vier hoeken van de Aarde, ze prezen de Naam van de Heer. Al deze mensen werden bedekt met de Macht van God. Ze werden gekleed in witte mantels en stegen hoger en hoger. Ze begonnen een zeer mooi lied te zingen, "Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij oh Heer! Dank U Vader! Omdat Ge ons verheven hebt!Dank U Heer, omdat Ge ons verheven hebt!"
Ik zag veel verschillende mensen, magere, kleine, donkere, blanke. Al deze mensen, en al deze engelen stegen op naar de wolk waar de Heer en Ik waren. Al de mensen en engelen waren vervuld van dankzegging aan de Heer, en we zegden allemaal, "Heilig! Heilig! Heilig zijt Gij oh Heer!" Het was een zo enorm gebeuren, Ik zag zoveel mensen dat Ik meende hen te kennen. Ze werden allen bedekt met de Heerlijkheid van God.
-VISIOEN van de BEROERING-
Nadat we aankwamen bij de Troon van God, zei de Heer, "Dienstmaagd, kom hier." We verlieten de Troonzaal en kwamen aan in een kamer met een zeer klein raampje. De Heer zei, "Dienstmaagd, kijk nu naar beneden." Ik zag een verschrikkelijke verwoesting, zo een enorme verwoesting; de hele Aarde was verwoest en vol van pijn. De Heer zei, "Kijk dienstmaagd, dit is wat er zal zijn nadat Ik Mijn Volk van de Aarde weggevoerd zal hebben, dit zal er zijn na Mijn Komst, dit zal er zijn wanneer Mijn Kerk hier bij Mij is." Ik zag een zo enorme verwoesting.
Ik zag mensen die het ene ogenblik aan het feestvieren waren, maar vervolgens zag ik een vader die zijn zoon zocht, een moeder die haar dochters zocht, maar ze konden hen niet vinden, omdat de Almachtige God hen meegenomen had. Familie zocht achter haar verwanten, maar konden hen niet vinden. Mensen zochten achter hun buren maar konden hen niet vinden, omdat de Heer hen met zich mee naar boven genomen had.
Iets vreselijks gebeurde toen over gans de Aarde. Ik zag een pastoor rennen van de ene plaats naar de andere, en ik vroeg de Heer, "Heer, waarom loopt die man van de ene plaats naar de andere?" De Heer antwoordde, "Dienstmaagd, deze man was een pastoor, maar omdat hij meende dat Ik dit zou uitstellen, werd hij achtergelaten. Hij dacht niet dat Ik nu zou komen, hij dacht dat het nog lang zou duren voordat ik zou wederkeren, en daarom werd hij achtergelaten." De pastoor bleef rondlopen, zeggende "Heer, waarom werd ik achtergelaten? Als ik een pastoor ben, als ik een positie in de kerk bekleed, en de kerkgemeenschap is weg, en Ik wordt achtergelaten? Waarom werd ik achtergelaten?"De Heer zei, "Dienstmaagd, Ik kan nu niets doen, hij meende dat Mijn Wederkomst op zich liet wachten, wel, hij werd achtergelaten."
Ik zag dat die man vervolgd werd. Hij zei, "Het enige wat ik wil is door Christus opgenomen te worden! Het enige dat ik wil is bij de Heer te zijn omdat ik niet hier wil zijn en lijden in de grote beroering!"Hij bleef op en af lopen en vroeg zichzelf af, "Waarom werd ik achtergelaten? Neem me mee Heer! Ik wil hier niet zijn en lijden!" De Heer zei, "Dienstmaagd, er is niets wat Ik nu kan doen, ik sprak een lange tijd met hem, en vertelde hem dat Ik spoedig zou weerkeren, maar hij geloofde me niet, wel, nu wordt hij achtergelaten."
Ik zag veel andere mensen overal rondlopen. Zoveel mensen liepen er rond, ze poogden wanhopig vrede te vinden, maar ze konden ze niet verkrijgen. Ze riepen, "Wij willen het Woord van Leven! Wij Dorsten naar het Woord van God!" Maar het was al te laat, omdat de Heer Zijn Kerk met zich meegenomen had.
Ik zag zovele jonge meisjes en jongens door het struikgewas lopen, ze liepen door de bergen in een poging om vrede te vinden. Ze verlangden vrede maar konden ze niet vinden. De Heer zei me waarom, "Dienstmaagd, Ik heb Mijn Kerk al meegenomen, en nu is satan degene die in controle is." Satan heerste al over gans de Aarde en er was kwelling over heel de Aarde! Mensen liepen van plek naar plek. Mensen wilden elkaar levend opeten, en elkaars haren uittrekken. Ze smeten elkaar verwijten naar het hoofd en deden elkaar pijn, omdat ze vrede wilden vinden, maar ze konden ze niet vinden! Het was niet mogelijk omdat de Heer Zijn Kerk al weggevoerd had.
Zulk een verschrikkelijke tijd op Aarde, Ik zag zo gruwelijke dingen. Zoveel mensen kwetsten elkaar, zeggende, "We willen liefde! We willen vrede!" Maar het was te laat! De Heer zei me, "Kijk Mijn dienstmaagd, Ik sprak met hen, Ik nam tijd om aan te kloppen op de harten van deze mensen, maar ze wensten Me niet te zoeken. Wel, nu worden ze achtergelaten, en er is niets dat Ik nu voor hen kan doen. En wel daarom, omdat Ik mijn Kerk al met Me meegenomen heb. Terwijl al deze mensen bij Me in de Hemel zijn, en zich verheugen in het Huwelijk van het Lam, zullen al deze mensen hier grote pijnen lijden, en er zal geween zijn en tandengeknars. Want ze wensten Mijn Woord niet te gehoorzamen, ze gaven er de voorkeur aan plezier te maken en Mijn Woord te bekritizeren."
-HET BOEK VAN HET LEVEN-
Daarna toonde de Heer me een groot en prachtig boek. Het was erg glimmend en gemaakt van goud. Ik zei, "Heer, dat groot boek, waar dient dat voor?" Hij vertelde me, "Dienstmaagd, in dit boek staan de namen van diegenen die Me prijzen, en de namen van diegenen die zich bekeerd hebben en die gezocht hebben achter Mijn Wegen. Want dit is het Boek van het Leven. In dit Boek zijn de namen geschreven van al diegenen die samenkomen om Mijn Naam te prijzen en te verheerlijken." Het boek was zo groot, en zijn letters waren geschreven in goud. Hij zei, "Kijk Mijn dienstmaagd, vele van deze namen heb Ik niet uitgewist omwille van Mijn Genade, omdat velen Me de rug hebben toegekeerd. Velen hebben Me de rug toegekeerd, maar Mijn Genade is zo groot dat Ik hen nog niet uitgewist heb, want Ik wens niet dat er iemand verloren gaat, maar dat iedereen eeuwig leven heeft." Ik begon het Boek aan te raken, en zag hoeveel namen erin geschreven stonden.
-HEL-
Daarna zei de Heer me, "Dienaar, Ik zal u de hel tonen." Maar ik zei, "Heer, nee, Ik zal het niet kunnen verdragen, na alles wat ge me reeds getoond hebt, ik heb genoeg gezien." En de Heer sprak tot me, "Dienaar, Ik zal U de hel tonen, opdat ge kunt teruggaan en aan de Kerk en de mensen kunt vertellen dat er een hemel is maar ook een hel." We begonnen lager en lager af te dalen. We waren nog ver van de hel verwijderd, toen Ik kreten en luid gekreun begon te horen. Ik zei, "Heer haal me hier weg, want ik ga dat niet kunnen aanzien!" De Heer antwoordde, "Kijk Mijn dienaar, heb geen angst want Ik ben bij u." We daalden af door enkele tunnels. Er heerste een grote duisternis op die plaats, een duisternis zoals ik die nooit gekend had op Aarde.
We wandelden langs enkele muren en ik hoorde zoveel zielen roepen, kreten van pijn en angst. De Heer zei, "Dienaar, laten We verder gaan." We kwamen aan op een plaats waar een persoon aan het roepen was. Ik vroeg de Heer,"Heer, waarom zijn, we hier gestopt?" Hij antwoordde, "Kijk dienaar, bekijk deze persoon heel aandachtig, want deze persoon was familie van U op de Aarde." En Ik zei, "Heer, wie is het? Ik kan deze persoon niet herkennen." De Heer sprak, "Deze persoon was uw grootmoeder op de Aarde, ze was uw familielid, maar ze was heel ongelovig, en daarom is ze nu hier."
Ze zei,"Geef me water a.u.b., haal me hier weg, want ik kan deze pijn niet meer verdragen, Ik ben dorstig." Maar ik kon niets doen, ik huilde alleen maar. Ik sprak,"Heer, omwille van Uw oneindige Genade en Uw oneindige Goedheid, haal haar hier weg! Waarom is ze hier, als mijn ouders me vertelden dat ze in de hemel was?"
De Heer zei, "Dienaar, de priester zei tegen uw ouders dat ze naar de Hemel was gegaan, maar dat was een leugen. Dat was een leugen, omdat ze steeds boog voor beelden, ze aanbad beelden, en kijk hoe deze beelden haar niet konden redden. Vele malen klopte Ik aan op haar hart, opdat ze het zou openen, en Ik naar binnen kon treden, maar in plaats daarvan dreef ze de spot met Mijn Woord. Ze besloot dat het beter was de wereld te volgen dan Mijn Naam te eren, en daarom is ze nu hier. Ze aanvaardde nooit Mijn Woord, ze wou zich nooit bekeren, en de priester zei hen dat ze naar de Hemel opgegaan was en dat ze al in het Hemelse huis was, maar dat was een leugen. Kijk Mijn dienaar, waar ze nu is." Ze schreeuwde het uit van zoveel lijden. Ze zei, "Geef me water! Haal me hier uit!" De Heer zei,"Dienaar, Ik kan niets doen nu, deze ziel behoort Me niet meer toe." We keerden en wandelden weg. Ze riep me na, "Nee! Laat me hier niet achter! Geef me water! Haal me hier weg!" Hij kon niets doen.
We bleven zovele mensen bekijken. Zielen poogden de klederen van de Heer te grijpen, zeggende, "haal ons hier weg!" Maar de Heer zei hen,"Ga weg van Me, want jullie behoren me niet meer toe, jullie behoren toe aan satan en zijn demonen." Het was zo een vreselijke plaats, met zo vele zielen, zoveel mensen.
-satan's troon-
We bleven rijden en kwamen aan bij een heel verschrikkelijke plaats, en de Heer zei, "Kijk dienaar, Ik zal U de troon van satan tonen." Ik zei Hem, "Nee Heer! Ik wil die troon niet zien!" Hij antwoordde, "Wees niet bevreesd, dienaar, want Ik ben bij u." Toen kwamen we aan in een verschrikkelijke en gruwelijke plaats, Ik zag een enorm grote stoel waar satan op gezeten was. Hij had grote nagels, en hij lachte en lachte, hij kon niet stoppen met lachen. Ik zag ook overal demonen . Ik zag demonen van verschillende afmetingen, Ik zag prinsdommen, Ik zag bolwerken, en vele verschillende demonen. Ik zag hoe satan orders gaf aan zijn demonen, orders om naar de Aarde op te stijgen en alle soorten slechte dingen uit te lokken.
Ik zag hoe deze demonen opstegen en botsingen, slachtpartijen, gevechten, scheidingen en alle soorten slechte dingen uitlokten. Dan daalden ze terug af en rapporteerden hem alles wat ze deden. En satan lachte en lachte maar. satan gaf prijzen aan de demonen, en de demonen begonnen hem te vieren, en prezen hem en zongen voor hem.
Ik zag hoe satan zo vele plannen had om kristenen te vernietigen, grote plannen om de dienaars van God te vernietigen. Ik zag grote kerken en congregaties die vol waren van modernisme. De Heer zei, "Kijk dienaar, deze kerken zijn bezeten door satan, en ze zullen niet mee kunnen opgaan met Mij."
De Heer toonde me hoe demonen zoveel moorden uitlokten, en al deze zielen kwamen dan aan in deze vervloeking, een afschuwelijke plaats. Ik zag een oven, en de Heer zei, "Kijk dienaar, dit is de poel van vuur, en dit is de hel."
Elke keer dat de demonen slachtingen veroorzaakten, vielen de zielen op die plaats. Het vuur verteerde ze, en ze smolten. De zielen schreeuwden het uit van de pijn en de angst, en de demonen keerden terug naar de troon van satan en vertelden hem wat ze gedaan hadden. Satan lachte en lachte maar, en gaf prijzen aan de demonen. De demonen zongen en dansten dan voor hem, en deden vanalles om hem te vieren. satan lachte van vreugde en trots omwille van alle zielen die in de hel vielen. Ze bleven seconde na seconde binnenvallen, en satan was zo trots dat hij kon stoppen met lachen.
Ik voelde ook de vele demonische gevoelens op die plaats, zo veel bolwerken. Ik zei, "Heer, als t U belieft, haal me hier weg, Ik kan het niet meer verdragen." De demonen doorboorden en martelden er de zielen. De zielen schreeuwden, "Laat ons alleen! Laat ons in vrede, we willen geen pijniging meer, we willen vrede!" En de demonen lachten.
-DE HEILIGE STAD-
Daarna gingen we weg en de Heer zei, "Kijk dienaar, Ik zal U de Heilige Stad tonen, zodat ge kunt teruggaan en Mijn Volk vertellen over de grote dingen die Ik voor hen klaar heb." We gingen omhoog en kwamen aan op een prachtige plaats, waar prachtige bomen stonden, dennen zo groot. Alles was er zo mooi. Ik kon zulk een gevoel van vrede voelen.
In de deur van die stad was een prachtige regenboog. Er stonden vele engelen aan weerszijden van de weg. We gingen door de deur en de Heer zei, "Dienaar, dit is de Heilige Stad." We wandelden tot we arriveerden bij een hof vol met prachtige rozen, zoals ik er nooit een gezien heb op Aarde.
Ik liet de Heer zijn hand los, en Ik liep naar de hof. Ik koesterde de bloemen, ze waren zo fijn en hun geur was zo heerlijk. Ik wou een bloem plukken, maar de Heer zei, "Nee dienaar, ge kunt nu nog niets nemen. Ge zult deze bloemen alleen kunnen plukken wanneer Mijn volk naar hier komt, wanneer Mijn Kerk aankomt op deze plaats, dan zult ge deze bloemen kunnen plukken." En ik zei, "Heer, ik wilde slechts één bloemmeenemen naar de Aarde om ze te tonen aan alle kerken." Maar de Heer zei, "Nee, dienaar, omdat Mijn volk nog niet hier is."Ik zag vele verschillende types mooie bloemen.
Toen reden we door mooi groen gras. De Heer zat neer op het gras, en met een prachtige glimlach zei Hij, "Dienaar, dit alles wat gij aanraakt en ziet, heb Ik voorbereid voor Mijn volk."
We reden toen naar een plaats met een enorme boom die vol fruit hing. Ik zei,"Heer, deze boom? Wat is de betekenis van deze boom? En al dat fruit?"Ik wou ook hier één van de vruchten plukken, maar de Heer zei me opnieuw,"Nee, dienaar, ge kunt deze vruchten nog niet nemen, omdat deze boom de boom van het Leven is, en van deze boom zal Mijn volk eten wanneer ze naar hierboven komen. Ondertussen kunt ge niets plukken tot Mijn volk hier aangekomen is." De boom had zulke schone vruchten.
Toen reden we verder, en ik zag zoveel prachtige vlinders en dieren. De Heer zei, "Dienaar, al deze dingen hier zijn voor Mijn volk. Vertel Mijn volk dat zij heel binnenkort hier zullen zijn, en deze Heilige Stad zullen binnenrijden."
We gingen verder en kwamen aan bij een andere prachtige plaats, met veel hoge bomen en dennen. De Heer zei,"Dienaar, dit alles is voor Mijn volk. Dienaar, kom hier want Ik wil U wonderen tonen."
We kwamen aan in een prachtig oord dat vol van engelen was. Eén engel was heel groot, en had een grote bazuin aan zijn mond. Ik zei, "Heer, die engel, wat betekent dat?" De Heer antwoordde, "Kijk dienaar, deze engel wacht op een signaal, deze engel wacht op een order die ik zal geven, zodat hij op de bazuin kan blazen, en wanneer deze engel op die bazuin begint te spelen, zal Mijn volk opgenomen worden, opstijgen, en omgevormd worden. Maar wees van één ding zeker, dienaar, deze bazuin zal alleen gehoord worden door diegenen die naar me uitkijken! Keer dus weer en vertel aan Mijn volk dat ze moeten uitkijken, vertel aan Mijn volk dat ze niet moeten slapen, want als ge in slaap valt, zult ge de bazuin niet horen, vertel aan Mijn volk om uit te kijken, want diegenen die slapen, zal ik niet kunnen laten opstijgen."
De engel was zo groot en mooi, en achter hem stonden veel meer engelen die kleinere bazuinen hadden. Deze bazuinen waren gemaakt van goud, en blonken fel. De Heer zei,"Dienaar, zeg Mijn volk dat ze klaar moeten staan, omdat Ik zo goed als klaarsta, om de opdracht te geven die de bazuin zal laten weerklinken."
We begonnen weer te rijden en de Heer zei, "Kijk dienaar, Ik zal U de troon van Mijn vader tonen. Ik heb hem niet getoond aan U, maar Ik zal hem nu tonen, zodat ge bij uw terugkeer kunt vertellen aan Mijn volk dat Mijn Vader reëel is, en dat Ik reëel ben." We begonnen allemaal te wandelen, de Heer, de engelen en Ikzelf. Toen we nog ver van de Troon van de Vader verwijderd waren, voelde ik dat ik het niet meer aankon; Ik kon me niet staande houden tegenover zulke Macht en Heerlijkheid. Toen we dichter en dichter naderden, voelde ik me alsof ik een veer was, Ik kon nauwelijks gaan. Als de engelen me niet overeind hadden gehouden, had Ikniet verder kunnen gaan.
We kwamen aan bij de Troon van de Vader, en ik kon zulke enorme Macht voelen uitgaan van de Troon. Krachtige bliksemschichten schoten uit de Troon; het was zo glorierijk en enorm. Zulk een Macht omringde de Troon; hij schitterde en was van goud gemaakt. Er zat Iemand op de Troon, maar ik kon Zijn Gezicht niet zien, Ik kon de Macht niet weerstaan die uit de Troon kwam. Ik kon de Vader alleen zien vanaf zijn lenden naar beneden toe. Maar vanaf zijn lenden naar omhoog toe, kon ik niets zien want dan viel ik op de grond. Ik viel omdat ik zulke Macht en Glorie niet kon verdragen.
Daarna zag ik de 24 ouderlingen de Naam van de Heer prijzen en verheerlijken. Ik zag enorme aartsengelen die ook de Naam van de Heer verheerlijkten. De 24 ouderlingen knielden neer en baden "Heilig, Heilig, Heilig zijt Gij, O Heer!" De engelen werden nooit moe van het verheerlijken en prijzen van de Heer, en de ouderlingen hielden nooit op met het verheerlijken van de Naam van de Heer. Enorme vlammen schoten uit de Troon, en er waren zovele mooie dingen in die Troon.
(Vertaald vanuit het Engels door Aldert en Marian) (Reageren? kenn@deze-tijd.nl)
Het getuigenis van een 15 jarig meisje die in een Christelijk huis was opgevoed. Zij viel later terug in haar wandel, vond zichzelf vergiftigd door een al te grote dosis drugs, stervende, en zijnde naar de hel gestuurd. Gelukkig, werd aan haar een tweede kans gegeven, met de opdracht om terug te gaan en de verlorenen, de teruggevallenen, en diegene die lauw zijn, te waarschuwen met een dringende boodschap.
(Opgeschreven van een audio tape)
God zegene u broeders en zusters, Ik zou u willen vragen om uw Bijbel te openen en naar Joel 2:28 te gaan:
Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien.
Mijn naam is Jennifer Perez en ik ben 15 jaar oud. Het is moeilijk voor een tiener als ik om tot u te komen en om mijn eigen fouten te erkennen. Maar met behulp van de Heilige Geest, Hij zal me helpen, en mij de sterkte geven die ik nodig heb. Ik zou vooral eerst willen zeggen dat dit voor de Eer en de Glorie van mijn Here Jezus Christus is. Ik wil geen doctrine verkondigen of een nieuwe doctrine verzinnen. Ik ga u alleen vertellen wat zag ik, wat ik hoorde, en wat ik voelde.
Ik zou u een klein beetje over mijn familie willen vertellen. Mijn ouders zijn Christenen, en zij onderwezen me altijd in de weg van de Heer en met goede voorbeelden. Ik werd 3 jaar geleden een Christen, toen ik de Heer doormiddel van broeder Nicky Cruze aanvaardde. Ik wandelde 2 jaar in de wegen van de Heer. Maar toen ik naar de High School (voortgezet onderwijs) ging, begon ik rebels te worden en verliet de weg van de Heer. Ik werd rebels tegen mijn ouders en ik begon met drugs. Mijn vrienden leerde mij die dingen te doen.
Ik dacht dat ik een Christen was, en dat ik mijn vrienden ook Christenen zou kunnen maken. Maar in plaats daarvan, brachten zij mij terug in de wereld . Ik was rebels naar mijn ouders toe, en zij dachten dat het bij tieners hoorde. Maar in feite, was het wat de drugs me lieten doen. Kwade geesten kwamen in me, dat was toen ik rebels tegen hen was. Zij hielden me kort, zij lieten me nooit uitgaan, zelfs niet om een nacht te slapen in het huis van een vriend. Ik moest altijd alles stiekem doen of achter hun rug om. Ik sloeg school over. Ik ging zelfs nauwelijks naar school, en dat om mijn gewoonte te behouden. Ik stond op het punt om verslaafd te worden, maar de Heer haalde me eruit. Zoals ik al zei, ik was een Christen.
Mijn getuigenis begint op 2 mei,1997. Ik had een vriend, en wij waren slechts vrienden, meer niet, en hij wist dat. Ik dacht hem te kennen, maar in feite, wist ik werkelijk niet wie hij was. Die nacht, belde hij me, en vroeg of ik uit kon gaan. Mijn ouders waren niet thuis. Zij waren naar een gebedsbijeenkomst toe, zoals elke vrijdag. Ik vertelde hen dat ik thuis wilde blijven omdat ik me ziek voelde. Ik was ook boos op hen, omdat ik die nacht plannen had om uit te gaan met een andere vriend, maar mijn ouders lieten me niet gaan. Dus vroeg ik of ik thuis mocht blijven, en zij stonden dat toe. Toen zij naar de gebedsbijeenkomst waren gegaan, belde mijn vriend me op. Hij zei, "Waarom ga je niet uit, iedereen gaat toch uit? Ik dacht bij mezelf, "Ik wil niet ongehoorzaam zijn aan mijn ouders, maar misschien als ik er stiekem tussen uitknijp, zullen mijn ouders het nooit te weten komen," dus dat is wat ik deed.
Die nacht toen mijn ouders thuis kwamen en zij in slaap vielen, was ik al klaar om er heimelijk tussen uit te knijpen. Dus belde ik mijn vriend en vertelde hem om me op te wachten, op de hoek van mijn straat. Ik vertelde hem om niet langs mijn huis te gaan, omdat het mijn ouders zou kunnen wekken, en alles zou kunnen ruïneren. Dus, stopte ik hoofdkussens onder mijn laken en klom uit mijn raam. Ik woon in een huis met twee verdiepingen, en alle ramen van mijn huis zitten vast geschroefd. Maar omdat mijn ouders mij vertrouwde, had mijn raam geen schroeven. Dus misbruikte ik het vertrouwen van mijn ouders. Omdat ik in een huis met twee verdiepingen woonde, sprong ik van het dak en landde op de grond. De Heer had alles gepland, want ik had mijn been kunnen breken en dat zou alles tegengehouden hebben wat de Heer voor me had gepland.
Ik liep op straat en daar was mijn vriend al. Maar toen ik in de auto wilde stappen, zag ik drie kerels en een ander meisje. Ik dacht bij mezelf, "Ik ga niets doen, ja, ik zal high worden, drugs nemen, en drinken". Maar als er 3 jongens en 1 ander meisje zijn, vreesde ik dat zij het overwicht op me konden hebben. Maar ik stapte in de auto, en wij gingen weg. Eerder, toen ik met mijn vriend sprak door de telefoon, zei hij, dat wij alleen in de stad rond gingen rijden. Ik zei: "O.K. dat klinkt leuk", dat is waarom ik meeging. Ik had nooit gedacht dat hij me mee zou nemen naar een motel. Dat is waar ze mij mee naar toe namen.
Toen wij daar aankwamen, zetten zij mij af bij een ruimte van de wasserijdienst, die tot het motel behoorde. Zij vertelden ons om daar te wachten, zij zeiden dat zij een andere vriend zouden gaan ophalen. Ik zei: O.K., maar ik veronderstelde dat zij weggingen om een kamer te huren. Toen zij terugkwamen en ons oppikten, namen zij ons mee naar die kamer. Zij zeiden, " Wees niet ongerust, heb vertrouwen in ons! Wij gaan niets doen, wij moeten enkel op onze andere vriend wachten, en dan zullen wij allen weggaan." Dus vertrouwde ik mijn vrienden. Ik dacht dat zij mij geen kwaad zouden doen, maar in feite, wist ik niet wie mijn vrienden waren.
In het begin kletsten wij alleen maar, dus zei ik, "Waarom halen wij niet iets om te drinken, terwijl wij wachten?" Dus verlieten mijn vriend en ik de kamer, en liepen naar die kleine restaurant aan de voorkant van het motel. Wij kochten drie Sprites en liepen toen terug naar de kamer. Zij begonnen de Sprites in kopjes te gieten. Zij hadden geen tas of iets wat verdacht leek meenomen, waardoor ik zou kunnen denken dat zij iets in mijn drinken zouden doen of mij iets aan zouden doen. Het leek allemaal onschuldig.
Ik ging naar het toilet om mijn haar in orde te brengen en meisjes dingen te doen, en toen ik terugkwam was mijn kopje al ingeschonken. Ik deed wat aardbeikauwgom in mijn mond, en ik dronk wat ik dacht dat het mijn Sprite was. Na dit, weet ik niet wat er gebeurde.
Maar toen ik kon zien, voelde ik mijn geest uit mijn lichaam komen. Ik was al in het ziekenhuis. Ik zag de artsen en de verpleegsters rondom mij. Toen ik uit mijn lichaam was, zag ik mijn lichaam op het bed. U weet hoe u zich in de spiegel bekijkt, u ziet een afspiegeling. Maar ik zag geen afspiegeling van mijzelf, ik zag daar mijn lichaam op het bed. Toen ik me omdraaide, waren er 2 mannen gekleed in het rood. "Kom met ons mee" en zij grepen me, elk aan een arm.
Zij namen me mee naar een plaats, en toen ik keek om te zien waar ik was, was het de hemel! Het eerste ding dat ik zag was een hele grote muur. Het was wit en het reikte zover dat het geen einde had. In het midden van de muur was een deur, een lange deur, maar die was gesloten.
In het Oude Testament, spreekt Mozes van een tabernakel en hij beschrijft zijn kenmerken. En ik herinnerde me dit, en ik zag dat de muur er op leek. Direct naast de deur, was een grote stoel, en er was een kleinere stoel aan de rechter kant. En zij leken uit goud gemaakt te zijn. Aan mijn rechterkant, was er een grote zwarte deur, het was zo donker daar rondom, maar ik wist dat het een deur was vanwege de knop. Het was een lelijke deur. Maar aan mijn linkerkant was er een paradijs, daar waren bomen, een glasheldere waterval en gras. Het was zon vreedzame plaats, maar er was niemand daar.
Ik keek en ik zag de Vader recht voor me. Ik kon Zijn gezicht niet zien, vanwege Zijn glorie, het was zo groot, zo helder, het glansde en het verlichtte de gehele hemel. Zijn glorie maakte alles helder. Er was geen zon, geen maan, geen sterren, Hij was het licht. Ik zag Zijn lichaam wel, en Zijn lichaam was met de Zoon. Zij waren één binnenin elkaar. Zij waren tezamen, je kon de scheiding van Hen zien, maar Zij waren één binnenin de ander, Zij waren samen èèn.
Direct naast Hen waren 2 engelen, Gabriel en Michael. De reden dat ik hun naam kende, was omdat het in goud geschreven stond op hun voorhoofden.
Toen ik voor de Vader stond, voelde ik me vuil! Ik viel op mijn knieën en huilde. Ik was zeer beschaamd over mijzelf. Zelfs als ik Hun gezichten had kunnen zien, wilde ik dit niet, omdat ik zo beschaamd was over mijzelf. Terwijl ik daar voor de Heer was, toonde Hij me een film van mijn leven, van het begin tot aan nu. Hij vertelde me dat de dingen die ik deed nadat ik gered was, het belangrijkste deel was. Ik vertelde aan mijn vrienden dat ik een Christen was, maar in werkelijkheid toonde ik mijn vruchten niet. En Hij vertelde me dat ik bestemd was om naar de Hel te gaan.
De engel Gabriel kwam en greep me bij mijn arm. Hij nam me mee naar die lelijke zwarte deur waar ik zelfs niet naar wilde kijken. Ik probeerde mezelf tegen te houden, maar ik was in geest, en wij gingen door de deur. Toen ik aan de andere kant van de deur was, was het overal donker. Ik kon niet eens mijzelf zien. Toen begonnen wij snel te vallen, zoals in een achtbaan. Terwijl ik viel werd het heter en heter. Ik sloot mijn ogen, ik wilde niet zien waar wij waren.
Toen wij stopten, opende ik mijn ogen, en ik bevond me op een grote weg. Ik wist niet waar het naar toe leidde. Maar het eerste wat ik daar voelde was dorst. Ik was werkelijk dorstig! Ik bleef de engel vertellen: "Ik ben dorstig, ik ben dorstig" maar het was alsof hij me zelfs niet hoorde. Ik begon te huilen, en toen de tranen langs mijn wangen stroomden, verdampten zij volledig. Er was de geur van zwavel, zoals brandende banden. Ik probeerde om mijn neus te bedekken, maar dat maakte het nog erger. Al mijn 5 zintuigen waren zeer gevoelig. Nadat ik geprobeerd had mijzelf te bedekken, kon ik de zwavel zelfs nog meer ruiken. Ook, al die kleine haren op mijn armen verdwenen. Ik voelde al die hitte, het was zeer heet.
Toen ik wat rond keek, zag ik mensen die gemarteld werden door demonen. Daar was een dame die leed. Een demon martelde haar. Die demon sneed haar hoofd eraf en met zijn lange speer stak hij haar overal. Het maakte hem niets uit. In haar ogen, in haar lichaam, in haar voeten, in haar handen, het maakte hem niet uit. Daarna zette hij haar hoofd op haar lichaam terug en stak en stak haar. Zij schreeuwde met kreten van ondraaglijke pijn.
Daarna zag ik een andere demon. Deze demon martelde een jonge man van ongeveer 21-23 jaar oud. Deze man had een ketting rond zijn nek en bevond zich voor een kuil van vuur. Deze demon stak hem overal met een lange speer, in zijn ogen, overal. Daarna greep de demon hem bij zijn haren en met kettingen gooide hij die man in deze kuil met vuur, om hem er dan weer uit te halen en hem te steken en te steken. Dit ging continue door, en iedere keer als hij die kuil inging, kon ik zijn schreeuwen niet meer horen. Maar wanneer de demon hem eruit haalde, gilde hij met zielsangst. Ik probeerde mijn oren te bedekken omdat het geluid zo afschuwelijk was, maar ik bleef het horen. Mijn gehoor was gevoeliger.
Ik keek naar een andere demon, en die demon was lelijk, de andere 2 waren ook lelijk, maar deze was het lelijkst. Hij had kenmerken van veel verschillende dieren. Ik kan het niet eens met woorden omschrijven. Hij ging rond om mensen angst aan te jagen, en de mensen werden werkelijk angstig.
En daarna zag ik een andere demon, maar deze demon was een mooie demon, hij leek op een engel van God, maar hij was dat niet. Het verschil tussen de engelen van God en de demonen is, dat bij de demonen, hun namen niet met goud op hun voorhoofden geschreven staan, maar bij de engelen van God wel.
Hierna, keek ik terug naar de engel Gabriel, en hij keek omhoog. Ik dacht: Hij wil zeker niet zien dat de anderen gemarteld worden.
Ik dacht bij mijzelf, "Waarom is hij nog steeds hier? Moet ik niet verwachten dat het straks mijn beurt is om gemarteld teworden?"Ik was ook dorstig. En ik schreeuwde het uit naar de engel, "Ik ben dorstig, ik ben dorstig!" Ik denk dat hij me hoorde omdat hij naar beneden keek, en hij zei, "De Heer gaat u nog één kans geven."
Onmiddellijk toen hij dat zei, ging al mijn dorst, al mijn angsten, al mijn pijnen, zomaar weg. Ik voelde me vreedzaam. En toen greep hij me bij mijn hand en wij stonden op het punt omhoog te gaan, maar plotseling hoorde ik mijn naam roepen, "Jennifer, help me, help me!" Ik keek naar beneden. Ik wilde zien wie het was, maar toen ik dat deed, blokkeerden de vlammen hun gezicht. Het klonk als de stem van een meisje. Ik kon alleen haar uitgestrekte handen zien. Zij wilde dat ik haar hielp. Ik had zon verlangen en behoefte om haar te helpen. Toen ik het probeerde, kon ik het niet, omdat mijn hand dwars door haar hand ging. Ik wilde haar zo graag helpen, maar ziet u, zij had geen enkele hoop. Ik kon haar niet helpen.
Toen keek ik rond, en ik zag mijn vrienden, mensen die ik kende en andere mensen. Zij kwamen mij bekend voor maar ik wist niet wie zij waren. Ik kende hun leven niet, maar toen ik daar vrienden van mijn school zag, deed het me pijn! Ik dacht mij bij mezelf, "Misschien was het de slechte getuigenis die ik hen gegeven had, door te zeggen dat ik Christen was, maar later afvallig geworden was, wat maakte dat zij niets van God wilden weten en zich van Hem afkeerde. Misschien was ik het, die hen daar gebracht had ". Dat was wat ik dacht. Ik zag dat er in de Hel geen tijd is, daar is geen verleden, heden, of toekomst, alles is hetzelfde, zijn zij bestemd om daar heen te gaan. Maar zoals ik in het begin al zei, wil ik hier geen enkele doctrine van maken, maar dat is wat ik daar zag. De mensen die ik daar zag, zijn vandaag nog steeds levend.
Toen nam de engel me mee terug in de aanwezigheid van God. Toen ik mij vóór Hem bevond, was ik op mijn knieën, en ik huilde en huilde. Ik wilde nog steeds niet naar Zijn Gezicht kijken, omdat ik mijzelf schaamde. Maar de Heer zei, met grote liefde in Zijn stem, "Ik houd van je" Net zoals Hij van u houdt die naar mij luisteren. Maar Hij vertelde het rechtstreeks aan mij. Hij zei, dat Hij mij alles vergaf wat ik gedaan had toen ik tegen Hem gezondigd had. Hij vergaf me.
God keek naar mij en Hij liet mij vele dingen zien. Hij toonde mij de wereld, de aarde, rond de aarde zag ik iets zachts, als de ozonlaag, het was rondom de wereld, het leek heel zacht, en ik had een groot verlangen om het aan te raken. Toen ik het aanraakte, realiseerde ik mij dat het de Heilige Geest was, omdat Hij me doopte, en ik in nieuwe tongen begon te spreken.
Gedurende dat moment, keek ik omhoog en vele boze geesten kwamen uit me. Toen ik high werd, en drugs nam, was mijn denken verward en dat gaf openingen waardoor deze boze geesten in mij kwamen. Zij kwelde mij. De manier waarop ik mij gedroeg was niet mijn echte ik, het waren de boze geesten in mij. In het Woord van God staat, dat wanneer het huis is schoongemaakt, de boze geesten proberen om terug te komen, en ze brengen 7 andere boze geesten met zich mee. Mijn huis werd schoongemaakt toen ik gered werd. En ik zag deze boze geesten toen ik werd gedoopt, zij hebben 7 anderen bij zich, en die hebben ook 7 andere bij zich, en die hebben ook 7 andere bij zich, en ik kon hen zelfs niet eens tellen! Maar de Heer maakte me schoon van al die boze geesten.
Hij liet me ook de toekomst zien. Hij toonde me de aarde en hoe dingen zouden gaan gebeuren, gebeurtenissen die zouden gaan gebeuren. Het visioen wat mij werd gegeven was van nu tot de opname. Hij liet mij de opname zelf niet zien, maar Hij toonde mij de dingen die daarvoor zouden gaan gebeuren. Elke dag komen wij er dichter en dichter bij, en ik vertel u dat de opname dichtbij is! U moet uzelf onderzoeken, uw leven, en uzelf afvragen, "Ben Ik klaar om met de Heer mee te gaan?" De Heer toonde me dit, maar Hij vertelde mij om het aan niemand te vertellen, maar om kalm af te wachten en eerst aan te zien dat het einde dichterbij komt. Ik wil God niet verzoeken, dat is waarom ik u niet zal vertellen wat ik zag. Maar ik vertel u en ik waarschuw u dat de opname nabij is.
Ik las in Joel 2:28, het is één van laatste profetieën, elk van hen is vervuld. Deze profetie is de enige die niet vervuld is, en ik vertel u nu dat het aan het vervullen is. Vele jonge mensen staan op en prediken het Woord van God. De duivel wil een leger van jonge mensen maken, maar de Heer is krachtiger.
En als u werkelijk de Heer accepteert en Hem wilt dienen, zal Hij u de kracht geven om de duivel te overwinnen, zodat u het Woord overal in de wereld kunt prediken, net zoals Hij het beval in de Bijbel.
Hij vertelde me dat ik een opdracht had, en deze opdracht hield in, dat ik aan alle jonge mensen over mijn visioen moet vertellen. Zelfs als ik dit niet zou willen doen, het is een bevel dat de Heer me gaf, en ik zal het voltooien.
Toen ik in mijn lichaam terugkwam, werd ik wakker en ik ontdekte dat ik in het ziekenhuis was. Ik keek rond en zag naalden in mijn armen, dingen die mijn hart controleerde en slangen. Snel daarna kwamen mijn ouders binnen, en ik begon te huilen. Zij keken erg boos, maar de Heer vertelde mij om ze alles te vertellen, en dat is wat ik deed. Ik vertelde hen alles.
Toen de verpleegster binnenkwam, vertelde zij ons dat zij heel erg ongerust over mij waren geweest. Zij zei, dat ik wegging en dan weer terugkwam, dan weer weg en weer terug. Ik was bewusteloos en kwam dan weer tot bewustzijn. Dit gebeurde drie keer. Zij zeiden dat één van die keren, ik niet wilde terugkomen, en zij waren erg ongerust over mij. Zij zeiden ook dat schuim uit mijn mond kwam, en dat ik verwarde woorden sprak die zij zelfs niet begrepen.
Ook in die nacht, had mijn moeder rare dromen. De kleine hond waarmee ik altijd sliep, ging de kamer van mijn ouders binnen en kraste aan mijn moeders arm en probeerde haar te wekken. Toen zij ontwaakte, liep zij naar mijn kamer en zag de hoofdkussens die ik zo had neergelegd (onder de lakens). Zij dacht dat ik daar was, daarom liep zij terug naar haar kamer. Daarna zag zij politielichten buiten bij het raam. Toen zij uit het raam keek, zag zij dat politieagenten naar ons huis liepen en zij wekte mijn vader. De politie vertelde hen, om het politiebureau op te bellen, om meer over mij te weten te komen. Mijn ouders kwamen te weten dat ik vergiftigd was en in het ziekenhuis lag. Op dat moment, sprak de Heer tot mijn vader, en vertelde hem dat hij zich niet ongerust moest maken, omdat alles in Zijn handen was. Dus maakte mijn vader zich niet ongerust. Ik bracht drie dagen in het ziekenhuis door.
Een week later spraken wij met de detectives, en zij vertelden ons over die nacht. Zij zeiden dat ook het andere meisje waar ik mee was, niet uit mocht gaan, en haar vader erg ongerust was geworden. Hij ging naar haar zoeken, rondrijden, maar hij kon haar niet vinden. Dus ging hij naar het politiebureau, en de politie verspreidde een bericht aan alle patrouilleautos in wat voor soort auto mijn vriend aan het rijden was. Een bepaalde ambtenaar buiten dienst, was aan de overkant van de weg bij een autohandel. Hij zocht een tweedehandse auto. Hij keek vluchtig om zich heen en zag de auto van mijn vriend, dus belde hij de politie.
Toen de politie kwam om het te onderzoeken, was de auto van mijn vriend op een andere plek geparkeerd, zodat zij niet wisten waar zij was. Wij waren op de tweede verdieping in een kamer op de hoek. De politie wilde beginnen bij die kamer en naar beneden lopen om in elke kamer te vragen naar de eigenaar van de auto die buiten stond. Zij zochten niet naar het meisje, zij zochten enkel naar de eigenaar.
Toen zij op onze deur klopten, openden zij de deur en zagen mij op de vloer. Maar daarna gingen zij weer weg. Mijn zogenaamde vrienden dachten dat de politie voor goed wegging, maar in feite gingen zij weg om een ambulance te halen. Al snel kwamen er andere politieagenten om te zien wat er gebeurde. Op het moment dat zij de deur openden, stond mijn vriend, waar ik mee gesproken had, degene die ik vertrouwde, op het punt om mij te verkrachten. Maar de Heer gebruikte de politie om dit allemaal te stoppen, en zij hadden mij niets aangedaan. Dat is waarom ik de Heer dank, omdat Hij genade met mij had.
En ook de gebeden van mijn ouders. Ik spreek nu tot u ouders. Houd niet op met het bidden voor uw kind. Als zij niet met de Heer wandelen, blijf voor ze bidden, geef nooit op. Mijn ouders gaven nooit op, en kijk waar ik nu ben, predikend het Woord van God; jonge mensen vertellen om God te gaan dienen, omdat zij Hem nodig hebben.
En ik wil een boodschap geven aan alle jonge mensen, ik wil dat je over jezelf nadenkt en jezelf onderzoekt. Denk, wat kan het mij schelen wat iemand anders over me zegt.
Ik was gewend om te denken over wat andere mensen misschien over me zouden zeggen, maar nu begrijp ik dat zij zelfs niet om mij geven. Zij zullen daar niet bij zijn wanneer de Heer direct voor me staat. Ik herinner me toen ik voor de Heer stond. Mijn vrienden waren daar niet om mij te helpen. Mijn familie was daar niet om mij te helpen, mijn voorganger, en de kerk was daar niet om mij te helpen. Ik was daar helemaal alleen en ik moest mijzelf verdedigen. Als u voor Hem staat kunt u niet liegen, omdat Hij zo heilig is. En toen ik daar was voelde het alsof ik daar niet behoorde, omdat ik in zonde was en in de Hemel is het heilig.
Ik vertelde u vandaag, dat als u de Heer Jezus niet hebt aangenomen, neem Hem vandaag aan. Dit is het belangrijkste besluit in uw gehele leven. Ik vertel u dit alles niet om u met angst in de Hemel te krijgen, maar zodat u de genade kan zien, de liefde die Hij voor ons heeft. Hij de Vader, stuurde Zijn Zoon om voor ons te sterven. Zodat elke kleine bloeddruppel dat vergoten is, al onze zonden zou vergeven. Als u de Heer wilt aannemen, is dat het belangrijkste besluit in uw leven. Kom tot de Heer, maak je geen zorgen over wat iemand anders over u zegt.
Als u de Heer wilt dienen, doe het dan met geheel uw hart, zeg het niet alleen met uw mond, zeg het met uw hart en verstand. Maakt u niet ongerust over de toekomst, maakt u ongerust over vandaag, u weet nooit wanneer u gaat sterven. Ik ben slechts 15 jaar oud en in mijn gedachten dacht ik nooit, dat ik zou sterven op mijn vijftiende, nooit.
Maar u moet daar over nadenken. Mijn leven is niet van mij, uw leven is niet van u, wij lenen ons leven, ons leven behoort aan God toe. Wij maken daar misbruik van omdat het ons niet kan schelen, door werelds te worden, en de dingen van de wereld te doen. De wereld heeft vele dingen aan te bieden, maar onthoudt: God heeft zelfs nog meer dingen aan te bieden. De wereld heeft hel en dood, maar God heeft het eeuwige leven. Het eeuwige leven is voor altijd.
Als u op dit moment de Heer wilt aanvaarden, wil ik dat u uw hoofd buigt en uw ogen sluit en dit gebed bid:
"Here God, in de naam van Jezus kom ik tot U, O mijn Here God op dit ogenblik wil ik U als mijn Redder aanvaarden, ik wil dat U in mijn leven komt. Zoals de zuster zei over haar getuigenis dat de Hel echt is, zij was daar. Here God, ik wil daar niet heen gaan, ik wil er zelfs niet aan denken om daar heen te gaan. Here God Ik vraag U om mij al mijn zonden te vergeven die ik heb begaan. Vergeef me voor alles wat ik heb gedaan. Elke kleine geheime zonde, mijn Here God, ik maak ze aan U bekend, vergeef mij dit alles alstublieft. Here God ik geloof dat U aan het kruis stierf en dat U bent opgestaan uit de dood. Ik geloof dat U in mijn hart komt en dat U zult regeren in mijn hart, en in mijn hart zult zijn. Ik zal Uw Woord lezen, en Ik zal meer in Uw Woord zijn. Ik zal naar de Kerk gaan, mijn Here God omdat ik weet dat U daar in de Kerk bent. U zei dat waar twee of drie verzameld zijn, dat U daar bent. Mijn Here God Ik wil zijn waar U bent. Ik bid dit alles in Jezus naam, Amen.
Als u dit gebed heeft gebeden, wil ik u verwelkomen in het Koninkrijk van de Hemel. Nu hebt u broeders en zusters over de gehele wereld. Dit is de belangrijkste beslissing die u ooit zal maken, dus maak er geen misbruik van. Ga niet in de wereld terug. De wereld leidt tot de dood, maar God leidt tot het eeuwige leven. Op elk moment dient u te leven alsof het de laatste dag is, en de laatste momenten van uw leven. Als dit getuigenis uw hart heeft geraakt, geef het aan een vriend, zodat zij God ook in hun hart kunnen aanvaarden. Laat deze tijd niet zomaar voorbijgaan, omdat dit misschien uw laatste momenten kunnen zijn.
Het internationale ministerie "Licht voor de Naties" Presenteert:
Een openbaring van de hemel aan 7 jongeren
(Wegens de opnamen waar wij van vertaald hebben, werden er slechts 6 opgesteld)
Bezoek aan de Hemel
(eerste getuigenis)vanEsau
Het Woord van God zegt in: 2 Korinthiërs 12:2:"Ik ken een mens in Christus, voor veertien jaren (of het geschiedzij in het lichaam, weet ik niet, of buiten het lichaam, weet ik niet, God weet het), dat de zodanige opgetrokken is geweest tot in den derden hemel
Wij waren in de kamer, toen wij de eerste ervaring hadden. En de kamer begon zich opnieuw te vullen met een licht van de aanwezigheid van de Heer. Het was heel krachtig en verlichtte de volledige ruimte. De kamer was vol van Zijn glorie en het was zo mooi om bij Hem te zijn. Jezus, vertelde aan ons, "Mijn zonen, nu zal ik jullie Mijn Koninkrijk tonen, wij zullen naar mijn Glorie gaan." Toen namen wij onmiddellijk elkaars handen, en wij begonnen omhoog te gaan. Ik keek naar beneden, en ik merkte op dat wij uit onze eigen lichamen gingen. Op het moment dat wij onze lichamen verlieten werden wij gekleed met witte klederen en wij begonnen omhoog te gaan met een zeer hoge snelheid. Wij kwamen aan voor een paar deuren, dat de ingang van het Koninkrijk der Hemelen was. Wij waren allemaal verbaasd door wat er met ons gebeurde. Dankbaar dat Jezus de Zoon van God daar met ons samen was en met twee engelen die elk vier vleugelen hadden. De engelen begonnen tot ons te spreken, maar wij begrepen niet wat zij zeiden. Hun taal was zeer verschillend dan die van ons, ook was het niet zoals onze talen die wij op de aarde spreken. Deze engelen verwelkomden ons, en openden toen die immense deuren. Wij gingen naar binnen en wij zagen een wonderlijke plaats. Wij zagen verschillende dingen, en ik herinner me dat zodra wij er binnen kwamen, een perfecte vrede onze harten vulden. De Bijbel vertelt ons dat God ons een vrede geeft die alle menselijk begrippen te boven zal gaan (Filp4:7)
Het eerste ding dat ik zag was een hert, en ik vroeg één van mijn vrienden, "Sandra, kijk je naar hetzelfde ding waar ik naar kijk? Zij was niet meer aan het huilde en schreeuwde, zoals toen wij in de Hel waren. Zij glimlachte en vertelde me: "Ja Esau, ik kijk naar een hert!" Met die woorden kon ik checken en mijzelf verzekeren, dat alles echt was. Wij waren werkelijk in het Koninkrijk van de Hemel en alle verschrikkingen die wij in de Hel gezien hadden waren onmiddellijk vergeten. Wij waren in die plaats helemaal aan het genieten van de Glorie van God. Wij kwamen op de plaats aan waar dat hert was. Achter dat hert stond een boom en deze boom was kolossaal! Het was in het centrum van dat paradijs.
De Bijbel vertelt ons in: Openbaring 2:7Die oren heeft, die hore wat de Geest tot de Gemeenten zegt. Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.
Deze boom is een symbool van Jezus omdat Christus het Eeuwige Leven is. Achter die boom was een rivier van kristalhelder water dat zo helder en mooi was, zoals wij nog nooit eerder op de aarde hadden gezien. Wij wilden enkel maar in die plaats blijven. Wij zeiden steeds tot de Heer, "Heer alstublieft! Neem ons niet weg van deze plaats! Wij willen hier voor altijd zijn! Wij willen niet naar de aarde teruggaan!" De Heer antwoordde ons, "Het is noodzakelijk dat jullie teruggaan om van alle dingen getuigenis te geven, die ik heb voorbereid voor degene die van Mij houden omdat ik zeer spoedig terugkom en mijn beloning is met Mij."Toen wij die rivier zagen, haastten wij ons daar al rennend heen en gingen binnenin de rivier. Wij herinnerden ons het Schriftgedeelte dat zegt, Dat diegene die in de Heer geloven dat daar rivieren van levend water vanuit hun buik zullen komen (Johannes 7:38). Het water van deze rivier scheen leven in zichzelf te hebben dus dompelden wij ons daar helemaal in. Wij konden zowel binnenin het water als buiten het water, op dezelfde manier, normaal ademen. Die rivier was zeer diep en er waren vissen van veel verschillende kleuren daarin aan het zwemmen. Het licht binnenin de rivier en buiten de rivier was normaal omdat wij zagen dat in elk deel van de Hemel het licht niet uit een specifieke bron kwam, alles was helder verlicht. De Bijbel vertelt ons dat de Here Jezus het licht van die stad is. Terwijl wij die vissen in onze handen en uit het water namen, zagen wij dat zij niet stierven zodat wij naar de Heer liepen en aan Hem vroegen waarom. De Heer glimlachte en antwoordde dat er in de hemel geen dood meer is, geen verdriet meer en geen meer pijn is. (Openbaring 21:4).
Wij verlieten de rivier en begonnen te rennen naar elke plaats omdat wij alles wilden aanraken en ervaren. Wij wilden alles mee naar huis nemen omdat wij helemaal verbaasd waren over de dingen die wij in de Hemel zagen. Zij kunnen eenvoudigweg niet correct met woorden worden uitgelegd. De apostel Paulus, nadat hij naar de Hemel was meegenomen, zei dat hij de dingen die hij zag nooit met woorden kon verklaren (2 Kor.12:2-4), omdat de grootheid van dingen die in het Koninkrijk van de Hemel zijn dingen die bijna op geen enkele manier te beschrijven zijn (2 Kor.12:2-4). Wij kwamen toen op een zeer grote plaats aan; een zeer wonderbare en mooie plaats. Deze plaats was vol van kostbare stenen: goud, smaragden, robijnen en diamanten. De vloer was gemaakt van zuiver goud.
Daarna gingen wij naar een plaats waar er drie zeer grote boeken waren. De Eerste was een Bijbel die van goud was gemaakt. Het Woord van God vertelt ons in het Boek van de Psalmen dat het Woord van God eeuwig is en dat het Woord van God voor altijd in de Hemel blijft (Ps.119:89). Wat wij aan het bekijken waren was een reusachtige gouden Bijbel; de bladzijden, de woorden, alles was gemaakt van zuiver goud.
Het Tweede Boek dat wij zagen was groter dan de Bijbel. Dit Boek werd geopend en een engel zat daar te schrijven met een pen aan de binnenkant van het Boek. Samen met de Here Jezus kwamen wij dichterbij om te zien wat de engel aan het schrijven was en wij zagen dat de engel alles op schreef wat er op de aarde gebeurden. Alles wat gedaan wordt, met inbegrip van de datum, het uur, alles wordt daar geregistreerd. Dit wordt gedaan zodat het Woord van de Heer kan worden vervuld waar het zegt dat de Boeken werden geopend, en dat de mensen op de aarde werden beoordeeld volgens hun werken die in die Boeken waren geschreven. De engel schreef alle dingen op die de mensen hier op aarde deden, goed of slecht, zoals het geschreven staat (in Openbaring 20:12-15).
Wij gingen verder naar de plaats waar het Derde Boek was en het was zelfs nog groter dan het laatste boek! Dit Boek was gesloten, maar wij kwamen dichter bij het Boek en alle zeven tegelijk namen het Boek van zijn standaard, volgens het bevel van de Heer, en wij lieten het Boek rustten op een pilaar. De pilaren of de kolommen in de hemel zijn zo prachtig! Zij worden niet gemaakt zoals die op de aarde. Deze kolommen waren als een vlecht en waren gemaakt van verschillende kostbare stenen. Sommige waren gemaakt van diamanten, anderen waren gemaakt van zuivere smaragden, anderen waren gemaakt van zuiver goud, en anderen waren gemaakt van een combinatie van vele verschillende typen stenen. Op dat ogenblik, kon ik werkelijk begrijpen dat God echt de eigenaar van alle dingen is. Alle goud en zilver, zegt Hij, Het goud is van Mij, en het zilver is van Mij." Daar begreep ik dat God absoluut rijk is en Hij alle rijkdom in de wereld bezit. Daar begreep ik ook daar dat de wereld en al zijn volheid enkel tot onze God behoren. Ik realiseerde me ook dat Hij het aan allen wil geven die in geloof vragen. De Heer zei, "Vraag Mij en Ik zal u de naties geven als een erfenis" (Psalm 2:8). Dit Boek dat wij op die kolom lieten staan, was zo groot dat als je van de éne pagina naar de andere wilde gaan, wij met elke pagina naar de andere kant van het Boek moesten meelopen. Wij probeerden te lezen wat er in dat Boek stond geschreven omdat de Heer ons vroeg om eruit te lezen. In het begin, was het moeilijk te lezen omdat het in vreemde tekens was geschreven die wij niet konden begrijpen. Het was verschillend van elke andere taal op de aarde; het was iets totaal hemels. Met behulp van het Heilige Geest, werd ons genade gegeven om het te begrijpen. Het was alsof een band van onze ogen werd verwijderd en toen konden wij begrijpen wat er geschreven stond. Wij konden het net zo duidelijk begrijpen alsof het onze eigen taal was. Wij konden zien dat al onze zeven namen in dat Boek geschreven waren. Zoals de Heer ons vertelde was dit:Het Boek des Levens. Wij merkten op, dat die geschreven namen anders waren dan de namen zoals wij op de aarde gebruiken, deze namen waren nieuw, zodat het Woord van God kan worden vervuld, wanneer het zegt dat Hij ons een nieuwe naam zal geven, die niemand anders weet dan de persoon die het ontvangt (Openbaring 2:17). Wij konden onze namen ook uitspreken, maar zodra de Heer ons terug naar de aarde bracht werden die namen uit onze geheugen en onze harten gewist. Het Woord van God is eeuwig, en het zal vervuld worden.
Mijn vrienden, de Bijbel zegt, "Laat niet iemand uw kroon nemen, laat u niet van die plaats beroven of verwijderen die de Vader reeds voor u heeft" (Openbaring 3:11).
In de Hemel zijn er miljoenen dingen die wonderbaar zijn en die wij niet met onze monden kunnen uitdrukken. Maar ik wil u iets vertellen, "God wacht op u!" Hoewel het alleen zo is, dat hij die tot het einde volhardt, gered zal worden!
(Tweede Getuigenis)Ariël
Toen wij omhoog begonnen te gaan naar het Koninkrijk van de Hemel, kwamen wij aan op een mooie plaats, waar er kostbare deuren waren. Daar voor die deuren waren twee engelen. Zij begonnen te spreken, maar die samenspraak was engelachtig en wij konden niet begrijpen wat zij zeiden, maar door de Heilige Geest konden wij het begrijpen. Wat zij deden, was ons welkom heten. De Heer Jezus zette Zijn handen op de deuren, en toen openden zij. Als Jezus niet bij ons was geweest, hadden wij nooit de Hemel kunnen binnengaan. Wij begonnen alles te waardeerden wat in die plaats was. Wij zagen een kolossale boom die daar was. De Bijbel beschrijft deze boom als " de Boom des Levens". Wij gingen naar een rivier, en wij zagen dat binnenin die rivier er heel veel vissen waren. Alles was zo verbazingwekkend dat mijn vrienden en ik besloten in het water te gaan en wij begonnen onder dat water te zwemmen. Wij zagen de vissen bewegen van de ene plaats naar de andere, en zij streelden onze lichamen. Zij zwommen niet van ons af, zoals dat normaal op de aarde gebeurt. De aanwezigheid van de Heer gaf al de vissen rust en vertrouwen om dicht bij ons te komen omdat zij wisten dat wij hen geen kwaad zouden doen. Ik werd zo gezegend en verwonderde me dat ik één van deze vissen met mijn handen uit het water nam; Wat zo verbazend was, was dat de vis zeer stil was, en genoot van de aanwezigheid van de Heer, zelfs in mijn handen. Ik zette de vis terug in het water en ik kon in de verte zien dat er ook witte paarden in die plaats waren zoals het geschreven staat in het woord van God in het boek:
Openbaring 19:11: En ik zag den hemel geopend; en ziet, een wit paard, en Die op hetzelve zat, was genaamd Getrouw en Waarachtig, en Hij oordeelt en voert krijg in gerechtigheid.
Die paarden waren de paarden die de Heer zal gebruiken wanneer Hij naar de aarde komt om Zijn mensen, Zijn kerk, met Hem mee te nemen. Ik liep naar de paarden en begon hen te aaien, en de Heer volgde me. Hij stond me toe om één van die paarden te berijden en toen ik begon te rijden op dat paard, begon ik iets te voelen, dat ik nooit eerder op de aarde gevoeld had. Ik begon de vrede, de vrijheid, de liefde, de heiligheid te ervaren die een persoon in die mooie plaats kan hebben. Ik begon te genieten van alles van wat ik met mijn ogen kon zien. Ik wilde gewoon van alles genieten in dat mooie paradijs dat de Heer voor ons heeft bereid. Wij konden ook die tafel van het huwelijksbanket zien die al was klaar stond (Op.19:9). Het heeft geen begin en geen eind. Wij zagen de stoelen die bestemd waren voor ons en wij zagen ook de kronen van eeuwig leven die klaar staan om door ons te worden genomen. Wij zagen ook het heerlijke voedsel dat al klaar stond, voor allen die uitgenodigd zullen worden voor het Huwelijk van het Lam. Sommige engelachtige wezens waren daar, met witte stoffen om de mantels voor te bereiden die de Heer voor ons aan het klaar maken is. Ik stond verbaasd te kijken naar al deze dingen. Het Woord van God vertelt ons dat wij het Koninkrijk van God moeten ontvangen zoals kleine kinderen dat doen (Matt.18:3) Toen wij in die plaats waren, waren wij als kinderen. Wij begonnen om van alles te genieten, dat in die plaats was; de bloemen, de woningen... De Heer stond ons toe om die woningen binnen te gaan.
Op dat moment stond God ons toe om naar een plaats te gaan waar veel kinderen waren. De Heer was in het midden van hen en Hij begon met hen te spelen. Hij zorgde ervoor om genoeg tijd met elk van hen door te brengen en Hij genoot om met hen te zijn. Wij kwamen dicht bij de Heer en vroegen Hem, " Heer zijn dit de kinderen die geboren zullen worden op de aarde?". De Heer antwoordde, "Nee, deze kinderen zijn degenen die op de aarde zijn geaborteerd." Dit horende, schudde ik, omdat ik iets van binnen voelde dat me deed schudden. Onmiddellijk herinnerde ik iets, dat ik in mijn verleden had gedaan, toen ik de Heer niet kende. In die tijd had ik een verhouding met een vrouw, en zij werd zwanger. Toen zij me vertelde dat zij zwanger was, wist ik niet wat ik moest doen en vroeg haar voor wat tijd om een besluit te nemen. De tijd ging voorbij, en toen ik naar haar toe ging om haar van mijn besluit te vertellen was het al te laat omdat zij al een abortus had gehad. Dat markeerde mijn leven. Zelfs nadat ik de Heer in mijn hart had aangenomen, was die abortus iets dat ik mijzelf niet kon vergeven. Maar God zou iets doen die dag. Hij stond me toe om die plaats binnen te gaan en vertelde me, "Ariël, zie je dat meisje dat daar is? Dat meisje is je dochter." Toen Hij me dat vertelde en ik het meisje begon te zien, voelde ik hoe de wond die ik een lange tijd in mijn ziel had begon te genezen. De Heer stond me toe om dicht naar haar toe te lopen en het meisje kwam dicht bij mij. Ik kon haar in mijn armen nemen en zag haar ogen en ik kon van haar lippen één woord horen, "Papa". Ik begreep en ik voelde dat God genade had en me vergeven had, maar ik moest leren om mezelf te vergeven.
Beste vriend die dit leest, ik wil u één ding vertellen. God heeft al uw zonden vergeven, nu moet u leren om uzelf te vergeven. Ik geef dank aan God die mij toestaat om dit getuigenis met elk van u te delen. Here Jezus Christus, ik geef U alle eer en glorie, omdat deze getuigenis van de Here is. De Heer stond ons toe om deze openbaring te ontvangen. Ik hoop dat een ieder van onze broeders die deze getuigenis leest ook de zegen van deze openbaring zal ontvangen en het zal nemen om veel andere plaatsen te zegenen. God zegene u.
(Derde Getuigenis)
Openbaring 21:4 En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn; noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.
Toen wij aankwamen, werden deze grote deuren geopend en ik begon een dal vol met bloemen te zien. De bloemen waren prachtig en hun geur was uitzonderlijk lekker. Wij begonnen te lopen en ervoeren een totale vrijheid zoals wij nooit op de aarde hadden gevoeld. Wij voelden een vrede, die onze harten vulden en terwijl wij keken naar de bloemen merkten wij op dat zij uniek waren; elk bloemblaadje was verschillend, echt, en had een unieke kleur. Binnenin mijn hart, sprak ik tot mijn Heer, dat ik een bloem wilde hebben zoals een van die. De Heer gaf een uitdrukking van akkoord op zijn gezicht en ik kwam dicht bij de bloem en begon eraan te trekken. Er gebeurde niets en ik kon de bloem niet uit de grond krijgen. Ik kon zelfs de bloemblaadjes en de bladeren niet van de bloem aftrekken. Toen verbrak de Heer de stilte en zei, "Hier moet alles in liefde worden gedaan." Hij raakte de bloem enkel even aan en de bloem gaf zich over in de hand van de Heer. Toen gaf Hij het aan ons. Wij bleven wandelen en de geur van de bloemen was nog steeds met ons. Wij kwamen aan bij een plaats waar een paar hele mooie deuren waren. Deze deuren waren niet eenvoudig, zij waren zeer sierlijk in hun vakmanschap en waren met kostbare stenen ingelegd. De deuren openden en wij gingen een kamer binnen waar vele mensen waren. Iedereen rende heen en weer en ze waren bezig met het maken van voorbereidingen. Sommige van hen droegen rollen van witte glanzende stof over hun schouders, anderen droegen klossen van goud draad, en anderen pakten wat op borden leek met iets als schilden aan de binnenkant, maar iedereen liep met gedrevenheid.
Wij vroegen de Heer waarom er zo veel gedrevenheid en haast was. De Heer gebood een jonge man om dichterbij te komen, die een rol stof op zijn schouders had. Hij kwam, en keek eerbiedig naar de Heer. Toen de Heer hem vroeg waarom hij die rol stof droeg, keek hij naar de Heer en zei, " Heer u weet waar deze rol stof voor is! Deze stof wordt gebruikt om klederen voor de verlosten mee te maken, de klederen voor de grote Bruid." Toen we dit hoorden, voelden wij een grote vreugde en vrede.
Openbaringen 19:8zegt ons:En haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen.
Toen wij uit die plaats kwamen voelden wij zelfs nog meer vrede, omdat het zo mooi was om te zien dat de Heer zelf zoiets prachtigs voor ons aan het maken was. Hij heeft de plaats en de tijd voor u omdat u belangrijk voor Hem bent. Toen wij uit die plaats kwamen, keken we naar alles wat we zagen; elk detail in de Hemel. Het is alsof elk ding leven in zichzelf had, en elk voorwerp dat daar was gaf glorie aan God.
Daarna kwamen we op een plaats waar miljoenen en miljoenen kinderen van alle leeftijden waren. Toen zij de Heer zagen, wilde ze Hem allemaal omarmen om meer van Zijn liefde te voelen omdat Hij hun hartstocht was. Jezus, was de passie van elk kind dat in die plaats was. Wij voelden of wij zouden moeten huilen na het zien hoe De Heer elk van deze kinderen vertroetelde, hoe Hij hen kuste en hun handen streelde. Wij zagen hoe engelen dicht bij de Heer kwamen en babys naar Hem brachten die in linnen waren gewikkeld. De Heer streelde, raakte hen aan, en gaf hen een kus op hun voorhoofden en toen namen de engelen hen weer met zich mee. Wij vroegen aan de Heer, waarom daar zo veel kinderen waren en of die kinderen naar de aarde zouden worden teruggestuurd. De Heer klonk geraakt voor een ogenblik, en Hij zei, "Nee, deze kinderen zullen niet teruggezonden worden naar de aarde! Dit zijn degenen die op de aarde zijn geaborteerd waarvan de ouders hen niet willen hebben. Dit zijn mijn kinderen, en Ik houd van ze." Ik knikte met mijn hoofd, en zelfs mijn stem beefde om de Heer een dergelijke vraag te stellen. Toen ik de Heer niet kende of het ware Leven dat Hij is, maakte ik fouten en zondigde, net als de rest van de mensen. Onder die zonden was een abortus, en er was een moment waar ik van aangezicht tot aangezicht met De Heer moest zijn en vroeg hem, "Heer, is de baby die ik lang geleden heb geaborteerd ook hier?" Ja, antwoordde de Heer, " Ik bleef lopen aan één van de kanten, en ik zag een mooie kleine jongen en dicht bij zijn voeten stond een engel. De engel keek naar de Heer, en de jongen stond met zijn rug naar ons toe . Op dat ogenblik, vertelde de Heer me, "Kijk, daar is uw jongen." Ik wilde hem zien dus rende ik naar hem toe, maar de engel hield me eenvoudigweg met zijn hand tegen. Hij toonde me dat ik eerst naar de jongen moest luisteren en toen begon ik te horen wat de kleine aan het zeggen was. Hij was aan het praten terwijl hij in de richting van de andere kinderen keek en vroeg aan de engel, " Komen mijn papa en mijn mama hier spoedig? De engel, keek naar me, en antwoordde hem, "Ja, je papa en je mama staan op het punt te komen." Ik weet niet waarom ik het voorrecht had gekregen om deze woorden te horen, maar in mijn hart wist ik dat deze woorden, het beste cadeau was, dat de Heer me kon geven. Deze kleine sprak niet met woede, of pijn, misschien wetende dat wij hem niet geboren hadden laten worden. Hij wachtte eenvoudig met de liefde die God in zijn hart had geplaatst. Wij bleven lopen maar ondanks dat wij verder gingen, hield ik een kleine foto in mijn hart van die jongen, en ik weet dat ik elke dag een inspanning moet leveren om op een dag met hem te kunnen zijn. Ik heb één meer reden om daar heen te gaan, omdat er al iemand op me wacht in het Koninkrijk van de Hemel. Het Woord van God vertelt ons in: Jesaja 65:19,"En Ik zal Mij verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over Mijn volk; en in haar zal niet meer gehoord worden de stem der wening, noch de stem des geschreeuws."
Wij kwamen aan in een plaats met wat heuvels en de Here Jezus kwam dansende. Voor Hem was een menigte van mensen gekleed in witte klederen en zij hieven hun handen op met groene olijftakken. Toen zij met de takken in de lucht wuifden, kwam er olie uit vandaan. God heeft grote dingen voor u voorbereid! Nu is het de tijd, vóór u, om uw hart voor Hem open te zetten. God zegene u.
(Vierde Getuigenis)
In het Koninkrijk van de Hemel, zagen wij prachtige dingen zoals het in het Woord van God in 1Korinthiërs 2:9, geschreven staat:
"Maar gelijk geschreven is: Hetgeen het oog niet heeft gezien, en het oorniet heeft gehoord, en in het hart des mensen niet is opgeklommen, het geen God bereid heeft dien, die Hem liefhebben.
Toen wij bij het Koninkrijk van de Hemel aankwamen, was het zo spectaculair en wonderbaar, om zo veel dingen te zien; zoveel grote dingen, en om de glorie van de Heer te voelen. Toen wij daar kwamen, zagen wij dat de plaats zo speciaal was; een plaats met heel veel kinderen. Wij kunnen zeggen dat daar miljoenen kinderen in die plaats zijn. Wij zagen dat er kinderen van verschillende leeftijden waren en de hemel in secties was verdeeld. Wij zagen één of ander soort babyhuis waar jonge kinderen van 2,3 en 4 jaar oud ondergebracht waren. Wij merkten ook dat de kinderen in het koninkrijk van de Hemel groeiden en dat er ook een school was waar de kinderen het Woord van God werd onderwezen. De leraren zijn de engelen. Zij leerden de kinderen de aanbiddingliederen en om de Here Jezus te verheerlijken. Toen de Heer daar aankwam, konden wij de immense vreugde van onze Koning zien. Ook al konden wij Zijn gezicht niet zien, konden wij wel zijn glimlach zien, die de volledige plaats vulde, en toen Hij aankwam, renden alle kinderen naar Hem! In het midden van al die kinderen konden wij Maria, de moeder van de Here Jezus Christus zien. Zij was een mooie vrouw. Wij zagen haar niet op een troon en er was ook niemand die haar aanbad. Zij was daar gelijk aan de andere vrouwen in de hemel. Net zoals alle andere mensen op de aarde moest zij ook gered worden. Zij had een wit kleed en een gouden riem rond haar taille. Zij had haar tot op het niveau van haar taille. Wij hebben naar vele mensen geluisterd op de aarde die Maria als moeder van Jezus aanbaden maar ik wil u vertellen dat het Woord van God zegt, "Ik ben de weg, de waarheid, en het leven, niemand komt tot de Vader dan door Mij"(Joh.14:6). De enige ingang tot het Koninkrijk van de Hemel is Jezus van Nazareth. Wij merkten ook op dat in deze plaats geen zon of maan was, en het Woord van God vertelt ons in Openbaringen 22:5:" En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten en zij zullen als koningen heersen in alle eeuwigheden.
Wij konden de glorie van God zien, en als wij het al moeilijk vonden om de verschrikkingen te verklaren die wij in de hel zagen, is het zelfs moeilijker om te proberende de hemelse dingen die wij zagen en de perfectie van onze Maker uit te leggen. Toen wij in die plaats waren, was het enige wat wij wilden doen was rennen en rennen, om alle dingen te kunnen zien die daar waren. Wij konden op het gras gaan liggen, en wij konden de glorie van God voelen. Dat zachte fluiten; die zachte wind die onze gezichten streelde het was iets wonderbaars. In het midden van de hemel konden wij een kolossaal kruis zien dat van zuiver goud was gemaakt maar wij geloven en zijn ervan overtuigd, dat dit geen symbool van afgoderij was, maar meer een symbool dat door de dood van Jezus aan het kruis wij ingang hebben tot het Koninkrijk van de Hemel. Wij bleven lopen in de hemel en het was iets fascinerends om met de Here Jezus Christus te lopen. Daar konden wij zeker weten, wie de God is die wij dienen... Jezus van Nazareth.
De meeste van ons denken wel eens dat daar boven een God is die enkel zit te wachten op ons om een zonde te begaan, om ons dan te straffen en ons naar de hel te sturen, maar dat is geen werkelijkheid. Wij konden het andere gezicht van Jezus zien, de Jezus die een vriend is; een Jezus die huilt wanneer u huilt.
Jezus, is een God van liefde, bewogenheid en genade; die Jezus die ons in Zijn handen neemt om ons te helpen om op de weg van redding verder te gaan.
De Here Jezus stond ons ook toe om een persoon van de Bijbel te ontmoeten. Wij konden Koning David ontmoeten, de Koning David waar het Woord van God over spreekt. Hij was een knappe man. Hij was lang, en zijn gezicht weerspiegelde de Glorie van God. De gehele tijd dat wij in het Koninkrijk van de Hemel waren, het enige ding dat Koning David deed was dansen, dansen, dansen en al de glorie en eer aan God te geven.
Ik wil degene die vandaag dit getuigenis leest, vertellen dat het Woord van God ons in Openbaringen 21:27 vertelt: "En in haar zal niets onreins binnenkomen, en niemand, die gruwel en leugen doet, maar alleen zij, die geschreven zijn in het boek des levens van het Lam.En ik wil u ook vertellen dat slechts de braven, beslag leggen op het Koninkrijk van de Hemel. God zegene u.
(Vijfde getuigenis)
2 Korintiërs 5:10, "Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, het geen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad."
Toen wij daar in het Koninkrijk van de Hemel waren, konden wij het Nieuwe Jeruzalem zien waarover de Bijbel ons vertelt in:Johannes 14:2," In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het ugezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden."
Wij konden die stad zien en er naar binnen gaan; het is een echte en prachtige stad! Jezus, ging daar heen om een plaats voor ons te bereiden. Wij waren daar om die stad binnen te gaan en wij konden zien, dat er op elk van deze woonplaatsen of huizen een naam geschreven stond op de voorkant van het huis; de naam die behoort tot de eigenaar van dat huis. Deze stad wordt nog niet bewoond, maar het is al klaar voor ons. Wij konden de huizen binnen gaan en alle dingen van binnen zien, maar toen wij van de stad uitgingen vergaten wij de dingen die wij gezien hadden. Deze dingen waren uit onze geheugen weggehaald. Hoewel wij ons wel herinneren dat de kolommen van deze huizen bedekt waren met kostbare metalen en met vele verschillende kostbare stenen zijn ingelegd. Zij hebben ook zuiver goud in hen. Het goud van deze stad is als die de Bijbel beschrijft; het is bijna transparant. Het is zo glanzend, het goud dat wij op aarde hebben gezien, kan niet in glans en schoonheid worden vergeleken met het goud dat in de Hemel is.
Hierna werden wij meegenomen naar een plaats waar er rijen met containers waren. Binnenin deze containers waren gekristalliseerde tranen. Deze tranen waren gevallen van de zonen Gods op de aarde. Maar het waren geen tranen van jammer klachten, maar het waren tranen van mensen die in de aanwezigheid van God waren geweest; tranen van bekering, tranen van dankbaarheid. God bewaart deze tranen als een kostbare schat in de Hemel, zoals het in Psalm 56:8 staat, "Mijn omzwerving hebt Gij te boek gesteld, doe mijn tranen in uw kruik; zijn zij niet in uw boek? "
Wij kwamen ook in een plaats waar vele vele engelen waren. Alhoewel, wij in de hele Hemel vele verschillende soorten engelen konden zien, had deze plaats enkel één speciaal type. Wij zagen dat Jezus, een specifieke engel voor elk persoon heeft. Hij toonde ons ook, dat deze engel dicht bij ons zal zijn gedurende ons hele leven. Hij stelde ons voor aan de engelen die elk van ons heeft, en wij zagen hun kenmerken, maar God vertelde ons dat wij deze niet aan anderen mogen openbaren. Wij lezen in Psalm 91:11," Want Hij zal aangaande u zijn engelen gebieden, dat zij u behoeden op al uw wegen;"
Wij kwamen toen in een andere plaats waar heel veel kluisjes waren, in die kluisjes waren vele verschillende soorten bloemen. Er waren wat bloemen die open en mooi waren. Zij straalden. Er waren andere bloemen die een beetje mismoedig waren. Ondertussen, schenen anderen verschrompeld te zijn. Toen vroegen wij aan Jezus, wat de betekenis van al die bloemen waren? Hij antwoordde ons door te zeggen, "Het is omdat het leven van elk van u, is als één van deze bloemen." Hij nam één van die bloemen die stralend was en zei, "Deze bloem toont de conditie van de gemeenschap die u met Mij hebt." Hij liet de bloem daar en nam een andere die te neer geslagen was, en vertelde me, "Kijk, deze persoon is te neer geslagen, omdat zij op de proef gesteld wordt, of in moeilijkheden is. Er is iets in dit leven die de gemeenschap met Mij heeft onderbroken. Weet u wat Ik doe, met deze bloemen als zij te neer geslagen zijn, om hen weer stralend en opnieuw gezond te maken?" Hij nam toen de bloem in Zijn hand en zei, "Ik giet mijn tranen over hen uit, en ik richt hen op." Wij zagen hoe op een krachtige manier deze bloem opnieuw het leven terugkreeg, en zijn kleuren begonnen weer terug te komen. Daarna nam Hij één van de verschrompelde en Hij wierp het in het vuur en zei, "Kijk, deze persoon heeft Mij gekend, en is van Mij weggelopen. Nu sterft hij zonder Mij en wordt in het vuur geworpen."
Toen wij van die plaats uitgingen, konden wij daar een mooi paleis zien. Wij zagen dat paleis op zeer grote afstand, en wij merkten iets bijzonders op. Niemand durfde om dicht bij dat paleis te komen, en wij geloven dat dit is waar de schriften het over hebben in Openbaringen 22:1:"En hij toonde mij een zuivere rivier van het water des levens, klaar als kristal, voortkomende uit den troon Gods, en des Lams."
Wij geloven dat het paleis waarschijnlijk op de plaats staat, waar de aanwezigheid en de troon van God is. Terwijl wij deze ervaring in het Koninkrijk van de Hemel hadden, hadden wij zo veel vreugde in onze harten, wij hadden zon vrede, die alle begrippen te boven gaat. Wij begrepen zoals het in 1 Petrus 1:4geschreven staat: Tot een onverderfelijke, en on-bevlekkelijke, en onverwelkelijke erfenis, die in de hemelen bewaard is voor u.
(Zesde getuigenis)
Lukas 22:30: "Opdat gij aan mijn tafel eet en drinkt in mijn Koninkrijk. En gij zult zitten op tronen om de twaalf stammen Israëls te richten."
In die wonderbare plaats, stond God ons toe, om de mooiste ontvangstzaal te zien, waarvan we nooit hadden gedacht dat zoiets in welk deel van het heelal ook, kon bestaan. In die plaats, zagen wij een gigantische troon, met twee stoelen in zuiver goud en kostbare stenen die niet, in enige plaats van onze planeet bestaat. Voor die gigantische troon stond een tafel die geen einde had. Op de tafel was een wit tafelkleed. Het was zo wit dat wij het niet konden vergelijken met iets dat op de aarde is. Alle verschillende soorten van uitstekende en zuiver voedsel was op de tafel geplaatst. Wij zagen druiven de grote van een sinaasappel. En de Here Jezus Christus liet ons wat van die druiven proeven. Tot op de dag van vandaag kunnen wij hun smaak nog steeds herinneren! Het is zo iets wonderbaars! Mijn broer en vriend, u kunt zich niet alle dingen verstellen die in het Koninkrijk van de Hemel klaar staan en welke God reeds voor u voorbereid heeft.
Ook, op die tafel, stond God ons toe om het brood, Het Manna" te zien. Dit was het brood van God waarover de Bijbel ons verteld. Wij konden ook, van het proeven, genieten, en ook genoten wij van vele wonderbare dingen die niet eens op onze planeet bestaan. Deze dingen wachten op ons, als een onbederfelijke erfenis, in het Koninkrijk van de Hemel. Wij zullen van verbazingwekkende volmaakte en heerlijke voedsel genieten als wij het koninkrijk van de hemel beërven. Iets wat ons ook verbaasde waren de stoelen die aan beide kanten van de tafel waren geplaatst. Op een ieder van deze mooie stoelen waren namen geschreven. Wij konden onze namen, op die stoelen, duidelijk lezen, maar onze namen waren niet hetzelfde als die wij hier op de aarde hebben. Het waren onze nieuwe namen die niemand anders kenden dan wijzelf.
Iets dat ons ook verraste was, wat hierover in het Woord van God staat geschreven, "Verheugt u niet dat demonen zich aan u onderwerpen, verheugt u omdat uw namen in het Boek des Leven zijn geschreven, dat in de Hemel is (Luk.10:20). Er waren heel wat stoelen!
Er is genoeg ruimte voor elk van hen die in het Koninkrijk van de Hemel wil komen. Er waren ook stoelen die van de tafel werden weggehaald. Dat betekent dat er mannen en vrouwen zijn die het dienen van God te vermoeiend vonden, en hun namen werden gewist uit het Boek des Levens en zij werden uitgesloten van het Huwelijksmaal van het Lam.
God stond ons ook toe om mensen van de Bijbel te zien. De wonderbare karakters waarover wij in de Bijbel kunnen lezen. Één van die karakters die ons verasten was Abraham. Abraham was ouder, maar niet in zijn lichaam of zijn verschijning. Hij was ouder door de wijsheid die hij had. Het haar van Abraham was totaal wit, maar elk van de haren was als glasgloeidraden of diamantgloeidraden. Wat ons het meest verraste was dat hij nog jonger was dan wij zijn. In de Hemel, zullen wij allemaal verjongen en jong zijn. Wij werden ook verrast door zijn woorden. Abraham vertelde ons iets dat wij nooit zullen vergeten. Hij heette ons welkom in het Koninkrijk van de Hemel en vertelde ons ook dat wij spoedig in die plaats zouden zijn, omdat de komst van de Here Jezus Christus op de aarde snel nadert.
Ik ben geen professionele vertaler. Mijn Nederlands is niet foutloos. Er kan een fout
voorkomen in deze vertaling van dit getuigenis, maar laat deze boodschap niet
aan u voorbijgaan! Bijbelteksten zijn genomen uit de bijbelvertaling van het NBG.
(De 1951 vertaling). Engelse bijbelvertalingen drukken dingen vaak sterker uit.
De engelse versie van de vertaling van Bills getuigenis is ook via deze website
te bezien en te beluisteren.
Op schrift overgebracht van een samenkomst/conferentie in Kansas city, genaamd
Kansas city for America Voor het gehele verhaal. Op 23 november 1998 vroeg in de
ochtend heeft Bill deze helervaring gehad. Voor het complete verhaal.
Er is een boek van verschenen.
(Introductie door aankondiger)Bill Wiese23 minuten in de Hel
Een paar maanden geleden vroeg Mike Bickle me, met wie ik werk bij het International House of Prayer, om te onderwijzen over het onderwerp van de Hel. Toen ik dat onderwerp aan het bestuderen was kreeg ik een cassettebandje in handen van een vriend van mij, Steve Carpenter. Op deze cassette stond de boodschap die je nu gaat horen van Bill en Annette Wiese. Zijn boodschap heeft mijn wereld ondersteboven gezet. Het heeft een permanente verandering bij mij teweeggebracht op het vlak waarop ik familie, vrienden, en zelfs mensen die ik niet ken, benader. Ik overdrijf dit niet. Het heeft een permanente verandering bij mij teweeggebracht op de manier waarop ik kijk naar de weinige resterende jaren die ik heb op deze aarde. Het is mijn gebed dat God dat in jullie wil doen vandaag. Ik kan het belang van deze boodschap niet overdrijven. Bill is christen. Hij heeft Jezus Christus aangenomen in zijn leven toen hij 16 jaar oud was. Hij is 32 jaar christen. In 1976 is Bill verhuisd naar Californië, en heeft daar tien jaar de Heer gediend onder de bediening van voorganger Chuck Smith. Dit is in Costa Mesa. Bill en zijn vrouw zijn beiden makelaar van beroep. De afgelopen 15 jaar heeft Bill in de congregatie en het leiderschap gezeten gedurende verschillende seizoenen van Eaglesnest, onder de bediening van Dr. Gary Greenwald. Dat is in Orange County. Een voorganger daar bij eaglesnest genaamd voorganger Raul kwam naar Bill toe en zei tegen hem een paar maanden geleden, Bill, God gaat een opwekkingswerk doen. Hij gaat daarmee beginnen in Kansas City for Amerika. God gaat jullie daar naartoe zenden, en jullie zouden moeten gaan. Bill en Annette Wiese waren nog nooit in Kansas City geweest. De volgende dag belde ik Bill, en ik zei, Zou je willen overwegen om naar Kansas City te komen? Ik heb je video gezien, en ik denk dat je hier moet zijn Ik geloof dat ze hier door God naartoe gezonden zijn.
Je gaat nu het visioen van de Hel horen. Maar wat belangrijk is.
Je gaat een visioen horen over intimiteit met Jezus Christus, en de liefde
die Hij heeft voor deze wereld. Bill was in de Hel. Hij was geen toeschouwer,
zoals veel mensen geweest zijn in visioenen, maar hij onderging
de folteringen van de Hel voor ongeveer een half uur. Gedurende deze tijd
had hij absoluut geen hoop dat hij ooit zou kunnen ontsnappen hieraan.
Bill en zijn vrouw zijn toegewijd aan Jezus Christus, en aan het woord van God,
en aan het leiderschap van de heilige Geest. Je gaat hem leuk vinden.
Verwelkom Bill en Annette Wiese.
(Bill Wiese spreekt)
Het is een eer om hier te zijn. Deze reis is een zegen voor ons geweest. Wij werken in het vastgoed. We vertellen ons verhaal niet om van te leven, of om er geld mee te verdienen. We weten alleen dat God ons gezegd heeft om de wereld te gaan vertellen over Zijn liefde voor mensen, en over de plaats waarvan Hij niet wil, dat ook maar één van Zijn schepselen naar toe zal gaan. Daarom zijn wij hier. Omwille van de tijd
ga ik het verhaal inkorten, en ga meteen van start.
Eerst een paar dingen die ik aan wil halen. Vragen die misschien in je gedachten zijn
of gaan komen. De eerste vraag zou mijn vraag zijn, als ik naar mezelf zou luisteren.
Hoe weet je dat het niet gewoon een nachtmerrie is geweest? Bij deze vraag een aantal opmerkingen.
Allereerst had ik mijn lichaam verlaten. Ik zag mijn lichaam op de vloer
liggen toen ik terugkwam. Ik weet dus zeker dat het een ervaring was buiten mijn lichaam. Sommige christenen hebben gezegd dat een christen zijn lichaam niet kan verlaten. Maar dat is niet waar. In de Bijbel in 2 Korinte12 vers 2 staat over Paulus een verhaal dat hij in de derde hemel was. Paulus zegt daar: of het in het lichaam was weet ik niet, of dat het buiten het lichaam was weet ik niet. Dus, als hij het niet wist, moet dat
betekenen dat het mogelijk is. In het eerste vers zegt hij ook dat het een visioen is.
Daarom geloof ik dat ook mijn ervaring onder de classificatie van een visioen valt.
In de Bijbel in Job 7:14 staat, dan verschrikt Gij mij door dromen, en beangstigt mij
door gezichten Dat is wat de Heer heeft gedaan. Mij beangstigt door een visioen.
Na mijn terugkomst uit deze ervaring heb ik een jaar nodig gehad om weer rustig
te worden en een normaal persoon te worden. Ik was zo ontdaan,
en getraumatiseerd door de angst dat het mijn hele standpunt heeft veranderd over
hoe te getuigen en te waarderen van waar God ons van heeft gered.
Ik wil mijn vrouw nu vragen om een paar minuten te vertellen over het tijdstip
waarop ze mij vond in de woonkamer. Ik wil dat zij dat vertelt omdat ik me dat gedeelte
niet kan herinneren.
(Bills vrouw Annette spreekt)
Dank je schat. Het was ongeveer 3.23 uur in de ochtend toen ik waker werd.
Ik herinnerde me dat omdat ik dat zag op onze digitale klok, en merkte dat Bill niet
naast me lag. Er kwam gegil vanuit onze woonkamer. Ik liep door de gang en ik vond
mijn echtgenoot in een staat waarin ik hem nog nooit had gezien.
Als iemand Bill leert kennen. Hij is van nature een rustig persoon.
Een professionele man. Hij is niet het type om heel erg uitbundig te doen.
Of om heel erg emotioneel over iets te worden. Tenzij het de Heer is natuurlijk.
Ik zag hem daar getraumatiseerd. Letterlijk getraumatiseerd. Hij had zijn hoofd
tussen zijn handen, en was aan het huilen en schreeuwen. Hij zat daar op onze
huiskamervloer, en ik wist niet wat ik moest doen. Ik dacht dat hij een hartaanval
had gekregen. Ik begon te bidden. En hij huilde het uit en zei
Bidt dat de Heer dit uit mijn gedachten wegneemt. De Heer heeft me naar
de Hel gebracht. Ik voel dat mijn lichaam aan het sterven is, Ik kan dit niet aan.
Dus ging ik door met voor hem te bidden.
Na ongeveer twintig minuten werd hij rustiger.
Maar hij was letterlijk getraumatiseerd. Net zoals iemand die in Vietnam is geweest en
een herbeleving heeft. Of iemand die een vreselijk auto-ongeluk heeft gehad
en die dat herbeleeft. Het was niet alsof hij een nachtmerrie had gehad
en wakker was geworden. Hier wil ik van getuigen.
(Bill Wiese spreekt)
Ik ben zo gezegend met een goede vrouw. Ik ben God echt dankbaar.
We zijn nu vier jaar getrouwd, en ik ken haar zes jaar, en het zijn de vier beste jaren
van mijn leven tot nu toe. Dat wil ik zeggen. Dank u Heer daarvoor.
Toen ik terug kwam van deze ervaring wilde ik als eerste uitvinden of
er iemand in de Bijbel was die ook ooit de Hel had beleefd. Ik ben hierna
begonnen met een onderzoek. Ik luisterde veel naar Chuck Missler.
Hij is een bijbelonderwijzer, en hij zei dat ook Jona de Hel beleefd heeft. In de Bijbel
in Jona 2:2 staat: uit de schoot van het dodenrijk schreeuwde ikEn in Jona 2:6
staat: de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij, toen trokt Gij mijn leven
uit de groeve omhoog Er was in elk geval iemand in de Bijbel die een helervaring
heeft gehad. Jona.
Ik wilde dit uitzoeken, want mij was geleerd in de eerste dagen na mijn bekering
bij Galvery Chapel, dat elke geestelijke ervaring waar je doorheen gaat, ook al in
de Bijbel voor zou moeten komen. Ik wist dus als datgene wat ik had doorgemaakt
waar zou zijn, het ook al in de Bijbel zou moeten staan. Toen ik ging onderzoeken
vond ik ruim 400 schriftgedeelten uit de Bijbel die alles beschreven wat ik had gezien
gehoord en gevoeld. Alles over de Hel. Het staat in de Bijbel. Dus wat ik jullie ook ga
vertellen, het staat al in de Bijbel. Ik zal een aantal schriftgedeelten noemen wanneer
ik mijn verhaal vertel. Ik kan ze niet alle 400 noemen, maar wel een aantal. Wat ik ook
heb ontdekt is, dat er ongeveer 14 andere mensen zijn die ook een gedeeltelijke
helervaring hebben doorgemaakt. De meeste waren bijna-dood ervaringen.
Mensen die in het ziekenhuis stierven, en die weer terugkwamen.
Nu mijn verhaal. Mijn vrouw en ik waren op een zondagavond bij een gebedsbijeenkomst
van onze kerk, waar we altijd naartoe gaan. Met onze voorgangers.
We gingen naar huis en we gingen slapen. Om ongeveer drie uur in de ochtend werd ik meegenomen.
Hoe dat is gebeurd weet ik niet. Ik bevond mij in een gevangeniscel, en
wist niet hoe ik daar gekomen was. Een normale cel zoals je dat je kunt voorstellen.
Met ruwe grote stenen muren, en tralies. Ik wist nog niet waar ik was. Wat ik wel wist,
dat was dat het extreem, vreselijk heet was! Het was zo heet, dat ik gewoon niet kon
geloven dat ik levend in deze cel was. Ik voelde dat ik eigenlijk opgenomen zou moeten
zijn in deze hitte. Maar ik was in leven. Even was daar nog licht in de ruimte, en
ik geloof dat de aanwezigheid van de Heer daar was om het mogelijk voor mij te maken
om te zien waar ik was. Na ongeveer een minuut werd het toen donker.
In het bijbelboek Jesaja 24:22 staat en zij zullen bijeengebracht worden,
zoals men gevangenen bijeenbrengt in een kuil, en zij zullen opgesloten worden in
een kerker
In Spreuken 7:27 staat: die afdalen naar de binnenkameren van de dood
In kamers betekent dat het in een ruimte is. Delen van de Hel heeft
gevangeniscellen, en kamers. Ook kuilen van vuur, en grote gebieden van vuur.
Maar op dat moment bevond ik mij in deze cel.
In de Bijbel in Jona 2:6 staat: de grendelen der aarde waren voor altoos achter mij
En in Job 17 vers 16 staat: zij zullen naar de diepten van het dodenrijk nederdalen
Wat ik zag stond in de Bijbel. In Jesaja14 vers19 staat iets over de stenen.
De stenen der groeve.
En met mij in deze cel bevonden zich vier wezens. Op dat ogenblik wist ik niet dat het demonen waren, omdat ik daar naartoe was gegaan als een persoon die niet gered was. God had het uit mijn gedachten genomen dat ik een christen was. Dat begreep ik toen niet, maar de Heer legde mij dat op de terugweg uit. Daar zal ik straks over vertellen. Deze wezens, ik realiseerde me niet dat het demonen waren, maar ze waren enorm. Ze waren ongeveer 3.70 meter groot. Je kunt er éénzien in de video. Één van de mensen die een getuigenis geeft, zag dezelfde demon die ik heb gezien. Je zult dus zien hoe eentje er uitziet. In Kenneth Hagans getuigenis is er een goede beschrijving van één.
Één wasschubbig. Het had allemaal schubben over zijn lijf. Gigantische kaken die eruit staken met grote tanden, en ingezonken ogen. Het was enorm. De andere demon leek daar helemaal niet op. Deze was bedekt met vlijmscherpe vinnen, met één lange arm en ongelijke voeten. Alles was mismaakt en verdraaid, en ongelijk. Zonder symmetrie. Een lange arm, de andere korter. En het waren gewoon raar uitziende wezens. Vreselijke dingen om te zien.
Ze waren God aan het lasteren. De hele tijd waren ze God aan het vervloeken.
Ik vroeg me af, Waarom zijn ze God aan het vervloeken?
Waarom haten ze God zo erg? Toen begonnen ze hun aandacht op mij te richten.
Ik voelde dat dezelfde haat die ze tegenover God hadden, dat ze die ook voor mij hadden.
Ik dacht, Waarom haten ze mij nou. Ik heb hun toch niets misdaan?
Maar ze haatten mij met een haat, die ik op aarde nooit ervaren had. Veel meer dan
dat de mens de mogelijkheid heeft om te haten. Ze haatten mij volkomen! En ik wist
dat ze de opdracht hadden om mij te folteren.
Er waren dingen daar, die ik je ga vertellen, waarvan ik niet weet hoe ik ze wist. In de Hel zijn je zintuigen scherper. Je was daar in de Hel, veel meer dan in je stoffelijk lichaam hier, je van dingen bewust. Ik was mij bewust van afstanden, ik was mij bewust van tijd. Veel meer dan je hier je daarvan bewust bent. En dus, één van de dingen die ik wist was dat ze opdracht hadden om mij voor eeuwig te martelen op deze plaats.
Ik lag op de vloer van de cel, en merkte dat ik absoluut geen kracht in mijn lichaam had.
Ik vroeg me af, waarom kan ik nauwelijks bewegen, wat is er aan de hand met me!
Ik was me ervan bewust dat ik geen kracht in mijn lichaam had. Ik fitness met mijn vrouw.
Ik was me bewust van het feit dat ik geen kracht had. Hulpeloos lag ik daar, en één van
de demonen greep me en tilde me op, en gooide me tegen de muur. Net zoals je
een glas opneemt. Zo licht was ik, en zo sterk was hij. Hij gooide me tegen de muur,
en ik voelde elk bot in mijn lichaam breken. Ik voelde het breken, en voelde de pijn.
Ik schreeuwde om genade, maar deze wezens kennen geen genade, absoluut geen
genade.
Die ene tilde me op, en de andere met de scherpe dingen scheurde mijn huid van me af!
Het had absoluut geen zorg voor dit lichaam dat God zo geweldig gemaakt had. Er was
alleen maar haat tegen mij die zo intens was, en ik vroeg me af, Waarom leef ik nog?
Waarom ben ik na dit gebeuren nog in leven. Ik begrijp niet waarom ik niet dood ben.
En mijn huid hing in slierten, en er was geen bloed, alleen maar mijn vlees dat los hing,
omdat het leven in het bloed zit, en daar is geen leven in de Hel. En er is geen water
in de Hel.
In Jesaja 14:9-10 staat: het dodenrijk beneden is over u in beroering om u bij uw
komst te ontmoeten. Het wekt de schimmen voor u op, al de bokken der aarde;
het doet alle koningen der volken van hun tronen opstaan. Zij allen vangen aan
tot u te zeggen; ook gij zijt krachteloos geworden als wij, gij zijt aan ons gelijk geworden
Je hebt helemaal geen kracht. In het bijbelboek van de Psalmen staat in Psalm 88:4
ik word gerekend onder wie in de groeve nederdalen,
ik ben geworden als een man zonder kracht
We weten dat de duivel kracht heeft. Het verhaal in de Bijbel van de bezeten man.
Marcus 5 vers 1 tot 4
En zij kwamen aan de overkant der zee in het land der Gerasenen. En toen Hij uit
het schip ging, kwam Hem terstond uit de grafsteden een mens tegemoet met een
onreine geest, die verblijf hield in de graven, en niemand had hem meer kunnen binden
zelfs niet met een keten, want hij was dikwijls met voetboeien en ketenen gebonden
geweest en de ketenen waren door hem stukgetrokken en de voetboeien vernield,
en niemand was bij machte hem te bedwingen
Ze konden hem niet binden want hij had de ketens stukgetrokken. En dat was alleen
maar een man met demonische kracht. Ik begreep dat deze demonen duizend keer
zo sterk waren als een mens. Al had ik wel mijn kracht gehad, ik had ze toch niet
kunnen verslaan. Ik was overgeleverd aan hun genade. Genade, die ze niet hebben.
De demonen bepalen je leven in de Hel.
De reuk van deze demonen, en de reuk in de Hel was zo verschrikkelijk. Ik vind het
moeilijk om het te beschrijven, maar ik zal het proberen. Er was de reuk van verbrand
vlees. Van zwavel. En de reuk van deze demonen. Dat was net zoiets als een open riool.
Verrot en bedorven vlees, of bedorven eieren en melk, en alles wat je kunt bedenken
wat stinkt. Bedenk dat, en vermenigvuldig het met duizend. Hou dat onder je neus,
en adem het in. Het was zo giftig. Je zou er dood aan gaan, in dit lichaam hier.
En ik vroeg me opnieuw af: waarom leef ik nog steeds door deze stank.
Het is zo afschuwelijk. Maar je sterft niet. Je moet het ondergaan.
De ontheiliging, dat ze God aan het vloeken waren. Dat staat in de Bijbel
in Ezechiël 22 vers 26.Ik ben ontheiligd onder hen.
Zijn priesters doen mijn wet geweld aan en ontwijden mijn heilige dingen; tussen heilig
en onheilig maken zij geen onderscheid, het verschil tussen onrein en rein onderwijzen
zij niet en voor mijn sabbatten sluiten zij hun ogen;
zo word Ik te midden van hen ontheiligd
Ontheiligt, onteerde vuile taal en lastering.
Dat ze mij folterden, dat staat in Deuteronomium 32 vers 22-24.
Want een vuur is in mijn toorn ontstoken, het brandt tot in de diepten van het dodenrijk;
het verteert de aarde met wat zij opbrengt en verzengt de grondvesten der bergen.
Ik zal rampen over hen ophopen, al mijn pijlen tegen hen afschieten; als zij uitgeput zijn
van honger, en verteert van koortsgloed en dodelijke ziekte; dan zal ik de tanden
der wilde dieren tegen hen loslaten, met het venijn van wat schuifelt in het stof
Dus de tanden van wilde dieren zijn over je.
In het bijbelboek 2 Samuël 22:6 staat:
<SPAN style
MEDJUGORJE 25 NOVEMBER 2008
Boodschap van de Heilige Maagd Maria, Koningin van de Vrede.
Medjugorje 25 november 2008.
Lieve kinderen, ook vandaag nodig ik jullie in deze tijd van genade uit om te bidden, opdat de kleine Jezus in jullie harten geboren mag worden. Moge Hij, die de vrede zelf is, door jullie vrede aan de hele wereld schenken. Daarom, lieve kinderen, bidt zonder ophouden voor deze woelige wereld zonder hoop, opdat jullie voor allen getuigen van de vrede worden. Moge de hoop in jullie harten stromen als een rivier van genade. Dank dat jullie mijn boodschap aanvaarden.
Overweging van pater Danko Perutina BID VOOR DEZE WOELIGE WERELD ZONDER HOOP
De christelijke traditie heeft de Advent altijd als een tijd van genade beschouwd, een tijd waarin de goddelijke liefde bijzonder efficiënt is, ons geloof versterkt en in ons het verlangen naar heiligheid doet ontstaan. In deze boodschap nodigt de Gospa ons uit om te bidden, in deze tijd van genade, opdat de kleine Jezus in ons hart geboren moge worden.
Maar er is een andere reden waarom de tijd waarin wij leven een tijd van genade is de Gospa is al 27 jaar op een bijzondere wijze bij ons, en zij blijft ons maar onderrichten in haar school van liefde. Zij heeft ons geregeld opgeroepen tot gebed, en dat doet zij ook nu weer, omdat zij weet dat wij niet genoeg bidden. Wij maken allemaal een grote fout: wij denken dat we veel bidden en dat we goede mensen zijn. Pas wanneer wij begrepen en aanvaard zullen hebben dat dat niet klopt, zal onze bekering beginnen. Volgens de heilige Johannes Damascenus is bidden je hart verheffen tot de Heer, of anders gezegd liefdevol en sereen genieten van Gods aanwezigheid en nabijheid. Met de financiële crisis die in alle grote landen voelbaar is, zijn wij de laatste tijd getuigen van een wereldwijde economische onrust. De mensen leven vandaag in angst, ze hebben het altijd druk, ze zijn altijd te laat, worden daardoor nog onrustiger en gaan op zoek naar vrede op totaal verkeerde plaatsen. De Gospa echter toont ons de weg naar vrede: haar Zoon en onze Heer Jezus-Christus. Hij zegt in het evangelie volgens Johannes: Vrede laat Ik jullie na, mijn eigen vrede geef Ik jullie, een andere dan de wereld te bieden heeft. Je moet je dus niet zo laten verontrusten en de moed niet verliezen (Joh 14,27). Wie God vindt, vindt alles. Wie God ontmoet heft wordt een drager van Jezus vrede.
De Gospa nodigt ons uit om onophoudelijk te bidden voor deze woelige wereld zonder hoop. De hoop is de theologale deugd waardoor wij verlangen naar het rijk der hemelen en het eeuwig leven dat onze echte vreugde is, vertrouwend op de beloften van Jezus en niet steunend op onze eigen kracht maar op de genade van de Heilige Geest. Laten wij onwrikbaar vasthouden aan de belijdenis van onze hoop, want Hij die de beloften deed is betrouwbaar (Heb 10,23). God heeft de Heilige Geest overvloedig over ons uitgestort door Jezus Christus onze redder. Zo zijn wij gerechtvaardigd door zijn genade en erfgenamen geworden van het eeuwig leven, waar onze hoop op gericht is (Tit 3,6-7), leert ons de Catechismus (cf. CKK, 1817). Dankzij de hoop kunnen wij onze dagelijkse moeilijkheden beter het hoofd bieden. De verlossing is ons geschonken in die zin dat de hoop ons gegeven werd, een betrouwbare hoop, op basis waarvan wij het heden aankunnen: het heden, zelfs een moeilijk heden, kan geleefd en aanvaard worden als het een doel heeft, en als wij zeker kunnen zijn van dat doel, als dat doel zo groots is dat het de moeizame weg erheen rechtvaardigt, leert paus Benedictus XVI ons in zijn encycliek Spe salvi facti sumus.
In dit korte commentaar op de boodschap willen wij ook aandacht schenken aan de achtste verjaardag van het overlijden van wijlen pater Slavko Barbaric en aan de herinnering aan zijn diepe en oprechte devotie voor de Gospa. Hij was altijd zo onvermoeibaar in zijn pastorale taak, hij stond altijd klaar om geestelijke en materiële steun te bieden aan al wie hem daarom vroeg. Laten wij pater Slavko opnemen in ons gebed en de Heer danken voor het voorrecht hem gekend te hebben en zoveel van hem geleerd te hebben.
[1] Waar Efraïm sprak was schrik, hoog* was zijn aanzien in Israël. Maar hij maakte zich schuldig aan de verering van Baäl: daaraan ging hij te gronde.
[2] Toch blijven zij maar zondigen; zij hebben gegoten beelden gemaakt, van hun zilver maakten zij afgodsbeelden naar hun eigen smaak, allemaal werk van ambachtsvolk. Daaraan wijden zij mijn offers, zij, mensen die stierebeelden kussen.
[3] Daarom zullen zij worden als de ochtendnevel, als de dauw die vroeg op de dag verdwijnt, als kaf dat wegwaait van de dorsvloer, als rook uit een luchtgat.
[4] Want Ik ben de heer uw God, al sinds Egypte. Naast Mij zult u geen god erkennen, er is geen andere redder dan Ik.
[5] Ik was het, die u in de woestijn als de mijne gekend heb, in dat verschroeide land.
[6] Zo goed was hun weidegrond, dat zij verzadigd werden. Maar toen zij verzadigd waren, werd hun hart hoogmoedig; zo zijn ze Mij vergeten.
[7] Ik ben voor hen als een leeuw geworden, Ik loer als een panter langs de weg.
[8] Ik val hen aan als een berin die van haar jongen beroofd is, en Ik rijt hun borstkas open; als een leeuwin verslind Ik hen, zij worden door wilde beesten verscheurd.
[9] Het is uw ondergang, Israël, terwijl Ik toch uw helper ben!
[10] Waar blijft dan uw koning die u zal redden, met al uw beschermers en rechters, degenen over wie u gezegd hebt: Geef mij een koning en leiders?
[11] Kwaad gaf Ik u een koning, woedend nam Ik hem terug.
[12] De schuld van Efraïm is gebundeld, zijn zonden liggen opgeborgen.
[13] Als* de barensweeën van hem komen, dan blijkt hij een onwijs kind te zijn; wanneer het zijn tijd is, vertoont hij zich niet in de opening van de moederschoot.
[14] Zou Ik hen dan bevrijden uit de macht van het dodenrijk, zou Ik hen vrijkopen van de dood? Dood*, waar blijft uw pest, dodenrijk, waar uw verderf? Mijn ogen kennen geen mededogen.
[15] Terwijl* hij tussen het riet gedijt, komt de oostenwind* aan, de adem van de heer, opstekend uit de woestijn. Dan verdroogt zijn bron, dan geeft zijn wel geen water meer. Dan komt degene die zijn schatten rooft en al zijn kostbaarheden weghaalt.
Job geeft zich over [1] Nu* sprak Job tot de heer:
[2] Inderdaad, U kunt alles, voor U is niets onuitvoerbaar.
[3] Hoe durft onze kortzichtigheid uw plan te verdoezelen? En ik maar spreken zonder iets te weten, over wondere dingen die ik niet begreep,
[4] en dan nog in de trant van: luister, ik zal spreken, ik stel vragen, probeer eens te antwoorden.
[5] Alleen van horen zeggen kende ik U, nu heb ik U gezien met eigen ogen.
[6] Alles herroep ik, over alles heb ik spijt, zittend in stof en as
09-12-2008
LEIDEN ........Johannes, 5: 25 - 30
[26] Want de Vader, die de bron van leven is, heeft de Zoon gemachtigd om eveneens bron van leven te zijn; [27] Hij heeft Hem volmacht gegeven om te oordelen*, omdat Hij de Mensenzoon is. [28] Wees* daar niet verwonderd over: er komt een uur waarop allen die in het graf liggen zijn stem zullen horen [29] en eruit zullen komen; wie goed hebben gedaan zullen opstaan om te leven, wie kwaad hebben gedaan zullen opstaan om veroordeeld te worden. [30]Ik* doe niets uit eigen kracht, Ik oordeel naar wat Ik hoor, en het oordeel dat Ik uitspreek is rechtvaardig, want niet door mijn eigen wil laat Ik me leiden, maar alleen door de wil van Hem die Mij gezonden heeft
WIE MIJ WIL DIENEN ZAL MIJ MOETEN VOLGEN - Johannes: 12, 25-28
25] Wie zich aan zijn leven vastklampt, verliest het; maar wie zijn leven prijsgeeft in deze wereld, zal het behouden voor het eeuwig leven. [26]Wie Mij wil dienen*, zal Mij moeten volgen*, en waar* Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn: wie Mij dient, zal erkenning vinden bij de Vader. [27] Nu* het zover is, is mijn ziel ontsteld. Zal Ik dan zeggen: Vader, red Mij uit dit uur? Nee, want juist daarom ben Ik gekomen: met het oog op dit uur. [28] Vader*, verheerlijk uw naam! Toen* klonk er een stem uit de hemel: Die heb Ik al verheerlijkt en ook nu zal Ik Hem verheerlijken.
NIET TEGELIJK JA EN NEE.......De tweede brief aan de Korintiërs: 1, 17-20
De tweede brief aan de Korintiërs: 1, 17-20
17] Dit wil toch niet zeggen dat ik mij wispelturig gedraag? Of zijn mijn plannen zo willekeurig dat* mijn ja tegelijkertijd nee is? [18]God zelf verzekert: het woord* dat wij tot U spreken, is niet tegelijk ja en nee. [19] De Zoon van God, Jezus Christus, die door ons onder u is verkondigd, door mij en Silvanus* en Timoteüs, Hij was niet ja en nee; in Hem was slechts ja, [20] want alle beloften van God zijn in Hem bevestigd. Daarom zeggen wij door Hem ook amen*, tot eer van God.
WANT ZOALS INDE DAGEN........Matt, 24: 38-42
38] Want zoals in de dagen van de zondvloed de mensen aten en dronken, huwden en uithuwelijkten, tot de dag waarop Noach de ark binnenging, [39] en ze van niets wisten totdat de zondvloed kwam en hen allemaal wegrukte, zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. [40] Dan zullen er twee op het land zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [41] Twee vrouwen zullen met de molen aan het malen zijn: de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten. [42] Wees dus waakzaam, want je weet niet op welke dag jullie Heer komt.
ER ZALEEN TIJD KOMEN.......Lucas 21. 6-36
[6] Er zal een tijd komen dat van alles wat u daar ziet geen steen op de andere zal blijven; ze worden allemaal neergehaald. [7] Daarop vroegen ze Hem: Meester, wanneer zal dat plaatsvinden? En wat zal het teken zijn dat dit gaat gebeuren? [8] Kijk uit, zei Hij, dat u niet op een dwaalspoor wordt gebracht. Want velen zullen optreden in mijn naam en zeggen: Ik ben het, of: De tijd is gekomen. Loop niet achter hen aan. [9] Wanneer u hoort van oorlogen en onlusten, wees dan niet verontrust. Want dat moet eerst gebeuren, maar het is niet meteen het einde. [10] Toen zei Hij hun: Het ene volk zal opstaan tegen het andere en het ene koninkrijk tegen het andere. [11] Er zullen zware aardbevingen zijn en op verscheidene plaatsen hongersnood en pest; en er zullen zich schrikwekkende en grote tekenen voordoen aan de hemel. [12] Maar* voordat dit allemaal gebeurt zal* men u oppakken en vervolgen, u uitleveren aan de synagogen en u gevangenzetten*. U wordt voorgeleid aan koningen* en gouverneurs omwille van mijn naam; [13] dat geeft u de gelegenheid om te getuigen*. [14] Neem u heilig voor om u er van tevoren geen zorgen over te maken hoe u zich zult verdedigen. [15] Want Ik zal u wijze woorden in de mond leggen, zodat geen van uw tegenstanders u zal kunnen weerstaan of tegenspreken. [16] U zult zelfs door uw ouders, uw broers* en zusters, uw familie en vrienden worden uitgeleverd en sommigen van u zal men ter dood brengen; [17] u zult door iedereen gehaat worden vanwege mijn naam. [18] Maar geen haar van uw hoofd zal gekrenkt worden. [19] Als u volhardt, zult u uw leven winnen. [20] Wanneer u Jeruzalem door legers omsingeld ziet, weet dan dat haar verwoesting dichtbij is. [21] Laten de inwoners van Judea dan de bergen invluchten; wie in de stad is moet haar verlaten, en wie op het land is moet haar niet binnengaan. [22] Dagen van vergelding zijn dit, waarin alles wat er geschreven staat in vervulling gaat. [23] Wee de vrouwen die zwanger zijn in die dagen, of een kind aan de borst hebben, want het land zal in diepe nood verkeren en dit volk zal door Gods toorn worden getroffen. [24] Ze zullen vallen door het scherp van het zwaard en als gevangenen worden afgevoerd naar alle heidense volken; en Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden totdat de tijd* van de heidenen voorbij is. [25] Er* zullen tekenen zijn aan de zon, de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken in paniek raken, radeloos door het gebulder van de zee en de golven. [26] De mensen zullen het besterven van schrik en spanning om wat de wereld gaat overkomen, want de hemelse machten zullen wankelen. [27] Dan zullen ze de Mensenzoon met veel macht en heerlijkheid zien komen op een wolk*. [28] Als dat gaat gebeuren, sta dan op, recht en fier, want uw verlossing is dichtbij. [29] Hij vertelde hun een gelijkenis: Kijk naar de vijg of naar een andere boom. [30] Zodra u ze ziet uitbotten weet u vanzelf dat de zomer in aantocht is. [31] Zo moet u ook, als u dit ziet gebeuren, weten dat het koninkrijk van God dichtbij is. [32] Ik verzeker u, deze generatie gaat niet voorbij voordat dit alles gebeurd is. [33] Hemel en aarde zullen voorbijgaan maar mijn woorden zullen zeker niet voorbijgaan. [34] Zorg ervoor dat u niet versuft raakt door de roes van dronkenschap en door de zorgen van het leven, en dat die dag u niet plotseling overvalt [35] als een klapnet. Want hij zal komen over alle bewoners van heel de aarde. [36] Blijf te allen tijde waakzaam en bid dat u de kracht zult hebben om te ontkomen aan alles wat er gaat gebeuren en rechtop te staan voor de Mensenzoon.
GEBED TER ERE VAN DE NAAM MARIA.
Lieve Moeder Maria, U hebt de wereld zoveel gunsten geschonken nadat de Naam van Maria was aangeroepen, en hebt beloofd, de mensheid in de Naam van Maria te zullen zuiveren van elke duivelse macht. Maria, Uw Hemelse Naam vervult Uw kinderen van tedere liefde voor hun Moeder, hij vervult Uw apostelen van nederig ontzag, en hij vervult de dienaren van de duisternis van angst voor de Vrouw wier macht weldra voorgoed zal vernietigen. Moge het uitspreken van Uw gezegende Naam ons vervullen van de hemelse krachten die God erin heeft gelegd. Moge God ons laten begrijpen welke genade het betekent, Uw Naam met een van liefde brandend hart in onze mond te mogen nemen. Moge Uw heilige naam ons als honing op de lippen liggen wanneer de machten van het kwaad ons met de bitterheid van dit aardse leven willen vervullen. Moge de Naam Maria het heilige water zijn dat de roos van onze ziel tot wasdom brengt, vooral wanneer deze in de dorheid van onze materiéle woestijn dreigt weg te kwijnen. Moge hij ons inspireren tot het openbaren van al het goede dat God in ons hart heeft verborgen. Moge Uw mooie Naam de kiem van de ware heiligheid in ons laten openspringen, moge hij de sleutel zijn die ooit de poort van de hemel voor ons zal openen, en het paswoord dat ons toegang zal verschaffen tot Gods aanblik. Moge de Naam Maria ons beschermen tegen onze vijanden, ons van dankbaarheid vervullen en ons veilig en zeker naar de eindbestemming van ons leven brengen. Moge het uitspreken van Uw Naam zielen uit het vagevuur bevrijden. Moge hij zieken kracht geven en bedroefden nieuw leven inblazen. Moge het eerbiedig gebruik van Uw Naam alle heiligschennis jegens Uw Onbevlekt Hart vergoeden. Moge het liefdevol uitspreken van Uw Naam U vreugde bezorgen, Uw Moederhart vertederen, Uw zielepijn verzachten en U troosten in Uw gezegende smarten. Ik wens U vandaag met alle krachten van mijn hart en mijn ziel toe dat Uw heilige Naam de hele wereld moge veroveren, en dat hij alleen nog zou worden gebruikt met eerbied, ontzag en liefde, opdat hij zou mogen schitteren als de morgenster die weldra de duisternis van deze wereld zal openbreken. Dank U, dat ik U mag dienen, danken, liefhebben, en mag verlangen naar Uw Komst als onze Medeverlosseres en lieve Moeder onder de Naam Maria. AMEN.
Wij zijn omkleed met Jezus. En de mensen die niet in Jezus geloven valt het op dat we dat zijn. Ze maken beslissingen over Christus door naar ons te kijken. Als we vriendelijk zijn veronderstellen ze dat Christus vriendelijk is. Als we minzaam zijn veronderstellen ze dat Christus minzaam is. Maar als we onbeleefd zijn, wat zullen mensen dan van de Koning denken ? Als we oneerlijk zijn, wat zal de toeschouwer dan denken van onze Meester ? Hoffelijk gedrag eert Christus.
U allen die de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. (Gal. 3:27).
Op het eerste gezicht lijken ze niet anders. Petrus is nog steeds brutaal. Natanaél is nog steeds bedachtzaam. Filippus is nog steeds berekend. Ze zien er hetzelfde uit. Maar ze zijn het niet. In hen woont een vuur dat niet van de aarde is. Christus heeft hen onderwezen. De Vader heeft hen vergeven. De Geest woont in hen. Ze zijn niet meer hetzelfde. En omdat zij anders zijn is de wereld het ook.
Ik zal over alle mensen mijn geest uitgieten. (Han. 2:17).
Vertrouw op Gods woord. Vertrouw je emoties niet. Vertrouw je meningen niet. Vertrouw zelfs je vrienden niet. Jezus zei tegen Satan ; 'De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God.' Er staat eigenlijk 'ieder woord dat uit de mond van God wordt uitgegoten.' God communiceert continu en duidelijk met de wereld door zijn Woord. God spreekt nog steeds !
De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God. (Math. 4:4).
OVERDENKINGEN.
Je zult op aarde nooit volmaakt gelukkig zijn, simpelweg omdat je niet voor de aarde gemaakt bent. O, je zult wel vreugdevolle momenten hebben. Je vangt glimpen van licht op. Je zult momenten of misschien wel dagen van vrede kennen. Maar deze zijn niet te vergelijken met het geluk dat voor ons ligt.
(God (heeft) het besef van de eeuwigheid in het hart van de mensen geplant.....). Prediker 3:11 (Het Boek).
De eeuwigheid is een serieuze zaak. Er komt een oordeel aan. Op aarde hebben we een bijzondere taak - ons eeuwige thuis kiezen. Je kunt je in het leven veel verkeerde keuzes veroorloven. Je kunt de verkeerde carriére kiezen en het overleven, de verkeerde stad en je overleeft het wel, het verkeerde huis en je overleeft. Je kunt zelfs overleven als je de verkeerde partner kiest. Maar er is één keuze die je goed moet maken en dat is de keuze van je eeuwige bestemming.
( Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel ). Herb. 9:27 ).
Bij onze nieuwe geboorte maakt God onze ziel nieuw en geeft Hij ons opnieuw wat we nodig hebben. Nieuwe ogen zodat we door geloof kunnen zien. Een nieuw denken zodat we het denken van Christus kunnen hebben. Nieuwe kracht zodat we niet moe zullen worden. Een nieuwe visie zodat we de moed niet zullen verliezen. Een nieuwe stem voor lofprijs en nieuwe handen om te dienen. En vooral een nieuw hart. Een hart dat gereinigd is door Christus.
( Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping.). ( 2 Kor 5:17).