For this blog to translate into language of your choice? Select your language below.
2 prachtige pps-jes hierboven van Godelieve en ook Mama rechts heeft ze gemaakt Klik op de banner en bekijk nog veel meer moois op haar blog
Klik op de banner hier beneden en ga eens langs bij Lenie voor nog meer moois Alle Ave Maria pps-jes hierboven zijn van haar
Gastenboek
Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek
Wonder
25-01-2011
God van alle leven.
God van alle leven,
naar het voorbeeld van Jezus
zijn wij samen gekomen om uw oneindige liefde te gedenken
en om U te danken voor zoveel gaven die wij alle dagen ontvangen.
Wij danken U voor de woorden die Jezus tot ons gesproken heeft
en voor de geloofwaardigheid waarmee Hij leefde tussen ons.
Blijf bij ons opdat wij sterk genoeg staan
om de woorden van Jezus ook vandaag nog
om te zetten in concrete daden
zodat op deze aarde een stukje van jouw hemel vol liefde
kan ontstaan. Amen.
God.
God,
Gij hebt uw licht in ons ontstoken,
uw heilige Geest hebt Gij ons gegeven.
Wij vragen U:
beziel ons met ijver en geestdrift
om heel ons leven te blijven getuigen van uw liefde.
Verhoor onze bede door Christus onze Heer. Amen.
Heer onze God.
Heer onze God, met al onze kracht
Bidden wij om Uw Geest voor deze jonge mensen,
Leer hen verder te gaan op de weg van Jezus
Geef hen daarvoor de gaven van Uw Heilige Geest,
moed en fantasie om een liefdevolle weg te gaan,
verscherp en verfijn hun gevoel voor vrede,
dat zij zich inzetten voor een leefbare aarde.
Dat zij elke mens en uw schepping eerbiedigen.
Met Uw Geest zullen zij vriendschap sluiten,
met hen die eenzaam zijn,
Met Uw Geest zullen zij verantwoordelijk worden
Voor een betere toekomst en blijven geloven ook als het moeilijk wordt.
Met Uw genezende kracht mogen zij altijd opnieuw beginnen en zullen zij mensen van erbarmen en van verzoening worden. Amen.
Moge de weg je zeggen.
Moge de weg je zeggen:
Volg me maar.
Moge de ster je zeggen:
Richt je vaart op mij.
Moge de grond je zeggen:
Bezaai me.
Moge het water je zeggen:
Drink me.
Moge het vuur je zeggen:
Warm je.
Moge de boom je zeggen:
Schuil in mijn schaduw.
Moge de vrucht je zeggen:
Pluk me, eet me.
En als je de weg kwijtraakt,
geen vaste grond meer vindt,
en dreigt te verdrinken,
als het vuur gedoofd is
en je kou leidt
in een nacht zonder sterren,
als de bomen kaal zijn
en je honger en dorst hebt,
dan moge de Stem je zeggen:
Wees niet bang. Ik zal er zijn .
God.
God, bron van alle leven,
in Maria hebt U laten zien
hoe uw kracht in kleine
mensen weerklank vindt;
voor allen die neergebogen zijn,
klein gehouden,
tot zwijgen gedwongen, bidden wij :
houd in hen levend de kleine vlam
van de hoop die leven geeft,
het licht bewaart en het donker kan verdrijven.
Wij vragen het U ,
door Jezus, de Messias, uw Zoon. Amen.
Jezus.
Jezus, geef mij moed.
Zorg dat ik niet bang ben.
Zorg dat ik lief ben.
ik wil je schaapje zijn.
Ik wil zijn zoals jij.
Zorg voor mij.
Ik zorg voor mijn vriendjes.
Ik zorg voor alle mensen
op heel de wereld,
overal waar ik kan.
Amen.
God onze Vader.
God onze Vader, Gij roept alle mensen om de weg van uw zoon te volgen. Het is voor ons niet altijd gemakkelijk om de juiste beslissingen in ons leven te nemen. Maak van ons soepele mensen, die altijd bereid zijn om als het nodig is een andere weg te kiezen dan wij gewoon zijn.
Vader, maak van ons mensen die een heel leven lang luisteren naar de roep van Uw stem. Zo werken wij samen aan een nieuwe wereld, aan Uw Rijk van Liefde op aarde. Dit vragen wij U naar het voorbeeld van Jezus onze Herder. Amen.
Lieve God.
Lieve God, dicht bij jou wil ik leven,
want Jij draagt mij op de handen.
Jij kent mij zoals ik ben.
Zo wil ik groeien als jouw liefste kind,
dat geroepen is om aan anderen
jouw vriendschap te laten zien.
Zo wil ik meewerken aan Jouw Rijk
waar alle mensen gelukkig mogen worden.
Amen.
'Ja, ja, Hij heeft ons gezien'
Er is een lichtje op elke weg, ja.
Het schijnt voor ieder van ons, van ons.
Zelfs als je niet meer durft te geloven.
Hij wacht daar op jou en op mij
Ja, ja, Hij heeft ons gezien, hij heeft van ons gehouden,
Nee, Hij laat niemand verloren gaan.
Hij heeft ons gezien, Hij heeft van ons gehouden,
Nee, Hij laat niemand verloren gaan.
Volg ook Zijn lichtje, 't is ook op jouw weg.
Maak een stukje hemel rond jou, rond jou.
Met hem is zon en met Hem is vreugde.
Zelfs bij verdriet vindt Hij jou.
HEER,
Heer, omdat we op de weg naar God niet altijd Uw voorbeeld van liefde volgen,
omdat wij U vaak geen plaats gaven in het leven van elke dag, vragen we U om
vergeving.
Goede Heer, wij vragen U, vergeef ons telkens weer.
Heer, wij zien niet altijd dat mensen ons nodig hebben.
Voor al die keren dat we geen antwoord gaven op de roep van mensen dichtbij
en wereldwijd, vragen we om vergeving.
Goede Heer, wij vragen U, vergeef ons telkens weer.
Heer, wij denken dikwijls alleen aan onszelf.
Omdat we zo vaak afzijdig blijven voor de pijn en het verdriet van anderen,
vragen we om vergeving.
Goede Heer, wij vragen U, vergeef ons telkens weer.
Goede God, wil onze fouten vergeven.Leer ons als christenmens leven.
Keer ons altijd opnieuw naar U en naar alle mensen.
24-01-2011
AAN ALLE LEZERS VAN DIT BLOG EEN GEZEGENDE MAANDAG.
N. ( M ).
DE INNERLIJKE VERTROOSTING.
Van het hoogste goed
houdt de eigenliefde ons in hoge mate af
De Heer: Mijn zoon, gij moet eenvoudig al het uwe voor al het mijne geven en gijzelf moet totaal niets meer hebben. Weet wel, dat de liefde voor uzelf u meer schade toebrengt dan wat ook. Volgens de maat van de liefde en genegenheid die gij hebt, zit ge aan een zaak meer of minder vast. Is uw liefde zuiver, eenvoudig en geregeld, dan zijt gij van niets de gevangene.
Hunker dus niet naar wat gij niet moogt bezitten; wil niet bezitten wat u belemmeren kan en u de inwendige vrijheid ontroven. Het is wel vreemd dat gij u niet met heel uw hart aan Mij toevertrouwt met alles wat gij kunt verlangen of bezitten. Waarom laat gij u verteren door een zinloze droefheid? Wat tobt gij u af met onnodige zorg? Blijf ter beschikking van mijn welbehagen: gij zult er geen enkel nadeel van hebben.
Als gij dit of dat najaagt, hier of daar wilt wonen om uw eigen gemak en om het meer naar uw zin te hebben, dan zult gij geen rust vinden en nooit vrij van zorgen zijn. Want in alle dingen is net iets te kort en overal is er wel iemand die u niet kan uitstaan. Uw triomf moet daarom niet liggen in wat gij eindelijk behaald hebt of in de veelheid van uitwendige dingen. Maar zoekt gij liever uw triomf in het verachten en uitroeien uit uw hart van al dat soort zaken. Ik bedoel niet alleen te spreken over geldelijk vermogen en andere rijkdom; maar over de eerzucht, de dwaze behoefte om geprezen te worden, dat glijdt immers allemaal weg, samen met de wereld.
Deze of gene plaats beschermt ons weinig als de vurigheid van geest er niet is. En die zo begeerde vrede buiten ons houdt ook niet lang stand, als de ware grondslag, de innerlijke gesteltenis er niet is, Ik bedoel: als gij uw steun niet vindt in Mij, kunt gij u wel verplaatsen maar niet uw toestand verbeteren. Want als de gelegenheid zich voordoet en gij wilt daar gebruik van maken, dan vindt gij weer terug wat gij had ontvlucht en nog meer.
VERVOLG OPENBARINGEN VAN DE H. BRIGITTA VAN ZWEDEN.
DE KINDSHEID VAN JEZUS.
ZESDE BOEK, KAP. 58.
Maria, Gods moeder sprak tot de bruid, zeggende: "Ik heb u vroeger gesproken over mijn smarten, maar de smart was niet het geringst die ik voelde, toen ik met mijn Zoon naar Egypte vluchtte en hoorde hoe onschuldige kinderen gedood werden en Herodes gaarne mijn Zoon dooden wilde. En hoewel ik de dingen kende, die over mijn Zoon geschreven staan, werd mijn hart vervuld van smart en van angst ter wille mijn groote liefde voor mijn Zoon. Maar nu kunt gij vragen, wat mijn Zoon deed gedurende heel den tijd, voor Zijn dood. Ik antwoord, dat Hij, zoals de Schrift vermeldt, mij en Jozef onderdanig en gehoorzaam was en zich gedroeg als andere kinderen, totdat Hij ouder werd.
Toch waren er ook wonderlijke teekens in zijn jeugd: alles wat God geschapen had diende den Schepper; de afgoden zwegen en vele vielen bij de komst van Jezus in Egypte van hun voetstuk; de koningen voorspelden dat mijn Zoon een teeken was van komende groote dingen; ook de engelen dienden hem, en nooit werd Hij door eenige onreinheid besmet, nooit was Zijn haar verward, of iets dergelijks. Dit alles behoeft gij niet te weten, daar de teekens van Zijn godheid en van Zijn menschelijkheid in het Evangelie opgeschreven staan, dat u en anderen kan onderwijzen.
Toen Hij ouder werd, bad Hij met veel ijver en was zeer gehoorzaam en trok met ons op de bepaalde hoogtijden naar Jerusalem en elders. Zijn uiterlijk en Zijn woorden waren zo wonderbaarlijk en zo zoet, dat velen, die bedroefd en treurig waren, zeiden: "Laat ons gaan naar Maria's Zoon, opdat Hij ons verblijde." En toen Hij ouder werd en verstandiger, deed Hij den handarbeid, die nodig was, en sprak te huis veel vreugdevolle woorden en verkondigde het woord Gods, zodat wij vervuld werden van blijdschap en onuitsprekelijke vreugde.
Toen wij verkeerden in armoede en angst en moeilijkheid, verschafte Hij ons geen goud noch zilver, maar Hij sterkte ons en ried ons aan om geduld te hebben. En wonderlijk waren wij beschermd tegen misdadigers en boosdoeners. Soms kregen wij wat wij nodig hadden door de mildheid van goede mensen, een ander maal door onzen arbeid, zodat wij hadden wat nodig was, maar geen overvloed, daar wij niets anders begeerden dan God te dienen. Hij sprak ook met Zijn vrienden over de wet en de beteekenis er van. Hij redetwistte ook openlijk met wijze mannen, zoodat zij zich verwonderden en zeiden: "Zie, Jozefs zoon onderwees de meesters. Een groote geest sprak in hem."
Eens, toen ik aan Zijn lijden dacht, en Hij zag hoe zeer ik bedroefd was, antwoordde Hij mij: "O! Moeder, gelooft gij niet, dat God de Vader in mij is en ik in Hem? Hoe zou anders uw maagdelijkheid ongeschonden gebleven kunnen zijn bij mijn ontvangenis en hoe zoudt gij mij gebaard hebben zonder smarten? De wil mijns Vaders is ook mijn wil. Hij wil dat ik zal sterven, dat wil ik eveneens. Wat ik van den Vader heb zal niet gepijnigd worden, maar het lichaam, dat ik van u ontving, dat zal gepijnigd worden, opdat het lichaam van anderen verlost en de zielen gered worden."
Ook was Hij zo gehoorzaam, dat Hij het dadelijk deed, als Jozef zeide: "Doe dit, of dat." En Hij verborg de heerlijkheid van Zijn godheid zoo goed, dat die alleen door mij en soms door Jozef werd opgemerkt. Dan zagen wij Hem omringd door een wonderbaar licht en hoorden wij engelenstemmen boven Hem zingen. Wij zagen ook hoe de onreine geesten verdwenen uit de mensen, waarin zij waren, zodra mijn Zoon hen naderde. Het waren geesten, die niet uitgedreven konden worden door hen die er de macht toe hadden en wier bijzonder ambt het was. Zie! Dochter, mogen deze dingen steeds in uw herinnering zijn en dank God, die door u anderen Zijn Kindsheid openbaren wil."
Wordt vervolgd.
Hemelse Vader.
Hemelse Vader,
Wij willen nederig buigen voor Uw Majesteit.
Wij willen ons onderwerpen aan Uw Rechtvaardigheid.
Wij willen U danken voor Uw Genade.
Wij willen U danken en Uw Naam prijzen,
dat het U behaagt mensen te redden,
dat het U behaagt mensen te veranderen,
van innerlijke dood naar Leven te brengen.
Waarom hebt U ons uitgekozen van voor het begin der tijden?
Waarom hebt U ons geroepen?
Wij begrijpen het niet Vader... en hebben er geen zicht op.
Schenk ons geloof, schenk ons vertrouwen!
Geef ons kracht om te handelen
naar onze talenten die U ons gegeven hebt.
Alles wat we zijn, alles wat we hebben,
hebben we te danken aan U.
Leer ons om dan ook niet te oordelen,
Leer ons om de ander niet te minachten,
Ons niet meer te achten dan onze naaste.
Wij zijn niets Vader,
alles wat we zijn, zijn we door Uw genade.
Wij bidden U dat het U mag behagen,
deze morgen, dat we Uw licht mogen uitdragen in deze wereld.
Amen.
Hemelse Vader.
Hemelse Vader,
leer ons de zekerheid van de hoop van Pasen,
die wel anders is dan wat we ooit gedacht hadden
met ons natuurlijk verstand...
Leer ons om onomwonden duidelijk te zijn in ons geloof :
dat Hij die dood was, Levend werd!
En dat ook wij, die dood zijn voor U,
Levend mogen worden met Hem,
hoewel wij het niet verdienen.
Leer ons niet alleen het geloof die deze hoop schenkt,
maar leer ons ook oneindige dankbaarheid
voor het werk van Uw Zoon jezus Christus.
Leer ons Vader, om onze zekerheid niet 'hier' te zoeken,
in deze wereld, deze maatschappij...
maar laat ons hart vertoeven waar Uw Zoon is...
laat ons nieuwe Leven daardoor bepaald zijn.
Laat niet toe dat we de moed verliezen,
wanneer we stil staan bij de onafwendbaarheid van onze eigen dood...
Schenk ons het inzicht dat het wel degelijk onze schuld is (mijn schuld!),
dat Jezus daar lag in het graf...
Maar Godzijdank mag dat graf ook ons graf worden...
Wij willen U vanmorgen daarvoor danken Vader,
dat Uw Zoon ons is voorgegaan...
dat Zijn graf ons graf mag worden...
dat Zijn opstanding ook aan ons geschonken wordt...
Wij zijn U eeuwig dankbaar voor Pasen.
Amen.
Hemelse Vader.
Hemelse Vader,
Wij zijn hier vanmorgen bij elkaar gekomen
om U te danken voor de komst in de wereld
van Uw Zoon Jezus.
Jezus, die we ook Immanuël mogen noemen.
Ja, dit is de belangrijkste gebeurtenis in de geschiedenis,
het grootste wonder ooit,
dat Uw Zoon Jezus, werkelijk 'God met ons' is.
Wij willen U eeuwig danken
voor de hechte verbondenheid die U ons
hebt willen openbaren op kerstmis.
Wij willen U eeuwig danken
voor de volledige verzoening die U ons
hebt geopenbaard in het leven en werk van Immanuël.
Wij willen U eeuwig danken
voor uw handelend optreden in ons leven :
dat U ons gebracht hebt naar het kruis,
dat U ons draagt wanneer we lijden,
dat U steeds daar bent voor ons,
dat U waarlijk God bent 'met ons' in leven en sterven.
En wil ons dan nu de kracht geven
om zelf in hechte verbondenheid met de naaste te leven!
Wil ons de kracht geven om ook zelf
tot volledige verzoening te komen met onze naaste,
tot eer en glorie van Uw grote en heilige Naam :
'Ik ben immers met u!'
Amen.
Matteüs 14,13-36.
Overvloed aan brood, gebrek aan geloof
13 Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar hij alleen kon zijn. Maar de mensen kwamen het te weten, en vanuit de steden volgden ze hem over land. 14 Toen hij uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde hij medelijden met hen en hij genas hun zieken.
15 Bij het vallen van de avond kwamen de leerlingen naar hem toe en zeiden: Dit is een afgelegen plaats en het is al laat. Stuur de mensen weg, laat ze naar de dorpen gaan om eten voor zichzelf te kopen. 16 Maar Jezus zei: Ze hoeven niet weg, geven jullie hun maar te eten. 17 Ze antwoordden hem: We hebben hier niets, alleen vijf broden en twee vissen. 18 Hij zei: Breng ze mij. 19 En nadat hij de mensen opdracht had gegeven op het gras te gaan zitten, nam hij de vijf broden en de twee vissen, keek omhoog naar de hemel, sprak het zegengebed uit en brak de broden; hij gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze door aan de mensen. 20 Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze twaalf manden vol. 21 Er hadden ongeveer vijfduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld.
22 Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. 23 Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. 24 De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. 25 Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. 26 Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze riepen: Een spook! en schreeuwden het uit van angst. 27 Meteen sprak Jezus hen aan: Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang! 28 Petrus antwoordde: Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen. 29 Hij zei: Kom! Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. 30 Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: Heer, red me! 31 Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld? 32 Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. 33 In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: U bent werkelijk Gods Zoon!
34 Toen ze overgestoken waren, gingen ze aan land bij Gennesaret. 35 De mensen daar herkenden hem en maakten zijn komst overal in de omgeving bekend, en men bracht allen die ziek waren bij hem. 36 Die smeekten hem alleen maar de zoom van zijn kleed te mogen aanraken. En iedereen die dat deed werd genezen en was volkomen gezond.
Matteüs 5,1-8,1.
Bergrede 5.
1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:
3 Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
4 Gelukkig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Gelukkig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,
want zij zullen God zien.
9 Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,
want voor hen is het koninkrijk van de hemel.
11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.
13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt.
14 Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15 Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
17 Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18 Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19 Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. 20 Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan.
21 Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: "Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht." 22 En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen "Nietsnut!" zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie "Dwaas!" zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. 23 Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, 24 laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. 25 Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. 26 Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.
27 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: "Pleeg geen overspel." 28 En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. 29 Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. 30 En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat.
31 Er werd gezegd: "Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven." 32 En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel.
33 Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: "Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost." 34 En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, 35 noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; 36 zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. 37 Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad.
38 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: "Een oog voor een oog en een tand voor een tand." 39 En ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, maar wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren. 40 Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af. 41 En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan, loop er dan twee met hem op. 42 Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.
43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: "Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten." 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? 47 En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is.
Matteüs 2,1-23.
De vlucht voor Herodes en Archelaüs 2.
1 Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. 2 Ze vroegen: Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen. 3 Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem. 4 Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias Noot [sluiten]
(2:4) de messias Grieks: ho christos. Deze titel ging al in een vroeg stadium deel uitmaken van Jezus naam: de christus werd Jezus Christus. Soms is het moeilijk te bepalen of de titel (de christus) of de naam (Christus) bedoeld is. Bij het vertalen van de titel is gekozen voor (de) messias omdat hierin het duidelijkst naar voren komt dat de titel geworteld is in Joodse verwachtingen van een persoon die van God de volmacht heeft ontvangen om een centrale rol te spelen in de eindtijd.geboren zou worden. 5 In Betlehem in Judea, zeiden ze tegen hem, want zo staat het geschreven bij de profeet: 6 "En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden." 7 Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was, 8 en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen. 9 Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg, en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was. 10 Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. 11 Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. 12 Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.
13 Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen. 14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte. 15 Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.
16 Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. 17 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 18 Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.
19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer. 20 De engel zei: Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven. 21 Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea. 23 Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: Hij zal Nazoreeër genoemd worden.
Matteüs 4,12-25.
Begin van Jezus verkondiging
12 Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangengenomen was, week hij uit naar Galilea. 13 Hij liet Nazaret achter zich en ging wonen in Kafarnaüm, aan het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali. 14 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: 15 Land van Zebulon en Naftali, gebied aan de weg naar zee en aan de overkant van de Jordaan, Galilea van de heidenen, luister: 16 Het volk dat in duisternis leefde, zag een schitterend licht, en zij die woonden in de schaduw van de dood werden door het licht beschenen. 17 Vanaf dat moment begon Jezus zijn verkondiging. Kom tot inkeer, zei hij, want het koninkrijk van de hemel is nabij!
18 Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken. 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden hem. 21 Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden hem.
23 Hij trok rond in heel Galilea; hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws van het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal onder het volk. 24 Het nieuws over hem verspreidde zich in heel Syrië. Allen die ergens aan leden en die gekweld werden door een ziekte of door pijn, en ook bezetenen en maanzieken en verlamden werden bij hem gebracht, en hij genas hen. 25 En grote groepen mensen volgden hem, uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem en Judea en uit het gebied aan de overkant van de Jordaan.