ik hou van de lente, maar die is te jong ik hou van de zomer, maar die is te hooghartig ik hou het meest van de herfst, zijn toon is milder, zijn kleuren zijn rijker en er spreekt een lichte treurigheid in mee zijn gouden rijkdom spreekt niet van de onschuld van de lente en niet van de kracht van de zomer, maar van de rijpheid en vriendelijke wijsheid van de naderende ouderdom hij kent de begrenzingen van het leven en is tevreden.