Latijnse thematische bloemlezing
Latijn lezen aan de hand van het continuum
Ga terug
  • naar lijst met teksten en onderwerpen
  • 12-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Deel II / Caput 12 Liefde en verlangen 2

    12. "Amor en Psyche"

    12.1. Venus heeft een zoon, Amor geheten, die de antieke mens zich niet, zoals in de schilderkunst van de Renaissance en de Barok,  heeft voorgesteld als een klein gevleugeld jongetje,


    maar als een volwassen jongeman. Samen met de prinses Psyche is hij de hoofdpersoon in een beroemde legende die buitengewoon veel kunstenaars uit latere tijd heeft bekoord en tot bewerking en transpositie heeft aangespoord.
     
    De enige uitvoerige bron die ons het sprookje van Amor en Psyche oplevert, vinden we in de "Metamorphoses" van Apuleius (ca. 125-ca. 180 n. C.). 

    Daar wordt het verteld door een oude vrouw, die daarmee een jong meisje wil troosten dat gevangen zit bij een bende rovers, nadat ze op de dag zelf van haar huwelijk was ontvoerd. Om haar moed in te spreken wil het oudje haar de ongelukkige avonturen van Psyche als voorbeeld stellen, die tenslotte allemaal toch nog goed aflopen.
    Psyche bezat met name bovenaardse schoonheid, die de oorzaak werd van een hele reeks moeilijkheden. Haar faam had zich immers in alle buurlanden verspreid en van overal kwamen pelgrims toegestroomd om Psyche te zien. De cultus van Venus werd er door verwaarloosd. Deze rivaliteit van de kant van een sterfelijk mens kwetste de godin diep en ze besloot zich te wreken. Ze vroeg haar zoon Amor haar daarbij te helpen door Psyche verliefd te maken op het meest verachtelijke wezen dat op de wereld bestond.
    Ondertussen sleet Psyche in haar paleis een eenzaam leven, niemand durfde haar benaderen of naar haar hand dingen : zij was té mooi! Haar verontruste ouders gingen te rade bij het orakel van Apollo te Milete. Dit gaf bevel Psyche in rouwklederen te hullen, haar in een begrafenisstoet te begeleiden naar de top van een berg, en haar daar achter te laten om de bruid te worden van een "wreed, wild en boos element". Wenend en bevend van angst wachtte Psyche haar lot af. Maar zie, een suizende wind stak op die haar zachtjes naar een heerlijk oord voerde.

    Psyche is inderdaad aangekomen in het paleis van Amor. Maar dat weet ze eerst niet. Hoewel ze in een heerlijke omgeving terechtkomt, vreest ze nog steeds de vervulling van het orakel, te meer daar de eigenaar van het kasteel, die haar tot vrouw neemt, alleen 's nachts bij haar komt en volstrekt niet gezien wil worden, onder geen enkele voorwaarde. Hij bedreigt haar met het ergste, als ze hem uit nieuwsgierigheid zou trachten te zien. Maar Psyche kan zich niet bedwingen. Ze wapent zich met een mes, vast van plan het "monster" te doden, steekt een lamp aan en ontdekt tot haar verrassing de mooie Amor. De betrapte god wil haar niet meer zien en vliegt weg.
    Venus is er ondertussen achter gekomen dat haar zoon het bevel om Psyche verliefd te doen worden op een monster in de wind had geslagen en zelf verliefd was geworden. Ook al is Psyche thans diep ongelukkig, omdat Amor haar verlaten heeft, toch blijft Venus haar achtervolgen en straffen en met allerlei onuitvoerbare opdrachten belasten. Met veel hulp weet Psyche steeds die taken uit te voeren. Als laatste opdracht moet ze een schoonheidsmiddel voor Venus gaan halen bij Proserpina, echtgenote van de god van de onderwereld. Als ze alle hindernissen van die gevaarvolle tocht overwonnen heeft, is het weer haar nieuwsgierigheid die haar parten speelt : ondanks het verbod opent ze het doosje met schoonheidsmiddel - ze hoopte immers met de inhoud haar ondertussen verminderde schoonheid te herstellen en zo Amor opnieuw voor zich te winnen - maar in plaats van een schoonheidsmiddel komt Hypnus, de Slaap, eruit en dompelt haar in een diepe verdoving, waaruit ze pas aan het eind van het sprookje door Amor wordt gewekt.

    12.2. Het sprookje heeft talrijke kunstenaars (schilders, beeldhouwers en componisten) geïnspireerd. Onderstaande video tracht daarvan een indruk te geven :



    12.4. In eenvoudige stijl, maar toch boeiend, vertelt Apuleius de gebeurtenissen als volgt :

    Tunc Psyche et corporis et animi alioquin infirma fati tamen saevitia subministrante viribus roboratur, et prolata lucerna et adrepta novacula sexum audacia mutatur. Sed cum primum luminis oblatione tori secreta claruerunt, videt omnium ferarum mitissimam dulcissimamque bestiam, ipsum illum Cupidinem formosum deum formose cubantem, cuius aspectu lucernae quoque lumen hilaratum increbruit et acuminis sacrilegi novaculam paenitebat. At vero Psyche tanto aspectu deterrita et impos animi marcido pallore defecta tremensque desedit in imos poplites et ferrum quaerit abscondere, sed in suo pectore; quod profecto fecisset, nisi ferrum timore tanti flagitii manibus temerariis delapsum evolasset. Iamque lassa, salute defecta, dum saepius divini vultus intuetur pulchritudinem, recreatur animi. Videt capitis aurei genialem caesariem ambrosia temulentam, cervices lacteas genasque purpureas pererrantes crinium globos decoriter impeditos, alios antependulos, alios retropendulos, quorum splendore nimio fulgurante iam et ipsum lumen lucernae vacillabat; per umeros volatilis dei pinnae roscidae micanti flore candicant et quamvis alis quiescentibus extimae plumulae tenellae ac delicatae tremule resultantes inquieta lasciviunt; ceterum corpus glabellum atque luculentum et quale peperisse Venerem non paeniteret. Ante lectuli pedes iacebat arcus et pharetra et sagittae, magni dei propitia tela. Quae dum insatiabili animo Psyche, satis et curiosa, rimatur atque pertrectat et mariti sui miratur arma, depromit unam de pharetra sagittam et puncto pollicis extremam aciem periclitabunda trementis etiam nunc articuli nisu fortiore pupugit altius, ut per summam cutem roraverint parvulae sanguinis rosei guttae. Sic ignara Psyche sponte in Amoris incidit amorem. Tunc magis magisque cupidine flagrans Cupidinis prona in eum efflictim inhians patulis ac petulantibus saviis festinanter ingestis de somni mensura metuebat. Sed dum bono tanto percita saucia mente fluctuat, lucerna illa, sive perfidia pessima sive invidia noxia sive quod tale corpus contingere et quasi basiare et ipsa gestiebat, evomuit de summa luminis sui stillam ferventis olei super umerum dei dexterum. Hem audax et temeraria lucerna et amoris vile ministerium, ipsum ignis totius deum aduris, cum te scilicet amator aliquis, ut diutius cupitis etiam nocte potiretur, primus invenerit. Sic inustus exiluit deus visaque detectae fidei colluvie prorsus ex osculis et manibus infelicissimae coniugis tacitus avolavit.
    (Metamorphoses V 22-23)

    Voetnoten
    1. corporis et animi : bepalen "infirma" / alioquin : in andere opzichten, overigens / viribus : object in de datief bij "subministrante" / roborare : sterken / novacula, ae : scheermes / sexum : acc. van betrekking / audacia : abl. van oorzaak
    2. mutatur : obj. is Psyche / oblatio, onis : het voorhouden
    3.hilarare : opvrolijken, verheugen / increbrescere, crebrui : sterker worden, opflakkeren / acumen, inis : scherpte, punt / sacrilegus : heiligschennend / paenitebat : zoals de lamp een gevoel van vreugde ("hilaratum") kent, wordt aan het mes een gevoel van spijt toegeschreven
    4. impos, otis : niet meester over / marcidus : vaal / poples, itis : knie
    5. temerarius : vermetel / salute : = vita / salute defecta (nomin.!) : "bijna levenloos"
    6. animi : "in haar hart" / genialem caesariem : "zijn weelderige haardos" / ambrosia : (hier) parfum / temulentus : overgoten met (+ abl.) /cervix, icis : nek, hals / lacteus : melkwit / gena, ae : wang / purpureus : (hier) blozend / cervices genasque : obj. van "pererrantes" / crinium globi : haarkrullen
    7. impeditus : verward, vermengd / antependulus : naar voren hangend / vacillare : wankelen / volatilis : gevleugeld / pinnae ... flores : versta "pluimen die fonkelen als een bedauwde bloem"
    8. roscidus : bedauwd / quamvis : slaat op "quiescentibus" / extimus = extremus / plumula, ae : veertje / tenellus : fijn / tremulus : trillend / resultare : op en neer bewegen / inquieta : acc. onz. mv. als bij woord gebruikt, "rusteloos" / lascivire : uitgelaten zijn
    9. glabellus : glad, onbehaard / luculentus : prachtig / pharetra, ae : pijlenkoker / propitius : gunstig, weldadig
    10. rimari : onderzoeken / pertrectare : betasten / pollex, icis : duim
    11. periclitabundus : proberend / pungere, pupugi, punctum : steken , prikken / cutis, is : huid / rorare : druppelen
    12. flagrare : branden / pronus : voorover buigend / efflictim inhians : "hijgend van begeerte" / savium, i : kus
    13. de somni mensura metuebat : "ze vreesde voor de duur van de slaap", d.w.z. zij vreesde hem te zullen wekken / percitus : geprikkeld / saucius : gewond / fluctuare : golven; (fig.) in onstuimige gemoedsbeweging verkeren
    14. gestire : naar iets hunkeren / evomere, vomui, vomitum : uitbraken; (hier) laten vallen / stilla, ae : druppel
    15. ministerium = ministra : dienares / ignis deum : "de god van het liefdesvuur" / cupitis : abl. mv. van het part. perf. van "cupere"
    16 colluvies, ei : schande




    12-07-2008, 00:00 geschreven door Willy Moerman  
    Reacties (0)
    Foto
    Mijn favorieten
  • Alles voor leraar en student klassieke talen

  • Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!