|
Nietzsche was zot.
En weet gij ook wat de wereld voor mij is? Zal ik ze u in mijn spiegel tonen? Deze wereld: een kolos van kracht, zonder begin, zonder einde, een vaste metalen grootheid van kracht, welke niet groter, niet kleiner wordt, die zichzelf niet verbruikt, maar alleen verandert, als geheel onveranderlijk groot, een huishouding zonder uitgaven en verliezen, maar evenzo zonder aanwas, zonder inkomsten, door het niets omsloten als door zijn grens, niets wat vervloeit en leegloopt, niets wat oneindig-uitgestrekt is, maar als een bepaalde kracht in een bepaalde ruimte gesteld, en niet in een ruimte die ergens leeg was, veeleer als kracht overal, als spel van krachten en krachtstromen, tegelijk één en veel, hier zich ophopend, tegelijk ginds zich verminderend, een zee van in zichzelf stormende en golvende krachten, eeuwig zich omvormend, eeuwig teruglopend, met ontzaglijke jaren van wederkeer, met eb en vloed als zijn gedaanten, uit het eenvoudigste tot het veelvoudigste uitzettend, uit het stilste, starste, koudste voort naar het gloeiendste, wildste, zichzelf-tegensprekendste, en dan weer uit de volheid wederkerend tot het eenvoudige, uit het spel der tegenspraken terug tot de lust in de monotonie, zichzelf bevestigend ook nog in de gelijkheid van zijn banen en jaren, zichzelf zegenend als dat wat eeuwig wederkomen moet, als een worden dat geen zatworden, geen oververzadiging, geen moeheid kent: deze mijn dionysische wereld van het eeuwig eeuwig-zichzelf-scheppen, van het eeuwig-zichzelf-vernietigen, deze mysteriewereld van dubbele wellust, dit mijn Voorbij aan goed en kwaad, zonder doel, tenzij in het geluk van de kring een doel ligt, zonder wil, tenzij een ring tot zichzelf een goede wil heeft
wilt ge een naam voor deze wereld? Een oplossing voor al haar raadsels? Een licht ook voor u , gij verborgensten, sterksten, onverschrokkensten, middernachtelijksten?
Deze wereld is de wil tot macht, en niets daarbuiten.
En ook gijzelf zijt deze wil tot macht, en niets daarbuiten.
Aaaarghh, ik word nog zot van Nietzsche.
Dat er niemand mij nog komt zeggen dat ik geen verhelderend proza schrijf hoor. Ik stuur hem stante pede Nietzsche op zijn dak.
Wel mooi: voorbij aan goed en kwaad.
Wij kunnen ons afvragen, om een eerste oriëntatie te krijgen: aan welke denker, aan welke richting uit de ons bekende filosofie herinnert ons de hier uiteengezette opvatting van Nietzsche betreffende de wereld, waar horen wij soortgelijke klanken? Wij moeten ver teruggaan om het antwoord te vinden: de filosoof met wie (als de enige) Nietzsche zelf erkend heeft zich verwant te voelen, Heraclitus. Beiden zien de wereld als een oneindig proces van worden en vergaan, van schepping en vernietiging, te vergelijken met een zee, waarin al het eindige wordt gevormd, gestalte krijgt en weer vergaat, vervloeit, waarin een oerkracht zichzelf handhaaft.
Dus Heraclitus? Zo ver in het verleden? Moet dit betekenen dat Nietzsche alles negeert wat tussen Heraclitus en de negentiende eeuw na Christus zich in de historie van het denken heeft afgespeeld: Socrates, Plato, Aristoteles, het christendom en de Westerse filosofie? Nietzsche negeert het niet, maar hij zet zich er tegen af, hij stoot zich er van af!
Inderdaad houdt hij alles wat sindsdien is geschied voor een dwaalweg, welke hij wantrouwt.
Het wezen van de wereld, zegt Nietzsche, is wil, preciezer: wil tot macht. En hij voegt daaraan toe: en niets daarbuiten!
Wat betekent dit? Met deze woorden wijst Nietzsche alle metafysica af, alle pogingen van filosofie of religie om naast, achter of boven de boven gekarakteriseerde wereld nog een tweede ideële wereld te stellen en te denken. God is dood, dit woord dat Nietzsche zijn Zaratoestra in de mond legt is de korte formule voor die gedachte. Eeuwige ideeën, Ding an sich, Jenseits, het zijn allemaal hersenschimmen, kleurige rook, illusies.
Maar geen weldoende illusies! Waar komen ze dan vandaan?
Zieken en stervenden waren het, die lichaam en aarde verachten en het hemelse en de verlossende bloeddruppelen uitvonden
, spreekt Zaratoestra. (S)
Nietzsche was gewoon zot van Ha!
Nietzsche zet allereerst de aanval in op onze gehechtheid aan de bestaande moraal en waarden. Die zijn voor een groot deel gebaseerd op de klassiek-Griekse en de joods-christelijke traditie, zegt hij, wat betekent dat ze afkomstig zijn uit samenlevingen die zeer verschillen van de onze en van religies waarin velen van ons niet meer geloven. Deze toestand is volgens Nietzsche onhoudbaar: we kunnen ons leven niet baseren op waardesystemen waarvan we de grondslagen verwerpen. Ze maken ons leven onecht. We moeten ofwel een basis voor onze waarden vinden waar we wel in geloven, ofwel deze waarden prijsgeven ten gunste van een andere, die we wel kunnen aanhangen.
Bij het beoordelen van Nietzsches werk moeten we onderscheid maken tussen de uitdaging die ervan uitgaat en de wijze waarop Nietzsche haar beantwoordde. De meeste mensen vonden de uitdaging legitiem en zeer krachtig, maar verwierpen Nietzsches eigen antwoord. De uitdaging is dat we, als we de traditionele geloofsovertuigingen niet langer aanhangen, de daarop geënte moraal en waarden moeten afwijzen omdat die onze positie onecht maken. We moeten, zoals Nietzsche het formuleert, onze waarden herwaarderen. We moeten, met andere woorden, een radicale herijking van onze moraal en onze waarden doorvoeren op basis van overtuigingen die we werkelijk bezitten. Dit is een huiveringwekkende uitdaging, die in een steeds ongodsdienstiger wereld een fundamenteel en dwingend karakter krijgt. Sinds Nietzsche haar gestalte gaf, is het de ethische uitdaging bij uitstek geworden waar alle mensen die hun religieus geloof hebben verloren zich mee geconfronteerd zien. Ze bepaalde de morele agenda van de existentialistische filosofieën van de twintigste eeuw (nvdr. : fuck! Er komt geen eind aan. Op naar de existentialisten. Lang kan het gelukkig niet meer duren, we zijn al in de twintigste eeuw).
En de meeste mensen die zich er serieus over hebben gebogen, achtten die uitdaging onbeantwoord. Velen beschouwen haar zelfs als de belangrijkste filosofische kwestie die ons vandaag de dag bezig houdt.(B)
maar verwierpen Nietzsches eigen antwoord.
Nietzsche werd zot omdat niemand hem begreep.
Als ik eens een idee kon geven van mijn gevoel van eenzaamheid! Noch onder de levenden, noch onder de doden heb ik iemand met wie ik mij verwant voel. Dat is onbeschrijflijk huiveringwekkend
Facebook bestond nog niet in de tijd van Nietzsche. De sukkelaar.
Nietzsche werd zot omdat niemand hem begreep.
En zeg niet dat het niet waar is.
Er zijn geen waarden, zegt Nietzsche.
En wat zegt professor Bryan Magee?
We moeten een radicale herijking van onze moraal en onze waarden doorvoeren
Kan ook zijn dat hij een beetje doof is natuurlijk.
Nietzsche spreekt over de Übermensch.
De Übermensch is de mens die weet dat God dood is; die weet dat al het ideële bovenaardse (Jenseits) een hersenschim is, die zichzelf geeft aan de aarde en het leven, en daartoe met vreugde ja zegt. Het is de mens die weet dat de wereld een dionysische wereld is, eeuwig nieuw geboren uit de diepste bron van het Zijn, dat alle pogingen van de mens om in haar een vaste plaats te veroveren, kennend, scheppend, waardegevend, tot mislukking gedoemd zijn in de loop van de almachtige tijd; die eveneens weet dat hij zelf een deel van deze wereld is, een stuk wil tot macht en niets daarbuiten, die zich van deze wil met instemming bewust is en die zich in deze diepste en onoplosbare tegenstrijdigheid, die de tegenstrijdigheid van het leven zelf is, handhaaft. Zulk een weten noemt Nietzsche in tegenstelling tot het illusionaire, aan de buitenkant blijvende weten, de tragische wijsheid. (S)
The unconvenient truth.
Übermensch heeft helemaal niks te maken met Untermensch. Het is larie dat Nietzsche anti-democratisch zou zijn.
ZEVER. GEZEVER.
Übermensch klinkt verschrikkelijk hooghartig. Waarschijnlijk schreef hij het toen hij net Bert Anciaux had gelezen.
http://www.bloggen.be/argumenten/archief.php?ID=461163
Niets menselijks is ons vreemd.
Zo is het ook larie dat Nietzsche anti-christelijk zou zijn.
ZEVER. GEZEVER.
Nietzsche rekende het zich, naar zijn eigen woorden, tot een eer dat hij uit een geslacht stamde dat met het christendom ernst had gemaakt, en dat hij tegen het christendom in zijn hart nooit gemeen is geweest. Hij betitelde de volmaakte christen als de hoogste vorm van het mensdom, die hij persoonlijk had ontmoet.
Nietzsche verzet zich tegen het christendom in zoverre ze pretendeert dat haar waarden universele waarden zouden zijn.
Vandaag heb ik voor het eerst iets in de Heilige graal geschreven, zo ontroerd was ik.
Soms is de H de H van Hé zoals in NietzscHé
Niets is wat het lijkt.
Het lijkt een cartoon en het is een portret van NietzscHé.
07-01-2010, 20:46
Geschreven door johan 
|