Hoe
evalueert het afscheid nemen?
Elk kind komt wel eens in aanraking met de dood en elk kind
stelt zich er vragen over. De denkbeelden die een kind ontwikkeld wordt
meegenomen wanneer hij volwassen wordt, dit zeker tot op een zekere hoogte. Al
kunnen de opvattingen van een volwassene
wel evolueren doorheen de tijd. Deze opvattingen zullen ook een rol spelen in
hoe men kijkt naar de dood en hoe men er op reageert.
De vragen van de kinderen zijn meestal essentieel. Wist je
dat ze opduiken in alle volkeren op alle leeftijden en in alle tijden? Alleen
de diepgang is van mens tot mens verschillend en is ook leeftijdsgebonden.
Er zijn enkele ontwikkelingsstadia die een mens
doorloopt.
Stadium 1: Ontkenning (2 tot 5 jaar)
Deze kinderen ervaren de dood nog niet zoals wij hem
ervaren. Binnen deze fasen zijn er nog 3 fasen. Die zal ik nu een beetje dieper
doorgronden.
Fase 1: (2 tot 3 jaar) de overleden persoon is er nog en
komt nog terug
Ze hopen en denken dat de dode terug zal opstaan en terug
zal leven. Dit is te linken aan het ik-bewustzijn de kleuters willen macht
hebben over alles en willen zelf alles kunnen bepalen. Ze zullen dus ook
geregeld een overleden persoon willen wekken. Volgens het kind is hij
almachtig.
De meeste kinderen van deze leeftijd hebben ook net objectpermanentie
verworven, dat wil zeggen dat ze juist geleerd hebben dat als mama even weg gaat,
die ook weer terug komt. Dit gaan ze dan
ook doortrekken naar een overleden persoon en dan denken ze dat deze nog leeft
en nog wel in hun leven zal voorkomen. In hun belevingswereld is er ook nog
geen onderscheid tussen levende en niet-levende dingen. Ze zijn wel erg
gevoelig voor emoties, ze voelen aan dat een ander pijn heeft en lijden daar
ook onder. De kinderen van deze leeftijd hebben meestal ook nog geen woorden
voor hun verlies uit te drukken en doen meer via geluiden en gebaren.
Fase 2: (3 tot 4 jaar) de overleden persoon slaapt of is
op reis vertrokken, maar keert terug
Kind geloofd dat een scheiding van de overleden persoon van
voorbijgaande aard is. Op deze leeftijd weet hij immers al dat hij niet
almachtig is. Ze stellen veel vragen met
het woord dood maar begrijpen dit woord nog niet. De kinderen van deze leeftijd
hebben belangstelling voor deze leeftijd. Ze zien de dood als voortleven in
iets anders. Het kind legt de link tussen de dood, leed en verdriet. Ze merken
dat deze met elkaar verbonden zijn.
Fase 3: (4 tot 5 jaar) Het overlijden als een overgang
naar een andere plaats
De kinderen erkennen de dood van het lichaam, maar het wordt
als een tijdelijke of geleidelijke gebeurtenis beschouwd. De kleuters zien de dood als een persoon in slaap, duisternis,
niet kunnen bewegen. De kleuters reageren op vragen over de dood zonder al te
veel angst, dit omdat ze het definitieve einde van de dood nog niet goed
begrijpen. Het besef van verschil tussen leven en dood is er, maar het
definitief karakter van de dood begrijpen ze nog niet.
5jarigen
Het beeld bij de 5jarigen is al wat meer opgevuld. Het kind
ontdekt een samenhang tussen de dood en ouderdom.
Stadium 2: De
dood is definitief, maar niet als iets onvermijdelijk. (5 tot 9 jaar)
De kinderen zijn eerder terughoudend, ze zijn bang voor de
dood. De dood wordt gezien als iets definitiefs maar niet als onvermijdelijk,
je kan er aan ontsnappen. De dood is eng en griezelig, maar daarvoor is het nog
niet zo dat iedereen ooit zal sterven.
Rond 6jarige leeftijd
Het kind kan zich indenken dat de moeder kan sterven en het
dan alleen achterblijft. Er duiken dan vragen op zoals waar zijn de doden, wat
als men sterft?
Op 7jarige leeftijd
Het kind denkt realistischer en gedetailleerder na. Het kind
krijgt belangstelling rond de dingen die met de dood te maken hebben, zoals de
kist, kerkhof, begrafenis,... Het kind wil ook steeds graag de oorzaak van het
overlijden weten. Het kind vermoed dat hij/zij zelf ook ooit zal sterven, maar
ontkent het.
Op 8jarige leeftijd
De belangstelling wordt nu gelegd op vragen rond wat gebeurd
er na de dood. Verbonden met mensen ipv met dieren. Het kind geloofd in het
vaststaand feit dat de dood onvermijdelijk is en hij/zij ooit ook zal sterven.
Het kind ervaart dit ook gevoelsmatig, wordt meteen triest wanneer het kind de
dood van een familielid of klasgenoot verneemt.
Op deze leeftijd stellen de kinderen de dood als een
persoon. Het kind weet dat de dood het einde is, maar beseft nog niet dat dit
voor alle levende wezens zo is. Voor de kinderen is dit een gebeurtenis die
zich nu en dan voordoet.
Stadium 3: De dood is onvermijdelijk. (9 jaar en ouder)
De dood is geen buitengaande aanval, maar een inwendig
proces. De dood wordt gezien als een deel van het leven. Het kind heeft door
dat elk mens ooit zal sterven en dat de dood het einde is van het leven, maar
ook dat iedereen moet doodgaan. De meeste vragen gaan rond deze leeftijd rond
de dood en daarna.
Geen algemeen geldende theorie voor elk kind
Niet elk kind is hetzelfde, het beeld dat het kind heeft
rond de dood hangt af van verschillende factoren.
Bv: - Het ene kind komt meer aan bod met de dood.
- Gezinssituatie speelt mee. (Basisveiligheid)
- Persoonlijke relatie met de gestorvene.
- Godsdienstige opvattingen.
Volwassenen
Volwassenen hebben al deze stappen al doorlopen en weten wat
de dood inhoud. Volwassenen lijden ook wanneer een persoon die ze goed kennen
sterft, dit is en blijft moeilijk.
De opvattingen over de dood kunnen ook bij volwassenen
veranderen, afhankelijk van verschillende omstandigheden. Zoals een persoon
geloofd niet in het leven na de dood totdat zijn/haar moeder sterft en gaat
daarna geloven dat deze ergens toch verder leeft.
Elke volwassene heeft ook een andere visie ten opzichte van
de anderen. Dit heeft te maken met hun verleden en de verschillende
gebeurtenissen in het leven.
Ook door het geloof in een godsdienst kunnen deze
opvattingen van persoon tot persoon anders zijn. Niet in alle godsdiensten
denken en geloven ze hetzelfde over de dood.
Onafhankelijk van deze ontwikkelingsfasen zijn er ook nog
taken die een persoon moet doorlopen wanneer hij te maken heeft met het
overlijden van een persoon. Zoals in STAP 1: Thema en motivering wordt
uitgelegd voor kinderen. Maar ook volwassenen moeten deze taken doorlopen. Dit
heeft meestal wel tijd nodig.
Opsomming van de 4 verschillende taken die volwassenen
ook moeten doorlopen:
Taak 1: Verlies onder ogen zien.
Taak 2: De pijn van het verlies ervaren.
Taak 3: Leven zonder de overledene.
Taak 4: Emotioneel losmaken en opnieuw investeren in andere
relaties.
Hopelijk hebben jullie er iets uit gehaald,
Groetjes Annelies
|