De onroerende voorheffing is een heffing die gekoppeld is aan het kadastraal inkomen. Dat KI wordt bepaald door onder meer de ligging van het gebouw, bouwkenmerken, ouderdom, het aantal woonplaatsen, uitrusting en het al dan niet aanwezig zijn van kelder, zolder of garage. Ook de situering van het goed in gemeente en straat en de bereikbaarheid spelen een rol in het bepalen van het KI. De wetgever gaat er van uit dat het KI van gebouwde percelen gebaseerd is op normale nettohuurwaarden.
Stel uw woning heeft een KI van 1.000 euro. Dan is het basisgedeelte daarvan (2,5 procent) bestemd voor het Vlaams Gewest. In dit voorbeeld 25 euro dus. Elke provincie krijgt ook een deel van de koek. De grootte daarvan wordt bepaald door de provincieraad. In Limburg zijn dat 400 opcentiemen of vier maal het basistarief, wat neer komt op 4 x 25 euro. En dat is 100 euro. Stel dat in de gemeente waar deze woning zich bevindt de opcentiemen zijn vastgelegd op 1.100 dan int deze gemeente elf maal het basistarief, zijnde 11 x 25 euro. En dat is 275 euro. De eigenaar van deze woning betaalt jaarlijks dus (25 + 100 + 275) 400 euro. Als deze gemeentelijke opcentiemen stijgen van 1.100 naar 1.200 dan wordt dat aandeel 12 x 25 euro en betaalt u in totaal 25 euro meer.
Iemand met een KI van 1.500 euro betaalt 37,5 euro aan het Vlaams Gewest, 150 euro aan de provincie en 412,5 euro aan de gemeente. In totaal dus 600 euro. Bij een stijging van de opcentiemen wordt dat dan 637,5 euro.
De personenbelastingen worden berekend op het belastbaar inkomen dat samengesteld is uit roerende inkomsten, onroerende inkomsten en beroeps- en andere inkomsten. Factoren die tot een belastingvermindering leiden hebben dan ook een rechtstreekse invloed op de personenbelastingen. Stel dat u een jaarinkomen hebt van 30.000 euro (2.500 euro bruto per maand) en daar 10.000 euro aan federale belastingen op moet betalen. Bij een personenbelasting van 7 procent (afhankelijk van gemeente tot gemeente) zal u dan 700 euro moeten afstaan aan uw gemeente. Indien in diezelfde gemeente de personenbelasting met één procent stijgt dan betaalt u 800 euro of 100 euro meer.
Stel dat u 24.000 euro (2.000 euro per maand) verdient en er 7.000 moet afstaan aan de federale staat. Dan zal volgens het voorbeeld van hierboven de personenbelasting (7 procent) u 490 euro kosten. Bij een stijging zoals hierboven zal dat 560 euro of 70 euro meer zijn. Met een inkomen van 18.000 euro (1.500 euro per maand) en een belasting van 4.000 euro betaalt u aan de gemeente 280 euro en bij een stijging van de personenbelasting 320 euro of 40 euro meer.