Hallo, ik ben Bruno. Ik heb juist het verschrikkelijkste nieuws van mijn leven te horen gekregen. IK MOET VERHUIZEN! Dat betekent dat ik niet meer met mijn vrienden Daniƫl en Martin buiten kan spelen. Met wie moet ik nu spelen? Het was allemaal heel snel beslist. Toen ik thuis kwam waren moeder en Gretel, mijn zus, alle spullen aan het inpakken. Maria, het dienstmeisje, moest mijn spullen inpakken. Ik ben rap alle geheime spullen waar niemand mag aankomen gaan halen. Nog geen uur later was alles ingepakt. We zeiden dag tegen ons waanzinnig huis en BAM de deur dicht. Hier zit ik dan... . Onderweg naar ons nieuwe "thuis". Zou het huis ook zo een mooie trapleuning hebben waarvan ik helemaal kon glijden van de bovenste verdieping tot de voordeur? Zouden er daar ook 5 verdiepingen zijn? Zou ik daar ook elk jaar iets nieuw ontdekken? En het allerbelangrijkste: Zou ik daar nieuwe vrienden maken? Ik ben heel benieuwd. Moeder zegt dat we er over 1 minuut zijn. We rijden de oprit op en er hangt een bordje met "Ouswis" op. Zou dat de naam van het huis zijn? Gretel denkt dat het van de vorige eigenaars is. Ze zegt dat het van "oude" en "vies" komt. Hopeloos geval... .
We zijn er. Het is klein. VEEL kleiner dan ons grote huis in Berlijn. Hier is ook niemand te zien buiten een paar mannen in een groen uniform. Ik wil mijn kamer zien. Ik storm naar boven en hier ben ik dan. Maria is al mijn spullen netjes in de kleine kast dat er staan aan het leggen. Ik val op bed en vraag aan Maria dat zij het ook stom vindt. Maria zegt dat ze niets te zeggen heeft. Dat vind ik raar. Waarom zegt ze niet gewoon dat ze het hier ook stom vindt en ook terug naar Berlijn wilt gaan? Links in mijn kamer is er een grote raam. Ik sta nu voor het raam en zie in de verte allemaal grote mannen en kleine jongentjes. Misschien kan ik toch nog nieuwe vrienden maken! Ik loop naar Gretel om haar het goede nieuws te vertellen. Natuurlijk is dat hopeloze geval haar poppen goed aan het zetten. Ik zie dat ze ook een raam heeft. Door haar raam zie je alleen maar bos. "Door mijn raam zie je mensen" roep ik naar Gretel en ik loop terug naar mijn kamer. Het is al donker buiten en mama roept dat ik me klaar moet maken voor te gaan slapen. Morgen ga ik op ontdekking. Ik wil weten wat die mensen daar doen.