Honderden jaren geleden gaf de Keizer der Keizers van China de opdracht een plan te tekenen voor de nieuwe Keizerlijke Tuin der Tuinen. Wie het mooiste plan tekende, een plan dat de Keizer aan het dromen kon brengen, zou als beloning een levensgroot standbeeld krijgen in goud. Uit alle delen van het uitgestrekte rijk kwamen plannen binnen. De Keizer bekeek ze allemaal. Sommige vond hij maar niks, waarna het plan onmiddellijk in een draagbaar kacheltje werd verbrand. 'Leuk,' zei hij. Soms zei hij: 'Pffffffft.' Of: 'Tja.' Een enkele keer gaapte hij. Bij één plan bleef de Keizer lang staan. 'Hm', zei de Keizer. Niemand wist wat hij bedoelde. Hield de Keizer van het plan of vond hij het maar niks? Maar de Keizer draaide zich om en ging de kamer uit. Zijn kamerheer haastte zich naar de Keizer. 'Ik had zo graag een plan gezien dat me aan het dromen zou brengen', fluisterde de Keizer. De kamerheer liep de kamer weer in en riep: 'Snel! Sneller!!! We moeten zo snel mogelijk een mooi plan krijgen voor de Tuin der Tuinen, anders wordt de Keizer ongelukkig en wie weet wat er dan met ons gebeurt!' Iedereen liep zo snel als hij kon naar buiten, door de uitgang van het Paleis der Paleizen, naar alle marktpleinen van het rijk. 'Een plan', riepen ze. 'We willen NU een plan voor de nieuwe Tuin der Tuinen!'