Het lijkt me het best om mijn blog te starten op het moment dat ik, als in een film gezogen, klaar stond om te springen. Onwezenlijk, plots is die éne druppel teveel, in mijn geval leek het wel meer een extra emmer i.p.v. een druppel. Tot dan toe had ik er nooit last van ondervonden, maar toen ik daar naar beneden keek, ontwikkelde zich plots een sterk gevoel van hoogtevrees. Toch nog klaar om te springen, begonnen mijn gedachten te malen, het ergste wat me kon overkomen, was mijn val zwaar gehavend overleven. Was dit hoog genoeg, zou ik op tijd springen, zou ik de hoogspanningskabels raken en zouden ze me levend roosteren of zwaar verbrand laten leven, zou, zou, zou...?
Een toevallige passant leek me opgemerkt te hebben, ik moet er al een tijd gestaan hebben, maar tijd was niet wat me toen bezighield. Hij sprak me aan en ik stortte neer, niet naar beneden zoals mijn plan was, maar vanbinnen. Geen woord kwam er nog uit, enkel tranen. Tot ik met mijn hoofd tegen de bovenkant van het portier van de politiecombi botste. Ik had net een zelfmoordpoging achter de rug, zat in een combi, had totaal geen besef dat het over mijn leven ging, maar ik zag er de grap wel van in. Dat moet een sukkel zijn, was mijn eerste gedachte, in al die films en series zeggen ze: "pas op met je hoofd", als ze iemand in een combi duwen en uitgerekend ik sla met mijn hoofd er tegen.
Daar zat ik dan, even later, in het politiebureau, statisch, geen traan, geen glimlach, lege gevoelens, een leeg hoofd, het leek allemaal niet echt te gebeuren en ik herinner me het ook alsof het niet met mij gebeurd is. Tot mijn vader de verhoorkamer binnenstapte, opnieuw stortte ik naar beneden. Wat wou ik zo graag dat ik gesprongen was!