Het leven zoals het is, niet meer maar ook niet minder
21-08-2007
Betonboer met hart en ziel
Mijn kleine stadstuintje is mijn oase van rust en stilte. Hier kan ik, weliswaar op kleine schaal, mijn groene vingers tonen. Hoewel er geen groot boer of tuinder aan mij is verlorengegaan, kan ik toch genieten van het werk in mijn hofke. Mijn familie (die nog echt op den buiten leven) noemen me soms smalend 'betonboer'. Een scheld/koosnaam die ik tot voor kort lijdzaam onderging.
Niet zo heel lang geleden ontbrak er nog iets in mijn groene stadslongblaasje. Er was een totaal gebrek aan privacy. En laat dat nu net een van mijn basisbehoeften zijn. Twee gemetselde muren scheiden mijn trotse landerijen (kuch, kuch) van de buren. Achteraan kon de achterbuur nog binnengluren. Voor hem geen probleem want als je mijn tuin vergelijkt met Belgiƫ dan is zijn lapje grond vergelijkbaar met de Verenigde Staten.
Hoewel ik mijn buurman een uiterst sympathiek en beminnelijk man vind, besloot ik om mijn kostbare lap teelaarde verder te omwallen. Een houten tuinafsluiting, zoals je tegenwoordig zo vaak ziet, was voor mij geen optie. Nog een gemetselde muur vond ik financieel niet zo aantrekkelijk.
Tot zover dus mijn plannen mijn tuintje af te schermen van nieuwsgierige blikken. Want een betonnen wal, zoals er in onze buurt wel meer staan, dat zag ik niet zitten. Men mag mij dan al lachend betonboer noemen, maar zo'n lelijke betonnen constructie wil niet, zelfs niet als ik ze gratis krijg. Maar dat was buiten mijn schoonfamilie gerekend. Aangezien ze ook in de stad wonen, zijn het ook betonboeren. En in tegenstelling tot een uitgeweken plattelandsmus zoals ik, zijn zij beter op de hoogte van bepaalde zaken. Zo maakte ik dus kennis met sierbeton.
Mijn verbazing was groot. Beton kan dus wel mooi zijn. Uit de verschillende keuzemogelijkheden, koos ik een zandkleurige wal met aangepast motief. Op die manier verkreeg ik eindelijk mijn felbegeerde privacy. Daarom durf ik met veel fierheid zeggen dat ik een betonboer ben in hart en nieren.
Zoals zand door een zandloper, zo verglijden de dagen van ons leven. Nee, dit is geen citaat van een geleerde filosoof, maar de openingszin van een Amerikaanse soap die je momenteel kan bekijken op VIJFtv. En hoewel het bekijken van soaps eerder een passieve, ontspannende gebeurtenis is, heeft die zin me toch aan het denken gezet. Meer bepaald over de vergankelijkheid van het leven en het feit dat we er met volle teugen van moeten genieten.
Nu moet ik eerlijk gezegd toegeven dat ik al een levensgenieter ben. Stille getuige daarvan is mijn buikomtrek. Lekker eten en drinken laat ik me smaken. In mijn kleine keldertje staan verschillende flessen gefermenteerd druivensap broederlijk naast enkele bakken gerstenat (artisanaal gebrouwen door monniken). Op dat vlak geniet ik dus al voldoende.
Het is trouwens niet mijn bedoeling om nog bourgondischer te leven (Dat versnelt enkel het verglijden van het zand). Gewoon genieten zonder pretentie, dat ga ik doen.