Vandaag 5januari las ik een artikel over eetstoornissen bij vrouwen, en dit bleek mij een goed onderwerp voor mijn artikel vandaag.
Ik zal het dus hebben over de triade van de vrouwlijke atleten. Veel vrouwen op topniveau kunnen kampen met deze stoornissen, daarom vind ik dit een belangrijk onderwerp.
Sport is gezond. Het is evident dat lichaamsbeweging ook bij
vrouwen zowel het lichamelijk als het geestelijk welzijn bevordert. Regelmatige
sportbeoefening doet zowel de levensverwachting als de levenskwaliteit stijgen.
Anderzijds houdt, in het bijzonder intense sportbeoefening
op hoog niveau, het risico in op het krijgen van een of meerdere stoornissen
van de zogeheten triade van de vrouwelijke atlete. Het gaat hierom
eetstoornissen, amenorroe en osteoporose.
Triade van de
vrouwelijke atlete
1) Eetstoornissen: Sporttakken waarbij een laag
lichaamsgewicht voordeel biedt zijn de risicosporten om eetstoornissen te
ontwikkelen. Het gaat dan vooral om uithoudingssporten o.m. lopen, zwemmen,
fietsen; sporten ingedeeld in categorieën volgens lichaamsgewicht zoals
gevechtsporten en roeien; sporten met subjectieve quotering zoals ballet,
keurturnen , kunstschaatsen... . Een prepuberaal uitzicht of extreme slankheid
zijn hier een hoge succesfactor.
2) Amenorroe: Sporten op niveau verreist zware training. Bij
topsport betekent dit training vanaf zeer jonge leeftijd. Dit kan bij
vrouwelijke atletes leiden tot gynaecologische stoornissen, zoals een verlate
pubertijd en een onregelmatige of zelfs een uitblijvende menstruatie. Een
sportvrouw met een eetpatroon van een inactief persoon zal aan energietekort
leiden met het risico op amenorroe. Waar dit vroeger als positief werd ervaren,
een soort graadmeter voor voldoende hoge trainingsintensiteit en volume weet
men nu dat menstruatiestoornissen helemaal niet zo onschuldig zijn.
3) Osteoperose: Menstruatiestoornissen veroorzaakt door een
dieet dat niet aangepast is aan zware training kan vroegtijdig verlies van
botmassa of osteoperose tot gevolg hebben.
Een normale gezonde vrouw bereikt de grootste botmassa op de
leeftijd van 18 tot 25 jaar. Een gedoseerde fysieke belasting tijdens haar
jeugd heeft een positieve invloed om deze maximale waarde te bereiken. Boven de
leeftijd van 25 jaar neemt de botmassa heel geleidelijk terug af. Na de
menopauze versnelt de afname dan weer beduidend meer. Bij een intensief
trainende atlete kan door de verlaging van de oestrogeenspiegel door amenorroe
de opname van calcium uit de voeding verminderen. Calcium is noodzakelijk om
zenuwgeleiding en hartsamentrekking te laten functioneren. Het lichaam gaat dus
automatisch haar noodzakelijke voorraad putten daar waar hij voldoende aanwezig
is nl. in het skelet. Het gevolg is osteoporose , wat zich manifesteert in
botbreuken en stressfracturen.
Volgende symptomen mogen als alarmerend beschouwd worden:
vermoeidheid, depressie, bloedarmoede, stressfracturen, bloeddrukproblemen,
lage lichaamstemperatuur, vergroting van de oorspeekselklier, droge huid,
eeltplekken op de vingers als gevolg van de druk van de tanden tijdens het
geforceerd braken, erosie van het tandemail en maag- en darmklachten.
De triade is duidelijk een maatschappelijk nog te weinig
erkende problematiek. Vroegtijdige opsporing is essentieel daar de behandeling
in een vergevorderd stadium heel moeilijk is. Zelfs fatale gevolgen behoren tot
de mogelijkheid.
Hoewel de problematiek het frequents voorkomt bij
topatletes, mag het probleem evenmin onderschat worden bij alle vrouwen, die
geregeld aan sport doen. Een serieuze risicogroep vormt hier de vrouw werkzaam
in (beroeps) sectoren waarin de slanke lijn als norm geldt.
Het onrealistisch (en zelfs ongezonde) ideaalbeeld van de
superslanke vrouw dat ons vandaag door de media wordt opgedrongen speelt
hierbij zeker geen positieve rol.
Behandeling
De behandeling van de triade vraagt een multidisciplinaire
aanpak. Samenwerking tussen sportarts, gynaecoloog, voedingsdeskundige en
psycholoog is van groot belang. De begeleiding bij het opbouwen en het
aanhouden van een gezond en aan de fysieke activiteit aangepast eetpatroon is
essentieel.
Gewoonlijk bestaat de behandeling uit het aanpassen van het
dieet in functie van de beoefende sporttak en eventueel ook het aanpassen van
de trainingsintensiteit. Als dit niet voldoet kunnen oestrogeen en
calciumsupplementen tot op zekere hoogte soelaas bieden. Volledig herstel van
de botmassa is er echter nooit.
Over het ideale gewicht van een sportvrouw bestaat momenteel
nog geen duidelijkheid. Bovendien is het sterk verschillend van sporttak tot
sporttak. De bekende Body Mass Index wordt vaak aangehaald, maar is
bijvoorbeeld al ongeschikt voor duursportsters. Een ander uitgangspunt is
vertrekken van de gemiddelde kenmerken van het deelnemersveld in een specifieke
sporttak. Hier beschikt men echter over onvoldoende gegevens om een betrouwbare
norm te bekomen. Best lijkt voorlopig op gezond verstand gebaseerde
ondervinding: optimaal functioneren betekent dat alle vitale lichaamsfuncties
ongestoord zijn en dat de atlete niet frequent ziek of geblesseerd is.
Preventie
Vermits de behandeling van de atlete die lijdt aan de triade
zeer complex en moeilijk is kan het belang van preventie niet genoeg benadrukt
worden.
Bij enig vermoeden van één van de componenten van de triade
bij een sportster zou onmiddellijk naar meerdere componenten gezocht moeten
worden.
Atletes mogen nooit onder druk gezet worden om gewicht te
verliezen. Sensibiliseren van zowel de atlete als haar omgeving kan hier heel
veel onheil voorkomen.
Gisteren heb ik jullie iets meer verteld over de geschiedenis van vrouwen en sporten, vandaag ga ik het hebben over het grote verschil tussen mannen en vrouwen in de sport. Dit is iets die heel vaak aan bod komt. Dit is ook één van de redenen waarom er veel meer mannen aan sport doen.
Wanneer we het hebben over vrouwen
en sport, mogen we de vergelijking met mannen niet uit de weg gaan. Er zijn nu
eenmaal fysieke verschillen tussen beide geslachten, maar ook (zoals steeds
wanneer het over gender gaat) ongelijkheden die sociaal-cultureel bepaald zijn.
We zetten ze in deze bijdrage op een rijtje en duiken even de geschiedenis in
om te eindigen met een overzicht van de situatie van de laatste dertig jaar.
Fysiologische
verschillen tussen mannelijke en vrouwelijke sporters
Bij sport van enig niveau is de man
sneller en sterker en geraakt hij hoger en verder dan de vrouw. Hierbij moeten
we een onderscheid maken tussen kracht-, snelheidsen duursporten. In
krachtsporten is de maximale kracht van mannen groter dan die van vrouwen omdat
mannen dikkere spieren hebben dan vrouwen. Ook in snelheidssporten zijn vrouwen
benadeeld omdat hun sprintkracht kleiner is en omdat ze kortere benen hebben.
Gedurende de eerste tien seconden van de sprint kunnen ze bovendien minder energie
vrijmaken dan de mannen. Voor duursporten is een groot uithoudingsvermogen
(d.i. een hoge maximale zuurstofopname) nodig. Daarbij komt nog dat men lange
tijd op ongeveer 80% van de maximale zuurstofopname in staat moet zijn om
arbeid te verrichten. Vandaar dat het belangrijk is dat er voldoende zuurstof
naar de arbeidende spieren vervoerd kan worden. Per tijdseenheid wordt er bij
de vrouw minder zuurstof vervoerd dan bij de man. Een belemmerende factor bij
duursporten is vaak de vermoeidheid die opduikt, waarschijnlijk omdat de
voorraad koolhydraten opgebruikt is. Eén van de oplossingen is dan de nodige
energie te halen uit de vetvoorraden. Hiertoe zijn vrouwen wel beter in staat
dan mannen. Ten slotte zijn er nog de spiervezels, de langzame en de snelle. De
langzame gebruiken we vooral tijdens duurinspanningen en de snelle bij korte en
zeer korte inspanningen. Het lijkt erop dat bij vrouwen het percentage langzame
spiervezels in de beenspieren groter is dan het percentage snelle spiervezels. De
prestatieverschillen tussen mannen en vrouwen worden ontegensprekelijk kleiner,
maar toch zullen de prestaties van de vrouwen nooit die van de mannen
overtreffen. Er zijn nu eenmaal fysieke verschillen. Er zijn evenwel
aanwijzingen dat vrouwen beter uitgerust zijn om duurprestaties te leveren en
minder goed om korte inspanningen te volbrengen.
In het merendeel van de sporten
bestaan er bijgevolg aparte competities voor mannen en vrouwen (buiten korfbal
dat met gemengde teams gespeeld wordt en de reeks dubbel gemengd in tennis).
Dat het net bij volleybal lager hangt voor vrouwen komt omdat vrouwen gemiddeld
kleiner zijn dan mannen. Maar lang niet alle verschillen zijn gebaseerd op
fysiek onderscheid. Vrouwen voetballen en wielrennen bijvoorbeeld veel minder
dan mannen. Waarom krijgt de Tour de France voor dames omzeggens géén
media-aandacht en is die voor mannelijke profwielrenners zo een populair,
attractief en lucratief circus? De verklaring hiervoor ligt in historische en
sociaal-culturele ongelijkheden en heeft te maken met machtsfactoren. Sport is
net zo goed als politiek een spiegel van de samenleving, waar een strijd woedt
tussen tradities, vooronderstellingen, vanzelfsprekendheden, gewoontes, waarden
en normen. De strijd tussen de seksen is daar een voorbeeld van. Vrouwen willen
ook in de sport gelijke rechten en mogelijkheden samen met dezelfde waardering van
het publiek, de audiovisuele media en de sportorganisaties. De 28-jarige Brusselse
Muriel Sarkany won in 2002 voor de vierde keer de wereldbeker muurklimmen. Toen
er door bepaalde organisatoren gesproken werd over lagere premies voor de
vrouwen, hebben ze gedreigd met een staking. Mét succes overigens. Vrouwen
trainen evenveel als mannen en hebben recht op dezelfde winstpremies.
Sociologische
en culturele aspecten
Sport is momenteel de meest
beoefende actieve en passieve vrijetijdsbesteding van zowel mannen als vrouwen.
De traditionele sport, die ontstaan is op het eind van de negentiende eeuw,
bestond vooral uit wedstrijdsporten in verenigingsverband beoefend door jonge
mannen uit de gegoede burgerij. De hogere sociale klassen reden paard,
schermden en speelden tennis. Vrij snel mochten hun vrouwen ook meedoen, want
het sportterrein was een ontmoetingsplek en huwelijksmarkt bij uitstek. Om te
kunnen deelnemen aan de andere sporten (die meer met mannelijkheid verbonden
werden) hebben de vrouwen harder moeten strijden. Vlak voor de twintigste eeuw
werd voetbal bijvoorbeeld enkel beoefend door mannen en jongens uit de hoogste
kringen. Voetbal was toen nog een elitesport omdat de minderbedeelden het geld
en de tijd niet hadden om zich een hele middag te vermaken en daarna nog naar
de kroeg te gaan.
Vandaag is de traditionele
wedstrijdsport slechts een onderdeel van een hele bewegingscultuur. Veel
vrouwen doen nu aan fitness, aerobics, step, tae-bo, etc. Maar de mogelijkheden
en de waardering (ook financieel) blijven onevenwichtig, niet enkel in de
actieve deelname, maar eveneens in de functies die ermee verbonden zijn. Denk
maar aan de bondscoaches in het voetbal, het judo, het tennis enz.: allemaal mannen!
Sport is nog steeds een mannenbastion. De sportpaginas besteden veel meer
aandacht aan mannelijke sporters dan aan vrouwelijke, tenzij bij (tijdelijk) gebrek
aan competente mannen in bepaalde disciplines en bij nationale en
internationale topprestaties van Belgische meisjes. Denken we maar aan Kim en
Justine in het tennis, aan loopster Kim Gevaert, aan onze vrouwelijke judokas
en aan basketster Ann Wauters. Vrouwen sporten wel, maar ze komen veel minder
op tv en in de krant.
In interviews, commentaren en
wedstrijdverslagen worden ze bovendien structureel anders benaderd dan mannen.
Uit een onderzoek naar de Olympische Spelen van 1996 bleek dat vrouwelijke
sporters vaak in beeld kwamen in relatie tot hun trainer of coach, soms zelfs
tot hun vriend, man of vader. Alsof het niet anders kan of achter iedere
topsportster staat wel een sterke man!
Een
stukje geschiedenis
Baron Pierre de Coubertin, de
geestelijke vader van de moderne Olympische Spelen, kantte zich regelmatig
tegen vrouwelijke deelname. Want, zo zei hij, de echte Olympische held is in
mijn ogen de volwassen mannelijke alleenstrijder. Vrouwen konden toch niet
voetballen of hardlopen en bovendien zou het onzedelijk zijn om een kortere rok
of jurk te dragen. Een broek was sowieso uitgesloten, want die was voorbehouden
aan de mannen. De slaapkamer en de keuken waren de ideale ruimtes voor de
vrouwen, die hun mannen moesten dienen en ondersteunen. Op gebied van sport
vanuit de tribune dus, met hun aanwezigheid en aanmoedigingen. In Engeland
kende het vrouwenvoetbal een enorme opkomst tijdens en vlak na de Eerste
Wereldoorlog. De Dick Kerr Ladies waren het beroemdste team uit die tijd. Hun
mannen lagen immers in de Noord-Franse en Belgische loopgraven. De vrouwen hadden
hun plaats ingenomen op de arbeidsmarkt en trapten net zo graag tegen een
balletje in de pauze. Bij de Dick Kerr Company deden ze dat zo aardig dat in
1917 besloten werd om een wedstrijd te organiseren. Meer dan 10.000 mensen kwamen
kijken. De opbrengst ging naar de gewonde soldaten. In 1920 waren er vrouwenvoetbalteams
in heel Engeland en ook enkele in Frankrijk. Eén keer trok een wedstrijd van de
Dick Kerr Ladies zelfs 56.000 toeschouwers, terwijl buiten nog 12.000
teleurgestelde mensen stonden die geen plaatsje hadden kunnen bemachtigen. Gesteund
door de wetenschap die beweerde dat voetbal voor vrouwen gevaarlijk was,
verbood de Engelse Voetbalbond in 1921 de vrouwen om tegen een bal te trappen.
Ze vertrokken dan maar naar Canada, maar ook daar mochten ze niet spelen. Ze
reisden door naar de Verenigde Staten waar ze, bij gebrek aan vrouwenteams,
tegen mannen voetbalden. Verschillende pogingen om het vrouwenvoetbal in Europa
op gang te krijgen werden telkens de kop ingedrukt. Maar na de emancipatiegolf
van de jaren zestig trokken de vrouwen de voetbalschoenen niet meer uit. Een
grote stimulans was het Amerikaanse wettelijke besluit van 1972 dat ook
vrouwensport op de universiteit tot het lespakket mocht behoren. In 1981 waren er
in de Verenigde Staten zon vijftig colleges met voetbalteams. Maar ook in Scandinavië,
Italië, Canada, Brazilië en China trapten steeds meer vrouwen en meisjes tegen
een bal. Tien jaar later organiseerde de FIFA in China het eerste WK voetbal
voor vrouwen. De grote doorbraak kwam echter in 1999 met het WK in Amerika. De
finale in de Rose Bowl in Californië werd bijgewoond door 90.000 toeschouwers.
Veertig miljoen Amerikanen zagen
het duel tussen de VS en China op tv. In 2001 werd er voor de eerste keer door
de UEFA een Europacuptornooi voor vrouwen georganiseerd, net zoals de eerste
wereldwijde verkiezing van Voetballer van het Jaar onder vrouwen. Op het FIFA-gala in Zürich werden
Beckham, Figo en Raul geflankeerd door Mia Hamm (Washington Freedom), Tiffany
Millbrett (New York Power) en de Chinese Sun Wen (Atlanta Star). Mia
Hamm, het rolmodel van het wereldvrouwenvoetbal, werd voetbalster van het jaar
2002. Tien jaar geleden lanceerde de wereldvoetbalbond het mondiale klassement
voor nationale ploegen bij de mannen. Op 23 mei a.s. zal de eerste vrouwelijke
rangschikking verschijnen (in een eerste fase viermaal per jaar). Het
vrouwenvoetbal telt momenteel 22 miljoen voetbalsters in 130 landen. Een
honderdtal landen neemt overigens dit jaar deel aan de kwalificatiewedstrijden
voor de vierde Wereldbeker. In ons land worden vrouwelijke voetballers, in
schril contrast met hun mannelijke collegas, helemaal niet in de watten
gelegd. Men doet hier zeer weinig voor het vrouwenvoetbal, zowel op
organisatorisch als op financieel vlak. Het is nog lang geen volwaardige sport:
meisjes krijgen minder trainingsmogelijkheden en later liggen er geen vette premies
te wachten. Wat betreft de vrouwelijke voetbalsupporters, zit het wél goed.
Dankzij een vrouwvriendelijk clubbeleid gaan de vrouwen en de kinderen steeds
vaker naar het voetbal kijken. Want er is meer comfort, soms is er zelfs
kinderopvang en het veiligheidsgevoel werd verhoogd. Met als gevolg dat het
geweld afneemt. Want vrouwen en kinderen verzachten de zeden.
De laatste dertig jaar Vandaag doen
Vlaamse vrouwen vijfmaal meer aan sport dan dertig jaar geleden. Bij mannen is
dat driemaal meer. Dames blijven het liefst zwemmen en doen ook aan turnen,
fietsen, aerobics, fitness en judo. Heren voetballen, fietsen en zwemmen maar
hebben ook leren joggen en tennissen. De senioren zijn eveneens begonnen aan
een inhaalbeweging. Volgens de onderzoekseenheid sociaal-culturele kinesiologie
van de faculteit Lichamelijke Opvoeding van de KUL zal binnen vijf à tien jaar
hetzelfde gezegd kunnen worden van de migranten. In de jaren 70 voerde de
regering een sportstimulerend beleid, mét resultaat. Zon 24% van de Vlaamse mannen
beoefent zijn favoriete sport in clubverband; voor de vrouwen is dat 15%. Bij
de mannen is 4.7% lid van het bestuur van een sportclub, bij de vrouwen is dat slechts
0.1%. Op de voetbalgrasmat is elke sociale klasse evenredig vertegenwoordigd. Zwemmen
is een middenklassensport bij uitstek. Waar handbal vroeger een Waalse
werkmanssport was, zit het nu op het niveau van golf en skiën. Ook basketbal is
gestegen op de sociale ladder. Paardrijden zakte van de hoogste regionen naar
de middenklasse. Recreatief fietsen zit in de lift. Denk maar aan de
gestresseerde managers die in het weekend op de fiets kruipen! Hoe hoger de
scholingsgraad, hoe meer er gesport wordt. En dan hebben we het niet enkel over
golf en zeilen. Er is zo goed als geen verschil meer tussen het platteland en
de stad, omdat er in bijna iedere Vlaamse gemeente sportinfrastructuur
voorhanden is. De chiquere sporten (golf, skiën en zeilen) staan nog steeds aan
de top van de sociale ladder, terwijl voetbal en hengelsport onderaan zijn
blijven bengelen.
Het vrouwentennis is de laatste
jaren enorm geëvolueerd, zegt Georgina Clark, vice-voorzitster van de WTA en
Tour Supervisor van de Proximus Diamond Games. Het niveau is ongelooflijk
gestegen en de mediatisering heeft ervoor gezorgd dat het populairder geworden
is dan het mannentennis, ook al omdat er meisjes bij zijn met een
indrukwekkende persoonlijkheid. Kim en Justine betekenen veel voor het
nationale en internationale tennis. Vooral Kim is een positief rolmodel voor jonge
meisjes. Door jarenlang keihard te werken aan techniek, kracht en conditie heeft
ze haar talent optimaal ontwikkeld. Haar doorzettingsvermogen, haar vechtlust, haar
spontaneïteit en haar eenvoudige vriendelijkheid zijn eerlijke kwaliteiten die
ook jongeren niet onberoerd laten.
Sekseverhoudingen hebben een grote invloed gehad
op de ontwikkeling van de moderne sport in Nederland. Aan het eind van de 19e
eeuw werd het verplicht bewegingsonderwijs en de oprichting van
sportverenigingen geïntroduceerd. Hier ging het voornamelijk om het stimuleren
van sport en spel voor de jongens uit sociaal-economische klassen. Er werd gedacht, dat intensieve fysieke beweging,
gebaseerd op kracht en uithoudingsvermogen ten goede zou komen aan de fysieke
en mentale ontwikkeling van jongens, maar het zou daarentegen schadelijk zijn
voor meisjes en vrouwen. De manier waarop mannen sport beoefenden, paste niet
bij de manier waarop de vrouwelijkheid werd gedefinieerd, dus was het per
definitie niets voor meisjes en vrouwen.
Enerzijds kwam er steeds meer begrip voor
specifieke bewegingsstimulering van vrouwen uit de hogere sociale klassen,
vanwege de positieve uitwerking op de gezondheid. Veel vrouwen uit de midden-
en hogere klassen leden namelijk aan allerlei (geestes)ziekten, onder andere
vanwege hun maatschappelijke positie en het letterlijk verstikkende effect van
het korset, waardoor zelfs borstkasvervorming optraden. Meer fysieke beweging
zou gunstig zijn voor hun baar- en zorgcapaciteiten en ook bijdragen tot een
sterker nageslacht. Anderzijds werd te zware en langdurige fysieke inspanning
juist als schadelijk beschouwd voor de reproductieve organen en functies van
vrouwen. Ook werden bepaalde bewegingen verboden omdat ze aanstootgevend zouden
zijn.
Het verloop van wedstrijdsport voor vrouwen kan onder
andere goed geïllustreerd worden door de ontwikkelingen in de
deelnameverhoudingen tussen mannen en vrouwen aan de Olympische Spelen. In
1896, aan de eerste O.S. mochten officieel geen vrouwen deelnemen, toch heeft
toen een Griekse vrouw, Melpomene, vermomd als man de marathon uitgelopen. In
1900 stonden golf en tennis als eerste vrouwensporten op het olympische
programma. In 1928 werd in Amsterdam voor het eerst de 800 meter voor vrouwen
gelopen. Het regende kritiek op hun deelname, toen enkele vrouwen dodelijk
vermoeid de finishlijn bereikten. In de krant werd door een journalist het
volgende geschreven: Moeten vrouwen zich nu zoo uitsloven en
inspannen, zodat ze met verwrongen gezichten, met verbeten trekken en
verwilderde haren, hijgend en afgemat door de finish gaan? Hebben vrouwen geen
andere, geen betere sport dan deze, die er één voor de ma is? Dat vrouwen s
winters schaatsenrijden, met eleganten, maar forschen slag, dat zij zoon
beetje tennissen met hupsche gebaartjes, dat zij glijden op een rijwiel,
zachtkens zonder zich ernstig in te spannen (..) wij kunnen het ons allemaal
best voorstellen. Maar de sport die zooveel eischt, zóó groote inspanning, die
is niet voor de vrouw. Daar zijn ze beide te goed voor, de vrouw en de sport. Niettemin bewees de Nederlandse atlete Fanny
Blankers-Koen juist tijdens de Olympische Spelen omstreeks de meer
conservatieve oorlogsjaren (1932, 1936 en 1948) dat topprestaties in de sport
wel degelijk samen konden gaan met vrouwelijkheid en moederschap.
Tegenwoordig is hier gelukkig verandering in
gekomen, ook al zijn de sporen van de eeuwenlange strijd nog steeds zichtbaar.
Mannen en vrouwen hebben nog steeds geen gelijke kansen. Sportdeelname wordt nu
gezien als een zinvolle vorm van vrijetijdsbesteding voor iedereen. Sport wordt
over het algemeen als gezond en belangrijk beschouwd, zowel voor mannen als
voor vrouwen. Toch zijn er nog steeds vele mensen die van mening zijn, dat
sommige takken van de sport, bijvoorbeeld rugby, voetbal en vechtsporten,
uitsluitend geschikt zijn voor mannen. Toch liggen deze meningen op andere plaatsen in de
wereld weer anders. Wordt voetbal in de meeste West-Europese landen nog steeds
gezien wordt als een echte mannensport, in Noord-Amerika is het eerder een
vrouwensport die als soft geldt in vergelijking met het daar dominante
American football.