21 jaar later, ik was ondertussen 33 jaar, getrouwd met mijn
eerste vrouw Saskia, ging ik naar een begrafenis van een vriend van haar vader.
Aan de koffietafel hoorde ik opeens de
volgende zin ik schoot eerst in zijn rug, en toen een keer in zijn schouder
en in zijn buik, terwijl ik hem voorbij fietste. Tot mijn grote verbazing dacht ik terug aan
de oorlog. Ik was compleet in de war. Enerzijds wou ik die persoon aanspreken
en anderzijds wou ik mij liever afzijdig houden. Dat ik hier iemand ging
tegenkomen die meer wist van de schietpartij op Fake Ploeg.
Anton ging naast hem zitten. Hij wilde dit helemaal niet.
Hij had het gezegd ondanks zichzelf, in een reflex, zoals een zenuw reageert op
de tik van een peeshamer. Anton schudde zijn hoofd, draaide zich naar hem toe en
zei: Luister. Laten we opstaan en weggaan en er nooit op terugkomen. ( pag151).
Helemaal alleen werd ik meegenomen naar Haarlem. De Ortskommandant,
de militaire gouverneur, was wel vriendelijk. Ik ging bij familie logeren in
Amsterdam, mijn oom. Onderweg werden ze aangevallen door een Spitfire. Eén
vrachtwagen werd volledig vernield. Ging ik Amsterdam wel halen? Toen mijn oom
verscheen kon ik het niet meer houden...
Aan de hand van zijn oom, zonder jas maar in 2 truien, liep
hij de winterdag in. Hij snikte, maar wist nauwelijks nog waarom, het was of
met zijn tranen ook zijn herinneringen weggevloeid waren. (pag73)
Als jongen van 12jaar was ik erg geschrokken van de brand
in zmijn huis. De Duitsers hadden alles
in brand gestoken, waarom? Zij hadden Fake Ploeg toch niet gedood! Bovendien werd ik gescheiden van mijn moeder
en vader en van mijn broer Peter. Wat ging er met hen gebeuren
Anton geloofde het niet. Was het denkbaar wat daar
gebeurde? Wanhopig zocht hij zijn vader
en moeder, maar door de lichtflitsen van daarnet zag hij verderop niets
meer. De ene na de andere walmende vuurstraal na de andere vloog naar binnen,
de voorkamer in, de vestibule in, de slaapkamer in, en toen ook tegen het
rieten dak( pag 40)