Welkom op de website www.Dwerghamster.nl, een site over de vier soorten dwerghamsters die in Nederland als huisdier gehouden worden. Dit zijn de Russische dwerghamster (afgekort Rus), de Campbelli dwerghamster, de Roborovski dwerghamster (afgekort met Robbies of Robo's) en de Chinese dwerghamster.
Op deze website vind je veel informatie over hoe je de dwerghamsters moet huistvestigen, over hun gedrag, wat ze eten, hoe je ze beste kunt fokken, in welke kleuren ze voor komen, informatie over de genetica van de kleuren, de nieuwste mutaties en de laatste nieuwtjes en weetjes.
Naast de als huisdier gehouden dwerghamsters zijn er nog meer soorten. Dit zijn onder andere de Daurische dwerghamster, Langstaart dwerghamster, Tibetaanse dwerghamster en de Grijze dwerghamster.
De dwerghamster is een knaagdier. De in Nederland gehouden dwerghamsters kun je verdelen in twee groepen: de kortstaart dwerghamster en de langstaart dwerghamster. De Chinese dwerghamster behoort tot de langstaart dwerghamster en de overige drie soorten dwerghamsters tot de kortstaart dwerghamster. Alle dwerghamsters komen uit centraal Azië en een stukje zuidoost Europa. Je moet dan denken aan landen als Kazachstan, Mongolië, Noord China en Noord Korea. De dwerghamsters bewonen droge steppen, graanvelden, zandgronden en half woestijnen. In echte woestijnen overleven ze niet.
De dwerghamster hoort tot de orderfamilie echte hamsters (Cricetinae). Dit is een onderverdeling van de knaagdiersoorten. Dit komt omdat ze allemaal een zelfde karaktertrek hebben, namelijk het verzamelen van voer. Soms wordt gedacht dat het komt omdat ze wangzakken hebben. Dit is niet geheel correct, omdat er ook hamstersoorten zijn die geen wangzakken hebben (bijvoorbeeld de Muishamster). De dwerghamster stamt niet af van de Syrische hamster. Ook de Roborovski en de Chinese dwerghamster stammen niet van elkaar af. Alleen de Russische dwerghamster en de Campbelli dwerghamster zijn verre familieleden. Je kunt de verschillende soorten niet onderling kruisen.
Dwerghamsters leven in de natuur grotendeels van de dag ondergronds. Het zijn echte nachtdieren en 's nachts trekken ze erop uit om voedsel te verzamelen. Als huisdier zul je zien dat ze overdag grote slaapkoppen zijn. Maar geregeld komen ze even eruit om even te eten en te drinken. Gemiddeld komen ze om de vier uur even eruit om te eten en te drinken.
(Delphinidae) zijn een familie van in zee levende walvisachtigen. Ze worden ook wel dolfijnachtigen, zeedolfijnen of echte dolfijnen (in tegenstelling tot de grondeldolfijnen) genoemd. Ze vormen een familie uit de onderorde der tandwalvissen (Odontoceti) en komen voor in alle wereldzeeën.
Er bestaan 36 soorten dolfijnen verdeeld over 16 geslachten. De kleinste dolfijn is Heavisides dolfijn, met een lengte van 1,2 meter en een gewicht van 40 kilogram. De grootste dolfijn is de zwart-witte orka, die 7 meter lang kan worden, en wel 4,5 ton kan wegen.
Dolfijnen leven vooral in de ondiepere gebieden van de zee. Ze eten vooral vis en
Net als andere walvissen staan dolfijnen bekend als zeer intelligente en sociale dieren. Ze hebben relatief grote hersenen, waarvoor overigens ook andere verklaringen bestaan dan hoge intelligentie: dolfijnen kennen geen remslaap en dieren zonder remslaap hebben vaak relatief grote hersenen.
In 2001 slaagde een dolfijn voor de zogenaamde spiegeltest, waarbij een dier voor een spiegel wordt geplaatst om te bepalen of het zijn spiegelbeeld herkent als zichzelf. In hetzelfde jaar toonden onderzoekers aan dat dolfijnen het aanwijzen van een voorwerp door een mens begrijpen.
Bij tuimelaars is het gebruik van sponzen als gereedschap (waarschijnlijk ter bescherming van de neus) bekend. In 2005 beargumenteerden onderzoekers dat dit gebruik weliswaar binnen één genetisch verwante groep plaatsvindt, maar dat het niet alleen genetisch bepaald kan zijn, waarmee een vorm van cultuur zou zijn aangetoond.
In 2006 bleek uit onderzoek van de Universiteit van St Andrews in Schotland dat tuimelaars elkaar roepen met een karakteristiek fluitgeluidje, dat per dier verschillend is. De onderzoekers vergelijken dit met het gebruik van namen door mensen.
Onderzoek in Emory University op basis van MRI-gegevens, afgerond in 2010, plaatst dolfijnen op het vlak van intelligentie net na mensen. Ze zouden deze te danken hebben aan relatief grote hersenen t.o.v. hun lichaam, de erg ontwikkelde neocortex en de mogelijkheid om complexe emoties te beleven en zichzelf te herkennen. Er zouden twee grote groeispurten van de hersenen te erkennen zijn, een 39 miljoen jaar geleden, toen de tandwalvissen ontstonden en ze kleiner werden en grotere hersenen kregen. Ook de verschijning van de echolocatie trad toen op. 15 miljoen jaar geleden zou de tweede spurt zijn opgetreden toen dolfijnen socialer gedrag begonnen te vertonen en complexere interacties steeds belangrijker werden.[1]
Gedrag
Sociale interactie
Mede door hun intelligentie zijn dolfijnen sociale dieren, men vermoedt dat een combinatie van nieuwsgierigheid en het speelse karakter van de dolfijn ervoor zorgt dat ze veelvuldig contact hebben met andere diersoorten waaronder de mens. Veelvuldig is waargenomen dat dolfijnen met boten mee zwemmen. Hun neiging naar gezelschap komt ook goed tot uiting in de grote groepen waarin dit dier zich vaak manifesteert. Groepen kunnen bestaan uit tien tot vijfhonderd dolfijnen.
Seksualiteit
Dolfijnen behoren samen met Bonobo's en mensen, voor zover bekend, tot de enige diersoorten welke seksuele daden verrichten zonder dat hierbij conceptie het beoogde doel vormt. In een aantal gevallen is bekend dat seksueel gefrustreerde dolfijnen hun lusten botvieren door mensen aan te randen waarmee ze zwemmen. Hierdoor zijn enkele zwemmers ernstig gewond geraakt.
Huid
In 2004 maakten Japanse onderzoekers bekend dat ze ontdekten dat dolfijnen voortdurend roos hebben. Hun huid schilfert af, waarbij ze zich elke twee uur vernieuwt.
De loslatende huidschilfers verminderen de waterwrijving doordat de waterstroom rond het lichaam kalmeert. Hierdoor gaat er minder energie verloren aan het overwinnen van de waterweerstand en moet het dier minder energie verbruiken voor het zwemmen.
De huid is zacht. Dolfijnen hebben een flinke onderhuidse vetreserve, waardoor hun huidoppervlak een beetje veerkrachtig is. Als ze snel zwemmen ontstaan er kleine golfjes in hun huid, alsof ze geribbeld is. Die golfjes gaan de turbulentie tegen.
Evolutie en anatomie
Evolutie
Zowel dolfijnen, walvissen en bruinvissen zijn afstammelingen van landzoogdieren, hoogstwaarschijnlijk van de orde der evenhoevigen. De voorouders van de dolfijn zijn grofweg vijftig miljoen jaar geleden, in het Eoceen, in het water gaan leven.
Het skelet van een dolfijn heeft twee kleine botfragmenten die samen een rudimentairbekken vormen. In oktober 2006 werd in Japan een tuimelaar waargenomen met kleine vinnen aan beide zijden van de genitale gleuf. Wetenschappers geloven dat deze vinnen zijn ontstaan doordat het bekken van het dier verder is ontwikkeld dan gewoonlijk wordt waargenomen bij dolfijnen.
Als dolfijnen slapen, doen ze dat met één hersenhelft tegelijk. Dat is nodig omdat ze om de paar minuten boven water moeten komen om te ademen.
Anatomie
Anatomie van een dolfijn
Dolfijnen hebben een gestroomlijnd spoelvormig lichaam dat uitermate geschikt is voor snel zwemmen. De homocercalestaartvin wordt gebruikt voor stuwkracht terwijl de borstvinnen samen met de hele staartsectie worden gebruikt voor de aansturing. De rugvin zorgt, bij de soorten die deze hebben, voor stabiliteit tijdens het zwemmen.
Hoewel de kleurpatronen per soort verschillen, bestaat het basale kleurpatroon uit grijstinten
met op de onderzijde van het lichaam een lichtere grijstinten; frequent gecombineerd met lijnen en plekken in verschillende tinten en contrasten.
In de kop van een dolfijn vinden we de meloen die de dolfijn zijn karakteristieke uiterlijk geeft. De meloen is een bollend orgaan dat enigszins over de bovenkaak heen uitpuilt. De meloen dient voor echolocatie en werkt als een actieve sonar. De meloen intensiveert de sonar, geproduceerd door de fonische lippen hoog in de luchtpijp nabij het spuitgat. De trillingen van het fonische lippenmembraan wordt door het weefsel in de meloen omgezet in geluid. Deze fonische lippen produceren een hoog-frequent klikgeluid, ook wel kliks genoemd, de frequentie is zo hoog dat het menselijk oor de klikgeluiden niet kan waarnemen. Wanneer een dolfijn een prooi nadert en de geluidsgolven van de kliks worden weerkaatst door de prooi, zal de dolfijn de echo van zijn klik waarnemen middels de onderkaak hierin bevinden zich holtes welke zijn gevuld met vet en de trillingen van een echo doorgeven aan het binnenoor waarna de dolfijn zijn prooi kan lokaliseren.
Enkele soorten zoals de tuimelaar hebben een gekromde bek waardoor deze een glimlach lijkt te vormen, deze vorm heeft echter niets te maken met de gemoedstoestand van de dolfijn. De bek van een dolfijn kan wel tweehonderdvijftig tanden herbergen. Wetenschappers denken dat de tanden ook een functie hebben in het opvangen van kliks; deze zouden zo zijn gerangschikt dat ze dienst doen als een antenne.
Dolfijnen ademen door het spuitgat, deze is net boven de meloen op de kop gesitueerd en wordt afgesloten door een krachtige klep die reflectorisch wordt geopend voor het in- en uitademen wanneer een dolfijn boven water komt. Het spuitgat is een geëvolueerde neus die in de loop van de evolutie van de snuit is verdwenen en is verplaatst boven op de kop van het dier.
De geslachtsorganen zijn gelokaliseerd aan de onderzijde van het lichaam. Mannetjes hebben twee gleuven, de bovenste voor het intern herbergen van de penis en de onderste voor de anus. Vrouwtjes hebben slechts één gleuf waarin zowel de vagina als de anus in uitmonden, aan beide zijden van deze genitale gleuf bevinden zich twee kleine kloven met daarin tepels verborgen; deze kloven behoren niet exclusief toe aan de vrouwtjes dolfijnen, ze komen ook voor bij sommige mannetjes.
Zintuigen
De meeste dolfijnen hebben zowel onder als boven water een scherp zicht en hun gehoor is vergeleken met dat van de mens vele malen beter. Dolfijnen nemen geluidsfrequenties waar van 75 Hz tot 150.000 Hz; ter vergelijking een mens neemt geluidsfrequenties waar van 20 Hz tot 20.000 Hz. Hoewel dolfijnen een kleine ooropening hebben aan beide zijden van hun kop neemt men aan dat geluiden onder water ook, zo niet enkel, door de onderkaak worden opgevangen en
worden doorgegeven aan het binnenoor middels een met vet gevulde holte in de onderkaak. Wetenschappers vermoeden dat de tanden van een dolfijn zo zijn gerangschikt dat ze werken als een antenne. Zo is een dolfijn in staat om de echo van hun kliks te kunnen interpreteren waardoor de lokalisering van de prooi wordt vergemakkelijkt. Omdat oorlogsschepen ook sonar gebruiken (die veel krachtiger is), krijgen dolfijnen inwendige bloedingen aan hun oren en proberen ze zo snel mogelijk weg te komen, waarbij ze soms stranden.
De tastzin van een dolfijn is eveneens zeer goed ontwikkeld met vrije zenuwuiteinden dicht op elkaar gepakt in de huid, vooral rond de snuit, op de rugvin en de genitale gleuven is de tastzin van een dolfijn zeer perceptief.
Dolfijnen hebben geen geurzenuw, daarom wordt aangenomen dat dolfijnen geen reukzin hebben. Toch hebben dolfijnen smaakzin en hebben voorkeur voor bepaalde soorten vis. Omdat dolfijnen de meeste tijd onder water doorbrengen denkt men dat het proeven van water voor de dolfijn een manier is om het ontbreken van reukzin te compenseren.
Soorten
De bekendste soorten zijn de orka (Orcinus orca), de Tuimelaar (Tursiops truncatus) en de Gewone dolfijn (Delphinus delphis). Enkele andere tandwalvissen die "dolfijn" worden genoemd, bijvoorbeeld rivierdolfijnen zoals de Orinocodolfijn (Inia geoffrensis) en de Chinese vlagdolfijn (Lipotes vexillifer), behoren niet tot de familie.
De familie omvat de volgende geslachten en soorten:
Voor twee tot vier dieren is minimaal een terrarium van 60x30x40 cm nodig. In de natuur komen deze dieren voornamelijk voor in droge gebieden (woestijn). Het terrarium dient overeenkomstig de biotoop ingericht te worden met stukken steen (flagstones of zwerfkeien), gezandstraald hout (Premium Sand-blasted Grapevine) en een schuilplaats in de vorm van een Cozy Cave of Habba Hut. Ook al gaat het hier om woestijnbewoners, toch mag een drinkbak niet ontbreken (Repti Rock Waterdish). Als bodembedekking kunnen we rood of wit zand gebruiken (Repti Sand). Voor de verlichting en verwarming komt een Repti Basking Spot Lamp in aanmerking. Het wattage van de lamp is afhankelijk van de grootte van het terrarium. Als aanvulling is het aan te bevelen een TL te gebruiken die ultraviolet licht uitstraalt (Reptisun 5.0). Het UV licht van deze lamp compenseert het gebrek aan natuurlijk zonlicht. Uit ervaring is gebleken dat bij het gebruik van dit licht de kleuren van de dieren beter tot uiting komen en zowel het eet- als paargedrag gestimuleerd wordt. Beide lichtbronnen mogen 12 tot 14 uur per dag branden. Om aan de grote warmtebehoefte van deze woestijnbewoners te voldoen kunnen we ook nog een warmte-steen (Repticare Rock Heater) of verwarmingsmat (Vivarium Heat Mat) in het terrarium plaatsen. Als aanvullende warmtebron, voor 's-nachts of in de winter, kan een porseleinen verwarmingslamp (Ceramic Heat Emitter) of rode warmtespot (Infrared Heat Lamp) gebruikt worden.
Het lichaam van deze hagedissen is gewoonlijk zijdelings samengedrukt; de kop draagt vaak een opvallende kam, hoorns of huidplooien. De oogleden zijn over bijna de hele oogbal uitgegroeid en laten slechts een kleine ronde opening vrij. De ogen kunnen onafhankelijk van elkaar worden bewogen, hetgeen altijd bijzonder intrigeert. De tong van de kameleons is als een soort katapult gebouwd met aan het uiteinde een knotsachtige verdikking waarop een kleverige stof zit. Hij kan over een lengte die langer is dan het lichaam worden uitgerold, waarbij de prooi met de kleverige knots wordt geraakt en bliksemsnel naar binnen gehaald. De actieradius van deze trage dieren wordt door de feilloos werkende lange tong belangrijk vergroot. De grootte van de prooi hangt samen met de grootte van het dier zelf; de kleinere soorten vangen voornamelijk insecten, de grotere zelfs hagedissen en ook kleine zoogdieren en vogels.
De ledematen van kameleons zijn lang en dun; ze dragen het lichaam hoog. De tenen staan bij twee en drie tegenover elkaar, aan de voorpoten twee naar buiten en drie naar binnen, en aan de achterpoten net omgekeerd. De voeten zijn daardoor echte grijpers geworden waarmee ze zich stevig aan takjes kunnen vastgrijpen. Bovendien hebben de leden van de Chamaeleo nog een grijpstaart die zelfstandig in staat is het lichaam te dragen. Het vermogen van deze hagedissen om van kleur te 'verschieten' is zelfs bij ieder leek bekend, hoewel men vaak een wast overdreven indruk heeft van dit fenomeen. De kleur van de overdag actieve bosdieren is een prima schutkleur, bijvoorbeeld een groene of een boomschorskleurige huid, naar gelang de omgeving. Zeer vaak echter spelen kleuren en patronen en rol tijdens het 'twisten' met andere leden van dezelfde soort; soms ook weerspiegelen ze een bepaalde lichamelijke toestand. Een opmerkelijke groot aantal soorten heeft vuil grijze slaapkleur en ze kunnen dan ook met behulp van een lamp gemakkelijk in het loof worden ontdekt, waartussen ze overdag door hun schutkleur niet zijn te onderscheiden.
Mannetjes, en soms ook wijfjes houden er een territorium op na dat ze fel tegen andere dieren beschermen. Slechts zeer zelden vinden echte gevechten plaats hoewel de hoorns en andere uitsteeksels van vele soorten uitnemende wapens zouden zijn. Indien twee rivalen op gezichtsafstand zijn genaderd nemen een dreighouding aan en spreiden de prachtigste kleuren ten toon, waarbij ze altijd proberen hun flanken naar de vijand te keren, hetgeen meer indruk moet maken. Karakteristieke wiebelbewegingen met het lichaam geven de dreiging steun en soms sperren ook de mond wijd open, waarbij het kleurige mondslijmvlies fel contrasteert. De meeste kameleons leggen eieren die door het wijfje in zelf gegraven kuilen in de bodem worden gelegd. dit is voor deze boomdieren een werkelijk hachelijke onderneming. Enkele soorten, vooral uit de subtropen zuidelijk Afrika en in de hoger gelegen streken, zijn levend barend.
Twee slangen komen elkaar tegen in het moeras. De ene slang zegt tegen de andere: "Ik hoop dat ik niet giftig ben". Vraagt de andere: "Waarom?" Zegt die ene weer: "Omdat ik net in mijn tong heb gebeten!"
Het knobbelzwijn (Phacochoerus africanus) is een algemeen zwijn uit de familie der varkens (Suidae). Het wordt soms ook wrattenzwijn genoemd, maar deze naam wordt ook gebruikt voor een groep Aziatische zwijnen van het geslacht Sus. Tegenwoordig worden er meestal twee soorten knobbelzwijnen onderscheiden, Phacochoerus africanus, het gewone knobbelzwijn, en Phacochoerus aethiopicus, het woestijnknobbelzwijn uit Ethiopië en Somalië, en vroeger ook op de Kaap.
Het knobbelzwijn is een dagdier. Het leeft op de savannen van Afrika ten zuiden van de Sahara. Het heeft een voorkeur voor uiterwaarden en licht bebost landschap. Om aan de hitte, droogte en roofdieren te ontsnappen, schuilt het knobbelzwijn in holen, voornamelijk verlaten en uitvergrote aardvarkenholen, maar ook zelfgegraven en natuurlijke holen worden gebruikt, evenals holen van stekelvarkens en verlaten termietenheuvels. Hele families slapen in deze holen.
Het knobbelzwijn eet vooral gras, maar ook bast, bladeren, wortelen, vruchten, aas, insecten en larven, en zelfs uitwerpselen. Ook eet het aarde, voor de mineralen. In het droge seizoen eet het vooral knollen en wortelstokken, in het regenseizoen vooral kort gras. Het blijft meestal nabij water, maar kan voor langere tijd zonder water, aangezien zijn voedsel rijk aan vocht is. Om te eten laat het zich door zijn voorpoten zakken.
Als het knobbelzwijn rent, houdt het zijn staart recht omhoog. Zijn belangrijkste vijand is de leeuw.
Het knobbelzwijn is een sociale soort. Meestal bestaat een groep uit een vrouwtje en haar vrouwelijke nakomelingen. Als groepen zich samenvoegen, zijn dat meestal ook nauwe verwanten, zoals zussen of moeders en dochters. Meestal leven verwante familiegroepjes dicht bij elkaar in een gebied van vier km². Holen binnen dit gebied worden gedeeld door de groepen, maar er wordt nooit meer dan één groep per hol aangetroffen.
Mannetjes blijven net zo lang bij de moeder totdat deze ze wegjaagt. Tot hun vierde jaar, wanneer de mannetjes volwassen worden, leven ze vaak met andere mannetjes in losse groepjes. Volwassen mannetjes leven solitair.
Als een mannetje een vrouwtje in oestrus ontdekt, achtervolgt hij haar, waarbij hij speeksel afscheidt en knorrende geluiden maakt. Als het vrouwtje wil paren, gaat ze steeds langzamer rennen, totdat ze stilstaat. Meestal krijgt een knobbelzwijn twee tot drie jongen per worp, maar dit getal kan tot acht oplopen. Na een draagtijd van 160 tot 170 dagen worden de jongen in een ondergronds hol geboren, bekleed met gras. Na drie weken eten de jongen voor het eerst gras en na twee tot zes maanden worden ze gespeend. Ze kunnen achttien jaar oud worden.
Het knobbelzwijn heeft een lang plat gezicht en staat hoog op de poten. Het knobbelzwijn is te herkennen aan de slagtanden die aan de zijkanten van de bek uitsteken. De vorm van de slagtanden verschillen per dier. Zijn naam dankt het aan de knobbels onder zijn ogen en op zijn snuit, die uit verdikte huid bestaan. De huid is, op wat borstelharen en wimpers na, nagenoeg kaal en grijs van kleur. Over de rug lopen donkere manen, die op de nek en schouders het langst zijn, en op de onderkaak lopen vaal witte borstelharen. Het knobbelzwijn heeft een lang, dun staartje met een kwastje aan de staartpunt. Het heeft een korte hals.
Het knobbelzwijn wordt 90 tot 152 centimeter lang en 45 tot 150 kilogram zwaar. De schouderhoogte is 55 tot 85 centimeter en de staart is 35 tot 50 centimeter lang. Vrouwtjes zijn lichter dan mannetjes, ongeveer 45 tot 75 kilogram, terwijl mannetjes ongeveer 60 tot 150 kilogram wegen.
De bovenste blaadjes van de bomen op de Afrikaanse savanne zijn voor de giraffe. Dit hoefdier is verreweg het hoogste dier ter wereld. Niet alleen zijn nek is bijzonder lang, ook de voorpoten mogen er zijn. Daar kan een volwassen mens gemakkelijk rechtop tussen staan. Ze zijn zelfs nog langer dan de nek. Als een giraffe iets van de grond wil eten, of drinken uit een poel, dan moet hij zijn voorpoten spreiden alsof hij een spagaat gaat doen. Anders kan hij er niet bij. De achterpoten zijn iets korter dan de voorpoten. Daardoor loopt de rug vanaf de schouders schuin naar beneden.
De giraffe is het hoogste dier ter wereld
Een vacht met vlekken
Alle giraffen horen bij één soort, maar toch zijn er drie 'ondersoorten'. Ze zijn te herkennen aan de tekening van de vacht. Bij de netgiraffe - die ook in Artis leeft - worden de roestbruine, hoekige vlakken omlijst door witte randen. De zeldzame Angolagiraffe is wat lichter van kleur en de vlekken zijn minder hoekig. De vlekken van de Massaigiraffe hebben de vorm van puzzelstukjes. Bij de familie van de giraffen hoort ook de okapi. Hij is veel kleiner en heeft bij lange na niet zo'n lange nek. Hij is donkerbruin van kleur, maar de poten zijn zwart wit gestreept. Alle giraffen hebben op de grote kop twee of vier horentjes die bedekt zijn met behaarde huid. Daarmee dreigen de mannetjes naar elkaar als ze ruzie hebben. Net als de meeste andere zoogdieren heeft de giraf zeven halswervels. Die zijn stuk voor stuk heel lang.
Het patroon van de huid van de netgiraffe
Flinke klappen
Giraffen vormen meestal kleine groepen. De vrouwtjes en de jongen leven vaak apart van de mannetjes. Veel oude mannetjes leven alleen. Giraffen bewonen streken waar ook antilopen, struisvogels en zebra's lopen. Voor vijanden als leeuwen en hyena's hoeven ze niet zo bang te zijn als de andere dieren. Giraffen zijn veel te groot om aangevallen te worden en bovendien zijn ze vreselijk sterk. Eén klap met de achterpoten kunnen de botten van de vijand beschadigen en verbrijzelen. Een leeuwenschedel kan ervan in twee stukken breken. Toch moeten de giraffen die alleen leven, en zeker giraffen met een jong, goed op hun hoede zijn. Want ook al is hij nóg zo groot en sterk, op een onbewaakt moment kan de leeuw toch toeslaan.
Verzot op acacia
Giraffen zijn bladeters bij uitstek. Ze eten het liefst van de acacia, een bekende boomsoort op de Afrikaanse savanne. De dikke zachte lippen van de langnek zijn beweeglijk, en de paarse grijptong is lang. Die draait hij om de takken om er de blaadjes mee af te rissen. Van de stekelige acaciadoorns heeft de giraffe geen last. Die worden gewoon mee opgegeten en door de kiezen fijngemalen. Na de maaltijd begint de giraffe zijn voedsel te herkauwen. Ook in droge tijden, als er op de savanne nauwelijks water te vinden is, kan de giraffe overleven. In de bladeren zit veel vocht. Bij sommige bomen is duidelijk te zien dat er een giraf op visite is geweest. Ze hebben een 'zandlopervorm' met het smalle stuk op zo'n 5 ½ meter hoog. En dat is de lengte van een giraf!
Hazenslaapjes
Tegen de avond als het gaat schemeren, begint de giraf zijn nachtrust. Echt slapen komt er niet van, want het gevaar voor roofdieren blijft op de savanne ook 's nachts bestaan. Zo nu en dan gaat hij liggen, en met de kop overeind dut hij heel licht in. De lange oorschelpen blijven bewegen om te horen of er een vijand nadert. Soms buigt hij de kop in een lus naar achteren voor een korte diepe slaap. De nachtrust wordt vaak even onderbroken om rechtop te gaan staan. Soms eet de giraf wat, loopt een eindje en gaat weer liggen.
Een veilige landing
In de paartijd zoeken de mannetjes de vrouwtjes op. Als een moeder na veertien maanden haar jong werpt, blijft ze rechtop staan. Dat betekent dat een giraffejong een val maakt van meer dan twee meter! Eerst komen de voorpoten naar buiten, al snel gevolgd door het kopje. Tijdens de val draait het jong zich, zodat het veilig op de zij op de grond belandt. De kleine is 1.80 hoog en weegt ongeveer 50 kilo. De moeder likt het jong schoon en al na 25 minuten staat het op de eigen pootjes. Na een uur zet het veulen de eerste stapjes. Het jong groeit snel, want giraffemelk is vet. Een moeder met een jong is fel tegen roofdieren. Zodra ze ook maar even in de buurt komen dreigt ze om ze te verjagen.
Een girafje wordt geboren. Na de pootjes komt het kopje tevoorschijn. Het jong belandt veilig op de grond.
Een dikke huid, kaal, ontzettend onhandig en met zijn tonvormig lichaam zou een nijlpaard zeker veel problemen hebben tijdens een schoonheidswedstrijd. De poten van het nijlpaard zijn zo kort dat je je soms wel eens afvraagt hoe ze dat kolossale gewicht kunnen dragen. Onderschat daarom die korte pootjes niet, op het land is het nijlpaard sneller dan een mens. In het water zijn ze zelfs nog sneller dan een kleine motorboot.
Nijlpaarden zijn sociale dieren en leven meestal in een groep van 10 tot 15 stuks altijd geleid door een dominant mannetje. Er komen zelfs wel een groepen voor van 100 nijlpaarden of meer.
Het meest opvallende aan het nijlpaard is waarschijnlijk zijn grote ronde vorm en enorme mond. Op het land gebruikt het dier zijn halve meter grote mond om te grazen. Natuurlijk heeft hij deze niet alleen voor zich te voeden maar gebruikt deze ook om natuurlijke vijanden te imponeren en aan te vallen indien ze zich bedreigt voelt. De mond van het nijlpaard is dus zeer gevaarlijk, niet alleen voor andere dieren en nijlpaarden maar ook voor de mens. Elke poging door de mens om samen te leven met een nijlpaard zijn volkomen zinloos geweest. Het dier zal vrijwel direct de aanval openen op iedereen die te dicht bij haar in de buurt komt. Wanneer het nijlpaard gewond is is deze nog vele male aggressiever hier dient men dus altijd voor op te passen. Zelfs boten zijn door midden gehakt door de sterke kaken van woeste nijlpaarden.
Als je naar een nijlpaard kijkt kun je waarschijnlijk niet geloven dat deze sneller kunnen zwemmen dan de meeste vissen, en dat terwijl sommige tot wel 3500 kilo kunnen wegen.
Nijlpaarden beschermen hun huid tegen de geweldadige zon in Afrika door een soort zonnebrandmiddel uit te zweten wat vergelijkbaar is met de zonnecreme die mensen gebruiken bij het zonnebaden. Wetenschappers zijn druk aan het onderzoeken om deze natuurlijke zonnecreme synthetisch te kunnen produceren voor het gebruik van de mens.
Leuke feitjes over Nijlpaarden
Nijlpaarden kunnen tot wel 6 minuten onder water blijven.
Het oudste bekende nijlpaard wat ooit geleefd is, is 68 jaar geworden.
Nijlpaarden scheiden een rode vloeistof af voor bescherming tegen de zon.
Nijlpaard baby's worden onderwater geboren en kunnen bijna direct na hun geboorte zwemmen.
Gemiddeld wegen nijlpaarden tussen de 2500 en 3500 kilo.
Een stier, ook wel bul genoemd, is een mannelijk rund. De vrouwelijke vorm is de koe. Een stier wordt over het algemeen veel groter dan een koe. Stieren kunnen agressief zijn, dus men kan beter wegblijven uit een weiland met een stier. Een gecastreerde stier wordt os genoemd en is minder agressief.
Stier met neusring.
Stieren worden gehouden voor hun sperma, om de koeien te bevruchten. Dit gebeurt veelal alleen met kunstmatige inseminatie. Stierkalveren worden daarom over het algemeen jong geslacht, omdat er slechts enkele volwassen stieren nodig zijn.
In sommige landen worden dan ook stierengevechten gehouden, waarin een matador of Torero een gevecht aangaat met een speciaal daarvoor gefokte vechtstier.
Omdat een os minder agressief is dan een niet-gecastreerde stier, zijn ossen goed geschikt als trekdieren. Ossenhaas en ossenstaartsoep zijn gerechten die naar ossen zijn genoemd, maar ook wel van andere runderen worden gemaakt. Een ossenhaas is naar verluidt beter dan een gewone biefstuk van de haas.
De gedroogde penis wordt gebruikt als bullepees, karwats en hondenvoer.
Omdat een stier een imposant dier is, meestal de ene bevruchter van een kudde, wordt hij veel vereerd als symbool van mannelijke kracht en vruchtbaarheid, en is hij verbonden met verschillende goden:
Een stierkalf komt ook voor in de Nederlandse jurisprudentie. Volgens het Stierkalfarrest is een eigenaar van een dier aansprakelijk voor alle daden die het dier verricht. Dit arrest heeft grote gevolgen gehad voor de uitleg van het begrip aansprakelijkheid. Nu is in de wet vastgelegd dat de bezitter (degeen die normaal gesproken het gedrag van het dier beheerst) aansprakelijk is.
In de Bijbel staat hier het volgende over:
"Wanneer een stier een man of vrouw zo stoot dat hij of zij sterft, moet de stier zonder verschoning gestenigd en mag zijn vlees niet gegeten worden; de eigenaar van den stier heeft geen schuld. Maar als die stier een man of vrouw doodt terwijl hij voor die tijd al stotig was, en de eigenaar was gewaarschuwd maar had hem niet vastgezet, dan moet niet alleen de stier gestenigd worden maar moet ook de eigenaar ter dood gebracht worden. Legt men hem een afkoopsom op, dan moet hij als losprijs voor zijn leven de volle som die hem wordt opgelegd betalen. Deze regels gelden ook als de stier een jongen of meisje stoot. Als hij een slaaf of slavin stoot, moet aan zijn of haar meester dertig sjekel zilver worden betaald en moet de stier gestenigd worden." (Exodus 21:28-32)
de schorpioen Schorpioenen zien er niet alleen eng en gevaarlijk uit, ze zijn het vaak ook. In Arizona bijvoorbeeld komt een soort voor wiens beet een ernstige, bij kinderen soms levensbedreigende zenuwvergiftiging kan veroorzaken. Het antigif Anascorp, intraveneus toegediend, biedt betrekkelijk snel uitkomst, zo blijkt uit onderzoek gepubliceerd in NEJM van vorige week.
Vijftien kinderen (van zes maanden tot achttien jaar) werden in 2004 en 2005 opgenomen op een pediatrische intensive care nadat ze door een schorpioen (Centruroides sculpturatus) waren gestoken. Ze hadden last van abnormale bewegingen van ogen en ledematen, en benauwdheid.
Acht kinderen kregen een antigif dat vrij verkrijgbaar is in Mexico, maar in de VS nog niet is toegelaten door de Food and Drug Administration (FDA). De zeven anderen kregen een placebo.
In minder dan vier uur, in de meeste gevallen zelf binnen twee uur, verdwenen de hevige symptomen bij de kinderen die het antigif kregen. In de placebogroep duurden de symptomen van de zenuwvergiftiging aanmerkelijk langer. De kinderen hadden bovendien grote doses sedatieve medicatie nodig en verbleven langer in het ziekenhuis. Met de komst van het antigif lijkt dat definitief niet meer nodig
De bouw van een paard is zeer belangrijk, zijn prestaties hangen er immers vanaf!
Wat belangrijk is in verband met de bouw?
Vierkant kunnen staan
Symmetrische benen hebben (alle gewrichten even groot e.d)
Hoeven hebben die niet naar binnen en niet naar buiten staan
Geen gezwollen gewrichten hebben
Verticale benen hebben, dat betekent benen die recht naar beneden wijzen, geen zo gezegde O-benen
Stevige benen hebben
Een diepe borst hebben. (Zodat er genoeg ruimte voor de longen en het hart is.)
Krachtige achterhand hebben
De grote van het hoofd moet in verhouding met de rest van het lichaam staan en moet steunen op een krachtige hals welke weer steunt op stevige schuine schouders
Vachtkleur van het paard
De kleur van een paard wordt bepaald door de kleur van de dekharen. Op basis van deze haarkleur worden paarden onderverdeeld in eenkleurige en gemengdkleurige paarden.
15: Onregelmatige doorlopende bles, bovenlip en beide neusgaten inbegrepen, donkere vlek op de bovenlip
De leeftijd van een paard bepalen aan de hand van zijn gebit.
De leeftijd van een paard kunt u pas zeker zijn als het tijdstip van geboorte vermeld staat op het geboortebewijs of op andere stamboekpapieren. Maar aan de hand van het gebit van het paard kunt u een goed idee krijgen van zijn leeftijd. Bij een paard dat jonger dan 5 jaar is bepaald men de leeftijd aan de hand van de melktanden en kiezen die te voorschijn komen en daarna wisselen. Vanaf 6 jaar kijkt men meestal naar hoever de snijtanden in de onderkaak afgesleten zijn.
1: pasgeborenen. De punten van de voortanden zijn net te zien.
2: 6 maanden. De veulenhoektanden komen door.
3: 2 jaar. De veulenhoektanden zijn nu geheel gevormd.
4: 3 jaar.
5: 4 jaar.
6: 5 jaar. De blijvende hoektanden zijn nu in gebruik.
7: 6 jaar.
8: 7 jaar. Let op de verdikking aan de binnenkant van de voortanden.
9: 10 jaar. De tanden worden langer en steken verder naar voren.
10: Een paard van 14 jaar oud.
Het signalement bij paarden
Het signalement van het paard is een zo volledig mogelijke omschrijving van het exterieur van het paard. Voor inschrijving in het stamboek of bij aankoop en verkoop van een paard is het noodzakelijk dat u het signalement zo volledig mogelijk kunt omschrijven. Vaak echter wordt gevraagd dat dit door een bevoegd iemand wordt gedaan, bijvoorbeeld door een dierenarts.
Hieronder bespreken we een toepassing van het bovenstaande. Hier ziet u een signalement van een tobiano pinto.
Dit signalement kan gebruikt worden als geboorteaangifte maar kan ook dienen voor het vaccinatiecertificaat.
Bij dit signalement hoort ook een beschrijving. Die zullen we hier opbouwen.
Hoofd
Kolletje. Schuin streepvormige sneb uitmondend in rechter neusgat.
Hals
Symmetrische witte vlek aan basis hals en schoft.
LV (links voor)
Witbeen. Wit tot net boven voorknie, achter oplopend tot elleboog.
RV (rechts voor)
Witbeen. Wit tot handbreedte boven voorknie achter oplopend tot elleboog.
LA (links achter)
Witbeen. Wit tot handbreedte boven sprong, achter oplopend tot boven kruis.
RA (rechts achter)
Witbeen. Wit tot handbreedte boven sprong, achter oplopend tot boven kruis.
Lichaam
Wit vlekje links ter hoogte van het zadel.
Verworven kenmerken
Hoeven bij paarden
De hoef kun je vergelijken met een nagel of een klauw. De voor en achterhoeven verschillen wel van vorm. Het gewicht wordt gedragen op de buitenste rand van de hoef. De flexibele straal (V-vormig) vangt de schokken op bij het neerzetten.
Het hoefhoorn = de buitenkant van de hoef bestaat uit een soort een soort eiwit dat keratine heet.
Het wordt gemaakt door de cellen van de kroonrand (hoefrand) in een soort buisjes die verticaal over de hoefwand naar beneden lopen. Een gezonde hoef heeft een glad oppervlak, zonder horizontale groeven of verticale barsten. Vandaar dat paarden ook altijd verticale (naar beneden lopende) strepen in hun hoeven hebben.
De onderkant van een hoef mag niet zacht zijn maar ook niet te hard dat deze gaat afbrokkelen.
Indien dit laatste het geval is dan zul je de hoeven moeten vetten. Zijn ze te zacht dan moet je teer gebruiken. De hoef moet een beetje hol zijn, maar niet té hol. Ongeveer 1 of 2 vingerdikten diep. Er wordt vaak gedacht dat de straal een gevoelig plekje van het paard is. Hier zit echter helemaal geen gevoel in, je ziet vaak dat de hoefsmid er stukjes vanaf snijdt. Het dient er alleen maar voor om schokken te absorberen wanneer het paard zijn voeten neerzet.
Bekappen van de hoef
Hoeven van paarden kun je vergelijken met de nagels van een mens. Deze groeien bij paarden ook door. Daarom is het zaak dat je de hoeven laat bekappen door de hoefsmid.
1. Ivoor mag niet meer worden gebruikt. Het is inderdaad een mooi materiaal, maar daarvoor mogen geen olifanten meer worden gedood. Alleen een olifant heeft nog het recht om ivoor te hebben. In principe zouden we kunnen zeggen: het ivoor van olifanten die gewoon gestorven zijn, mogen we toch gebruiken, maar ook dat werkt niet. Hoe kan je nu aan een slagtand zien hoe en waar die olifant gestorven is ? Kunstvoorwerpjes uit andere materialen zijn ook mooi: zo is er bijvoorbeeld het ivoor van de ivoornoot en zijn er verscheidene soorten kunststof die sterk op ivoor lijken.
2. Veel mensen houden van olifanten en willen die dan ook in het wild gaan bewonderen. Als er veel toeristen naar Afrika en Azië gaan om op safari te trekken, beseffen de mensen uit die landen inderdaad dat levende olifanten veel meer geld kunnen opbrengen dan dode olifanten. Uiteraard zijn er gevaren verbonden aan het massatoerisme naar die gebieden. Zulke bezoeken aan natuurgebieden moeten steeds rustig verlopen en er mag geen rommel worden gemaakt.
3. Als er in een bepaald gebied olifanten te veel zijn, is het wellicht het verstandigste om ze te verplaatsen naar die gebieden waar de olifanten weg zijn. Uiteraard pak je een olifant niet zo maar op om hem ergens anders weer neer te zetten. Dat is een dure zaak. Maar als de mens de olifant echt wil behouden, zal het wel moeten. Bovendien is het mogelijk om in die overbevolkte gebieden, de olifantenwijfjes een injectie te geven, waardoor zij tijdelijk niet meer zwanger kunnen geraken. Ideaal is het allemaal niet, maar het is in ieder geval veel beter dan het doodschieten van olifanten.
4. In 2003 nam Thailand drastische maatregelen om de uitbuiting van olifanten te voorkomen. Alle olifanten en de mahouts moeten weg uit de straten van Bangkok. In een eerste fase worden ze ingezet in nationale parken, nadien kunnen ze eventueel in de vrije natuur worden teruggebracht. Hopelijk kunnen deze plannen op een goede manier worden uitgevoerd.
5. Er zijn een heleboel organisaties bezig met het geven van hulp aan de olifanten. Het is waar dat er ook vele mensen in nood verkeren in de wereld, maar dat mag niet betekenen dat we de natuur en de dieren geen hulp meer verlenen. Hopelijk slagen die natuurbeschermingsorganisaties er samen in om de olifant te redden.
Inleiding
Van alle wezens op de wereld is de olifant een van de dieren die vele mensen heel bijzonder vinden. Er is waarschijnlijk geen kind op de hele wereld dat niet weet wat een olifant is. Heel veel mensen noemen de olifant hun lievelingsdier en een hele reeks firma's en winkels hebben de olifant als hun beeldmerk genomen.
Hoe zou dat komen? Ten eerste is de olifant het grootste dier dat op het land leeft. (Het grootste dier op de hele aarde is de blauwe vinvis, een walvis -dus een zoogdier- dat 100.000 kilogram kan wegen) Een olifant kan 6.000 kilogram wegen en kan 3,5 tot zelfs 4 meter hoog worden.
Ten tweede heeft de olifant speciale kenmerken. Geen enkel dier heeft zo'n slurf. Er zijn wel enkele dieren met een kortere slurf (of een lange neus), zoals de tapir en de olifantspitsmuis, maar een echte slurf heeft alleen een olifant. Ook zijn grote oren en de slagtanden geven de olifant een heel eigen uiterlijk.
Ten derde is de olifant zo speciaal omdat hij een heel bijzonder karakter lijkt te hebben. Een olifant is sterk, maar ook rustig en zacht, meestal tenminste. Een olifant is een verstandig en gevoelig dier en dat zie je. Voor veel mensen, ook vroeger al, waren olifanten heel belangrijk. In India is er zelfs een god met een olifantenkop: Ganesja. Bij vele volkeren is de olifant het symbool van kracht, wijsheid, vriendelijkheid, geluk en lange levensduur.
Maar hoe leeft het dier zelf? Belangrijker nog: wat is er met het dier aan de hand, zullen er over enkele tientallen jaren nog wel olifanten
Vier soorten
Er zijn Afrikaanse en Aziatische olifanten. De Afrikaanse groep bestaat uit drie soorten, terwijl de Aziatische olifant maar uit één soort bestaat. Er zijn dus vier olifantsoorten:
De Afrikaanse savanneolifant (Latijnse naam: LOXODONTA AFRICANA) Met de woestijnolifant uit Namibië als ondersoort.
De Afrikaanse bosolifant (Latijnse naam: LOXODONTA CYCLOTIS).
De West-Afrikaanse olifant (nog geen Latijnse benaming).
De Aziatische olifant (Latijnse naam: ELEPHAS MAXIMUS) Ook wel ten onrechte Indische olifant genoemd.
De Indische of Zuidoost-Aziatische olifant is een ondersoort. De andere ondersoorten zijn de Sri Lankaanse olifant, de Sumatraanse olifant en de Borneo-olifant. Wat hier dient te worden benadrukt, is dat het eigenlijk echt vier verschillende diersoorten zijn. Biologisch is het niet altijd makkelijk aan te tonen wanneer wezens tot verschillende diersoorten behoren of wanneer ze tot verschillende ondersoorten behoren. De oude opmerking dat het onmogelijk is om verschillende diersoorten te kruisen, gaat niet op. Dat de Afrikaanse olifanten in drie echt verschillende soorten uiteenvallen, werd pas bewezen in 2001 en 2002 door vooraanstaande Amerikaanse onderzoekers. De olifantsoorten behoren wel tot dezelfde familie, die we de OLIFANTACHTIGEN noemen, of met een geleerd woord ELEPHANTIDAE, maar eigenlijk zijn het vier diersoorten. We kunnen dat zien aan hun Latijnse naam, want die is verschillend.
Algemeen kun je onthouden dat de Afrikaanse olifantsoorten de grootste zijn, maar er zijn nog meer verschillen.
De Afrikaanse olifant heeft grotere oren: ze bedekken ook zijn schouders, dat is niet het geval bij de Aziatische. De rug van de Afrikaanse olifant is eerder hol: de rug zakt een beetje door, terwijl de rug van de Aziatische olifant bol is: het hoogste punt ligt boven op het hoofd. Het voorhoofd van de Aziatische olifant heeft twee bulten, dat van de Afrikaanse welft gelijkmatig. Aan het topje van zijn slurf heeft de Aziatische olifant een vinger, de Afrikaanse heeft er twee. Vooraan heeft de Afrikaanse olifant vier of vijf tenen en achteraan heeft hij er drie tot 5, de Aziatische heeft er vooraan vijf en achteraan vier of vijf. De huid van de Afrikaanse olifant is losser en gerimpelder. Bij de Aziatische olifant hebben alleen de bullen slagtanden en dan nog niet allemaal, bij de Afrikaanse olifant hebben bullen en vrouwtjes slagtanden. De verschillen tussen de drie soorten Afrikaanse olifanten zijn minder bekend. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de bosolifanten en de West-Afrikaanse olifanten schuchtere dieren zijn. De bosolifant verblijft in de wouden rond de evenaar in Centraal-Afrika, voornamelijk in de wouden van Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek. De West-Afrikaanse olifanten zijn erg gering in aantal. De savanne- of steppeolifanten leven in veel opener gebieden voornamelijk in Oost- en Zuidelijk-Afrika.
Een bosolifant is doorgaans iets kleiner dan de savanneolifant, een volwassen bosolifant is 2 à 3 meter hoog en weegt tussen de 2 en de 4,5 ton, terwijl de savanneolifant tussen de 3 en 4 meter hoog is en tussen 4 en 7 ton kan wegen. De huid van de bosolifant is doorgaans iets donkerder. De vorm van de schedel is ook anders. De belangrijkste verschillen zitten echter in de slagtanden en in de oren. De slagtanden van de savanneolifant staan eerder naar voor gebogen, ze zijn dikker en het ivoor is wit, terwijl die van de bosolifant rechter zijn en naar beneden wijzen en het ivoor is rozig-lichtbruin van kleur. De bosolifant heeft iets kleinere oren (ze steken niet onder de nek uit zoals bij de savanneolifant) en ze zijn ronder, terwijl die van de savanneolifant driehoekiger van vorm zijn. De vorm van de oren is terug te vinden in de naam cyclotis, want 'rond oor' betekent.
De West-Afrikaanse olifant heeft géén duidelijke eigen vormkenmerken, maar is eveneens genetisch duidelijk verschillend van de andere soorten.
De verschillen tussen de vier ondersoorten van de Aziatische olifanten zijn kleiner. De olifanten uit Sri Lanka zijn de grootste, die van Borneo de kleinste. Een olifant uit Sri Lanka is groter en krijgt sneller de wit-roze verkleuring op hoofd en slurf, terwijl dat bij de Sumatraanse en Borneo- olifanten nauwelijks voorkomt.
De andere slurfdieren en de mammoet
Ooit leefden er 350 soorten slurfdieren op de aarde. Nu zijn al die soorten uitgestorven, behalve de Afrikaanse en de Aziatische olifanten.
Niet alle van deze dieren hadden ook echt een slurf, maar de meeste wel. De moeritherium bijvoorbeeld, een van de oudste vormen van de slurfdieren, had er geen en was ook veel kleiner.
Slurfdieren zijn verwant aan zeekoeien, aardvarkens en klipdassen. Zeekoeien zijn zoogdieren die in zee leven, zoals de walvissen. Waarschijnlijk hebben de voorouders van de huidige olifanten ook getwijfeld of ze nu in zee of op het land zouden leven (een beetje zoals nijlpaarden). Je kan dat nog zien: olifanten hebben bijvoorbeeld ook bijna geen haar, zoals de zeezoogdieren. Bovendien zijn olifanten heel goede zwemmers en gebruiken ze hun slurf als een snorkel, waardoor ze erg lang onder water kunnen blijven.
Uiteindelijk kozen ze voor het land en dat is al wel meer dan 30 miljoen jaar geleden.
Ooit waren er dus heel veel slurfdieren, maar de meeste zijn geen olifantachtigen. Alleen de mammoet is een echte olifantachtige.
Vroeger waren er dus drie olifantsoorten: de Afrikaanse, de Aziatische en de mammoet: een diersoort die ook in Europa, bij ons dus, leefde. Een mammoet had grote kromme slagtanden en een aantal mammoetsoorten hadden veel haar, omdat ze het warm zouden hebben in de ijstijd. Geregeld wordt er, in Rusland bijvoorbeeld, nog een mammoet gevonden die bevroren zit in het ijs. In een aantal musea kan je trouwens volledige skeletten van mammoeten bekijken. Mammoeten zijn waarschijnlijk 10.000 jaar geleden uitgestorven. Het klimaat veranderde, waardoor de grasvlakten waar de mammoeten leefden, stilaan veranderden in bossen. Hierdoor vonden de dieren niet genoeg voedsel. Vele geleerden denken dat de mammoet ook is uitgestorven door inslag van een enorme meteoriet, waardoor er tijden lang geen zonlicht was.
De slurf
Klik op deze foto voor een vergroting
Alleen olifanten hebben een echte slurf. Het is een heel bijzonder lichaamsdeel. Een slurf bestaat uit tienduizenden spiertjes, waardoor hij erg beweeglijk en krachtig is. Een olifant kan er een boomstam mee oprapen, maar ook een muntstuk.
Wat is nu eigenlijk een slurf ? Eigenlijk is de slurf in de loop van de jaren ontwikkeld uit de neus en de bovenlip van de dieren. Binnenin de slurf zitten eigenlijk twee buizen, die overeenkomen met de neusgaten. Waarschijnlijk hadden de vroegere slurfdieren wel al slagtanden en daardoor konden ze moeilijker aan voedsel komen. De slagtanden hingen wat in de weg. De langere neus maakte het makkelijker.
Waarvoor gebruikt een olifant zijn slurf nu allemaal?
De slurf is ten eerste een grijparm om zowel grote en zware als kleine dingen op te heffen. De olifanten grijpen voedsel beet met hun slurf en steken het zo in hun mond. Zo hoeven zij niet te bukken om te eten. Ook het drinken gebeurt met de slurf. Een olifant zuigt zijn slurf vol water (de hoeveelheid van een emmer) en daarna tilt hij z'n hoofd op en laat het water in z'n mond lopen. Een olifant zuigt het water met de slurf dus niet direct binnen (als wij eens water in onze neus krijgen, dan begrijpen we waarom), maar een olifant kan wel zijn slurf vol water zuigen, terwijl zijn mond openstaat. Het uiteinde van de slurf is eigenlijk de hand van de olifant. De Aziatische heeft een en de Afrikaanse twee vingerachtige uitsteeksels. Het oude Indische woord voor olifant, hastin, betekent eigenlijk het dier met een hand.
Voor een olifant is de slurf ten tweede een douche. De olifant moet zijn huid geregeld met water en daarna met stof of zand besproeien en daarvoor is de slurf erg handig.
Ten derde is de slurf een middel om andere olifanten of andere dieren zacht of hard aan te raken. Een olifant kan behoorlijk harde meppen uitdelen met zijn slurf, maar ook aaien. Moeders gebruiken hun slurf vaak om kleine olifantjes weg te houden van dingen waar ze vanaf moeten blijven. Als olifanten met elkaar wat willen knuffelen, dan kronkelen hun slurven rond elkaar of ze steken hun slurf in de mond van de ander.
Ten vierde wordt de slurf gebruikt om geluid te maken. Een olifant kan vele geluiden maken, de meeste ervan kunnen wij zelfs niet horen, maar het echte trompetteren doet een olifant met zijn slurf.
Zoals je al kon lezen, is de olifant een goede zwemmer en dat doen zij ook erg graag. Ze gebruiken dan, ten vijfde, hun slurf als een snorkel. Dat lijkt een detail, maar ook dit maakt de olifant tot een uniek dier.
Tot slot: een slurf is ook gewoon een neus, een olifant kan erg goed ruiken. Soms steken de olifanten hun slurf in de lucht en draaien ze hem naar alle kanten om alle geuren op te snuiven. Het hangt af van welke kant de wind komt, maar normaal kunnen ze andere olifanten ruiken ook als die tot vijf kilometer ver weg staan.
Kleine olifantjes weten in het begin niet precies hoe ze met hun slurfje moeten omgaan. Dat ding hangt er maar wat te bengelen aan hun neus: ze drinken melk bij hun moeder met hun mond en als ze andere dingen gaan eten, bijten ze eerst zoals alle andere dieren. Soms trappen ze er zelfs per ongeluk op! Gaandeweg leren ze hoe ze hun slurf moeten gebruiken en ontdekken ze hoe handig (letterlijk) die wel is.
De slagtanden en kiezen
De meeste Afrikaanse olifanten, zowel bullen (mannetjes) als vrouwtjes en de meeste Aziatische bullen, hebben slagtanden. Die slagtanden zitten in de bovenkaak en zijn eigenlijk de snijtanden (niet de hoektanden, zoals bij walrussen en bepaalde varkenssoorten).
Net zoals de slurf, hebben ook de slagtanden veel functies.
Ten eerste gebruikt een olifant zijn slagtanden als wapen: daarvoor waren ze ook oorspronkelijk bedoeld. In de oertijd was de belangrijkste vijand de sabeltandtijger en daarom hadden de vroegere olifanten sterke wapens nodig. Jonge bullen vechten wel eens met elkaar en dan zijn de slagtanden gevaarlijke wapens.
Ten tweede zijn het werktuigen waarmee de olifant allerlei zwaar werk kan doen: graven, de schors van bomen afhalen, dingen wegduwen, enz.
Ten derde zijn de slagtanden iets waarop vooral een bul heel trots is: het is een teken van kracht.
De slagtanden van een olifant beginnen te groeien als hij 2 jaar oud is (in het begin wordt gesproken van stoottanden). Aziatische vrouwtjesolifanten hebben vaak korte slagtandjes, die je bijna niet kan zien, die noemen we tushes. Een volgroeide tand kan je maar voor ongeveer 2/3 zien zitten, de rest zit binnenin.
Net zoals mensen rechts- of linkshandig zijn, zijn olifanten vaak rechts- of linkstandig, dat wil zeggen dat ze een van hun beide tanden meer gebruiken dan de andere. Je kan dat merken als je ziet dat een van de beide tanden meer afgesleten is dan de andere omdat hij die meer gebruikt. Handig, zulke slagtanden, zal je denken. Maar de olifanten hebben er eigenlijk meer problemen mee dan voordelen. Eigenlijk is dat niet juist, het is door de mensen dat olifanten problemen hebben met hun slagtanden. Slagtanden zijn namelijk gemaakt van ivoor en dat is iets wat mensen altijd graag gehad hebben. Uit ivoor hebben mensen eeuwenlang allerlei kunstvoorwerpen gemaakt. Ivoor werd het witte goud genoemd. In plaats van het ivoor van dode olifanten op te rapen, hebben de mensen altijd olifanten met mooie, grote slagtanden gedood. Hierover zeggen we meer als we het hebben in deel 16 over de problemen rond olifanten, voornamelijk het mogelijke uitsterven.
Omdat in de tweede helft van de 20ste eeuw heel veel olifanten met grote slagtanden werden gedood, neemt het gemiddelde gewicht van slagtanden snel af. In 1970 woog een gewone slagtand makkelijk 12 kilo, in 1990 nog maar 3 kilo. De allergrootste slagtand die ooit gevonden werd, woog 102 kilo.
Olifanten hebben zowel in onder- als bovenkaak zes kiezen, maar die zitten niet naast elkaar, maar boven elkaar. De vier kiezen die bovenaan zitten, slijten steeds geleidelijk af, waarna de volgende set actief wordt. Als de laatste set kiezen afgesleten is - bij een olifant die een normale levensloop heeft gehad, is dat rond zijn zestigste - kan de olifant niet meer behoorlijk kauwen. Dat is het begin van een algehele verzwakking die leidt tot de dood. Dat systeem heeft zich ontwikkeld door het feit dat de onderkaak niet kon meegroeien in verhouding tot de rest van het lichaam, door de plaats die de slurf innam. Hierdoor kwam de kiezenrij onder elkaar te liggen.
Huid, oren, poten en beenderen
Olifanten worden ook wel dikhuiden genoemd. De huid van een olifant is tussen de 2 en de 4 centimeter dik, wat echt niet zo veel is, als je kijkt naar het enorme dier dat 'eronder' zit.
Sommige Aziatische olifanten hebben witte plekken, vooral op hun slurf en oren. Dat wordt meer bij het ouder worden, maar de olifant heeft er geen last van. Sommige olifanten zijn bij hun geboorte redelijk bleek, de zogenaamde witte olifanten. Maar echt wit zijn ze niet (het zijn geen albino's, zoals de witte konijntjes die je vaak ziet). In Thailand vinden de mensen die olifanten zo bijzonder, dat ze die echt vereren. Als ze worden gevangen, verblijven ze in speciale stallen in het koninklijk paleis, waar de olifanten een oersaai leven hebben...
Een olifant heeft geen zweet- of talgklieren en daarom moet hij vaak in bad. Daarna nemen olifanten een modder- of een stofbad, om hun huid soepel te houden. Als mensen en een aantal andere dieren het te warm hebben, zorgt het zweet ervoor dat er afkoeling is. Een olifant koelt zich af door zijn oren. In die oren zitten veel aders waar het bloed door stroomt. Als de olifant wappert met zijn oren, dan koelt het bloed af. De Afrikaanse olifant leeft in een warmer gebied dan de Aziatische: daarom heeft hij veel grotere oren. Waarom de mammoet zulke kleine oren had, is nu wel heel duidelijk. Het is vrij normaal dat olifanten erg stevige botten hebben om dat enorme lichaam te steunen. De schedel van de olifant is erg groot. Als die beenderen even zwaar zouden zijn als de andere, dan zouden de olifanten hun hoofd bijna niet kunnen optillen. Daarom zitten er holtes in, die gevuld zijn met lucht, hierdoor wordt het gewicht verminderd.
De poten van de olifanten zijn ronde zuilen, die onderaan plat zijn. Olifanten hebben wel teennagels. Inwendig hebben olifanten eigenlijk ook wel tenen. Je zou in feite kunnen zeggen dat een olifant op zijn tenen loopt, maar achter de tenen is alles opgevuld met zachte steunkussens zodat de voetzool een plat vlak wordt. Hierdoor wordt het enorme gewicht van de olifant verdeeld over een groter oppervlak.
De poten van een olifant zijn eigenlijk gemaakt om een groot gewicht te kunnen dragen, niet om snel vijanden te kunnen ontlopen. Dat hoeft ook niet, want een olifant heeft geen vijanden in de natuur (buiten de mens).
Vroeger werd gesteld dat olifanten niet konden rennen, omdat zij nooit zo bewogen dat alle ledematen even samen van de grond loskwamen. Dat zou een te zware belasting zijn voor hun lichaam. Onderzoekers stelden echter vast dat olifanten een snelheid van 25 km/u kunnen bereiken met steeds drie voeten op de grond. Vermits hun zwaartepunt wel op en neer beweegt, kan men dit wel rennen noemen. Het rennen van een olifant is daarbij uniek: hun achterpoten maken een typische ren-beweging, hun voorpoten echter niet.
Eten en drinken
Een olifant is een niet-herkauwende planteneter. Per dag eet een Afrikaanse olifant ongeveer 200 kilo voedsel, een Aziatische iets minder. Ze eten voornamelijk gras of bladeren, maar ook wortels, boomschors (ze zijn de enige dieren die hout eten), vruchten of ander groen. Olifanten in dierentuinen krijgen doorgaans meer groenten en fruit (wat voedzamer is) en daardoor eten ze iets minder.
Bij het eten valt nogmaals het nut op van de slurf. Een hoopje gras wordt ermee uitgetrokken, dan slaan de olifanten het gras, met de slurf, tegen hun poot om er het zand af te kloppen en dan steken ze alles in hun mond. Ongeveer de helft van wat de olifant eet, wordt onverteerd uitgescheiden. Dat betekent dat een olifant ongeveer 100 kilo mest per dag levert. Niet zo leuk als je daar rondloopt, zal je denken. Olifantenmest is echter heel nuttig: veel zaden die de olifant had opgegeten, worden zo over een groot gebied verspreid. Die zaden ontkiemen sneller als ze eerst door de olifant zijn gegaan en zo wordt de plantengroei door de olifant eigenlijk verbeterd.
Toch kunnen grote groepen olifanten op een te klein gebied de plantengroei uiteraard snel afbreken. Vroeger, toen het milieu nog normaal en evenwichtig was, kon dat geen kwaad: er was ruimte genoeg voor de olifanten en voor de andere dieren: de plantengroei herstelde zich snel. Nu zitten olifanten vaak in te kleine gebieden en dan wordt het wel een probleem als de olifanten een gebied hebben leeggegeten.
Een olifant drinkt tussen de 70 en 160 liter water per dag. Drinkplaatsen zijn erg belangrijk voor olifanten: het zijn ontmoetingsplaatsen, waar ze vaak ook gezellig samen in bad gaan.
Kuddes
Een olifant is een heel sociaal dier, dat wil zeggen dat ze graag bij hun soortgenoten zijn en eigenlijk niet alleen kunnen leven. Tenminste, de meeste vrouwelijke olifanten.
De kuddes waarin olifanten leven, bestaan eigenlijk alleen maar uit vrouwtjes en hun jongen. Vaak zijn er niet meer dan tien leden in een kudde. Het oudste en meest wijze vrouwtje is de leidster: de matriarch. De andere olifanten in haar kudde zijn zussen, dochters, nichten, kleindochters en kleinzoontjes van haar. De bullen leven ofwel alleen, ofwel in kleine bullengroepen. Dat betekent dat een bul op een bepaald moment uit de kudde moet. Als hij ongeveer 10 jaar oud is, gaat hij al eens geregeld alleen op stap. Als hij te lang bij de kudde blijft, wordt hij aan de kant gezet en moet hij de kudde verlaten: alleen de meisjes blijven!
Uiteraard komen er geregeld (andere) bullen naar de vrouwtjeskuddes, want anders zouden er geen nieuwe olifantjes meer komen. Olifantenkuddes zijn vaak erg goed bevriend met andere groepen. Wellicht zijn de matriarchen wel zussen of nichten, die ieder hun eigen weg zijn gegaan. Soms trekken ze dan een tijd samen op. Bij iedere ontmoeting is er telkens een heel uitgebreide begroeting.
De kudde doet meestal alles samen: als de matriarch rust, dan doen de andere dat ook; als de matriarch naar de drinkplaats gaat, volgt de rest. Belangrijk is dat de groep een goede bescherming vormt voor de kleintjes, want een kleine olifant kan wel door een leeuw worden gedood. Maar met alle grote olifanten om hem of haar heen is de kleine behoorlijk veilig!
Voortplanting en zorg voor de jongen
Een vrouwelijke olifant is vruchtbaar vanaf ongeveer 10 jaar oud, maar in normale omstandigheden raakt ze voor het eerst zwanger als ze 12 tot 14 is en gewoonlijk krijgt ze geen kleintjes meer na haar vijfenvijftigste.
Als een vrouwtje vruchtbaar is, dan komt er wel een bul op de kudde af en vaak wel meer dan een. Het vrouwtje kiest dan voor de sterkste bul, want ze wil dat haar nageslacht ook sterk is. Als je goed nadenkt, kan je ontdekken dat er dan problemen kunnen zijn: alle vrouwtjes willen dan wel paren met die ene sterkste bul. Dus alle olifantjes die in een bepaalde tijd geboren zijn, zijn dan halfbroers en -zussen van elkaar! De natuur heeft dat probleem opgelost. De bullen raken om de beurt in een speciale toestand, die men musth noemt. Als een bul in musth is, dan heeft hij tijdelijk meer mannelijke hormonen en is hij erg wild, stoer en sterk; de anderen gaan voor hem uit de weg. Een bul in musth is voor een olifantvrouwtje onweerstaanbaar. Omdat iedere bul om de beurt in musth is, worden ze ook om de beurt vader. Soms zijn er wel eens twee grote olifanten tegelijk in musth en als die dan hetzelfde vrouwtje willen, dan is het vechten ! Met hun grote slagtanden zijn die bullen echte levende tanks. Soms loopt zo'n gevecht slecht af voor de verliezer: als een stoot van een slagtand slecht terechtkomt bijvoorbeeld.
In goede omstandigheden krijgt een vrouwtje om de vier jaar een kleintje. Maar als er te weinig voedsel is, vermindert dat. In sommige gebieden zijn er te weinig bullen (als er vele door stropers voor hun ivoor zijn gedood) en dan vinden de vrouwtjes vaak geen partner.
De zwangerschap van een olifant duurt 22 maanden bij Afrikaanse olifanten en 21 maanden bij Aziatische. Meestal is er maar een kleintje per zwangerschap, maar een tweeling is mogelijk.
Als een olifantje geboren wordt, weegt hij vaak al meer dan 100 kilo. Dat lijkt veel, maar toch is het minder dan een dertigste van zijn volwassen gewicht. (Hoeveel weegt een mensenbaby in vergelijking met het gewicht van een volwassene?)
In zo'n olifantenkudde tussen moeder en tantes wordt er erg goed voor de kleine olifant gezorgd. Hoe meer tantes er zijn, hoe rustiger de moeder het heeft. Kleine olifantjes zijn vaak erg speels en moeten goed in de gaten worden gehouden.
In de eerst maanden drinkt een olifantje enkel moedermelk, na een viertal maanden eet hij ook wat gras en leert hij stilaan met zijn slurfje te drinken. Als olifantjes toch van hun kudde gescheiden worden en door mensen moeten worden grootgebracht - zoals gebeurt in het olifantjesweeshuis van Daphne Sheldrick in Kenia - mag men hen geen koeienmelk geven. Na jaren van proberen heeft Daphne de goede melkformule ontwikkeld, zodat de kleine wezen niet meer ziek worden van verkeerde melk. Een olifant kent een lange jeugd, net zoals de mensenkinderen. Zij moeten ook alles leren (ook hoe ze hun slurf moeten gebruiken), wat bij sommige dierensoorten anders is, omdat die alles al meekrijgen met hun instinct. Een olifantje moet opgevoed worden om echt olifant te worden: hoe moet je je gedragen, wat mag niet en wat wel, waar vind je het beste eten en drinken, In het weeshuis van Daphne worden de jonge olifantjes opgevoed door oudere olifanten en gaan ze uiteindelijk als echte olifanten terug in de natuur.
Verstand, geheugen en gevoelens
De olifant heeft het grootste stel hersenen van alle landdieren, en dat is normaal als je weet hoe groot de olifant is. Normaal gezien worden de olifanten bij de slimste dieren gerekend, samen met de dolfijnen en de mensapen. Nu is het erg moeilijk om vast te stellen hoe verstandig een olifant dan wel is, maar iedereen die met de dieren te maken heeft, weet dat een olifant een erg slim dier is. Misschien kunnen we eens kijken naar hoeveel de hersenen van een mensenbaby wegen als je dat vergelijkt met de hersenen van een volwassene en hoeveel een klein dier weegt in vergelijking met een volwassen dier. Hoe hoger dat gewicht is, hoe meer dat erop wijst dat het dier alles al heeft meegekregen met zijn instinct en hoe lager het is, hoe meer dat erop wijst dat het dier kan leren en dus verstandiger is: de antwoorden vind je in de tabel:
Dier
% hersengewicht van volwassene
Mensenbaby
28%
Koeienkalf
90%
Jonge chimpansee
54%
Olifantje
35%
Zoals we al zeiden, moet een jonge olifant, net als jonge mensen, dus nog veel leren: dat wijst dus op verstand en minder op instinct. Olifanten gebruiken takken als gereedschap of ze bouwen een dam in een riviertje zodat het waterpeil zou stijgen: zo kunnen ze makkelijker een bad nemen. Soms graven ze een gat aan de rand van een vuile waterpoel, om zuiverder water te krijgen. Werkolifanten in Azië krijgen vaak een bel om de nek, dan kunnen de mensen die met hen werken, horen waar ze zijn. Op een bepaalde plaats wilden die olifanten 's nachts bananen eten, maar ze werden steeds door die bel verraden. Daarom stopten de olifanten modder in deze bellen en het duurde wel even voor de mensen hadden ontdekt hoe die olifanten nu opeens in stilte bananen konden pakken.
Dat olifanten een goed geheugen hebben, weet iedereen. Olifanten herinneren zich waar er goed eten te vinden was en oude matriarchen weten waar er nog drinkplaatsen zijn, ook al zijn ze er in lange tijd niet geweest. Olifanten herinneren zich ook nog soortgenoten, ook al hebben ze die jarenlang niet meer gezien. Werkolifanten die ooit ergens samen zijn geweest en die nadien ergens anders geplaatst zijn, begroeten elkaar hartelijk als ze elkaar nog eens tegenkomen. Net zoals mensen doen, als ze oude schoolvrienden ontmoeten. Geleerden hebben ontdekt dat de delen van de hersenen die dienen voor het geheugen, werkelijk erg groot zijn bij olifanten.
Vroeger dachten vele mensen dat dieren geen gevoelens hadden en dat alleen mensen emoties konden hebben. Nu weten we dat dat niet waar is: ervaren onderzoekers (zoals Joyce Poole en Cynthia Moss, die al heel hun leven olifanten bestuderen) beweren dat olifanten elke emotie hebben die mensen ook kunnen hebben. Olifanten kunnen spelen, gek doen, boos zijn of zelfs verliefd worden. Olifanten helpen elkaar en trachten een lid van een groep te redden, ook al brengen ze zichzelf daarbij in gevaar. Olifanten zijn werkelijk blij als ze bevriende dieren tegenkomen en echt bedroefd als er een olifant sterft.
Olifanten blijven vaak erg lang bij dode familieleden, alsof ze echt geen afscheid willen of kunnen nemen. Soms leggen ze zelfs takken en bladeren op hen, alsof ze hun doden willen begraven. Als olifanten beenderen van dode soortgenoten tegenkomen, gaan ze die vaak erg lang besnuffelen en bekijken. Waarschijnlijk weten ze zelfs nog wie die dode olifant was en halen ze herinneringen op over dat dier. Mensen die in dierentuinen of circussen met olifanten werken, zeggen dat olifanten van verdriet kunnen huilen. Misschien beseffen mensen al heel lang dat olifanten gevoelens hebben en vinden velen daardoor de olifanten zulke bijzondere dieren.
Taal
Uiteraard hebben dieren geen taal zoals de mensen, maar toch kunnen ze met elkaar communiceren: dat wil zeggen dat ze erin slagen - op allerlei manieren - om dingen aan elkaar te vertellen.
Zeker de sociale, slimme en gevoelige olifanten kunnen met elkaar communiceren door aanrakingen, geursignalen of bewegingen, maar vooral door geluiden. Nu denkt iedereen dan dadelijk aan dat getrompetter van olifanten, maar de meeste geluiden die olifanten maken, komen uit hun keel en zijn zo laag dat onze oren ze niet kunnen horen. Hoe weten we dan dat ze bestaan, zal je zeggen. We kunnen ze wel registeren en dan vervormen, zodat we ze wel kunnen horen. Doordat die geluiden zo laag zijn, kunnen ze tot erg ver (ongeveer 5 kilometer) door andere olifanten gehoord worden. Olifanten die ver van elkaar verwijderd zijn, kunnen aan elkaar doorvertellen waar er gevaar dreigt of waar er water of goed voedsel te vinden is. Een vrouwtje kan zo een bul vinden of twee stieren in musth kunnen elkaar zo uit de weg gaan. Ze kunnen om hulp roepen of gewoon contact houden. Binnen de kudde worden er voortdurend boodschappen doorgegeven.
Een Amerikaanse geleerde Katy Payne bestudeert de olifantentaal al erg lang en ondertussen ontdekt zij wat olifanten tegen elkaar zeggen. Ze kan vaststellen welk geluid de babyolifant maakt als hij zijn melk wil, als olifanten verrast zijn, of elkaar willen geruststellen, als de matriarch de kudde bijeen wil roepen, of als ze bullen wil oproepen om voorzichtiger te lopen als ze de kudde bezoeken om niet per ongeluk een kleintje pijn te doen, enzovoort. Misschien praten olifanten wel met elkaar net zoals mensen dat doen. Katy Payne hoopt ooit de hele olifantentaal te ontcijferen en misschien kunnen mensen dan wel met olifanten praten.
Geleerden hebben ook ontdekt dat olifanten erg gevoelig zijn voor grondtrillingen. Het gedreun van een stampvoetende olifant of een wegrennende kudde kan gevoeld worden door olifanten die tientallen kilometers ver staan. Olifanten kunnen zo waarschijnlijk boodschappen aan elkaar doorgeven, terwijl ze zich op grote afstand van elkaar bevinden, of toch in ieder geval gewaarschuwd worden als ze voelen dat een kudde uit de buurt in paniek wegvlucht.
Levensduur en ziektes
In normale omstandigheden kan een olifant 50 tot 70 jaar oud worden (spijtig genoeg halen tegenwoordig niet veel olifanten die normale leeftijd meer). Na zijn 60ste krijgt een olifant geen nieuwe kiezen meer en dan kan hij veel voedsel niet meer kauwen, zodat hij verzwakt en uiteindelijk sterft. De oudste olifant zou de olifant Raja zijn geweest, die leefde als tempelolifant in Kandy op het eiland Sri Lanka. De mensen beweren dat hij 82 jaar oud is geworden, maar daaraan wordt sterk getwijfeld.
De belangrijkste natuurlijke doodsoorzaken van olifanten zijn ontstekingen, hart- en vaatziektes, besmettelijke ziektes of gewoon algemene verzwakking als de droogte te lang aanhoudt. Spijtig genoeg is vaak een belangrijke doodsoorzaak van olifanten de mens...
Waar leven nog olifanten en hoeveel?
Tot voor enkele tientallen jaren leefden er Afrikaanse olifanten in bijna alle landen ten zuiden van de grote Sahara-woestijn. Tegenwoordig zijn er niet zoveel olifanten meer over in het westen van Afrika. In het midden en het oostelijke deel van Afrika zijn er nog wel, maar hun aantallen zijn klein. Alleen in het zuidelijke deel van Afrika leven nog grotere aantallen olifanten in beschermde gebieden.
In Azië komt de olifant nog in het wild voor op het eiland Sri Lanka, ten zuiden van India, in bepaalde delen van India zelf, in Nepal, Bangla Desh, Thailand, Birma en Maleisië. En in kleine gebieden van Cambodja, China, Laos, Vietnam en Indonesië.
Het precieze aantal olifanten is niet bekend. Verscheidene pogingen om ze te tellen, en om dan een aantal te schatten, leveren cijfers op die nogal van elkaar verschillen. Wat wel duidelijk is, is dat het aantal olifanten erg afneemt. In 1930 waren er naar schatting nog 5 miljoen Afrikaanse olifanten, in 1990 nog slechts 600.000 en nu denkt men dat er ongeveer 200.000 tot 300.000 over zijn. In 1900 waren er waarschijnlijk nog 200.000 Aziatische olifanten, in 1991 waren er misschien nog 50.000 (waarvan 15.000 in gevangenschap) en nu denkt men dat er nog 25.000 tot 30.000 over zijn. In bepaalde landen waar olifanten altijd zijn voorgekomen, zoals Vietnam, zijn er nu nog maar een honderdtal over.
Het vangen en temmen van werkolifanten
In Azië is het al eeuwenlang een traditie om jonge olifanten te vangen en ze dan te temmen. Olifanten werden niet echt gekweekt en 'aangepast' aan de mens, zoals dat met runderen wel het geval is. Nadat ze getemd zijn, worden de olifanten gebruikt als lastdier of om zware vrachten (zoals boomstammen) te verplaatsen. Sommige olifanten werken ook als vervoermiddel voor hooggeplaatste personen (letterlijk !), in een processie bijvoorbeeld. Vroeger werden olifanten ook wel gebruikt in oorlogen. Op zijn rug kreeg hij dan een soort 'toren' van waaruit soldaten een goed zicht hadden op wat er gebeurde. Op zijn rug kan een olifant een gewicht dragen van ongeveer 500 kilo. Tegenwoordig worden de werkolifanten vaak gebruikt om toeristen rond te rijden want machines hebben vaak de vroegere taken van de werkolifanten overgenomen.
Een werkolifant krijgt normaal een vaste verzorger, een mahout, (spreek uit mahoet). Het voeden en wassen van zo'n dier vergt heel wat werk. De meeste mahouts houden veel van hun olifant en zorgen er goed voor, maar regelmatig wordt er een olifant mishandeld. Maar let op: een olifant vergeet zoiets niet.
Veel mensen denken dat een Afrikaanse olifant niet te temmen is, maar dat komt wel voor. Alleen bestaat er in Afrika geen traditie om olifanten te vangen en dan te temmen.
Circussen en dierentuinen
In de Romeinse tijd werden er al wilde olifanten opgevoerd in gevechten met andere dieren of met gladiatoren. Gelukkig konden de meeste toeschouwers dat bloedige schouwspel met olifanten niet waarderen. In de 19de eeuw verscheen de olifant in Amerikaanse en Europese circussen. Beroemde circussen zoals Barnum and Bailey, Krone en Bouglione hadden vele olifanten en gebruikten ze als publiekstrekker. In hun optredens moeten de olifanten vaak dingen doen die erg pijnlijk voor hen zijn: een olifantenlichaam is nu eenmaal niet voor kopstand gemaakt en als een olifant zijn gewicht op twee poten moet torsen, is dat zeer slecht voor zijn gewrichten.
Olifanten horen duidelijk niet in het circus thuis: ze krijgen altijd veel te weinig ruimte en vaak hebben de begeleiders niet genoeg ervaring en mogelijkheden om de juiste verzorging te geven. Zeker mannelijke olifanten kunnen niet in circussen gehouden worden als ze ouder zijn. Er zijn trouwens al heel wat dodelijke ongevallen gebeurd met circusolifanten. In dierentuinen is de situatie verschillend. In feite hoort een olifant alleen maar thuis in de vrije natuur, maar in een goede dierentuin heeft een olifant geen slecht leven. Wat is nu een goede dierentuin voor olifanten?
Ten eerst moeten er voldoende olifanten zijn: het zijn heel sociale dieren en als er ergens een olifant alleen zit, wordt hij veel te eenzaam.
Ten tweede moet er uiteraard voldoende ruimte voor hen zijn, zowel binnen als buiten. Als een olifant in een te kleine ruimte zit, gaat hij snel vervelingsgedrag vertonen en gaat hij bijvoorbeeld steeds met zijn kop wiebelen of altijd een stapje vooruit en dan weer een stapje achteruit zetten.
Ten derde moeten de verzorgers voldoende ervaring hebben om met de dieren te werken. Tot slot moeten er voor de olifanten genoeg activiteiten zijn, zodat ze zich niet geweldig gaan vervelen. Soms wordt het eten van de olifanten niet steeds op dezelfde plaats gelegd, zodat ze ernaar kunnen zoeken.
In sommige dierentuinen lukt het erg goed om met olifanten te fokken en dat is geen gemakkelijke zaak. Bullen zijn moeilijk in een dierentuin te houden. Bovendien sterven er veel jonge olifantjes in dierentuinen. Hopelijk krijgen dierentuinen genoeg ervaring om olifanten te fokken, want als het ooit in de vrije natuur erg slecht gaat met de olifanten, zijn de dierentuinen misschien de enige plaats waar ze nog zullen kunnen leven.
Problemen
Het gaat niet zo echt goed met de olifanten. Je kon al lezen dat hun aantal sterk verminderd is in de afgelopen jaren. De olifant loopt gevaar om, net als de mammoet, ooit uit te sterven. Hoe komt dat nu, waarom loopt dit dier, waarvan zo vele mensen houden, toch gevaar?
A. Vele olifanten dragen ivoor aan hun hoofd en steeds hebben mensen dat willen hebben. De primitieve mensen wilden niet alleen het vlees van de mammoet, zij wilden ook al het prachtige ivoor om allerlei mooie dingen van te maken: de oudste beeldhouwwerkjes ter wereld zijn ivoren beeldjes van 25.000 jaar oud. De Romeinen doodden duizenden olifanten voor hun ivoor en maakten er zelfs tafels en bedden uit. De olifanten in het noorden van Afrika werden door de Romeinen uitgeroeid. Zeker in de 19de eeuw werd de jacht op de olifant voor het ivoor weer erg: zowel in Azië als in Afrika. Vooral in Japan en China werden kunstvoorwerpen uit ivoor gemaakt. In de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw werd een nieuw hoogtepunt in de ivoorjacht bereikt. Alhoewel er internationale afspraken waren om maar beperkte aantallen olifanten voor hun ivoor te doden, werd er zonder beperkingen gemoord. In Azië, waar alleen de bullen slagtanden hebben, zorgde dat voor een groot onevenwicht tussen de geslachten. De meeste olifanten werden gedood door mensen die daar helemaal geen toestemming voor hadden, de zogenaamde stropers. In 1989 vonden gelukkig genoeg mensen dat het zo niet verder kon. Een internationale conferentie verbood het in- en uitvoeren van ivoor totaal. Dat wil zeggen, als je hier nog een ivoren voorwerpje hebt, mag je het wel verkopen, maar je mag het niet naar een ander land brengen. Onmiddellijk daalde het ivoor in waarde en de stroperijen namen af. De president van Kenia stak symbolisch een grote stapel slagtanden in brand: de wereld moest beseffen dat ivoor niet iets moois is: achter ieder stuk ivoor zit een vermoorde olifant. Waren nu de olifanten gered? Vele landen in het zuiden van Afrika hadden echter nog een hele voorraad ivoor liggen. Bovendien ging het met hun olifanten redelijk goed. Vooral in Japan willen veel mensen ivoor kopen. Japanners maken namelijk naamstempeltjes uit ivoor. In 1997 mochten enkele landen uit het zuiden van Afrika een beetje ivoor uitvoeren naar Japan. Maar, vele stropers dachten nu: de ivoorhandel mag weer en opnieuw werden olifanten vermoord. In het jaar 2000 mocht de handel in ivoor opnieuw volledig niet, maar een internationale conferentie zou het weer kunnen toelaten: de dreiging blijft dus boven de olifanten hangen. Wat moet je nu doen als je iets in huis hebt dat gemaakt is uit ivoor? Je kan het beter niet verkopen, want dan ben jij ook een ivoorhandelaar. Hou het dus, maar zet het niet daar waar iedereen het kan zien, zodat je niemand op het idee kan brengen ook ivoor te willen. Pas als niemand nog ivoor wil, is dit gevaar voor de olifanten weg.
B. Olifanten zijn grote dieren: ze hebben veel voedsel en ruimte nodig. Er zijn veel mensen, die grote groepen mensen hebben veel voedsel en ruimte nodig. In de landen waar de olifanten leven, zijn de mensen niet rijk: het zijn bijna allemaal ontwikkelingslanden. Zeker in Azië, dat nog dichter bevolkt is dan Afrika, gaat het daarom slecht met de olifant: de mens heeft gewoon veel te veel gebieden ingepalmd, zodat er geen plaats meer is voor de olifant. Het gebeurt dan ook wel eens dat olifanten een rijstveld van de mensen leegeten. In een nacht eten die olifanten het eten van een hele familie voor een heel jaar op. De boeren in Azië en Afrika proberen dan ook alles om de olifanten weg te jagen en zelfs om ze te doden. Meer en meer vinden we olifanten enkel in kleine, beschermde gebieden, zoals in zuidelijk Afrika. Zoals je reeds kon lezen, bestaat dan het gevaar dat er te veel olifanten in dat gebied komen. Het gebeurt soms dat de overheid dat probleem dan oplost door gewoon een aantal olifanten dood te schieten. Uiteraard vinden olifantenliefhebbers dat onaanvaardbaar. Bovendien worden de olifanten dan gevaarlijk en schuw.
C. Olifanten in gevangenschap vormen een apart en complex probleem. Over circussen en dierentuinen hebben we het al gehad. In Azië worden olifanten al lang gevangen en getemd - wat op zichzelf een zeer hard en onnatuurlijk gegeven is - om nadien te werken in bijvoorbeeld de bosbouw. Daar is nu voor olifanten veel minder werk, wat een extra bron van problemen is. Sommige worden verkocht aan eigenaars die niet het beste met de dieren voor hebben. Gelukkig ontstaan er projecten die deze olifanten willen terugbrengen in de natuur, alhoewel dat verre van makkelijk is.
De olifant in de godsdienst, de kunst en als symbool
Een bepaalde West-Afrikaanse stam gelooft dat de olifant de voorouder is van de mens en de pygmeeën van het Ituri-woud in Kongo geloven dat de olifant de ziel draagt van de overleden voorouders. In Azië wordt de olifant vereerd en in de Hindoeistische godsdienst is er een god met een olifantenkop: Ganesja, de god van de wijsheid en het geluk. Hij beschermt kooplui, leerkrachten en studenten. In Japan zegt het bijgeloof dat een olifantbeeldje naast je bed, de nachtmerries weg houdt.
Vaak wordt de olifant als symbool gebruikt: de hoogste eer die je in Denemarken kan krijgen is opgenomen worden in de Koninklijke Orde van de Olifant, de Amerikaanse Republikeinse partij (de partij van president George W. Bush) heeft de olifant als symbool en heel wat grote bedrijven dragen de olifant in hun logo, wie kent de chocolade met de olifant niet, of het speelgoed ...
Vrienden van de Olifant
Wat doen we? Om de hulp niet te versnipperen, heeft Vrienden van de Olifant gekozen voor steun aan concrete projecten en werken we samen met collega-organisaties in het buitenland.
We steunen enkele projecten om de olifanten in Azië te beschermen, ondergebracht in het "SOS Aziatische Olifant Fonds". Het Azië Fonds steunt Elephant Haven in Thailand. Binnenkort komen daar beschermingsprojecten in India, Maleisië, Sumatra en op Sri Lanka bij.
De Afrikaanse olifant wordt gesteund door hulp aan het Olifantjes Weeshuis in Kenia, samen met projecten in het Fonds Beschermingsprojecten Afrikaanse Olifanten. In het Afrika Fonds zijn projecten opgenomen voor de bescherming van de Bos-olifant, de Woestijn-olifant, de West-Afrikaanse olifant en de Savanne-olifant.
Jij kunt daarbij helpen. Bijvoorbeeld als peetouder van een weesolifantje. Ook als Olifantbeschermer bij het Azië Fonds of Askari in het Afrika Fonds kun je een steentje bijdragen. En wanneer je je als Vriend aanmeldt, stel je ons in staat om ons werk te doen. Zo steun je in feite alle activiteiten voor de olifant. Uiteraard kun je ook donateur worden.
Het dier heeft ruimte, verzorging en aandacht nodig. En daarvoor heb je tijd, geduld en natuurlijk ook geld nodig. In feite is het eten niet duur, maar je moet ook denken aan de dierenarts. Met een kat in huis zijn er ook vervelende taakjes te doen, zoals de kattenbak schoonmaken.
Waar haal je een kat vandaan?
Een kat koop je niet in een dierenwinkel zoals een cavia of een goudvis. Je moet iemand vinden die een nest met jonge katjes heeft en ze kwijt wil. Een katje moet minstens 6 weken bij zijn moeder blijven, maar het best 8 weken voordat hij naar een baasje gaat.
.
Iets over de kat zelf.
De kat behoort tot de katachtige familie net zoals de leeuw, de tijger, het jachtluipaard en de panter. Dit zijn allemaal wilde dieren en zelfs de kat heeft nog iets wilds in zich en een huiskat zal ook nooit het gevoel van jagen verliezen.
De snorharen van een kat dienen als voelsprieten om te voelen of ze ergens door heen kan.Evenals bij alle katten is het gehoor van de huiskat zeer scherp. Zelfs het kleinste geritsel van een muis wordt geregistreerd. Katten kunnen vooral in de schemering goed zien.
Een huiskat heeft een krabpaal nodig om zijn nagels te scherpen. Een wilde kat of een kat die veel buiten is, doet dat op de bomen. Een krabpaal kun je kopen maar ook zelf maken. Als je een krabpaal in huis hebt, voorkomt dat dat je kat de meubels beschadigt.
Hoe zit het met het eten en drinken van een kat?
Wat ongezond is voor een kat, zijn resten van hetmenselijk eten, schoteltjes melk en geweekt brood. Dus het is eigenlijk gewoon beter om ze blikvoer en brokjes voor katten te geven.
Qua drinken kan je gewoon water geven. Als een katje jong is heeft hij drie keer per dag eten nodig, maar als hij volwassen begint te worden (ongeveer negen maanden oud) dan hoeft hij maar twee keer per dag of zelfs maar een keer per dag eten te hebben.Als een kat oud is en niet meer alle tanden heeft, krijgt hij beter drie of vier porties.
Cyriel en Louise eten brokken en drinken water omdat de dierenarts zei dat dat het gezondst is.
De geboorte van een kat.
Als een kat geboren wordt, is dat met een heleboel andere katjes. Een katje heeft ook altijd een soort vlies om zich heen als hij uit de buik komt en dat moet de moeder er af halen, anders stikt het katje. Ook heeft het katje zijn ogen dicht in het begin en kan dus niks zien. Het jonge katje kan zijn nagels niet intrekken, dat komt later pas.
Cyriel en Louise kunnen geen kitten krijgen want Louise is gesteriliseerd en Cyriel is gecastreerd.
Wat vind een kat fijn en wat niet?
De meeste katten vinden het fijn om als een baby te worden gedragen. Als je een kat wilt oppakken, moet dat eigenlijk zo . . . Dus nooit in het nekvel! Sommige katten vinden in bad gaan fijn maar de meesten niet of alleen de pootjes, dat kan ook. Alle katten vinden het fijn om geaaid of geknuffeld te worden, maar het ligt er maar aan hoe je het doet. Er zijn katten die het eng vinden als je ze een kusje op het hoofd geeft door het geluid maar als je het van jongs af aan doet, dan wennen ze er wel aan.Alle katten vinden het ook fijn om in een papieren zak of een kartonnen doos te zitten, omdat ze graag in een klein knus plekje te zitten.
Cyriel en Louise worden graag gestreeld en Louise is erg speels. Beiden verstoppen ze zich graag achter de boekenkast.
Een aantal rassen.
Kattenrassen, daar zijn er wel tientallen van, maar ik ga er maar een paar opnoemen met de foto erbij.
De Siamees
De Colorpoint blue
De Margay (wilde kat)
De Snowshoe
De Munchkin
De Blauwe rus
Beet
Een kat heeft een speciale vangtechniek.Zijn poten zijn daar helemaal voor gemaakt.Bij het sluipen loopt hij op voetkussentjes.Muisstil kan hij zo zijn prooi verslinden.Een kat kan zijn nagels uitslaan om zijn prooi mee vast te houden.Met behulp van kleine spieren kunnen de nagels worden in- en uitgeklapt.
Vlijmscherpe tanden.
Zijn scherpe tanden gebruikt een kat om de nek van zijn prooi mee door te bijten.De afstand tussen de hoektanden is bij katachtigen even groot als de nek van hun prooi breed is.De hoektanden van de kat passen precies tussen de nekwervels van een muis of een klein vogeltje.Met een beet drukt een kat de nekwervels van een muis of een klein vogeltje uiteen. De nek van het diertje breekt en het is meteen dood.Een kat gebruikt zijn kiezen alleen om vlees mee los te scheuren.Hij kan er niet mee kauwen.Vleesbrokken slikt hij zo door.
Aangeleerd gedrag.
Het jaaggedrag van katten is aangeleerd.Jonge katten zien bij hun moeder hoe ze een muis of mus moeten vangen.Pas als ze het gezien hebben, kunnen ze het later zelf ook.Eerst is jagen een spel.Door veel oefenen en fouten maken leert een kat de kunst. Wanneer een kat het jagen niet als kitten heeft geleerd, zal hij later nooit muizen vangen, zelfs niet als hij geen eten krijgt.Katten die voldoende te eten krijgen, gaan soms toch op pad.Vervelend is, dat ze hun prooi niet vaak dood maken.Dat doen ze waarschijnlijk omdat ze het zo' n leuk spelletje vinden.
Een nest jonge poesjes.
Jonge katjes noem je kittens.Een mannetje is een kater. Een vrouwtje is een katin.Een moederpoes krijgt 3 tot 5 katjes per keer.Dat noemen we een worp.De poes is dan ongeveer 63 dagen drachtig geweest.Dat is maar 2 maanden.
Een prikje voor poes.
Toen jij klein was, kreeg je allerlei prikjes tegen ziektes.Dat zijn inentingen. Katjes ook, tegen de kattenziekte en de niesziekte.Dat zijn allebei besmettelijke ziektes. Ook wordt hij ontwormd.Katten hebben vaak last van wormen in hun buik.Dat komt omdat ze veel rauw vlees eten.En omdat ze altijd hun vuile pootjes schoonlikken.Ze krijgen de eitjes van wormen binnen, die dan in de kattenbuik uitkomen.Daarom moeten katten regelmatig ontwormd worden.De dierenarts geeft dan een voorschrift. Dan haal je dat bij de apotheker.
Cyriel en Louise hebben geen vlooienbandje, wel een middel dat direct in het bloed trekt.
Een gezonde kat.
Gelukkig zijn Cyriel en Louise gezond.Ze likken hun glimmende vacht.Hun neusje is nat en ze liggen gezellig te spinnen.Ze eten hun bakje helemaal leeg.
Een tong van schuurpapier.
De tong van de kat is erg ruw.Hij wast er zijn velletje mee.Dat doen alle katachtigen.
Vraagjes.
1. Waarom hebben wij onze katten Cyriel en Louise genoemd?(omdat de letter i er in voorkomt)
2. Wat bedoelen de Engelsen met: Het regent katten en honden?(het regent pijpestelen)
3. Hoe kan je zien dat een kat gezond is?(ze likken hun glimmende vacht, hun neusje is nat, ze liggen gezellig te spinnen en ze eten hun bakje helemaal leeg)
4. Welke van mijn twee katten belandde in de afwasmachine?(Louise)
5. Hoe krijgen katten wormen in hun buikje?(door rauw vlees te eten of door hun vuile pootjes af te likken)
6. Hoe komt het dat Cyriel en Louise geen kittens kunnen krijgen?(omdat ze gecastreerd of gesteriliseerd zijn)
7. Welke kat treedt op in Shrek 2?(de gelaarsde kat)
Zegjes over katten:
·Je bent poeslief.
·Je bent kattig.
·Het regent katten en honden (zeggen ze in Engeland). In het Nederlands is dat: het regent pijpestelen.
·Een hond heeft een baas, een kat heeft bediendes.
·Een kat heeft 7 levens.
katten rassen
Abessijn American Curl (langhaar en korthaar) American Shorthair American Wirehair Amerikaanse Bobtail ( korthaar en langhaar) Anatolische Kat/ Turks Korthaar Asian (langhaar en korthaar) Australian Mist Balinees Bengaal Bohemian Rex Bombay Brits Korthaar Brits Langhaar/Lowlander Burmees Burmilla Chartreux/Kartuizer Chausie Ceylon Cornisch Rex Cymric Devon Rex Don Sphynx Egyptische Mau Europees Korthaar Exotic German Rex Havana Brown Heilige Birmaan* Highland Fold Honey Bear Japanse Bobtail (langhaar en korthaar) Javanees/Oosters Langhaar/Mandarin Kartuizer/ Chartreux Korat Kurilian Bobtail (korthaar en langhaar) La Perm(korthaar en langhaar) Lowlander/Brits Langhaar Maine Coon* Mandarin/Javanees/Oosters Langhaar Manx Munchkin (langhaar en korthaar) Nebelung Neva Masquarade (variant van de Siberische kat) Noorse Boskat Ocicat Oosters Korthaar Oosters Langhaar/Mandarin/Javanees Perzisch Langhaar Peterbald Pixiebob Ragdoll Russisch Blauw (wit/zwart) Savannah Serengeti Scottish Fold Selkirk Rex (korthaar en langhaar) Siamees Siberische kat Singapura Snowshoe Sokoke Somali Sphynx Thai (Traditionele Siamees) Tibetaan Tiffany/Chantilly (langharige Burmees) Tiffany (langharige Asian/Burmilla) Tonkanees Turks Angora Turks Korthaar/Anatolische kat Turkse Van York Chocolate
Een orka is zwart wit van kleur, het is een zoogdier. Een orka is warmbloedig net als wij . Zijn huid voelt een beetje aan als rubber. Op zijn rug heeft de orka een driehoekige vin. Bij deze rugvin zit een grijze vlek, deze noemen we 'het zadel'. Een mannetje kan bijna 10 meter lang worden en weegt 10.000 kilo Vrouwtjes worden niet langer dan 8 meter en wegen ongeveer 3.000 kilo. De orka leeft vaak in koud water rond de noord- of zuidpool.
Hoe ademt de orka.
Een orka heeft longen, hij moet dus steeds boven water komen om adem te halen, dat doet hij met zijn neus, die bovenop zijn kop zit. Onder water gaat het blaasgat met sterke spieren dicht, zodat er geen water in zijn longen komt. Zo kan hij onder water eten zonder dat hij water in zijn longen krijgt.
Kunnen orkas praten.
Het geluid is onder water heel ver te horen. Dieren die onder water op 3 kilometer afstand van elkaar zijn kunnen op deze manier zelfs nog met elkaar praten! De taal van orka's heeft veel verschillende geluiden en klanken. De taal van de orka's wordt al lang onderzocht door wetenschappers.
Kunnen orkas horen en zien.
Orka's kunnen goed zien, of ze nou boven of onder water zijn, het maakt niks uit. De oren van orka's werken ook goed. Ze liggen verstopt in de huid. Ze werken zelfs zo goed dat wanneer de orka in een prooi bijt, een soortgenoot dit op grote afstand kan horen! Wat een orka minder goed kan is proeven en ruiken.
Hoe jaagt de orka en wat eten ze.
Orka' s jagen vaak in groepen ze werken samen als ze een prooi vangen. Zo' n groep bestaat uit: ~ mannetjes (ook wel bullen genoemd) ~ vrouwtjes (ook wel koeien genoemd) ~ jongen (ook wel kalfjes genoemd) Het oudste vrouwtje heeft de leiding over de groep. Ze eten dieren zoals; walvissen, robben, zeehonden en walrussen.
Hoe oud kan de orka worden
Een vrouwtje 70 jaar en mannetje 40 jaar.
Knappen beesten zeg die orkas.
Orka's zijn goede duikers, ze duiken met gemak 350 meter diep. Als ze duiken kunnen ze ook nog eens lang onder water blijven, namelijk wel 20 minuten, zonder dat ze naar boven moeten om adem te halen!
Orkas en mensen.
Ongeveer 30 jaar geleden waren mensen bang voor orka's. Dat kwam omdat we de orka nog niet goed kenden. Zeevaarders hadden namelijk gezien hoe een orka tekeer ging bij het vangen en doden van een prooi. Bovendien hebben ze zijn angstaanjagende tanden gezien, daarom dachten ze dat de orka een gevaarlijk roofdier was. Mensen zijn alleen nog nooit gedood. Een keer is een surfer door een orka aangevallen maar hij werd meteen weer losgelaten. In 1988 beukte een orka van speelsheid een Engels schip in stukken, de boot zonk en de engelse surfer sprong in een rubberboot en werd verder met rust gelaten. Na een paar uur werd hij door een vrachtschip gevonden.