Het is allemaal wel goed en wel als je de basisregels van
het pokeren doorhebt en ook al aardig overweg kan met het pokerspel. Het kan
dan wel soms nog zijn dat je hier en daar een term ziet staan waar je niet
vertrouwd mee bent. Het pokerspel heeft zijn eigen vakjargon en dat is soms
niet altijd even gemakkelijk. Omdat ik zelf vaak problemen had met een paar van
die termen wil ik er hier een paar met jullie bespreken.
1. De nuts de nuts
wordt veel gebruikt in de uitdrukking de nuts op de flop spelen. Dat wil zeggen dat je je best mogelijke pokerhond
op de flop gaat spelen. De nuts bekent namelijk je best mogelijke pokerhand
op een bepaald moment. Zo kan je bijvoorbeeld een ace-high straight (tien,
boer, vrouw, koning, aas) hebben als nuts op een flop van een tien, boer,
vrouw.
2. Pot Odds de Pot
Odds staan voor de verhouding tussen het bedrag van de pot en de grootte van het
bedrag dat een speler betalen moet om mee te gaan met een bepaalde inzet of
bet. Als je de Pot Odds berekent, bereken je als het ware je winstkansen in je
spel. Zonder Pot Odds berekening zal je pokerspel op niets uitdraaien want met
de Pot Odds bepaal je namelijk of je valt of staat in het spel.
3. Pocket Pair Een
parencombinatie van bijvoorbeeld 33, 66. Dat zijn pocket pairs.
4. Outs Aantal
kaarten die nog in het spel aanwezig zijn waarmee je je hand kan verbeteren op
de river of turn.
5. Coin Flip
Wordt gezegd wanneer beide spelers evenveel kans hebben om een pot te winnen in
een pokerspel. Coinfilps komen vaak voor bij no limit holdem toernooien in
all-in omstandigheden.
6. All-in Alle
chips die je nog over hebt gaan inzetten.
Uiteraard zijn er nog veel meer pokertermen maar dit waren
voor mij persoonlijk tot voor kort de onbekenden.