Nepenthes DE TROPISCHE BEKERPLANT Dit bericht geeft algemene informatie over de nepenthes. Er zijn meer dan vijfentachtig soorten tropische bekerplanten.
Alle Nepenthessoorten zijn vaste planten.
Nepenthes planten zijn typische klimplanten die groeien in mistige, met mos bedekte wouden op tropische bergen of in lager gelegen bossen.
Afhankelijk van de soort worden de vangbekers wel 40 tot 50 centimeter groot.
Per soort en zelfs binnen de soort verschillen vorm en afmeting sterk. De typische vorm is min of meer cilindervormig, de onderste helft heeft vaak een buikje, met een afgeronde bodem. Bij jonge bekers is de deksel op de val nog gesloten en zijn de verteringssappen steriel.
Na het openen blijft de deksel onbewegelijk. Het is dus geen deur die open en dicht kan gaan. De deksel dient als paraplu om vollopen en overstromen van de beker tegen te gaan en als landingsplaats vol met nectar voor de prooidieren.
In het onderste gedeelte van de beker zit een verteringszone, die dicht met klieren is bezet. Die klieren scheiden verteringssappen af en nemen de opgeloste voedingsstoffen van de prooi op.
Sommige hebben wel op drie verschillende niveaus verschillende vormen.
Zet deze plant in een ruime ronde vaas, gevuld met turf en rivierzand.
Zet hem vlak voor het raam, maar niet in de felle zon.
Goed nat houden met regenwater.
In cultuur ontwikkelen de bekers zich het best in het voorjaar en zomer onder een hoge luchtvochtigheid. Het ontbreken van bekers aan de bladeren is een aanwijzing dat de plant te donker staat of dat de luchtvochtigheid te laag is.
Een manier om dit op te lossen is de plant dagelijks te sproeien met een plantenspuit en de planten in een wijde schotel met een laagje water te zetten.
De mogelijkheid voor het houden in de huiskamer worden steeds beter.
Alle soorten kunnen zonder enig probleem ingekort of gesnoeid worden.
De meeste soorten verlangen het hele jaar door een temperatuur van 20 30 graden C.De planten kunnen het best onder lichteomstandigheden worden gekweekt, zonder veel direct zonlicht.
VERMEERDERING. Stekken blijven over na het inkorten van oudere planten. De stekken moeten in een zeer luchtig, voedingsarm mengsel gestoken worden en kunnen behandeld worden met een bewortelingspoeder.
Een plastic zak over de stekken verhindert het uitdrogen.
Je kan de stek ook ongeveer een half jaar in een glas met water zetten, tot er een wortel aan komt, dan zet je hem in een pot, gevuld met turf. Na weer ongeveer een half jaar komt er een blad aan.
( Bron- Vleesetende planten door A.Slack Carnivorous plants of the world door J. en P. Pietropaolo Carniflora door Gert Hoogenstrijd)