Inhoud blog
  • Een selectieve zelfbiografie van Z tot A, dit maal de Z
  • Een selectieve zelfbiografie van Z tot A, dit maal de Y
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    Als alle stenen zullen zijn samengebracht
    Fragmenten
    18-04-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Een selectieve zelfbiografie van Z tot A, dit maal de Y
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Y

    YGGDRASIL

    Een naam uit de Noorse mythologie, recht uit de Edda’s. Om eerlijk te zijn heb ik mij weinig ingelaten met die materie, hoe boeiend ze ook lijkt. En toch een Y voor Yggdrasil.

    Yggdrasil, even het geheugen opfrissen, is de heilige boom die midden in de wereld staat, de wereldboom dus, een es. Onder zijn kruin zitten dagelijks de goden, de asen, te discussiëren. Hier bevindt zich de wereld van de goden, de Asgaard, het Walhalla. Yggdrasil heeft vele en machtige wortels, en tussen die wortels vinden we dan het dodenrijk Hel, maar ook Midgaard, de wereld der mensen en voorts zijn er plaatsen voor reuzen, nornen, draken en wat al niet meer.

    Toegegeven, de Y, net als de Z, X en Q niet bepaald de populairste beginletter, dus wie daar bij hoort, maakt wel meer kans dan pakweg een woord dat met M of P begint. Maar zoals verleden keer in het voorwoord vermeld: het gaat niet om het woord an sich of wat er achter steekt, eerder om de subjectieve (levens)ervaring die het woord in kwestie bij mij oproept, dus niet zozeer Yggdrasil dan wel míjn Yggdrasil.

    En daarvoor moeten we naar Luik trekken, begin van deze eeuw. De Opéra de Wallonie programmeert, gespreid over twee jaar, de volledige tetralogie van Richard Wagner. Het eerste jaar Das Rheingold en Die Walküre, het jaar erop Siegfried en Götterdämmerung. Een buitenkansje zo leek mij en dat was het ook, een doos, misschien van Pandora, vol verwachtingen en als symbool par excellence Yggdrasil. Ik verklaar mij nader.

    Iedereen kent dat gevoel wel: de uren van ingehouden spanning vlak voor een vertoning waarvan men verwacht dat ze groots en onvergetelijk zal worden, je vindt het zowel bij operaliefhebbers als bij voetbalsupporters – er zijn wel meer gelijkenissen tussen een voetbalwedstrijd en een opvoering van een opera, maar dit is hier niet het forum om er nader op of tegen in te gaan. Een ferme treinreis, nog geen (afgewerkt) staal, glas en beton van Calatrava in Luik-Guillemins, een overjaars hotelletje, inchecken. En dan eindelijk de neoklassieke gevel van de opera op de Place de la République Française. Na de blijde inkomst met de (nogal dure) kaartjes, de vestiaire, het geschuifel in de inkomsthal, de trappen op, nog trappen op, nog trappen, nog tweemaal trappen op – ik zie het mij vandaag niet meer doen - dan het hortende schuiven in de veel te smalle rijen naar je genummerde zitplaats, zeventien? Ja dix-sept. Het doven van de lichten, het verstillen van het geroezemoes, het doek dat opengaat… of in dit geval niet opengaat maar waar je blik door een aangepaste belichting naar toe gezogen wordt en dan zie je geborduurd? geschilderd? gedrukt? een reuzengrote – een understatement – gestileerde afbeelding van Yggdrasil, de wereldboom… en dat terwijl in de orkestbak de ouverture tot Das Rheingold en in feite tot de hele Ring des Nibelungen weerklinkt, aanzwelt, zich nestelt tussen je oren en een onbeschrijfelijk – zeg dat wel! – gevoel van verwachting opwekt, het begin van een mythisch verhaal met bovenmenselijke dimensies, de eerste noten van veertien uur muziek en drama over twee jaar uitgesmeerd. En wat je hoort… een sidderende grootsheid en wat je ziet een drukkende, glinsterende aanwezigheid van Yggdrasil. Je zou voor minder je adem willen inhouden! Op het puntje van je stoel zitten was al niet meer nodig, want de stoel bestond maar uit een puntje met dito leuning. Tot het doek met de wereldboom open gaat, en de lichten traag de groene Rijnoevers beschijnen met daarin, jawel, dartelend, spelend, zich van geen kwaad bewust, Wellgunde, Flosshilde en Woglinde, de Rijndochters, symbolen van de prenatale oertoestand in het water, als vissen zo glad, drie sirenen, drie Loreleien. ‘Nur wer der Minne Macht versagt, nur wer der Liebe Lust verjagt, nur der erzielt sich den Zauber, zum Reif zu zwingen das Gold’ (‘Wie alle minnebanden slaakt, wie geen liefdeslust meer plaagt, die alleen verwerft zich de macht het goud tot een ring om te toveren’). Waarmee veertien uur opera in één zangerige gil samengevat wordt. ‘Weia! Waga! Woge, du Welle! Walle zur Wiege! Wagalweia! Walala weiala wei   -   -  a!’ Ja er scheelde iets aan Wagner, en was dat maar het enige!

    Samengevat: Yggdrasil als metafoor voor zinderende verwachting.

    Kwamen ook in aanmerking: Yoga, Yo-yo Ma

    Ysaÿe

    Zijn borstbeeld – twee of driemaal de natuurlijke grootte – staat in Luik, aan de Boulevard Piercot, hij is er ook geboren in 1858. Een natuurtalent, een beetje wonderkind ook en op zijn 23ste concertmeester aan wat later de Berliner Philharmoniker zou worden, groot violist vooral maar ook componist. Later eveneens professor aan het conservatorium van Brussel en als dusdanig privéleraar van onze Belgische Queen Elizabeth, en zo weet je hoe het concours Reine Elisabeth verwekt werd en in 1937 het licht zag. Ysaÿe, een echte Bourgondiër die op zijn 70ste trouwde met een leerlinge van hem, half zo oud op dat ogenblik. Het koppel zou slechts korte tijd gelukkig zijn, want drie jaar later stierf Ysaÿe. Tot zover de officiële Eugène Ysaÿe. Mijn Ysaÿe is die van de sonates voor viool solo, opus 27. Zes sonates opgedragen aan zes van door Ysaÿe zeer bewonderde collega’s-violisten: Jacques Thibaud, Georges Enescu, Fritz Kreisler… om er maar drie van te noemen. Meer nog, in elk van deze sonates probeerde Ysaÿe iets van de eigen stijl van deze violisten te leggen. Na de sonates en partite van Bach – voor mij toch – de mooiste stukjes ooit voor vioolsolo geschreven, en ook niet de gemakkelijkste. Virtuositeit is het woord dat bij deze stukken past. Het bekendst wellicht is de parafrasering van één van de meest geparafraseerde muziekstukken: het Gregoriaanse Dies Irae, luister naar de prelude van de tweede sonate, in la klein. Ysaÿe noemt dit deel heel passend Obsession.

    Kwamen ook in aanmerking: niemand                         

    Yourcenar

    Net als bij Stefan Zweig, heb ik lang, lang geleden deze Mareguerite ontdekt via een klein, fijn werkje, het was verschenen in de reeks Belleterie, een jeugdwerkje zowaar, maar wat een effect had deze novelle niet op een verliefde tiener! Alexis of het verhaal van een vergeefse strijd. Ik heb het meer dan eens ter hand genomen en dan in één haal uitgelezen, daarna eens uitgeleend en nooit meer teruggezien, het dan maar in het Frans gekocht: ‘Alexis ou le traité du vain combat’. Een juweeltje! Echt, zoals dat juweeltje van die andere Marguerite, Duras: Allegro moderato, bij mijn weten ook een jeugdwerk. Weliswaar twee totaal verschillende verhalen en zeker verschillende stijlen, maar beide twee pareltjes van de Franse literatuur, en dan te weten dat de twee Marguerites mekaar het licht in de ogen niet gunden, of zijn die praatjes overdreven?

    Alexis of de verhandeling van een vergeefse strijd, is feitelijk niets anders dan een nogal dubbelzinnig aftasten van de biseksualiteit, iets wat ik bij de eerste lezing niet doorhad, en nu we het levensverhaal van Yourcenar kennen, blijkbaar erg autobiografisch: haar eerste verliefdheid betrof een homoseksuele man. Geschreven in de briefvorm, direct maar gewaagd dus: Alexis die in een lange brief zijn vrouw Monique tracht uit te leggen waarom hij haar verlaat. De bekentenissen van Alexis zijn op zijn zachtst gezegd nogal bedekt – vandaar dat ik die dingen tijdens een eerste lezing niet doorhad - hij schrijft onder meer ‘datgene waarover ik het nu heb, wordt beschouwd als een ziekte’, hij (zij, M.Y., ook hoor) zoekt voortdurend naar de juiste woorden om zijn innerlijke strijd tussen begeerte en angst uit te drukken. En dan het lichamelijke, dit eeuwige aantrekken en afstoten, hij gruwt van aanrakingen maar verlangt dan weer mateloos naar vleselijk genot. En bovendien een knap staaltje van zelfmedelijden ook: ‘Ik heb nooit liefgehad, ik zou alleen van een volmaakt mens kunnen houden’. Een boekje om te koesteren, één van de vele trouwens, dat gaat u nog merken.

    Kwam ook in aanmerking: Yalom

    Ykens Catharina

    Tja, veel Y’s ga je niet ontmoeten in de wereld van de beeldende kunsten (X’en nog minder, dat belooft!). Dat er wel ergens een Young zou te vinden zijn die het in het wereldje min of meer gemaakt had, was te verwachten, en inderdaad is er Peter Young, een nu 73-jarige schilder uit de VS. En er zijn nogal wat Peter Youngs die geen schilder zijn ook. Nee dus, ik kies voor Catharina Ykens. Antwerpse, XVIIe eeuw en vrouw, het lijkt bijna een theodicee. En toch… net als bij Artemisia Gentileschi een dikke eeuw vroeger, was haar vader Jan Ykens ook schilder, het vak kon dus zonder veel ruchtbaarheid geleerd worden. Zij signeerde haar werk heel devoot met ‘Catherina van Ykens, filia devota’. Ykens is vooral bekend, nou ja, voor zover ze al bekend zou zijn, om haar kleurige guirlandes en slingers of haar portretten met fruit- en bloemenslingers errond. Maar het werkje van haar dat ooit mijn aandacht trok is een wat luguber ogend schilderijtje, een typische vanitas: grijnzend doodshoofd met sieraden behangen. En zijn het niet juist die sieraden die het geheel een macaber gevoel geven? Symbolen van een rijk en bloeiend leven, bekijk die oorhangers maar, de rozen in het haar gevlochten, de distelvink die in de nu nog verse bessen pikt, het zou frivool en levenslustig kunnen zijn, was er niet dat masker: een schedel met een al half vergaan neusbeen. Memento mori of ‘eerst ick, dan gy!’

    Kwamen ook in aanmerking: niemand, ook Peter Young niet

    York(shire)

    York blijft toch York. Het bekende (?) mnemotechnisch regeltje voor morseseinen. Een lettergreep met een o staat voor lang, de andere lettergrepen voor kort: A, atoom, kort-lang ( . _ ); B, bokkenwagen, lang-kort-kort-kort ( _ . . .  ); enzovoort en ja, Y, York blijft toch York , lang-kort-lang-lang ( _ . _ _ ).

    Maar York is voor mij in de eerste plaats toch het Early Music Festival. Ik was er ooit op vakantie. Het stadje zelf: alleen al om zijn omwalling, waar je op kunt lopen en de binnenstad bekijken, is York de moeite waard. Vaut un détour. De omgeving nog meer: heerlijk de eeuwige wind opsnuiven op de Wuthering Heights, de krachtige wolkenformaties bewonderen, iets wat ik toen te expliciet gedaan heb, want het hobbelige terrein zorgde ervoor dat ik daar mijlen ver weg van de bewoonde wereld mijn enkel verzwikte. Een zeegevoel – zie Zeebrugge – in de heuvels! Klopt inderdaad: weidsheid, de enkeling tegen de elementen, kale rotsblokken en dan die nooit rustende wind en de uitgestrekte landschappen met de erica-purperen heuvels rondom. Mij eventjes de rancuneuze Heathcliff gevoeld, de rauwe Ralph Fiennes uit de gelijknamige film van Peter Kosminsky, maar bij gebrek aan een Cathy of een Juliette Binoche dan maar prozaïsch naar de parking gehinkt.

    Kwam ook een beetje in aanmerking: Yvoir

    Volgende aflevering: X

    18-04-2014 om 23:16 geschreven door Bart Hans  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (1 Stemmen)
    Tags:Autobiografie, Yggdrasil, York, Yorkshire, Yourcenar, Ysaye, Ykens


    Archief per week
  • 14/04-20/04 2014

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs