Wat als de werkelijkheid een schaduw is van het Niets wij niet denken kunnen.
25-01-2013
Ach, afgrond gedachte, gij die mijn gedachte zijt! Wanneer vind ik de kracht te luisteren naar uw delven en niet meer te sidderen? Tot in de keel klopt mij het hart, wanneer ik u hoor delven! Uw zwijgen zelfs wil mij verstikken.
Want wij weten niets, wij vegeterende van de waarheid en het leven, stof dat zowel binnen als buiten op de ramen zit, kleinkinderen van het noodlot en stiefzonen van God, die de eeuwige duisternis huwde toen zij weduwe werd van de Chaos die ons heeft verwekt.
Muur één: mijn ouders, hun liefde. Muur twee: mijn omgeving, hun wereld. Muur drie: mijn waarnemingen, hun waarheden. Muur vier: mijn angsten, nimmer afwezig; Mijn trouwste vriend.
Sluit mij maar op, beperk mijn gedachten Vier witte muren, geen dagen, geen nachten Meer dan het leven begrijp ik de dood Verlangens en streven slechts water en brood
Als ik één dag jou mocht zijn wat zal ik dan leren? Zittend plassen in plaats van staand, of met een vinger mastruberen, lopen op stiletto's, lijstjes maken van wat niet, nee ik zal mij zien zoals jij dat doet, een beetje huilen: empathie.
Vandaag ben ik gaan lopen bestemming onbekend eerst nog langs het station ook daar was ze niet bekend Toen intuitief richting het Westen maar door de kustlijn afgeremd
Kon ik maar nergens heen met de wind mee- of in de stroming ver weg van hier met het niets als mijn beloning
De zon zakte in het water daar waar ze is bestemd Ik ben gestopt met hopen Mijn verlangens zijn getempt Hier en nu voldoet maar ik raak nooit aan haar gewend
Mijn vroegste herinnering bevestigd jouw bestaan, Jij was er, nog voor ik wist wie wij waren Dat maakt jou mij, en andersom Wat jij doet, doet mij denken Zonder denken ben ik Niets Bedankt voor wie je bent, Geworden, en ooit zal zal zijn
Is mijn lichaam nu de aarde Mijn adem is de wind Leen ik mijn hart terug aan het leven Opdat zij jou ook bemind Mijn ogen zijn nu spiegels Mijn stem is de muziek Ik bekijk- en ik bespeel je Zonder dat jij mij ziet Mijn gehoor zit in de muren Mijn armen om je heen Als een deken wanneer het koud is Voor altijd samen, toch allen Nu weet je wat je aan me hebt En waar je zoeken moet Hopelijk Hoop in slechts drie woorden;
Ieder excuus dat je helpt om je eigen bewustzijn te verduisteren, iedere vorm van bedwelmingsmiddel: het kan een vrouw zijn, een man, een boek- wat je ook maar helpt jezelf te vergeten, alles wat je zelfherinnering van je wegneemt, wat de last van je bewustzijn van je afneemt.
Je kunt jezelf een ogenblik afleiding bezorgen, maar geen vorm van afleiding zal je helpen. Alleen/al-een zijn moet geaccepteerd worden omdat dit het Uiteindelijke is. Het is geen toevallige gebeurtenis, het is precies zoals de dingen zijn, het is Tao. Op het moment dat je dat accepteerd, verandert ook de kwaliteit. "al-een-zijn" op zichzelf schept geen droefheid. Je idee dat je NIET alleen zou behoren te zijn, dát is wat de droefheid schept! Je idee dat al-een ipso facto droefheid is, dát is wat het probleem schept. Al-een zijn is van een volstrekte schoonheid, omdat het volstrekte vrijheid, absolute vrijheid is: hoe kan het droefheid geven? Je zult die interpretatie moeten laten vallen. In feite, als je in je vraag zegt: "ik word geconfronteerd met een nieuw alleen zijn, dan doel je werkelijk op het feit dat je met nieuwe eenzaamheid geconfronteerd zult worden en je hebt nog niet het verschil gezien tussen eenzaamheid en alleen-zijn.
Dit 'Zijn' is zo eenvoudig, zo weinig gecompliceerd, zo altijd het geval, dat ik er volledig overheen leef...
Na een grote diepgaande liefdeservaring zul je je alleen voelen. Na een diepe meditatie zul je je alleen voelen. Daarom maken alle grote ervaringen mensen droevig. In de navolg van een diepgaande ervanring ontstaat altijd droefheid. Uit hoofde van dit fenomeen hunkeren miljoenen mensen niet naar diepgaande ervaringen; ze vermijden ze. Ze willen niet diep in de liefde binnendringen, seks is genoeg. Want seks is oppervlakkig. Het zal deze ervaring van alleen-zijn niet teweegbrengen. Het zal een pretje zijn, een vorm van vermaak; gedurende een ogenblik zullen ze zich erin verlustigen en dan zullen ze het vergeten, het zal hun niet naar hun eigen centrum voeren. Maar liefde brengt je naar je eigen centrum: Liefde gaat zo diep, dat ze je alleen doet blijven.
Het is de droefheid van een mens die tijdens een ondeelbaar moment in al-één zijn is gevallen en daarna weer op het strand van de gewonge ego-zienswijze is geworpen. Maar toch met die herinnering. Het geeft een diepe exitentiele droefheid en tegelijkertijd de hunkering om dit, ondanks alle angst, opnieuw te mogen beleven en nu in permenente zin.
Wij zijn allen zuiver bewustzijn, zoals een vriend mij zo vaak zei. Ook al maken onze hersenen ons voortdurend iets anders was. Of- anders gezegd- wij zijn allemaal één aan een oceaan van helder water, ook al suggereren onze hersenen ons dat wij als golfjes niet uit datzelfde water bestaan. Of- nog anders gezegd- wij zijn allemaal liefde, ook al vertellen onze hersenen ons dat wij egocentrische pubers zijn en zullen blijven, eeuwig op zoek naar Liefde, verslingerd en verslaagd aan de kijk-grijp van de wereld.
-Tenzij alleen-, ben ik niet heel. Alleen dan is er geen ander.
Met vijftig klodders beschilderd op gezicht en ledematen: zo zat gij daar tot mijn verbazing, gij tegenwoordigen! En met vijftig spiegels om u heen, welke uw kleurenspelen in 't gevlei kwamen en napraatten! Inderdaar, gij kunt onmogelijk een beter masker dragen, gij tegenwoordigen, dan uw eigen gezicht is! Wie zou u- herkennen?