Er was een minibus in Panama en wij zaten daarop. Een dwerg stapte op en aangezien de zitplaatsen bezet waren, nam de dwerg plaats op een verhoogje, met het gezicht pal naar ons. Hij zei geen "buenos tardes" toen hij opstapte, keek niemand aan en keek star, op het droevige af, voor zich uit. Andere mensen in de bus lachte met hem, niet al te subtiel en niet gehinderd door enig empathisch vermogen. Het één is het gevolg van het ander. De dwerg zei geen "adios" wanneer hij afstapte. Dwergen zijn dan wel klein, maar mensen die met dwergen lachen, wauw, die zijn pas écht klein.