Na de vermoeiende vlucht naar Moskou
werden we op de luchthaven opgewacht door Sergei, die ons naar het
studentenhuis voerde. De eerste indruk van Moskou is er alleszins
geen om vlug te vergeten. De kilometerteller van het
mercedes-minibusje deed het niet, en Sergei moest als een echt Rus de
auto opstarten, nl. door twee draadjes met elkaar te verbinden, zoals
je ziet op tv. Nadat we de indrukwekkende Leninski Prospekt hadden
afgereden, vertraagde Sergei plots. Midden op de weg lag een
bewegingsloze man, die hoogstwaarschijnlijk was aangereden. Wij reden
natuurlijk gewoon door, een ambulance was nog nergens te bespeuren.
Aangekomen op het studentenhuis begon de Russische stoelendans al.
'Jullie staan niet op mijn lijst, er is geen kamer voor jullie'.
Stefanie en ik kregen uiteindelijk toch een kamer. Stefanie bij een
paar Koreanen, ik bij twee Brusselaars die ook een goed mondje
Nederlands spreken, Simon en Nicolas. Op het vliegtuig hebben we
bijna niet kunnen slapen. Het rook er dan ook een beetje naar kots,
nadat een te zelfzekere Rus net naast onze zitjes het bewustzijn had
verloren en uiteindelijk twee zakjes had ondergebraakt. We konden op
het studentenhuis slechts een uurtje of twee slapen, want om 9u30
moesten we alweer bij een andere mevrouw zijn die voor ons een
afspraak regelde op de universiteit. Daar gingen we dan ook naartoe.
We wachtten Stien en haar vriend Massimo op aan het metrostation Park
Kulturi. Aangekomen op de unif, mochten we van de bewaker niet binnen
tot ze ons kwamen halen, want we hadden geen pasjes. Ik heb de indruk
dat ze hier overal bewakers hebben. In banken, de universiteit,
private parkings,... overal zit er wel één of andere luie Rus niets
te doen. Op school hebben we dan de voorbereidingen voor de
administratie wat gemaakt en dat was het dan... Voor de rest waren we
veel te moe om zinnige dingen te doen, behalve een modempje kopen
voor de pc en een nieuwe sim kaart.