Deze middag
luisterde ik in de wagen naar een verslag over het congres van de SP.a en ik
was verrast. Nu ja, dat verrast mag je wel in vrij negatief daglicht stellen.
Ik was namelijk ontzetten teleurgesteld in het taalgebruik van ons aller Caroline
Gennez.
Als geboren
Antwerpenaar is het socialisme met de paplepel en al door mijn strot geduwd. Tegen
wil en dank zou ik socialistisch leren denken tot ik zou vergeten dat wat ik
dacht nog überhaupt de naam socialistisch waardig zou zijn. Dat ik ondanks
dit alles een eigen politieke voorkeur heb kunnen ontwikkelen die los staat van
het rode gedachtegoed, mag dan ook een klein wonder heten.
De SP.a
heeft door de decennia heen steeds de nadruk gelegd op het volkse karakter
van hun beleid, visie en ideologie. Daardoor wilden zij met eenvoudige (meestal
gratis) verwezenlijkingen de brave burger aan hun kant blijven houden. Dat
succesverhaal kende zijn climax ten tijde van Supersteve ofte Steve Stunt
(toevallig tijdens economisch betere tijden)...
Waar ik me
echter dood aan ergerde was niet de ideologie of de vekondigde boodschap van de
partij, maar wel het taalgebruik van de voorzitster. Met enkele platvloerse
Vlaamse klanken trachtte de voorzitster volks over te komen en zo enige
sympathie op te wekken. Sympathie voor wie? Vor mensen die het nu opnieuw aan
het verknoeien zijn? (want bewust afwezig blijven bij volkse themas is voor een
volkse partij echt wel verknoeien). Neen dank u, mevrouw Gennez....
Bovenop het
ergerlijke taalgebruik, komt er ook nog de café-praat waaraan mijn zatte
nonkel op zijn hoogdagen een ferme punt kan zuigen. Met uitspraken als rode
Jean-Marie Dedecker en een paarse Tobback bewees mevrouw Gennez niet alleen
dat ze kleuren goed kende maar dat ze van ideologie en verschillende visie
geen kaas heeft gegeten.
Moet of mag je kritiek geven op personen die er een andere
mening op na houden? Natuurlijk, maar sluit hen niet uit van een gemeenschap
waar de bewuste personen niet eens toe willen behoren... Zo wordt je niet volks
en zo sta je niet dicht bij de burger...
Met zulke uitspraken en houding, mevrouw Gennez, praat u de
burger wel erg veel naar de mond en vervalt u in een platvloers populisme.
Het lijkt
wel iets van deze tijden, dat magische woord vertrouwen. Het is zoek en in al
zijn geestdrift verliest de mens op zijn zoektocht het andere wantrouwen gewoon
uit het oog zodat het hoogtij viert.
De
economische crisis is er een sprekend voorbeeld van: de ene crisis is nog maar
net in het nieuws, of ondertussen valt er een spreekwoordelijk (hoewel) lijk
uit de kast waardoor de crisis er plots geen meer was, maar enkel de
opwarming....
Op
ogenblikken als deze verwacht je dan dat er een soort van volksheld opstaat. U
weet wel, een echte, stevige Belg met goede inborst, een net-uit-de-klei-getrokken
man die stevig op zijn benen staat en met opgeheven hoofd de bevolking aanmoedigt
op zijn of haar barricade. Ik laat in het midden of het noordelijke of
zuidelijke klei moet zijn.
Laat ons
eerlijk zijn, zulke mannen (of vrouwen) bestaan er degelijk, het ontbreekt ons
aan vertrouwen in zulke figuren....en op die manier zijn we weer helemaal
vertrokken....terug naar af.
Goed, ik
stel het misschien wel wat te pessimistisch voor, maar in weze komt het hierop
neer.
Na weken
van kommer en kwel, wordt er plots een
soort van volksheld uit de klei getrokken, of hij dat nu wil of niet. Het is
een diplomatische held, hij komt uit Brusselse klei en weet perfect het goede
uit de twee kanten te halen...kortom een held waarin iedereen zich kan
herkennen....(het antwoord op de vraag of u dat wel wil is iets anders
natuurlijk).
Het reeds
eerder beschreven fenomeen (vertrouwen, weet u nog) kunnen we ook toepassen op
een ander gebied. Anderhalf jaar geleden werd er denkbeeldige held verkozen tot
premier (niet rechtstreeks, maar goed). Ik zei wel degelijk denkbeeldig: iedereen
denkt dat het een held zal worden en hijzelf gelooft daar ook steevast in. De
ietwat kritische kijker ziet echter dat het geen held is uit de Vlaamse klei
maar eerder uit iets wat men in de aardrijkskunde ook als zand durft te
bestempelen. Net als het echte zandmannetje komt hij ook iedereen wat zand in
de ogen strooien voor ze in slaap vallen. De Ieperse Zandman maakt echter de
slapers weer bruusk wakker om ze dan weer in slaap te sussen...
Geen
slechte commerciële zet voor de Zandman(ager), maar voor de gemoedsrust van de
mens is het niet echt bevorderlijk. Hij
werd het boegbeeld van het begrip wantrouwen
De man die
dit spel anderhalf jaar heeft volgehouden, moet nu plots tegen wil en dank als volksheld
gaan fungeren. Hij moet nu de rol gaan vervullen van de man die mensen wakker
houdt en vooral geen zand in de ogen strooit. En laat dat net het pijnpunt
zijn....als je het zand uit de mensen hun ogen wil halen wrijven, geeft dat
maar één resultaat...verschrikkelijk veel jeuk en irritatie.
Misschien
is deze zanderige uitleg er wat over, of wat onduidelijk, dus stel ik het even
anders:
Het
wantrouwen moet er nu voor zorgen dat er terug vertrouwen komt. En contradictie
die kan tellen, maar ook een die een grond (zand- of klei-, u mag kiezen) van
waarheid bevat...