|
Sporza-collega’s Karl Vannieuwkerke en Tom Boudeweel staan in KVDO-Kalken als gepassioneerde clubleiders tegenover mekaar: “Afbouwen is gewoon niet meer mogelijk”
Sporza-journalisten Karl Vannieuwkerke en Tom Boudeweel zijn echte duizendpoten. Beide vijftigers zijn van bouwjaar 1971 en delen naast wederzijds respect ook hun passie voor sport en hun inzet en ambitie voor de voetbalclub van hun hart. Zaterdagavond staan ze tegenover mekaar in KV Diksmuide Oostende - Hoger Op Kalken in tweede afdeling VV A. “Onze job en onze clubs zijn heilig.”
De zon en de lente zijn in het land. De koers dus ook, terwijl het in het voetbal stilaan money time is. Karl Vannieuwkerke en Tom Boudeweel weten er alles van, tot in de kleinste details. We moesten radiocommentator Tom thuis van zijn rollen halen voor dit gesprek, terwijl televisiepresentator Karl zich volop aan het inwerken was voor Nokere Koerse én de laatste details in het contract van zijn nieuwe KVDO-coach Kurt Delaere aan het doornemen was. Mekaar live ontmoeten is onmogelijk in de drukste periode van het jaar, maar een goede babbel kan altijd, zeker als het over voetbal en hun levenswerk gaat.
“Ik ben een fan van Tom”, zet Karl Vannieuwkerke welgemeend de toon. “Ik heb veel sympathie voor hem en voel dat hij net als ik ook die enorme passie voor sport heeft. Je hoort dat in zijn stem en hij straalt dat ook uit. Wat hij doet met Kalken, lijkt sterk op wat wij destijds met Diksmuide deden toen Oostende er nog niet bij was.”
Boudeweel valt net niet van zijn fiets als hij al die lof hoort. “Het is fijn om dat te horen van iemand als Karl, die echt wel iets neergezet heeft met eerst Diksmuide en nu KVDO.”
Wisten jullie trouwens dat jullie allebei van 1971 zijn? Het jaar waarin Walt Disney World Resort de deuren opende in Florida en Apollo 14 op de maan landde?
Boudeweel: “Ik val uit de lucht.”
Vannieuwkerke: “Ik ook. Ik dacht dat Tom jonger was. (lacht) Grapje, hé. Met mijn verjaardag heb ik dit jaar een lang en mooi gedicht gekregen van Tom. Liefste Karlito, schreef hij. Maar eigenlijk zien we mekaar zelden of nooit. Ook omdat we vooral op locatie werken. De laatste keer dat we over voetbal appten, was op 26 oktober. Wij hadden toen met KVDO met 2-1 verloren in Kalken.”
Jullie zijn allebei ex-voetballers. Karl was keeper bij Ieper, Tom haalde de eerste ploeg van Kalken. Waarom engageren jullie zich zo intens voor jullie club?
Boudeweel: “Ik was 7 jaar toen mijn ouders van Gent naar Kalken verhuisden. Het gevolg van de ontstedelijking, zeg maar. Mijn vader had altijd gevoetbald en is arbiter geweest, op redelijk hoog niveau zelfs. Ik sloot aan bij Hoger Op Kalken en voetbalde er als aanvoerder tot mijn 23ste, maar dan deed ik stage bij de radio. Daar kwam avonddienst bij kijken, waardoor ik niet meer altijd kon trainen. In die tijd promoveerden we van vierde naar tweede provinciale. Je hoort het, we zijn gewoon een dorpsploegje. Het is een mirakel dat we uiteindelijk in tweede afdeling zijn geraakt. In die tijd hadden we nog echt plezier, nu is het zwaarder. Mijn vader is 80 jaar, maar komt nog altijd kijken. De matchen van HO1 en HO2 zijn het hoogtepunt van zijn week, maar voor hem is het onwezenlijk wat er nu allemaal komt bij kijken.”
Vannieuwkerke: “Toen ik een jaar of twaalf geleden speekselklierkanker kreeg en volop in de bestralingen zat, stond mijn dochter Marte plots aan mijn bed. Ze was toen 9 jaar en had een belangrijke vraag, zei ze. Ik dacht dat ze een existentiële levensvraag ging stellen: ‘Wat gaat er met ons gebeuren als jij er niet meer bent?’ of zo. Maar ze vroeg gewoon of ze mocht beginnen voetballen bij Diksmuide, dat toen nog in derde provinciale zat. Ik ging eerst gewoon naar haar trainingen kijken, maar je weet hoe ik ben. Ik ben toen een document van 80 pagina’s beginnen schrijven over hoe je jeugdvoetbal op dat niveau beter zou kunnen organiseren, zonder dat kinderen vanonder de kerktoren weggeplukt worden door grotere clubs. Ik heb dat document in de kast gelegd, want ik wilde eerst genezen vooraleer ik er iets mee zou doen. Uiteindelijk wilde ik in het bestuur stappen, op voorwaarde dat de mensen meegingen in mijn verhaal. Het was ambitieus, maar ze wilden ervoor gaan. En zo is eigenlijk heel dit verhaal begonnen tot waar we nu zitten.”
Wat houdt jullie rol binnen jullie club juist in?
Boudeweel: “Ik ben eigenlijk het gezicht van de club. Ik doe de communicatie intern en extern, doe ook de socials en beheer al 18 jaar een blog van de club. Eigenlijk wil ik daar het liefst vanaf, maar dat gaat gewoon niet. Daarnaast doe ik ook het commerciële, ik zoek partners en onderhoud de contacten van de club. Ik zou nog veel meer willen en moeten doen, maar ik heb ook nog een job die veel van mij eist. Mijn job en het voetbal zijn heilig voor mij. Ik begrijp dat mijn gezin daar niet altijd even gelukkig mee is, maar het is een passie. Afbouwen is ook gewoon niet meer mogelijk, want ik weet dat dit gevolgen zou hebben voor de club. Ik moet wel toegeven dat het mij ook veel stress bezorgt en dat is niet altijd een aanrader. Zondagmorgen heb ik bijvoorbeeld zelf nog de staanplaatsen gekuist voor de komst van Torhout. En ik sta zelfs achter de toog, ook omdat ik dat graag doe.”
Vannieuwkerke: “Ik ben ondervoorzitter, zit samen met Filip Mattelin en Gino Caen in de sportieve commissie en in de transfergroep. Ik houd een helikopterview boven de communicatie en sociale media en bepaal mee de strategie van de club en de jeugdwerking op korte en lange termijn. Ik trek mij ook de organisatie van het jeugdgala aan en zit ook in de sponsorwerving.”
Is er naast het werk en de club nog tijd voor andere dingen?
Boudeweel: “Veel te weinig. Maar vroeger was het nog erger. Ik was een echte workaholic. Nu werk ik vier vijfden en gebruik ik de maandag om wat tijd door te brengen met mijn vader. Hij kookt dan voor mij en ik help hem met alles waar een man van 80 minder op de hoogte van is. Ik fiets en padel nog graag, maar het sporten lijdt onder mijn drukke activiteiten. Ik heb ook twee honden. Met ze gaan wandelen, ontspant mij.”
Vannieuwkerke: “Net als Tom zou ik graag meer tijd vinden om zelf te sporten. Ik speel wel nog geregeld padel, maar in deze periode kom ik tijd tekort. Woensdag deed ik Nokere Koerse, vrijdag de Bredene Koksijde Classic en zondag de Grote Prijs Monseré in Roeselare.”
KV Diksmuide Oostende en Hoger Op Kalken spelen in dezelfde reeks, maar het zijn twee compleet verschillende clubs.
Boudeweel: “Ik vraag mij eerlijk gezegd vaak af of we dit op termijn kunnen volhouden. Het is fantastisch wat we realiseerden, maar wij boksen momenteel boven ons gewicht. Voor mij was Dikkelvenne altijd het grote voorbeeld. Allemaal mensen met een hart voor de club, maar we weten wat er daar intussen gebeurd is, met hun doorstart in vierde provinciale. Het is gewoon heel moeilijk om nog bestuurders en medewerkers te vinden die bereid zijn om zich kosteloos in te zetten voor een voetbalclub. Weet je dat veel ouders van jeugdspelers zelfs niet meer komen kijken? Wij hebben in ons bestuur gelukkig nog een paar jonge mensen, maar zij zien natuurlijk ook hoe de kosten toenemen en het moeilijk wordt om alles te blijven bekostigen. Ze stellen zich dan ook niet onterecht de vraag waarom zij het nog allemaal zouden doen.”
Vannieuwkerke: “Ik denk dat de situatie van Kalken zeer vergelijkbaar is met de situatie van KSV Diksmuide tot voor een paar jaar. Uiteraard is dat veranderd sinds we KV Diksmuide Oostende zijn geworden.”
Karl, zou jij Tom adviseren om met een grotere club in zee te gaan zoals jullie deden met Oostende?
Vannieuwkerke: “Waarom niet? Als het maar niet ten koste gaat van hun identiteit.”
Boudeweel: “De kans dat we ooit met pakweg Lokeren zouden fusioneren, is nihil. Een fusie met Laarne is wel een piste die we al langer aan het onderzoeken zijn. Misschien kan dat op termijn zelfs een oplossing zijn. Ook omdat we echt wel op onze limiet zitten. Het is mijn droom om ook een catering te hebben zoals in Oostende, maar we hebben er gewoon de plaats niet voor. De gemeente bouwde wel een nieuwe kantine, maar zelf zijn we vooral heel fier op alle velden die op ons complex liggen.”
De competitie valt in z’n definitieve plooi. Er is weer veel te doen over de licenties en de eindronde. Terecht?
Vannieuwkerke: “Wij hebben een mooi en sterk licentiedossier, denk ik, maar er komt veel bij kijken. Tijd, geld en energie vooral. Maar het stopt ergens, ook omdat het geen profvoetbal is. Dat de U23-teams al kunnen deelnemen aan de eindronde zolang ze niet op een degradatieplaats staan, vind ik niet correct. Je moet voor die deelname toch iets gepresteerd hebben? Veertiende worden en toch nog eindronde spelen omdat andere ploegen niet mogen meedoen, is belachelijk. De intentie om zo hoog mogelijk te eindigen, moet er altijd zijn, vind ik.”
Boudeweel: “Wij vroegen geen licentie voor eerste afdeling aan omdat de voorwaarden enorm zwaar zijn. In veel reeksen wordt er met twee snelheden gevoetbald en het water staat velen tot aan de mond. Voor ons is het mooi om dit eens mee te maken en tegen die traditieclubs te spelen, maar kan het op lange termijn? Het is ook leuk om eens tegen die beloften van eersteklassers te mogen spelen, ook al is de intensiteit in die matchen hoog, vaak te hoog voor ons. Ook het bedrag dat we daarvoor als compensatie krijgen, is meer dan welkom. Maar ploegen die onderin eindigen en toch nog een eindrondeticket als cadeau krijgen, is inderdaad wat van de pot gerukt.”
Zien jullie elkaar zaterdagavond in Oostende?
Vannieuwkerke: “Zaterdag werk ik niet, want VTM zendt Milaan-Sanremo uit. Ik zal er dus zeker zijn voor het debuut van onze nieuwe trainer Kurt Delaere. Kalken is trouwens een sluwe ploeg en levensgevaarlijk in de omschakeling. Zo werden we in de heenmatch, die we met 2-1 verloren, gepakt op een eigen corner.”
Boudeweel: “Alle matchen in de Jupiler Pro League zijn zondagavond, dus ik moet niet werken. Ik ben uitgenodigd door Wijnhuis Bollaert, de voorzitter van ons minivoetbalclubje, en voor de match gaan we eten. Zo zijn we nog eens gezellig samen. Hopelijk wordt de match even gezellig, want we kunnen nog wat punten gebruiken om helemaal zeker te zijn van het behoud.”
Vannieuwkerke: “Eén van de beelden die ik nooit meer zal vergeten en zo mooi vond, gebeurde vorig seizoen tijdens KVDO-Kalken, toen nog in derde. De bezoekende speler Lukas Poppe, die net met 3-1 verloren had, ging na de match genietend met een Filou in de hand op een stoel aan de zijlijn zitten. Lukas genoot van het stadion, het volk en de sfeer. Een prachtig beeld was dat. Het staat op mijn netvlies gebrand.”
(met dank aan Koen Verdruye in Het Nieuwsblad)
|