|
Zomers azen karpers meer dan in de winter, omdat hun lichaam in de koude maanden traag werken en niet goed het voedsel kan opnemen. Zomers eten karpers veel zodat ze in de winter van hun vetreserves kunnen aan spreken.
Januari/Februari (winter): de meeste vissen liggen stil op de bodem. We kunnen bijna spreken van een soort winterslaap. In deze tijd eten ze weinig voedsel. Vooral in diep water treffen we de karper aan op de bodem van de diepste stuk, waarschijnlijk omdat ze zich daar comfortabel voelen.
Maart/April (lente): De dagen worden langer en de nachten korter, de gemiddelde lucht en watertemperatuur stijgen weer, de karper worden weer actiever en zullen op zoek gaan naar voedsel. In het begin eten ze vooral planten en algen, dit om het darmsysteem te zuiveren.
Mei/Juni (voorjaar): Het wordt weer langer licht en de temperatuur neemt langzamerhand steeds toe. Karpers gaan dan naar de ondiepe stukken water toe om warm te worden. Ze gaan nu steeds meer eten. Wanneer de watertemperatuur ongeveer 20 graden Celsius wordt gaan de karpers paaien. Tijdens het paaien hebben ze geen zin in eten, maar na het paaien kan er een vreetpartij losbarsten.
Juli/Augustus (zomer): Karpers zullen nu sterk gaan azen, omdat er niet zoveel natuurlijke voedsel is en ze zijn uitgehongerd van het paaien. Wanneer het watertemperatuur boven de 25 graden Celsius is stoppen karpers met eten omdat het water nu weinig zuurstof en veel afvalstoffen heeft.
September/Oktober (najaar): De karper gaan zich voorbereiden voor de winter. Ze zullen nog veel gaan eten omdat ze in de winter van hun vetreserves moeten leven. Wanneer de watertemperatuur onder de 10 graden Celsius komt stoppen ze met eten, alleen kleine karpers niet omdat zij niet zo lang op hun vetreserves kunnen leven in de winter. Als de temperatuur onder de 6 of 8 graden Celsius is stoppen zij ook met eten.
November/december (winter): De karpers gaan nu in winterslaap net als in januari/februari.
|