|
Net voor kerstmis,een rustige donkere zaterdagavond.
De kerstprogramma's waren in volle gang op tv,gans het gezin was thuis.
Buiten ergens een iritant geluid, van een brommrerken op volle toeren.
Het blijft maar duren ,iritant, toch geen doen op een zaterdagavond.
Ze zouden daar eens iets moeten tegen doen, vond moeder des huizes.
Eens door de spleet van de gordijnen kijken kan geen kwaad;
Twee duistere schimmen slopen rond in de voorhof.
Tussen de al redelijk grote kersboompjes die daar stonden.
t'Is niet waar hé, ze zijn mijn sparren aan het afzagen met een motorzaag.
Vandaar al dat geronk en gebonk in mijnen hof.
Ze zijn er al enkele op hun karreken aan het leggen,zei de vader.
We moeten eens gaan kijken zei de moeder.
We moeten ze gaan pakken zei de jongste zoon.
Ik heb mijn schoon dingen al aan ,zei de oudste .
Ik sta op mijn kousen zei de middelste, maar liep toch buiten om de snoodaards te verjagen.
Dat is toch overdreven hé jongens, zei de vader van in zijn voordeur.
De zoon op kousenvoeten zette de achtervolging in door het natte veld.
Eén van de daders bleef bij zijn buit en de andere liep een toerken over het achtergelegen drasserige veld.
Plots herkende de vader de achtergebleven man bij het karreken, de buurman!
Uit het struikgewas klonk ondertussen het geslach en gegniffel van de buurvrouw en vriendin
Wanneer de tweede zoon sakerend weerkwam ,van zijn toerken door het veld,
herkende hij de andere snoodaard , de kerstboomverkoper van 500 meter verder,
met op zijn karreken allemaal kerstboompjes met het prijsetiket er nog aan.
Wat ge tegenwoordig allemaal moet doen om een boompje te verkopen hé, zei de greinzende buurman.
Tot slot heeft het de vader des huizes nog veel meer gekost , aan spijs en drank die avond,
dan de prijs van het gratis kerstboompje .
Ergens in Schoonaarde op de grens met Oudegem
|