 |
er mogen geen gedichten of delen van gedichten worden overgenomen zonder toestemming van de auteur.
|
 |
|
 |
| 31-08-2011 |
brokstukken |
aangemeerd waar geen mens het leven kan verdragen slechts tijd houdt mij hier nog gevangen
neergestreken daar waar vogels zelfs ontwijken mensen rietstengels lijken eenzaam deinend in de wind
engel, ach, engel was jij niet mens geworden? waar moet ik zoeken dit eiland groeit te snel
mens, ach, mens was jij geen engel geworden? wijs mij dan de weg mijn brokstukken ben ik moe
|
|
 |
| 07-03-2011 |
voor Shang |
ach meiske, alleen zo alleen met koude letters werd je nieuwe plek geschreven woon jij daar nog
in het noorden, een stad bruin, grijs, met vreemde daken ach meiske, in jouw land ging mama's stem verloren
knuffels, knuffels en warmte maar neen, het koude, dode van te vroeg gekomen sterven meiske waar is je moeder heen
en nog, en nog krult de zon zich om je lippen lijkt je mond een maan te zijn ver verheven boven stad en boven daken
|
|
 |
|
oh Java |
voor hen, de bloemen die parels uit de oost, elven cinta, cinta riep de blanke maar hij stal niet de harten
hij brak ze dacht hen als muurbloemen zo sneed mijn voorvader bloem voor bloem, oh Java
Sumatra en Palembang, daverend was het handen klappen, toen hij heenging naar Belanda klonken de glazen aan de kolam
cinta cinta riep de blanke bloem voor bloem, ach Java Nederland dieper dan hun slavengraven zou haar excuses moeten zijn
|
|
 |
| 10-02-2011 |
de zucht der krotten |
en weer voel ik die wind waaiend uit vergeten landen geen streling is het, of aangenaam het is de zucht der krotten
en hun bewoners, de vechters gezichtsverlies van een wereld die een eeuwige winter baart waar zomer slechts een aantal treft
en geld en het gewin der banken of dat van de industrie en leiders weer voel ik die adem van vragen smeken om wat rechtvaardigheid
krottenwijken dat zo een woord heeft moeten worden uitgevonden o, zeker, ook daar schijnt de zon op hun goudgebrande lijven
|
|
 |
| 12-11-2010 |
mergtranen |
tranen, tranen, levensdans
bleke mergtranen liet je na
oorlog was je naam die dag
of het sterven zonder doden kan
natte woorden, inkt vermengd
met het gif van roemloze daden
kinderen huilen nog
wanneer zij boeken openslaan
daden, daden, held
waar was je toen die dag
dat vrede had moeten zegevieren
of geboorte zonder leven kan
|
|
 |
| 29-10-2009 |
hemelvlucht |
en zij zwermen in glad gestreken formaties heen zonder omzien naar zwart zonder traan voor een verleden
waarin naakt zijn helser was hun stemmen niet bestonden en een rilling was als lood de horizon een prikkeldraad
waarin kinderen rimpelden de medemens een bloedhond bleek vergeven tot een kwelling werd de ziel verdwenen leek
|
|
 |
| 14-10-2009 |
ijsmeer |
haar vuur kent geen uur van sterven of een flakkering geen doven onder naaktheid hemel biddend smekend
geen koude taiga strekt zich uit onder haar weemoed het meer weerspiegelt slechts sneeuwvlokken uit het hart
haar trillen is niet dat van het riet aan de poel waar bedorven water kleeft aan de klauwen van de hebber
meer dat van de snaar die oude violen siert strak gespannen wacht tot hij hier een weerklank vindt
|
|
 |
| 13-09-2009 |
aangemeerd |
aangemeerd waar geen golf geen teken van de overkant niets dan dauw over land uitgespreid, mij welkom heet
grenzeloos verlangen wordt beteugeld door terughoudendheid angst is een ander woord voor extreme breekbaarheid
een vlaag verlaat als wind een groet vaart tot strand waar ontvangen tot danken werd een streling kon nooit zachter zijn
|
|
 |
| 02-09-2009 |
afscheidzee |
wanneer ik de leegte voel van teveel zingt het ribbenkoor in Afrika en de wind is vrij van zand luister goed, zij zingen vogelvrij
meisje uit ruwe bast geboren leeg zijn je jammerschuren daar je land is dor en de oceaan verandert telkens weer van kleur
en de vele gaten tussen ons scheuren verder open dan ik dacht was het niet in deze jaren dat men jullie redding had voorzien
zwart nu, kleurt de afscheidzee waarop witte zeilen schimmen zijn laatste vloeken van een volk waaien door 't gedroomde ochtendrood
|
|
 |
| 26-08-2009 |
woekergras |
hij boetseert zijn klei in late dagen tot een pop die de wereld niet kan verdragen zijn leven was een flop
schopt het zand over de graven woekergras waar de insekten zich kunnen laven dan ziet men hoe hij was
bij leven, naar menselijke maatstaven een verdoemde welkom in geen enkele haven geen mens die zijn naam roemde
op die ene na, hij smacht naar hem heimwee vreet hunkerend naar zijn donkere stem niemand weet nog hoe mijn vader heet
|
|
 |
| 11-08-2009 |
waanzin |
het is broos flinterdun en voelbaar een gevoelige avond alleen
tussen de levenloze stukken eikenhout en ook het venster biedt geen opening
het is breekbaar jij noemt het eenzaamheid ik een afscheid van zonnige dagen
tussen de jonge dennen grenenhout lange, blauwe golven jij en je meisjeshaar
het is een ramp hier te stranden ik verwacht waanzin jij een nieuwe dag
|
|
 |
| 12-07-2009 |
glazen uren |
|
zomerwoud en de wind zweept mijn trieste dag op tot ongekende hoogten de uren lijken scherp als glas
daar moet het zijn geweest een plek, bruin in de zon waarom, lieverd, koos jij hier jouw laatste uur, scherp als glas
ik bijt me door de tijd en jij verslond mijn jonge vaderhart gaf mij die beker vol van gif opdat ik hem voor je drinken zou
deze plaats zal altijd herfst zijn mijn hart staat open maar blijft nu leeg de spechten tikken dromen weg ik droom een knuffel in de wind
|
|
 |
| 04-07-2009 |
zij aait water |
zij aait water vingerkes hoofdje vol dromen springvloed kent ze niet
onweer nadert blikken machines razen de woekerwolf wacht lacht
want zij zal welkom zijn klemmende kaken de schaduw valt reeds over haar veldje
haar plekje op de wereld wit en schoon en nieuw aan het zoute water hoofdje vol dromen
|
|
 |
| 18-02-2009 |
kinderen dansen |
|
de kinderen dansen kijk, ze zijn er weer een specht die tikt hun tijd voorbij
de honden janken daar, in de hoek van deze grote tuin waar wij eens spraken
ze zingen, ze springen raken de lente gevoelige antennes ik zie ze wel
ze zoeken slechts liefde en een eerlijk antwoord van jou op die lastige vraag
|
|
 |
| 23-12-2008 |
onder de essen |
luchtige dag vol van blauwe weemoed zachtkens glijdt zij daar zonder dat ze hem ziet
blauwe waanzin zomer vol witte hoop glans maar raak, zon blonde haren
onder de essen laat zij zand vloeien de witte handekes vol van lente
lichtblauwe dag een oude man in waanzin zijn dag met haar zonder dat ze hem ziet
de blauwe oogjes vol zonnehoop de witte handekes luchtige dag
|
|
 |
| 04-11-2008 |
ik spreek tot de vijver |
ik hou de leuning vast van de parkbrug hij geeft mij zijn roest
een eend zwemt en vraagt om wat brood hij klaagt omdat ik niets heb
twee witte zwanen glijden weg in late zon zij zoeken warmte
de lantaarn spreekt mij toe in woorden van licht maar verdomd het helpt niks
Ik spreek tot de vijver die rimpelloos luistert mij zijn stilte leent doch niet antwoord
|
|
 |
| 03-11-2008 |
kinderkoppen |
het is warm de fontein spuit haar zilveren, stadse sappen uit over de kinderkoppen een kind huilt in een wagen
een fanfare sproeit noten platanen verwachten lente een bruiloft verandert levens het gemeentehuis uit roze
bakstenen opgetrokken waakt over dit bruisend plein als een stenen mensenwaker een kind huilt in een wagen
het weet niet wat hem wacht
|
|
 |
| 31-10-2008 |
vlindertje |
hij ziet haar vlindertje achter duinen ze wriemelt een snoepje open
werpt het papiertje in de branding hij volg het wegdeinen
met ravenogen toegeknepen de zee weerkaatst haar leven
en zijn lusten
|
|
 |
| 30-10-2008 |
geen geluid meer |
het gonzen in de malle uren de weerklank van een wekker een schepping zingt ons wakker vandaag is vroeger gekomen
dan verwacht, de linde schudt haar vocht tegen de ruiten, wij verzoenen ons even tussen veren de regen slaat een laatste groet
voor ons beiden en we bereiden een ontbijt op kaal eiken, de randen zijn verweerd, het blad stamt van lang voor ons leven
een raam vergeten te sluiten de takken grissen naar binnen het krassen langs de ruiten overstemt dat van de sleutel
die na al dat vele draaien bruin werd in haar handen en het zal me diep en dieper spijten, dat zij nooit meer
zal wrikken en het geluid van de hakken dat de open keuken vulde, verdween met de regen alleen de stilte blijft hier kleven
|
|
 |
| 17-10-2008 |
oorlogskruizen |
ik geef het geen naam het is meer een verstaan van houtige zuilen die zijgen in arme grond
ze zouden niet huilen al welde het traanwater uit kinderfonteinen die ouders verstomden
zo volgen mijn ogen toegeknepen door lijden herinneringskruizen rij aan rij
en vrij wilden zij zijn leven om te leven maar zij strandden hier zij aan zij
ik geef het geen naam en droom de witte kruizen tot kinderfonteinen van weleer
|
|
 |
|
 |
 |
Gerhard Bernardus Burgers Roosendaal, 10-01-1967
|
 |
|