In de paartijd komen een mannetje en een vrouwtje samen. Tijdens de paring bijt het mannetje in het nekvel van het vrouwtje. Na 3.5 maand worden er twee tot vier jongen geboren. De draagtijd hiervoor is ongeveer zo'n 100 dagen. Ze zijn nog blind en wegen ongeveer 1 kilogram. Ze hebben wel al een dikke vacht. Alleen de moeder zorgt voor hen. De jongen liggen in een nestje, goed verstopt in het struikgewas. Pas als ze twee maanden oud zijn, verlaten ze voor het eerst hun schuilplaats. Zes maanden lang drinken de kleintjes melk bij de moeder. Daarna moeten ze leren om zelf een prooi te vangen.
1 week Oogjes open.
1 maand Veilig in de schuilplaats. Melk drinken bij moedertijger als ze terug is van de jacht.
2 maanden Eerste vleeshapje, voorgekauwd door ma.
4 maanden Buiten spelen, insecten vangen.
½ jaar Met moeder op jacht, de welpen krijgen geen melk meer.
11 maanden Voor de eerste keer alleen op jacht.
16 maanden ze kunnen nu alleen op jacht en zelf grote dieren doden
3 jaar De welpen gaan alleen op pad
De tijgerin leert haar jongen alles wat ze nodig hebben om te overleven in de jungle. Voedsel ver-zamelen, op jacht gaan dus, staat bovenaan het lesprogramma. In het begin vangt de tijgerin speciaal voor haar kleuters kleine prooidieren, die ze al spelend leren veroveren. Als de tijgerwelpen een half jaar oud zijn, mogen ze met moeder voor het eerst mee op jacht. Vaak bivakkeren ze dan lange tijd bij een prooi, tot er niets eetbaars meer van over blijft. Rond de leeftijd van elf maanden gaan jonge tijgers voor het eerst zelfstandig op jacht, al duurt het dan nog wel een tijdje voor ze een grote prooi alleen kunnen verschalken.