|
In een kamer vol margrieten
met behang van groene sprieten
lag vanboven op een kast
een hoed die bij mijn kleren past,
van stof uit overzees gebied.
De naam van 't land die ken ik niet.
Maar na zeven volle weken
ben ik daar dan neergestreken.
Op de warmte van katoen kende niemand nog fatsoen.
Bloot.
Of zeg je liever naakt? Net of dat verschil uitmaakt.
|