Ringsleutel
Ring- steeksleutel-combinatie
Een ringsleutel is een stuk gereedschap dat gebruikt wordt voor het los- en vastdraaien van moeren en bouten.
De ringvormige bek omsluit hierbij een moer of boutkop over de gehele omtrek, en grijpt daarbij op alle zes de hoeken aan. Hierdoor kan er vaak meer kracht worden gezet dan met een steeksleutel.
Kunststof hamer
Een kunststof hamer is een hamer waarvan de hamerkop aan elk uiteinde voorzien is van een slagvaste kunststofdop.
Kunststofhamers worden gebruikt voor montagedoeleinden en plaatbewerkingen. Deze hamers 'veren' nagenoeg niet terug. De doppen kunnen vast of opschroefbaar zijn en zijn meestal gemaakt van nylon. Afneembare doppen zijn verkrijgbaar in verschillende hardheden die worden aangegeven door bepaalde vastgestelde kleuren. Ook kan men er koperen doppen opschroeven.
Een klauwhamer is een hamer die aan de ene kant een ronde platte vorm heeft, aan de andere kant gebogen is met een spleet. Deze spleet wordt de 'klauw' genoemd. Met een klauwhamer is het makkelijk om bijvoorbeeld spijkers (draadnagels) uit te trekken. Het is bij uitstek een stuk gereedschap voor de timmerman.
Een inbussleutel is een stuk gereedschap waarmee inbusschroeven los- en vastgedraaid kunnen worden. De inbussleutel bestaat een zeshoekig stalen staafje dat meestal in de vorm van een L gebogen is.
Een rondbektang is een tang met spits toelopende ronde bekken die via een scharnierpunt bevestigd zijn aan de benen. Door het scharnierpunt als hefboom te gebruiken, kan met weinig kracht de tang precies gecontroleerd worden.
Omdat deze tang vaak gebruikt wordt door elektriciens, zijn de benen meestal voorzien van elektrisch geïsoleerde handvatten. In tegenstelling tot de meeste andere tangen voor elektriciens heeft de rondbektang geen snijvlakken om draden te knippen.
De rondbektang wordt vooral gebruikt voor het plooien van oogjes in elektrische geleiders of andere metaaldraden. Doordat de bekken spits toelopen, kunnen ze gebruikt worden om verschillende grootten van oogjes te plooien. Deze tang wordt soms ook gebruikt voor fijn aansluitwerk in schakelaars, stopcontacten of zekeringkasten. Al is de platbektang daar eigenlijk geschikter voor.
Voor bijna elk project heb je wel een schroevendraaier nodig. Er bestaan veel verschillende soorten.
De schroeven draaier die we in techniek veel gebruiken is de schroevendraaier met een plat voorstuk.
Een schuifmaat of schuifpasser is een meetinstrument waarmee buitenmaten, binnenmaten en dieptematen kunnen worden gemeten met aanmerkelijk grotere nauwkeurigheid dan met een liniaal of duimstok.
De gebruikelijke schuifmaten hebben een meetnauwkeurigheid van 1/10 of 1/20 mm.
De schuifmaat bestaat uit een vast deel met een liniaal die verdeelt is in millimeter maar vaak ook in inch, op het uiteinde bevinden zich twee meetbekken. Het losse deel bestaat uit een schuif met een nonius en twee meetbekken. Aan de schuif is een meetpen bevestigd, verder is deze voorzien van een klemlip waarmee na indrukken de schuif kan worden verplaatst. Er zijn digitale modellen en modellen zonder klemlip, de schuif wordt dan vastgezet met kartelschroefje.
De centerpons wordt gebruikt om een putje te maken in metaal of kunststof. De punt van de centerpons wordt hierbij geplaatst in het middelpunt van het te boren gat, door er een tik met een hamer op te geven ontstaat een putje, waarin de punt van de boor kan worden geplaatst. Op deze manier kan men nauwkeurig gaten boren zonder dat de boor "wegloopt" van de afgetekende plaats. De centerpons wordt ook gebruikt om aftekencenters te plaatsen op afgetekende lijnen (met de kraspen) waardoor deze beter zichtbaar zijn. Ook wanneer er met de steekpasser een cirkel of boog moet worden afgeschreven plaatst men in het middelpunt een center, de punt van de passer kan dan niet wegglijden.
Een kraspen is een dunne stalen pen met een scherpe punt. Een kraspen kan recht zijn of voorzien zijn van een gebogen punt. Ook zijn er kraspennen met verwisselbare krasstiften.
Men gebruikt een kraspen bij het aftekenen op metaal. Onder aftekenen verstaat men het aanbrengen van lijnen op werkstukken. Langs deze lijnen moeten bepaalde bewerkingen plaatsvinden, zodat het werkstuk de gewenste vormen en afmetingen krijgt. Deze lijnen worden met de kraspen in het materiaal gekrast. Ter verduidelijking van de lijnen wordt het werkstuk vaak eerst bestreken of bespoten met sneldrogende aftekeninkt. Hierdoor kan men met een kleine kraskracht aftekenen, wat de nauwkeurigheid ten goede komt. Mogen er beslist geen sporen op het werkstuk achterblijven, dan gebruikt men dikwijls een messing kraspen.
Spaanplaat wordt gemaakt uit zaagsel, kleine stukjes hout en een bindmiddel, meestal een kunsthars. Deze houtspaanders komen niet alleen van bomen, maar ook worden er soms kleine stukjes gebruikt van houtachtige planten zoals vlas, rijststro en rietsuikerstro
Een kolomboormachine? Wat is dit? Waar dient dit voor? zie bijlage
Een boormachine wordt toegepast om gaten aan te brengen in volle materialen zoals hout, metaal, beton, steen of kunststof. Boormachines komen veelal voor in onderhoudswerkplaatsen als vast opgestelde kolomboormachines.
Welke risico's zijn er?
De volgende risicos komen voor bij het werken met een kolomboormachine: In contact komen met de draaiende boorspindel of boor; In contact komen met het werkstuk dat ronddraait of wegschiet, wanneer het niet goed is vastgezet; Geraakt worden door wegschietende delen (spanen) van het te bewerken product; In contact komen met spatten koelvloeistof; Blootstelling aan schadelijk geluid; Letsel door breken van de boor.
Veilige werkwijze:
Om veilig met een kolomboormachine te werken moeten de volgende maatregelen worden genomen: Zet het werkstuk vast in een boorklem, bankschroef of met behulp van kikkerplaten. Steun een groot werkstuk tegen een aanslag; Draag geen loshangende kleding, handschoenen, ringen of andere sieraden en geen losse haren, deze kunnen door de boor gegrepen worden; Gebruik een scherpe boor en geen botte, om te voorkomen dat je onnodig veel kracht uitoefent waardoor de boor breekt; Reinig en smeer de boor regelmatig. Dit voorkomt dat de boor vastloopt door boorschilfers die in het boorgat achterblijven; Neem boorkrullen of -schilfers alleen weg als de boormachine uitgeschakeld is en doe dit met behulp van een spaan of krulhaak. Deze moet zijn voorzien van een handgreep met handbeschermkap. De spaan of krulhaak moet in een passende houder binnen handbereik van de boormachine worden geplaatst. Voor kleine boorkrullen of -schilfers dient een borstel te worden gebruikt. Gebruik geen werklucht, omdat dit de deeltjes kan verspreiden. Zorg voor een opvangbak voor spanen nabij de boormachine; Voorkom rondspatten van koelvloeistoffen. Neem bij het bijvullen hiervan veiligheidsmaatregelen volgens de instructie op het veiligheidsinformatieblad; Schakel de boormachine na het boren uit.
Bij de werkplek moet de verplichting voor het dragen van deze persoonlijke beschermingsmiddelen staan aangegeven.