Gewoon Carmen
en dat is meer dan genoeg
Inhoud blog
  • (On)zin
    Zoeken in blog

    Beoordeel dit blog
      Zeer goed
      Goed
      Voldoende
      Nog wat bijwerken
      Nog veel werk aan
     
    25-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.(On)zin

    (On)zin

     

    Het was doodstil. Vanuit mijn ooghoeken zag ik hem zitten. Hij schreef, zoals altijd. De hele namiddag was er nog geen woord gezegd.

    ‘Wat is de zin van de liefde?’ vroeg ik, meer om de stilte te breken dan om het antwoord dat zou volgen.

    God legde zijn pen neer en keek door het raam naar een merel die nerveus over het gras wipte.

    ‘Waarom wil je dat weten?’ vroeg hij zonder zich naar me toe te draaien. De merel pikte een bes van de grond en vloog weg.

    ‘Zomaar,’ loog ik. ‘Er wordt zo een heisa rond gemaakt dat het heel belangrijk moet zijn.’

    ‘Onzin!’ riep God fel. ‘Vanaf zijn ontstaan is de mens er in geslaagd om van de meest eenvoudige zaken een absoluut drama te maken. Met de liefde is het net zo!’ Hij was recht gesprongen en zwaaide dreigend met zijn wijsvinger in de lucht. ‘De mens wìl niet gelukkig zijn,’ bromde hij en hij plofte weer neer.

    Ik zweeg. Blijkbaar had ik een gevoelige snaar geraakt, want hij had nog nooit de tijd genomen om mijn vragen te beantwoorden. Normaal moest ik het stellen met de wedervraag ‘staat dat niet ergens in de Bijbel’ en daar had ik niks aan, want ik was nog nooit verder geraakt dan het boek Genesis. God legde zijn  beschreven papieren op een hoopje, zette zijn leesbril af en kwam naast me zitten. Zijn baard was muisgrijs en zijn gezicht was bezaaid met rimpels. Hij was oud geworden.

    ‘Wil je echt de zin van de liefde kennen?’ vroeg hij aarzelend. Ik knikte. Hij legde zijn hand op mijn knie en keek me aan.

    ‘Goed, dan zal ik het je laten zien,’ zei hij en met één handgebaar veegde hij alles weg. Planten verschrompelden, water droogde op en mens en dier verdwenen in het niets. De effecten van de opwarming van de aarde, maar dan versneld.

    ‘In het begin was er niets’, sprak God op onderwijzende toon. Geschrokken keek ik om me heen. Rondom mij gaapte de leegte me aan.

    ‘Wat heb je gedaan!’ riep ik hysterisch. ‘Dit heb ik niet gevraagd!’

    God haalde verveeld zijn schouders op.

    ‘Jij wilde toch zo graag de waarheid kennen? Wel, draag dan de gevolgen van je impulsiviteit en denk voortaan twee keer na voor je iets zegt,’ beet hij me toe.

    Ik keerde me van hem af en zette me wat verder neer, hopend dat de boodschap van verzet over zou komen. Je kan niet met deuren slaan in het niets.

    Toen het na een tijdje begon te schemeren besefte ik dat God achter mijn rug de dag en de nacht geschapen had. Een gevoel van absolute eenzaamheid overviel me.

    Omdat je in het niets niet weg kan lopen van je problemen zat er niets anders op dan me neer te leggen bij de feiten en te slapen. Toen ik wat later wakker werd voelde ik onmiddellijk nattigheid.

    ‘Je had toch kunnen wachten tot ik wakker was alvorens de zee te scheppen,’ riep ik toen ik God wat verder pootjebadend aantrof.

    ‘Als je de wereld voor de tweede keer bouwt laat je het liever wat vooruit gaan,’ antwoordde hij terwijl hij zich neerzette in het zand en waarschijnlijk besloot dat het goed was.

    Ik plofte naast hem neer en trok mijn doorweekte schoenen uit. Rondom mij schoten plots jonge plantjes uit de grond.

    ‘Je getover maakt me misselijk,’ zei ik bitsig.

    ‘Alles is goed zoals het is,’ zei God, die opstond en naar de duinen wandelde.

    ‘Alles is goed zoals het is,’ papegaaide ik. ‘Niets is goed!’ schreeuwde ik hem na. ‘Niets!’ En om mijn woorden kracht bij te zetten gooide ik een schoen achter hem aan. God keek niet eens om. Hij hief zijn handen in de lucht en zond de zon naar de hemel. Weer een wonder erbij. Ik schaamde me, want eigenlijk kon je weinig opmerken over heel die schepping. Alleen zou ik dat nooit openlijk toegeven.

    Nadat hij die avond de maan en de sterren had uitgestrooid over de hemel kwam hij bij me zitten.

    ‘God? Waarom doe je me dit aan?’ vroeg ik stil.

    Hij zuchtte.

    ‘Je gehocuspocus is geweldig, maar met elke creatie benadruk je mijn gebreken. Kijk eens om je heen!’ Ik zwaaide met mijn armen naar de zee en de duinen om aan te wijzen wat ik bedoelde. ‘Heb je er enig idee van hoe klein dit mij doet voelen?’ fluisterde ik met tranen in mijn ogen.

    ‘Alles is goed zo,’ prevelde hij. ‘Alles is goed.’ Hij legde zich neer en viel in slaap.

    De volgende ochtend werd ik gewekt door twee zeemeeuwen die naast me vochten om een krabbetje. Ik kroop recht, klopte het zand van mijn broek en keek om me heen. Vanuit de duinen zag ik God opduiken met een herdershond.

    ‘Heb je goed geslapen?’ vroeg hij terwijl hij een stok weggooide.

    ‘Ik ben half opgevreten door je muggen,’ klaagde ik en ik krabde aan een rode plek op mijn arm. De hond rende als bezeten achter de stok aan.

    God grinnikte.

    ‘Je lacht? Ik zie de humor er niet van in,’ bromde ik. ‘Al wat ik vroeg was een antwoord en zelfs dat heb ik niet gekregen.’

    God keek me aan.

    ‘Geloof me nu maar,’ zei hij, ‘als ik zeg dat alles goed is.’

    ‘Maar zie je dan niet dat het helemaal niet goed is!’ schreeuwde ik wanhopig. ‘Je wereld is fantastisch, maar ik ben nog steeds alleen!’

    ‘Maak je toch niet zo druk,’ zei God die al weer verder wandelde. Hij trok een appel van een boom en zette zich neer op een bankje. ‘Wil jij er ook één?’ vroeg hij terwijl hij de vrucht opblonk met zijn mouw.

    ‘Nee dank je, ik ben allergisch,’ antwoordde ik. ‘Heb je geen vijgen?’

    God draaide met zijn ogen. ‘Oh ja, voor ik het vergeet,’ tufte hij met zijn mond vol vruchtvlees, ‘ik heb een Adam voor je gemaakt. Hopelijk vind je hem leuk.’

    Vanuit de schaduw kwam een man te voorschijn. Hij was een beetje mollig en aan de kleine kant, maar al bij al niet onknap.

    ‘God?’ vroeg ik zenuwachtig. ‘Wil je me niet laten zien hoe je dat trucje met die rib hebt gedaan?’

    Adam deinsde geschrokken achteruit.

    ‘Hoezo?’ vroeg God verbaasd. ‘Heb je hem niet liever voor jou alleen?’

    Ik bloosde. Adam nam van de verwarring gebruik om stil weg te sluipen.

    ‘Eigenlijk vind ik Eva leuker,’ stotterde ik zonder God aan te kijken.

    Hij stond op, gooide zijn appel weg en zocht naar een glimp van Adam om de achtervolging in te zetten. ‘Vrouwen,’ zuchtte God diep.

    ‘Net daarom,’ zei ik met een glimlach en ik plofte neer op het bankje. ‘Net daarom.’


    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    25-09-2007, 17:18 geschreven door Carmen  
    Archief per week
  • 24/09-30/09 2007
    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek

    Blog als favoriet !
    Over mijzelf
    Ik ben Carmen
    Ik ben een vrouw en woon in Essen (België) en mijn beroep is student psychologie.
    Ik ben geboren op 08/11/1987 en ben nu dus 38 jaar jong.
    Mijn hobby's zijn: Muziek, theater.
    Rondvraag / Poll
    Ziet u in Yves leterme nog een goede premier?
    Natuurlijk, mijn steun heeft hij.
    Ik twijfel, maar hij verdient een kans.
    Nee, echt niet.
    Hoezo? Hebben wij dan nog geen regering?
    Bekijk resultaat


    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Meer blogs