Als ik zou snijden, zou iemand het opmerken? Zou mijn
pijn weggesneden worden? Zou het bloed de eenzaamheid verdrinken? Ik wil
mezelf niet meer zijn. Laat me licht zijn of laat me branden. Als ik nu
zou sterven, zou iemand me gaan herinneren? zou iemand omkijken? zou
iemand me missen? Bloed sijpelt over mijn polsen, als een wilde rivier
dat eindelijk de dam van angst heeft overwonnen. Het zout van mijn
tranen verenigd zich met het rood. Eindelijk gaat de dood me omhelzen,
hij geeft om me, hij luistert, nadat niemand anders dit deed. Lieve,
lieve dood, ga ik ooit gelukkig zijn?
Weer regent het, de druppels overspoelen de wereld. Het
lijkt net of de hemel huilt, net als mij. Maar net zoals de regen,
het vuil van de aarde wegspoelt. Wou ik dat mijn tranen, mijn pijn
wegspoelden. Natuurlijk ligt dit niet zo simpel, maar een mens kan
dromen. Ook al lijkt er geen kans te zijn, dat de mijne ooit vervuld
gaan worden. Geen vervulling, geen verwoesting. Mijn dromen vervagen
gewoon, net als ik. Zonder ooit iets te lijken bereikt hebben voor iemand.
Waarom doe ik nog moeite? Waarom eindig ik niet gewoon? Zelfs ikzelf kan
hierop niet echt antwoorden. Misschien diep vanbinnen, opgesloten als
een vogel in een kooi, is er toch nog verborgen hoop.
Duisternis overstroomt mijn gedachten Gevoelens verminkt
door wanhoop Rood van het bloed over mijn polsen Een gebroken ziel
Zwarte tranen bevuilen mijn gezicht Verslind door de pijn in mijn hart
Verlos me, eindig mijn lijden Iedereen zegt het gaat wel beter gaan
Ik geloof dit niet meer Ziek van de leugens Zinloze hoop voor het
licht in het leven Blind ben ik geworden Ik zie alleen duisternis
Geef me de scherpte van het mes Ik wil mijn einde zo vlug mogelijk zien
gebeuren Laat het gedaan zijn Breng me nu eindelijk naar het licht
In de vrede van de vlammen ga ik rusten
Je vertelt me dat Ik lijden niet ken Ik niet weet hoe
het is dat je alleen bent dat je niet weet waarom je geen 'echte'
vrienden hebt Ik wil je vertellen dat Ik het maar al te goed weet Je
bent een arrogante kwal die neerkijkt op mensen die niet zoals jij zijn
Je denkt natuurlijk dat je dat recht hebt Dat heb je niet! Je
gedraagt je als zo'n egoïstische ezel Ik besef nu dat je me niet kent Ik
heb al meer pijn gehad in 1 dag dan jij in een jaar Ik hoop dat je
zoveel lijd als ik meer dan dat zelfs Hoe jij mensen behandelt Lijd
maar, heb pijn, ik hoop dat het je gek maakt Vertrek nu, laat me gerust
Hier krijg je geen sympathie meer Als het aan mij lag brandde je al
Ik vervloek je Wees nooit gelukkig tot het einde van je dagen Wat je
mij aan hebt gedaan Zal ik je nooit vergeven
Ik kan het niet meer aan Ik val op mijn knieën Want de
wind van verraad waait in mijn rug Ik kijk neer en sluit de ogen want
het licht van de hard waarheid brand Ik heb het koud en mijn tranen raken
verloren want de regen drukt op me neer de wereld huilt met me mee
Ik lig neer en omhels de grond want hij is warm Ik wil één zijn met
de aarde beschermd en geborgen bevrijd me wereld van al dit
lijden
Ik ben zo moe Het is weer ochtend Weer het begin van een
nieuwe dag Dagen strompelen voorbij Ik ben het kotsbeu Iedere dag is
als een nieuwe drempel om te overwinnen, door te komen Ik wrijf in mijn
ogen, mezelf wakker makend Ik voel tranen stromen, ik wil opgeven
Opstaan Tijd voor school, tijd voor een glimlach, tijd voor het
masker
Ik kijk naar mijn hand Ik zie iets normaals, iets van een
mens Ik kijk in de spiegel en schrik me te pletter Een monster zie ik
Dom en lelijk Steeds probeer ik te denken Iedereen ziet zichzelf zo,
het is normaal Maar dan steeds weer, word ik behandeld als iets raar,
iets wat niet moet bestaan Oordelen op het uiterlijk Iedereen doet het
Alsof ze me kennen? Als ik er als een monster uitzie zal ik het
accepteren Ik gedraag me niet als één En jij?
Het leven als een rozenstruik Wij zijn allemaal rozen die
moeten bloeien De uitdagingen zijn de doorns van de anderen deze moeten
overwonnen worden om te kunnen groeien Maar ik lijk dit niet te kunnen
De doorns rond mij zijn te scherp Ik lijk alleen in de weg te staan
van anderen die de mooiste rozen zullen worden of ze merken merken me
niet eens op De grond waaruit we moeten bloeien is als een doolhof Ik
kan mijn pad niet vinden, het licht Elke keer als ik ontwaak word ik
weer wakker in mijn eigen schaduwen Ik zit gevangen in de leegte van het
leven Verlangend naar het verdorren voor dat ik gegroeid ben Want
gelukkig zijn is niet voor mij bestemd Ik hou de mensen waar ik om geef
alleen maar terug Laat me gaan, laat me vrij, laat me rusten Voor eeuwig
Wees gelukkig