|
Net voor de vakantie publiceerde het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding zijn jaarverslag. Ik heb het gelezen. Ondertussen heb ik me voortdurend afgevraagd hoeveel mensen dat zouden lezen. Niet dat ik de niet-lezers ongelijk kan geven. Ik vond er niks aan.
Van een anticlimax gesproken. Ik houd jullie al meer dan een maand aan het lijntje met de belofte van een post over Jozef De Witte en dan komt uiteindelijk het explosieve materiaal: ik vond het maar niks. Thats it folks.
Nochtans is het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding een zeer fascinerend fenomeen (let trouwens op de mooie alliteratie). In de catacomben van dit instituut wordt namelijk bepaald wat discriminatie en racisme precies inhouden. Dat zijn vluchtige en moeilijk definieerbare concepten. Het is tijds- en plaatsgebonden, en dus cultuurgebonden. Bovendien zijn definities van racisme en discriminatie, omwille van de context, nooit neutraal en moeten ze voldoende praktisch zijn. Bij de vraag naar het afbakenen van racisme en discriminatie hoort immers onvermijdelijk de vraag naar een werkbare manier om er op te reageren. Hoe kunnen racistische handelingen, gedragingen, uitspraken worden beteugeld zonder te vervallen in een overdreven politieke correctheid, moralisme of purisme, of zonder andere vrijheden, zoals de vrijheid van meningsuiting, te schenden?
Even testen of u een aandachtige lezer van dit blog bent. Klinken deze woorden u bekend in de oren? Geslaagd cum laude. Het zijn de woorden van Michel Pasteel, de directeur van het instituut voor de gelijkheid van mannen en vrouwen, de collega van Jozef De Witte. Ik heb alleen het woord seksisme vervangen door de woorden racisme en discriminatie. (post Magda Michielsens). Geen spoor van dergelijke voorzichtigheid bij Jozef De Witte echter. Een teken aan de wand? Ik zou graag eens een vlieg zijn in het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding om mee te maken hoe het er daar aan toe gaat. Wie beslist wanneer iemand beschuldigd wordt van racisme of discriminatie? Hell of a job!
Nog even duidelijk maken waar ik naar toe wil.
1. Er zijn geen evidente waarheden.
2. Vermits er geen evidente waarheid is zijn er ook geen argumenten om tot die waarheid te komen.
3. In een samenleving is het belangrijk een zo groot mogelijk maatschappelijk draagvlak te hebben inzake ethische beslissingen.
Laten we er van uitgaan dat ingrijpende beslissingen als oordelen over racisme en discriminatie bij meerderheid van stemmen genomen wordt door de raad van bestuur. Dat zou toch mogen vindt u niet? Of is Jozef De Witte God de Vader?
De raad van bestuur is samengesteld uit:
Claude Delbrulle, Hervé Hasquin, Alaf Hamamou, Laura Iker, Eric Lemmens, Veronique Lefrancq, Bernard Blero, Ann Verreth, Eddy Boutmans, Naïma Charkaoui Hajri, Steven Vansteenkiste, Badra Jait, Eugene Dimmock, Jan Boulogne, Liesbeth Stevens, Anne Bourgaux, Carine Jansen, Diane Culer, Soetkin Seutens, Alexandre Miesen.
Wie nog niet geïmponeerd is door de macht van het internet kan alvast beginnen googelen. Tot voor enkele jaren zouden dit op een naam of twee na voor de meeste mensen illustere onbekenden zijn en blijven. Nu moet je echt geen gerenommeerd onderzoeksjournalist meer zijn om te achterhalen dat vrijwel al deze namen een partijpolitieke achtergrond hebben.
Rest de vraag of dit een representatieve groep is voor de samenleving.
Uiteraard is de eerste bemerking dat het centrum om het voorzichtig uit te drukken nogal gepolitiseerd is. Waarom zou de mening van deze mensen belangrijker zijn dan de mening van apolitieke mensen?
Anderzijds is er dan weer wel het voordeel dat een vertegenwoordiging evenredig met de politiek democratisch beschouwd kan worden. In alle geval lijkt mij de beschuldiging door het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding representatiever dan een eventuele veroordeling door een rechter. Waarom zou die jongen zijn mening belangrijker zijn dan bijvoorbeeld mijn mening?
Een tweede bemerking is naar mijn mening veel fundamenteler. Ik zie alleen maar een vertegenwoordiging van de traditionele partijen. En dat is jammer genoeg niet zo representatief. Het lijkt me toch logischer om eerst met zijn allen te bepalen wat racisme is en te beslissen hoe er op te reageren in plaats van eerst mensen uit te sluiten. Gelijke kansen voor iedereen zou ik durven zeggen.
Filip Dewinter in de raad van bestuur voor het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding? Het schrikt u af? Om eerlijk te zijn, mij ook / Om eerlijk te zijn, mij wel (schrappen wat niet past).
Over racisme:
"On ne peut nier, tout particulièrement en Région bruxelloise, que la densité détrangers extra-européens, très éloignés de nos traditions culturelles et philosophico-religieuses, posent dautant plus de problèmes que beaucoup dentre eux ne sont pas soucieux de sintégrer dans nos populations (
). Le "seuil de tolérance" (
) a été atteint à maints endroits"
("Men kan niet ontkennen dat, in het bijzonder in de Brusselse regio, de sterke aanwezigheid van buiten-Europese vreemdelingen, die erg ver van onze culturele en filosofisch-religieuze tradities staan, bijzonder veel problemen creëert doordat velen van hen zich er niet voor willen inspannen om zich in onze bevolking te integreren (...). De tolerantiedrempel (...) is op verschillende plaatsen overschreden
Auteur van deze uitspraken in de raad van bestuur voor het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding? Het schrikt u af? Om eerlijk te zijn, mij ook / Om eerlijk te zijn, mij wel (schrappen wat niet past).
Over homoseksualiteit :
"Il ny a pas de développement de lhumanité sans conjonction de lhomme et de la femme. Je revendique haut et fort mon hétérosexualité. Ce qui, dans lambiance du moment, me paraît parfois nécessaire. Il faut pouvoir saffirmer. Sans complexe. Et je le fais parce que je naime pas les atmosphères de décadence comme celle de lEmpire romain."
("Er is geen ontwikkeling in de mensheid zonder het verbond tussen man en vrouw. Ik claim met klem mijn heteroseksualiteit. Wat mij, gegeven het klimaat van deze tijd, soms nodig lijkt. Men moet ergens voor durven staan. Zonder complexen. En ik doe het omdat ik niet hou van een klimaat van decadentie zoals in het Romeinse Rijk.")
Auteur van deze uitspraken in de raad van bestuur voor het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding? Het schrikt u af? Om eerlijk te zijn, mij ook / Om eerlijk te zijn, mij wel (schrappen wat niet past).
Auteur van deze uitspraken is Hervé Hasquin, lid van de raad van bestuur voor het centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding. Waarom Hervé Hasquin wel en Filip Dewinter niet?
15-08-2009, 16:56
Geschreven door johan 
|