Een kringloopcentrum, kringloopwinkel, kringloopbedrijf of - in België - kringwinkel is een organisatie die het hergebruik van goederen verzorgt.
Kringloopcentrum Amersfoort
Kledingrekken in de kringloopwinkel van Woerden
Kringloopbedrijven zijn vanaf de jaren 80 van de twintigste eeuw ontstaan om de afvalstroom van vaak nog goede zaken te beperken en hergebruik te bevorderen.
De kringloopcentra hebben een dubbele doelstelling: enerzijds het verzamelen van herbruikbare spullen. Zo helpen ze financieel kansarmen aan goedkope basisuitrusting voor hun huishouden en bevorderen ze het hergebruik van goederen. Anderzijds worden in kringloopcentra (laag-)geschoolden tewerkgesteld bij het ophalen, sorteren, herstellen en verkopen van de goederen.
Een kringloopbedrijf zamelt spullen in die nog bruikbaar zijn. Het selecteert, sorteert en repareert de goederen vervolgens en verkoopt hetgeen daarvoor geschikt is in één of meer winkel(s). De opbrengst van de verkopen wordt gebruikt om kosten te bestrijden, werkgelegenheid te creëren en het milieu te verbeteren.
Kringloopcentra moeten niet verward worden met tweedehandswinkels. Tweedehandswinkels kopen hun goederen in, kringloopcentra bevoorraden zich met goederen die door mensen zijn afgedankt en die voor niets ter beschikking worden gesteld. Deze worden vaak aan huis opgehaald. In het kringloopcentrum worden ze vervolgens gesorteerd, gecontroleerd, zo nodig gerepareerd en schoongemaakt. Daarna worden ze in de kringloopwinkel weer aangeboden. Voor gebruikte zaken kan men ook terecht in een weggeefwinkel.
Soms wordt de term "kringwinkel" of "kringloopbedrijf" op een andere manier gebruikt: het betreft dan een bedrijf dat afvalstoffen inzamelt die kunnen dienen als grondstoffen. Hier is sprake van hergebruik van materiaal (recyclage), zoals oud papier, metalen, textiel. Ook schillen die kunnen worden ingezet als veevoer kunnen hieronder worden gerekend.
besluit:naar de kringloopwinkel gaan is veel voordeliger voor je portemonnee en voor het milieu
in dit tijdperk kunnen we niet leven zonder energie
Energie is de capaciteit van een systeem om warmte, licht of beweging te produceren. Het is een natuurkundige grootheid die wordt gedefinieerd door de hamiltoniaan. De SI-eenheid van energie is joule. Energie wordt ook aangeduid als de mogelijkheid om arbeid te verrichten, of ruimer: de mogelijkheid om een verandering te bewerkstelligen. Energie kan ook gezien worden als essentiële natuurlijke hulpbron, aangezien ze geconsumeerd, geproduceerd en gebruikt wordt door levende wezens.
De toename van energie van een systeem is de totale hoeveelheid arbeid die moet worden verricht om vanaf een grondtoestand tot de huidige situatie te komen. Bijvoorbeeld hoeveel arbeid het kost om een zwaar voorwerp vanaf de grond op een tafel te zetten, of de hoeveelheid arbeid om een spiraalveer die eerst ontspannen was een bepaalde afstand in te drukken.
De totale energie van een systeem is de som van alle vormen van energie die op verschillende manieren zijn opgeslagen. Energie is een toestandsfunctie dat wil zeggen: de hoeveelheid energie is onafhankelijk van de voorgeschiedenis. Het maakt bijvoorbeeld niet uit of een veer eerst is ingedrukt, toen op de tafel is gehesen of andersom.
Als het systeem niet wordt tegengehouden, zal het altijd proberen de hoeveelheid vrije energie zo klein mogelijk te maken: de veer rolt van tafel af en ontspant weer. Als een systeem zich in zo'n toestand van minimale energie bevindt, is het in evenwicht.
De totale hoeveelheid energie in een gesloten systeem (dat wil zeggen dat er geen materiaal of straling in- of uit kan) blijft altijd gelijk; dit heet de wet van behoud van energie. De totale energie van een systeem is de optelsom van alle microscopische en macroscopische energieën, namelijk; thermische, mechanische, kinetische, potentiële, elektrische, magnetische, chemische en nucleaire energie. De inwendige energie (U) van een systeem wordt gegeven door de som van alle microscopische energieën; alle bovenstaande behalve kinetische, potentiële en mechanische energie. In veel processen wordt een soort energie in een andere omgezet. Zo wordt in een gaskachel de chemische energie in het gas omgezet in warmte. En tijdens het vallen van een voorwerp wordt zwaartekrachtsenergie of potentiële energie omgezet in bewegingsenergie of kinetische energie.
Vaak wordt energie verward met vermogen: dit is echter energie per tijdseenheid. Iemand die op een keukentrapje klimt heeft daarvoor theoretisch net zoveel energie nodig als wanneer hij even hoog springt. Het springen gebeurt in minder tijd en daarom is daarvoor wel meer vermogen nodig. Een beeldend voorbeeld is ook het ophijsen van een piano met een horlogemotor: bij gebruik van een zwak motortje kost het ophijsen van een zwaar voorwerp veel tijd, maar het kan wel (als we wrijving verwaarlozen).
De intensiteit waarmee een mens diverse vormen van energie ervaart verschilt soms van de objectief te meten fysische waarde van die energie. Zo is bijvoorbeeld ca. 40kJ (40 000 joule) nodig om een kopje water tot tegen het kookpunt te brengen. Met diezelfde hoeveelheid energie zou men een baksteen van een kilogram vanaf het aardoppervlak naar 4 km hoogte kunnen gooien, of een stadsbus van 4 ton een meter optillen. (Afgezien van omzettings- en wrijvingsverliezen.)
Binnen de context van de natuurwetenschappen worden verschillende vormen van energie gedefinieerd. Deze omvatten:
Ergonomie is de wetenschappelijke studie van de mens in relatie tot zijn omgeving. Dit kan een product, ruimte of werkplek zijn. Ergonomie zit vervat in ons dagelijks leven, maar is vooral bekend in arbeidssituaties. Het is afgeleid van de Griekse woorden ergon (werk) en nomos (wet) en moet ervoor zorgen dat de veiligheid en gezondheid van de werknemers verzekerd wordt. Bij het ontwerpen van consumentengoederen en interieurs speelt vooral comfort en het doeltreffend functioneren een rol.
Fysieke ergonomie
Autos, huizen, tafels en stoelen, heel de wereld is op maat van de (gemiddelde) mens gebouwd. Deuren vereisen niet te veel kracht om geopend te worden, winkelkarren verlichten het dragen van boodschappen, een lange borstelsteel maakt (voor mensen van gemiddelde lengte) bukken overbodig en fietsen hebben verschillende maten zodat extreme houdingen vermeden worden. In arbeidssituaties wordt vooral aandacht besteed aan een correct zit gedrag achter de pc, het heffen en tillen of trekken en duwen van lasten, aangepaste handgereedschappen om afwijkende handposities te vermijden.
Cognitieve ergonomie
Informatie zoals de uren van bussen moet men het liefst snel kunnen vinden, lezen en begrijpen. Een optimale lees- en begrijpbaarheid is van toepassing in alle geschreven tekst. Technologische producten zoals een gsm krijgen steeds meer functies die dan in een menustructuur te vinden zijn. Belangrijk is dan ook dat gebruikers deze mogelijkheden kennen, begrijpen en eenvoudig kunnen gebruiken zonder te veel hulp van de handleiding. Op het werk moet eentonig werk vermeden worden, maar te veel informatie tegelijk controleren zal ook tot overbelasting leiden. De mens zal moeten ingrijpen wanneer een computergestuurd proces fout loopt. Door de evolutie wordt de technologie steeds ingewikkelder, terwijl de mens minder moet ingrijpen, waardoor hij echter ook minder getraind is.
Organisatie-ergonomie
Een keuken is zo ingericht dat koken en afwassen vlot kunnen verlopen en de loopafstanden beperkt blijven. In arbeidssituaties is de achterliggende gedachte een goede werksfeer te creëren die zorgt voor tevreden en productieve mensen. Ook het betrekken van de werknemers bij het ontwerpen of aanpassen van een nieuwe werkpost resulteert in betere oplossingen. Een juiste afwisseling van shiften bij ploegenarbeid heeft ook invloed op het sociale leven en welbevinden van de werknemers.
deze bericht gaat over een personal computer
een pc is een elektronisch apparaat die enkel computertaal of binaire taal spreekt .Die taal bestaat uit nullen of enen
en heel handig op internet kan!!
Een personal computer, afgekort als pc, is een computer voor individueel gebruik. De pc wordt gebruikt voor het uitvoeren van diverse taken, zoals administratie, tekstverwerking, toegang tot het internet, programmeren, grafisch werk en computerspellen, met door de gebruiker kant-en-klaar verkregen programma's. Een computer wordt onder meer gebruikt bij werk, onderwijs, school en hobby's.
Een typische pc-opstelling bestaat uit een systeemkast en randapparatuur, zoals beeldscherm, toetsenbord en muis.
De systeemkast (mogelijk met ingebouwd beeldscherm) bevat altijd:
het moederbord, met daarop een processor, werkgeheugen en uitbreidingssloten.
de voeding, een apparaat dat de netspanning omzet in verschillende gelijkspanningen van 12; 5 en 3,3 volt levert voor de diverse componenten in de kast.
een of meer harde schijven of een solid state drive voor het opslaan van gegevens.
een videokaart die aansluiting van het beeldscherm mogelijk maakt; tegenwoordig vaak geïntegreerd op het moederbord
Verder bevat de systeemkast zo goed als altijd:
een geluidskaart die aansluiting van geluidsapparatuur mogelijk maakt; tegenwoordig vaak geïntegreerd op het moederbord
een netwerkkaart waarmee de pc aan een netwerk kan worden aangesloten, tegenwoordig vaak geïntegreerd op het moederbord.
een cd-romspeler en/of dvd-speler, cd-schrijver en/of dvd-schrijver
Op de pc wordt ook externe randapparatuur aangesloten, veelal op een aansluitpoort, maar tegenwoordig ook draadloos aangestuurd, met wifi, infrarood of Bluetooth. Er zijn (stand 2015) nog enkele belangrijke typen aansluitpoorten over:
USB-aansluiting (Universal Serial Bus), een gestandaardiseerde aansluiting voor printers, scanners, toetsenbord, muis, geheugenkaartlezers en allerlei andere apparatuur
DVI, VGA of HDMI voor het beeldscherm
Cat5-aansluiting voor een bedraad netwerk (internet).
kort samengevat een pc is heel handig!