|
Internationale samenwerking
Na de val van de Sovjet-Unie en het einde van de koude
Oorlog in 1991, kwam de staatsfinanciering van de Russische ruimtevaart op een
veel lager niveau te liggen. Ook de Amerikaanse ruimtevaart kreeg ernstige
klappen te verwerken: na het verongelukken van de Spaceshuttle Challenger in
1986 lag de bemande ruimtevaart in Amerika bijna drie jaar lang stil.
NASA en Rosaviakosmos,
de ruimtevaartorganisaties van de VS en van Rusland, besloten daarom tot een
verregaande vorm van samenwerking. De Russen zouden hun langlopende project,
het ruimtestation Mir, opgeven en samen met de Amerikanen en de Europese
ruimtevaartorganisatie ESA werken aan het International Space Station ISS.
Inmiddels is een basisversie van de ISS al enige jaren actief.
Recent zijn er spanningen ontstaan in de relatie tussen NASA
en Rosaviakosmos door het meenemen van ruimtetoeristen naar de ISS. Anno 2006
zijn er al vier toeristen op bezoek geweest in de ISS tegen betaling van 20
miljoen dollar.
Door de ramp met de space shuttle Columbia in 2003 kwam de
bevoorrading en de afbouw van de ISS in gevaar. Nieuwe modules van de ISS zijn
namelijk te groot voor de Russische Sojoez en moeten absoluut met de space
shuttle omhooggebracht worden. Om de ISS af te kunnen bouwen moet de space
shuttle nog zo'n 10 jaar meegaan. Om de bevoorrading niet in gevaar te brengen
besloten de Russen om voorlopig geen toeristen meer mee te nemen. Pas in 2005
ging de derde ruimtetoerist naar het station.
President George W. Bush kondigde in 2004 een programma aan
om een maanbasis aan te leggen en daarna astronauten naar Mars te sturen. Omdat
alle projecten van de NASA op dit doel gericht moesten zijn, is de Amerikaanse
steun voor de ISS op een absoluut minimum terechtgekomen. Rosaviakosmos heeft
daarom ook gekozen voor een zelfstandige uitbreiding van de ISS, en nauwere
samenwerking aan te gaan met de ESA. Binnenkort zal een robotarm van de ESA
gemonteerd worden aan de ISS.
|