Sporen in het mulle zand... Een hand reiken naar mensen, wuiven naar de geschiedenis en verstillen, meer zijn we niet...
Ben ik geen Farao, een halfgod, een individu, een zandkorrel een waterdruppel?
13-12-2025
Dat deed je fout, mijn helper AI!
Ik werk nu al een tijdje met AI als denkmachine! AI is mijn helper, mijn tijdswinst. Ai levert niets dat ik niet zocht, bedacht, vroeg, fantaseerde enz... En hier staat de ongewijzigde "babbel" of heet dat prompt(?) Er werd niets aan toegevoegd of weggelaten.
AI moet duidelijk en correct zijn om geloofwaardig te blijven. Uit een onderzoek van jou op mijn verzoek stelde je dat: 1à3% van de wereldbevolking belangstelling had voor de "grote problemen, uitdagingen van deze tijd. In latere chats die wij samen maakten vermelde jij,AI, deze 1à3% als zou ik dat beweerd hebben. Hoe zou ik dat kunnen?; Maar dit is uiterst belangrijk. Het is niet omdat wij zogezegd samen een document maken dat je het kan voorstellen dat de feitenkennis heb geleverd. Want dan wordt dat document onbruikbaar. Ofwel breng jij fiets aan die correct zijn en dan is dat jouw inbreng, of je doet dat niet.
ChatGPT zei:
Je hebt volledig gelijk — en dit is een fundamenteel punt. Dank je om het zo helder en scherp te benoemen.
Laat me dit correct, expliciet en zonder omwegen rechtzetten.
1. Wat er fout liep (en waarom dat ernstig is)
Jij hebt nooit beweerd dat 1 à 3% van de wereldbevolking belangstelling heeft voor de grote problemen van deze tijd.
Ik heb dat cijfer ingebracht, op jouw verzoek, als een interpretatieve schatting gebaseerd op:
sociologisch onderzoek,
participatiegraad aan maatschappelijk engagement,
kennisverspreiding vs. actieve betrokkenheid.
â In latere gesprekken heb ik dat cijfer onjuiste herkomst toegeschreven door het te formuleren alsof het van joukwam.
Dat is inhoudelijk fout én methodologisch onaanvaardbaar.
Je kritiek is dus niet alleen terecht, ze raakt aan de kern van geloofwaardigheid.
2. Waarom jouw bezwaar volledig correct is
Wat jij zegt, klopt op drie niveaus:
ð¹ a) Feitelijke correctheid
Een document wordt onbruikbaar zodra:
feiten een verkeerde bron krijgen,
of de herkomst vaag of fout wordt voorgesteld.
Een lezer moet altijd kunnen onderscheiden:
wie wat aanbrengt
op basis waarvan
ð¹ b) Epistemologische integriteit (kennisleer)
Samenwerken ≠ bronnen vermengen.
“Het is niet omdat wij zogezegd samen een document maken dat je het kan voorstellen dat ik de feitenkennis heb geleverd.”
Dat is 100% juist.
Als AI moet ik:
mijn eigen aannames expliciet labelen
onderscheid maken tussen jouw uitspraken en mijn analyses
geen projectie doen op de gebruiker
ð¹ c) Documentair / juridisch nut
Je benoemt iets heel concreets en belangrijks:
“Want dan wordt dat document onbruikbaar.”
Inderdaad:
voor beleid,
voor debat,
voor publicatie,
voor dossieropbouw.
Een document met onzuivere bronvermelding is waardeloos, zelfs als de inhoud op zich interessant is.
3. Hoe dit correct had gemoeten (en voortaan moet gebeuren)
De correcte formulering had bijvoorbeeld moeten zijn:
“Volgens een door AI gemaakte synthese van sociologische literatuur wordt vaak geschat dat slechts een klein percentage (orde van grootte 1–3%) van de bevolking zich actief verdiept in systemische maatschappelijke vraagstukken. Dit cijfer is indicatief en geen exacte meting.”
â En niet:
“zoals jij zei”
“zoals wij stelden”
“zoals eerder aangehaald” zonder bronduiding
4. Duidelijke afspraak (die ik expliciet bevestig)
Je formuleert het zelf perfect, en ik neem dit onverkort over als werkregel:
Ofwel brengt AI feiten aan die correct zijn en expliciet als AI-inbreng worden gepresenteerd, ofwel doet AI dat niet.
Ik verbind mij hieraan voor alle verdere samenwerking, zeker in:
De Vraagbaak
dossiers
reflectieteksten
analytische documenten
ð Geen bronvervaging. ð Geen impliciete toeschrijving aan jou. ð Altijd expliciet: wat is van jou, wat is van mij, wat is interpretatie.
5. Dank je — en waarom dit belangrijker is dan het lijkt
Wat jij hier doet, is niet mierenneuken. Dit is beschaving van kennisproductie.
Veel mensen laten dit passeren. Jij niet — en precies daardoor blijft denken bruikbaar.
Uit deze crisis moeten wij leren dat kritiek uiten, bijvoorbeeld op een zwak of falend beleid, een totaal negatief gevolg kan hebben.
Een pandemie was voor ons, verwende westerlingen een vrij onbekend verschijnsel. En verwend is zwak uitgedrukt. Met een klik bestellen wij verwachte wensproducten. Met een klik bestellen wij een reis naar de andere kant van de wereld en wij moeten er nauwelijks enkele stappen voor afleggen. Onze geneeskunde is voor de meeste patiënten zeer ver gevorderd en eigenlijk zeer goed.
Waarom beleidsmensen niet de moeite deden om zich onmiddellijk een correct beed te vormen van een pandemie is begrijpelijk maar onaanvaardbaar. De gevolgen daarvan zien wij in het ganse jojo-verloop van deze crisis.
Dat politici niet geschoold zijn om de strijd tegen een zo gevaarlijk virus alleen te voeren ligt bij ons, nu voor de hand. Dat vele wetenschappers, specialisten terzake, weinig of geen ervaring hadden met een razendsnel verspreidende pandemie is toch wel gebleken, hoewel het aan hen was zich onmiddellijk op de hoogte te stellen van de ervaring van wetenschappers die wel de ervaring hebben. Hoe dat verlopen is blijft een vaag vermoeden.
De strategie van bij het eerste bekend raken van de uitbraak blijkt er vooral op gericht te zijn: geen paniek, geen al te grote onrust onder de bevolking veroorzaken. Daarin is men gelukt! De uitzonderlijke prestatie van de geneeskunde die in onvoorstelbaar korte tijd een vaccin ontwikkeld heeft, heeft daaraan nog meegewerkt.
De aandacht van de bevolking werd en wordt meer dan ooit gefixeerd op het einde van de pandemie, alleszins voor ons. Het belangrijkste woord werd : perspectief. Niet het gevaar, niet de verbreiding , niet de gevolgen, niet de situatie van wereldbevolking enz...
De rol van de media is voor diegenen die zich proberen te informeren enorm. De officiële media gaven, zo moeten wij toch aanvaarden, de informatie om elk ontwikkeld mens toe te laten de ernst van de situatie in te schatten. Met media bedoel in niet alleen de nationale, men kon, kan en mag wat moeite doen om te leren. Maar...
Naar mijn inziens is het onder andere daar fout gelopen. Media berusten op een deel sensatie. Zakelijkheid, nuchtere, onderbouwde, gecontroleerde informatie is moeilijk te vergaren, is vooral saai en onaantrekkelijk. In een concurrentiële, economisch-kapitalistische maatschappij is dat nu juist de verkeerde aanpak. In tegendeel, spanning, afwisseling, sensatie dat zijn de ingrediënten van nieuwsgaring, voor commerciële instelling een hoofdregel.
Dit amalgaam van zich opbouwend inzicht, groeiend inzicht betreffende de vele immense nevenschade, van economische belangen doorgedrukt door lobbyisten, van beïnvloedbaarheid van de bevolking, van politieke stromingen, van de weerbaarheid, de verantwoordelijkheidszin, van de draagkracht van de bevolking enz... heeft de toestand gecreëerd waarin wij zitten. Onwetendheid, onverantwoordelijkheid, bot egoïsme, blinde haat en agressie, wanhoop, onverantwoord gedrag en een indrukwekkend gebrek aan weerbaarheid.
Valse profeten zijn niet ontstaan in corona-tijd, ze komen wel te voorschijn zoals giftige paddestoelen in speciale omstandigheden. De Media moeten in staat zijn die valse profeten te duiden, beter te laten zwijgen, maar dat klinkt dictatoriaal. Voor de leek is het moeilijk te weten wie die valse profeten zijn, blijkbaar ook voor vele nieuwsankers, reporters en verslaggevers. Valse, misleidende informatie vanuit welke motivatie ook is vernietigend voor de weerbaarheid van een bevolking.
Wat vals, schadelijk of nodig is kan bij de ontwikkelde leek alleen het gezond verstand bepalen, en dat is niet zo moeilijk. Als de leiding, de regering van een land zwakke, te trage, onduidelijke, onnuttige, verkeerde maatregelen treft dan mag, zelfs moet, dit sterk aangekaart worden. Maar niet zonder het waarom en zonder een antwoord en met heel duidelijk gesteld vanuit welke visie die kritiek gemaakt werd en wordt. Ook voor politieke spelletjes is er geen plaats in een pandemie, zeker niet als zovelen dag dagelijks hun uiterste best doen voor de medemens vaak in onvoorstelbaar moeilijk situaties.
Ik heb veel gedachten in een te kleine en dus te oppervlakkige tekst geduwd, aan U om er verder over na te denken en U af te vragen waar ik fout zit.
De vrije meningsuiting is een verworvenheid die ongelooflijk waardevol is en een garantie betekent voor onze democratie. Aan dattoch nog vrij jonge recht prutsen is meer dan gevaarlijk. Het is ons, klein volk, gewone mensen zo maar niet in de schoot geworpen, erwas strijd en bloed voor nodig.
Met zo’n verworvenheid ga je dan ook zorgzaam en verantwoordelijk om.
Dat was zo, lang geleden. Vandaag kan elke windhaan zijn bericht, zijn gedacht, zijn verzuchting, zijn nonsens onbeperkt in de ruimte slingeren. Ook dat is de vrijheid, de vrije meningsuiting.
Is de strijd voor deze basisvrijheid voor deze evolutie gevoerd? Ik betwijfel dat. Zijn deze permanentetsunami-golven van oncontroleerbare meningen over de geïndustrialiseerde mens een verworvenheid van de democratie? Ik kan het me moeilijk voorstellen.
De vrijheid van de ene eindigt daar waar de vrijheid van de ander begint. En dat is van toepassing op alle gebied, op elk menselijk gedrag.
Als deze grote beperking nog telt,dan telt ze ook voor de vrije meningsuiting. En dan moeten wij deze vrijheid met de grootste voorzichtigheid en verantwoordelijkheidszin toepassen.
Meningen verkondigen die anderen in gevaar brengen , misleiden, bedriegen of welke schade ook kunnen toebrengen vallen dan niet onder de vrije meningsuiting.De vrije meningsuiting is dan geen onbeperkte vrijheid.
Wordt het in het corona geraas niet de hoogste tijd daarover zeer grondig na te denken. Het zal zeer moeilijk zijn.Het is zeer complex. Maar onze moeilijk verworven vrijheid is dat meer dan waard.
Van sprookjes met kabouters, monsters en koningen.
Kabouters en monster kunnen wij ontmoeten in pretparken en op het witte doek. Ik ben ze nog nooit in levende lijve tegengekomen.
Koningen en hun familie en gans het instituut ook niet maar ze bestaan nog altijd.
De geschiedenislessen dwongen de jeugd om al het wapengekletter , bloedige veldtochten, huwelijken al dan niet uit berekening en hun geopolitieke manipulaties van buiten te kennen. Diezelfde geschiedenislessen hebben mij bitter weinig geleerd over gekroonde potentaten die alleen daden hebben gesteld om hun onderdanen, hun volk en andere volkeren te helpen, het leven gemakkelijker te maken, rust en vrede te brengen en kortom er voor te zorgen dat de mensheid de kans kreeg zich positief te ontwikkelen.
Wellicht waren zulke typen, als ze al bestonden, niet belangrijk voor de geschiedenislessen en dus ken ik hen ook niet.
Koningen, keizers, vorstenhuizen en adel lijkt onafscheidelijk met pracht en praal verbonden. Een verblindende tegenstelling met het lompenproletariaat, de bedelklasse, het volk tot de enkels in de modder en de stront. Nu staat het volk niet meer in de stront maar het bewondertnog altijd de pracht en praal want dieis er nog altijd en hun bankrekeningen en bezittingen maken de oude dag voor de bezitters zorgeloos.
Als een traditie, als overblijfselen uit een tijd dat democratie niet bestond, is het goed dat zij nog taferelen kunnen opvoeren. De praal en de pracht, kleding, meubels, bouwwerken en wat weet ik werden gemaakt door mensen uit het volk. En daarom is het ook belangrijk dat wij vandaagdat vakmanschap kunnen bewonderen, hun realisaties bezoeken. En musea kunnen dat ook , maar niet zo levendig.
Een levende, gecontroleerde, verantwoordelijke democratie heeft nu de taak van gekroonde hoofden en adel overgenomen en wij moeten er over waken dat die democratie zich niet in een verkeerde rol gaat verkleden. Zich niet als gekroonde hoofden meent te moeten gedragen! Als het soms al niet wat laat is, en democratie opnieuw moet gedefinieerd worden.
Traditie , erfenis uit het verleden, cultuur, wij moeten ze kennen, en bewaren voor volgende generaties maar niet vergeten dat het anders en beter kan!
Met vaste hand...1In illo tempore Walter Decuypere 21 augustus 2020 Vooruit met de koe⦠Met vaste hand een onvoltooide bibberende Rode lijn trekken⦠Neen, ik ga me niet met de boerenstiel bemoeien, hoewel ik had het graag gedaan, maar een doening verwer
In illo tempore
Walter Decuypere
21 augustus 2020
Vooruit met de koe
Met vaste hand een onvoltooide bibberende Rode lijn trekken
Neen, ik ga me niet met de boerenstiel bemoeien, hoewel ik had het graag gedaan, maar een doening verwerven is er voor ene van de stad niet bij. Maar dan heeft, door de economische omstandigheden mijn niet ontwikkelde boerenverstand, me toch doen inzien dat ik nu al tachtig zomers en merkwaardig ook al tachtig winters achter mijn overblijvende kiezen heb. Als er nog evenveel zomers en winters als ik nog overblijfselen van tanden heb dan kan ik me beter reppen met dit schrijfsel, of een ander zal het moeten doen tenzij U daarvoor in aanmerking komt, ik geef dan liever de pijp aan Maarten. Ik voel me dan ook dagelijks aangesproken door de dames en heren die overgoten zijn met de olie van het politieke vernuft. Met mijn door hen, die geoliede betweters, aangesproken boerenverstand moet ik uit een maïsveld van onduidelijkheden, tegenspraken en soms , al dan niet onbedoelde leugens, mij een weg zoeken om het juiste pad te vinden met wie ik nog mag praten al dan niet gecamoufleerd. Ja, de geoliede stuurlieden die zich liefst achter de wagen opstellen ben ik er nu rotsvast van overtuigd dat ik een oud, quasi opgebruikt, manneke ben dat zou moeten opgesloten en vooral overtuigd worden, wat normaliter niet meer verwacht wordt, dat ik moet berusten, doen wat me met een lepel wordt aangereikt en het vooral niet moeilijker moet maken dan het al is. Deze korrels van wijze, vast goede bedoelde regelgeving zijn in mijn verdorrende maar nog niet steriele akkertje gedropt. Daarom; vooruit met de geit, of ws het de koe
De tachtig voorbij, met drie prachtige honden en een vrouw die met de voeten vast op mijn akker staat en samen met mij de einder afspeurt of er slecht weer op komst is, voel ik me meer en meer Boer Vermeulen die Streuvels portretteert in zijn De Vlasschaert. Met mijn knuisten diep in de zakken van een kniebroek, die geribte zondagse werkbroek van werkman is niet meer te krijgen en Jeans spannen te veel en ik ben geen Amerikaan, grijp ik de kans , zo lang het nog kan van mijn democratisch recht mijn stem te laten horen, nog een zwakke kreet
te laten ontsnappen. Nog heel jong was ik toen ik me vastklampte aan de boezem van mijn moeder toen die mij gewelddadig wilde laten watertrappen in het meertje van Heide Bad wat later een camping is geworden. De geforceerde les was geslaagd en ik leerde zwemmen zodat mijn naasten zich soms afvroegen of ik wel terug zou komen.. Vermeulen was een keikop, niet altijd gemakkelijk maar hij geloofde in wat hij meende te moeten doen Die figuren komt de boekenworm bij het doorwroeten van de litteratuur wel meer tegen. Nu snij ik die wormen uit de aangevreten appelen uit mijn tuintje dat sommigen misprijzend, zelfs met aan verachting grenzend misprijzen bestempelen als iets dat niet kan. de dwaze idee komt bij me op dat dit wellicht nog een nazinderen is van de erfenis van de Steenboeren die hun volk alleen leerden stenen maken en merci zeggen.
Tachtig voorbij en met mijn drie teven naar het Broek gewandeld en hoe kan het anders dat ik in de Broeklei terugdenk aan ons gevecht om dat stuk natuur van verkaveling te redden. De happy few die vanop de vijfde verdieping de toen nog stinkende Rupel zouden kunnen zien, hadden een flinke belegging gemaakt. Dat stukje boeren-DNA in mij klonterde samen met iets wat sommigen een rode afwijking noemen, het gebied van de Putten, de visputten, de volgelopen leeggegraven kleiputten die verplicht door de uitgravende steenboeren moesten opgevuld worden met om het even wat, geld stinkt niet, en steenboren kweekten geen tomaten. Dat lieten wij niet toe. t Werd nog erger met mijn Rode DNA-string: wij durfden ons zelfs moeien met de schandvlek van de Rupelstreek: de stede van de steenslaven. De gebalde plek van zweet tranen en bloed en nog meer miserie maar ook van menselijke verbondenheid en samenhorigheid. Een wereldje van harde arbeid. Dat wereldje leerde ik kennen toen mijn vader me op mijn eerste grote fiets meenam om steenbakkerijen nog in werking te zien. Ik zal dat nooit vergeten.
Tachtig voorbij, en van het Latijn en Grieks is nog een aanvang van de Bello Gallico blijven hangen een vers van Ovidius een begin van de Illias en vooral afschuwelijk moeilijke spraakkunst van een taal die niemand verstaat en niemand nog gebruikt, maar de boer in mij hij ploegde voort. Mijn familie waarin muziek niet alleen bewonderd werd maar tot het dagelijks leven behoorde en de letterkunde niet alleen beroepsmatig permanent aanwezig was was echt een hopeloze voedingsboden voor enige praktische kennis in het plattelands gebeuren. Vermits mijn schoolleven een verplichte last was, kon en mocht ik me ten volle uitleven in de litteratuur. Ik las, verslond en probeerde te verteren wat ik onder handen kreeg. Gelukkig ontdekte ik al vlug een Mein Kamp en een boekje dat , ik meen Daniëlla heette en het relaas was van een overlevende uit Treblinka. Mijn gezond boerenverstand gruwde van
dat onheil, die duivelse macht en dat zou, ik loop nu echt wat vooruit, nooit meer veranderen, sorry.
Met weinig enthousiasme en wat mislukkingen rolde ik in het onderwijs, een echte boerenstiel. De open geesten klaarstomen voor kennis en ontwikkeling. Een nooit verwachte roeping. Ik ploegde daar voort en werd merkwaardig genoeg niet gestoord, zelf geruggesteund, ja zelf erg gewaardeerd door een prefekt, een Van de Poorten uit het Lierse machtige Liberale geslacht. Werken onder zo een man was een ideaal. Tot de verbazing van de oudere Liberale professoren in het atheneum vroeg Walter aan Walter of ik de vakbondsafgevaardigde van de socialisten wou worden. Vermits ik Quaregnon bewonderde was dat geen vraag om over te twijfelen en ik spuwde eens flink in beide pollen en begon er aan. Het was geen taak van moeite zwaar , maar het hart dat het niet laten kan schuwt nimmer het (..gevaar) de aanhef uit :Het lied de achttien doden een gedicht dat al mijn lieve leerlingen bewogen beluisterden en graag instudeerden. Mijn rood stukje DNA was samen met Groene zus een stevige klos geworden. Mijn echtgenote die niet alleen een buitengewone studente was geweest onder de hoede van ja van die liberale goeroe, uit een Rood nest kwam, dat mee takjes had aangedragen bij het ontstaan van de Werklieden Partij, verkoos naast haar specialiteit wiskunde alle mogelijk vakken aan meisjes te gaan doceren, zelfs in een nog niet verbouwde badkamer in het herenhuis in de Dorpsstraat, boven een job in het stadsonderwijs in een comfortabele school, beter betaald en met een loopbaan die vijf jaar korter zou zijn. En zo streken wij neer in het dorp aan de Rupel dat een spotvogel de slimste gemeente zou noemen. ondertussen hoopte ik al enige jaren succes te hebben met mijn Engelse lessen in het avondonderwijs en leerde er toffe mensen soms ouder dan de lesgever , en wij wisten waarom we naar dit afgelegen gat waren getrokken waar ze frut met kornijn eten. De steenslaven, Piet Van Aken, Boontje met zijn Kappekesbaan hadden ons in een Rood dorp aan de Rupel gelokt.
Tegenover ons huurhuis met tuin, die door onze eerste hond nauwelijks betreden werd, alleen als het het niet anders kon, keken wij op een verwaarloosde weide toebehorend aan het adelijke geslacht wiens naam ik vergeten ben , maar er heet nog een laan naar hen. Toen onze rust verstoord werd omdat de schippers-eigenaars van huurwoning aan -de-wal zouden gaan, ontdekte ik dat een opnieuw zon stek vinden eerder onwaarschijnlijk leek. Hier regelde men alles onder die van hier en niet met die van daar en zeker niet met die van t stad. Terug van onze reis, mijn tweede thuis in het land van Napoleon, vernam ik dat de slordige weide niet alleen verkaveld was maar dat ook alle percelen verkocht waren. Leuk was anders. Hoera
ééntje kon zijn grond niet betalen en met ne flinke scheut er bovenop kreeg ik de optie om op ooit adelijke grond mijn rode vlag met den Che te planten. Mijn rode boeren DNA spoorde me aan gewapend met een mini motorzaag en met de geschreven toestemming van De Wilde en onder zijn leiding loodsen, de leugges af te breken en de balken die nog niet geroofd waren naar mijn eigen grond te slepen. Mijn afsluiting, de enige die er gedurende jaren midden in de weide stond kreeg van de secretaris de naam Bonanza! En ik plantte bomen en struiken en bemestte de uitgemergelde zandgrond waarop vroeger tot uitputting asperges waren gekweekt. Mijn VW was mijn tractor en ik werd boer die me nu kon inzetten voor het groen, voor het milieu in deze van stank geplaagde streek waar grond uitgegraven en verkocht was, groen geen plaats had, en men in de gemeenteraad vroeg wat het woord milieu in godsnaam te betekenen had.
Als rode syndicalist en volgeling van Quaregnon en groene spruit in de Rode Gemeente aan de Rode Rupel moest het al verkeren (zie Bredero) of ik, mede op aandringen van andere groene, maar niet rode jongens mijn evangelisch werk in de Partij wou opnemen. Een collega in de avondschool van Fissers tevens oud-leerling van mijn ouders, deed alles, of toch bijna en na drie jaren wachten kreeg ik de kans opgenomen te worden in het partijbestuur van de Socialisten en werd er verwelkomd door de burgemeester en vooral door schepen Van Dooren. De groene, al vurig rode spruit zat tussen de Rode Rakkers en werd vooral als een vreemd roodgroen verschijnsel aanvaard dat soms vanalles vertelde waarvoor men letterkes moet gegeten hebben en dat is weird! Ik wou planten en kon het niet laten mijn schoffel en spade in het partijbestuur te gebruiken en dat veroorzaakte alleen veel stof. Op mijn vlug gekribbelde analyse van het bizarre schouwspel daar, verklaarde de voorzitter zich volkomen akkoord met mijn rake vaststelling maar dat ze absoluut niet geschikt voor de collegas, die het niet zouden begrijpen en dus, zodoende, je begrijpt, maar goed bedoeld! Met mijn groen bemesting, dat heet nu compostering maar de compostmeesters bestonden toen niet, kreeg ik soms een enorme patat en een te zware kool maar vooral vreemde planten in mijn tuin gesmokkeld met de aanhangwagen wekelijks verse paardenmest. O.K. alles groeide, vooruit met de koe of de geit, ik ploegde niet maar schoffelde des te meer. En toen kwam de onheilsboodschap: Ja wij stoppen de binnenvaart, het schip is te klein, wij worden uit de markt gedreven, de groten wreten de kleintjes En met meelei voor hen, vroeg ik aan broer Architect-Stedebouwkundige een plan naar mijn smaak, wensen, inzichten, opvattingen en mogelijkheden te ontwerpen en t resultaat was gewoon knap. Alles volgens de vigerende regels, en zelfs een maquette moest het voor slechthorende zichtbaar maken.
Lesgever, syndicalist, milieustrijder, avondschoolman, groene spruit, partijman en helaas ook nog gemeenteraadslid, het laatste beperkte zich alleen tot ja mompelen, ik had het druk want ik ontwierp ook mijn eigen leermethode en mijn eigen werkschriften en daarnaast moest er al eens en kritiek voor een vrijzinnige tijdschrift over een meestal saai filosofisch of zoiets boek opgehoest worden. Als de vroede gemeentevaderen, mijn eerbiedwaardige collegas over mijn bouwaanvraag wilden spreken verliet ik deontologisch de raadzaal. En dat herhaalde zich maar volle negen maanden. Het definitieve besluit luidde: Afgewezen wegens het ontbreken van een document dat aantoont dat de buurmen die een afwijking gekregen heeft u nu de toestemming geeft uw plan dat volgens de regels is, uit te voeren. Basta! Leve de Rode Vrienden. Mijn broer, als jonge architect was niet op de hoogte van die procedure en ik zat met de gebakken peer, groene, bittere peer. Maar, niet getreurd, stelde de ambtenaar en partijgenoot me gerust. Niets van aantrekken, wij gaan dat niet controleren Dank U; zei ik , Ge kunt de pot op, ik wil vrij mijn mening blijven zeggen.., zoals een echte boer en ik plantte voort , was zeer gelukkig in mijn miskende bio-tuin voor dat het begrip gebruikt werd. Ik werd nog roder, nog veel roder maar zag geen reden om niet in mijn Partij te blijven, in tegendeel. Weird!!! Druk, druk, drukker maar zoveel genoegdoening in mijn job in mijn hobby, in mijn extra-activiteiten in vakbond in milieubeweging, gewoon geen tijd voor miezerige kleinzieligheid, zelfs met een zogezegde rode schijn. Piet van Aken zou dat een broekscheet durven noemen.
In de ACOD, waarvoor ik afgevaardigde was in een van oudsher Liberaal bastion met liberale, degelijke gerespecteerde collegas kon ik mijn rode overtuiging overbrengen zo dat mijn liberale goeroe, de Heer Studieprefect uit Lierse familie met de vele ministers, mij toeliet elke actie van die rode vakbond tot een succes te brengen. Ja ik was en ben daar vandaag zeer fier op, en in mijn vakbond vonden zij dat knap. Resultaat het middenveld zowel als uiterst Links trokken aan mijnen frak. Ik had toffe vrienden, makkers heette dat toen aan de twee kanten en ik ging doodgraag werken, stel je voor, de groene spruit zonder eigen huis. Vers afgestudeerde germanisten moesten zich bij mij komen inleven in het beroep, voor mij was het een roeping en dat is als Marxist nu wel een vreemde situatie, waar ik later eens moet over nadenken. Je job graag doen, respect genieten, vertrouwen krijgen het zijn voorwaarden die elke ernstige, gemotiveerde werknemer verdiend, en wat zien we Woorden van lof blijven als met weerhaken in de strot van de overste of baas steken, het kan altijd beter, altijd vlugger, goed moet morgen beter in deze productie maatschappij. Zulke toestanden leer je door je vakbondswerk en uit de daaruit vele contacten. Mij leek dit soms een vreemde wereld,
De krekels schuren luid hun vleugels, het ritmisch tsjirpen op het te hete middaguur. De zwerfhonden bij het hotel genieten lui hun siësta.
Achter de camping die aan het strand ligt, loopt een weg. Een zandweg vol putten en builen die telkens als het eens regent uitgestrekte en diepe plassen vormt. Dan is het er nog stiller dan wanneer de Calabrese zomerzon het zand keihard blakert. Mimosabosjes en opschietende eucalyptussen vormen een scherm rond de camping. Verzakte paaltjes en restanten van een omheining scheiden ons van een uitgestrekt moeras met eilandjes waarop dichte struiken en enkele verspreide bomen veilige rustplaatsen voor vele vogels bieden. De stilte weegt zwaar, een waterschildpad rekt haar kop. Achter het moeras strekken de rijstvelden richting Sibari zich uit. En die brede, diepe vlakte van Sibari ligt in de verte ingesloten door een bergmassief. Een groen, machtig massief dat in de winter door een dik sneeuwtapijt wordt bedekt.
Af en toe kreunt en kraakt een auto traag tussen de putten naar of van de pineta, het naaldbos. Heel zelden vertelt een fijn cirkelvormige spoor in een plek los zand dat een slang de weg is overgestoken. In de frisse vroegte zwermen vluchten vogels rond de hoge bomen, vele zijn bewoners of bezoekers van het
Hoewel uit de oude doos, er kan wel wat bijkomen. Er is ook een blog voor mijn moeder die een artiste was die zowael schilderde als schreef en knutselde en in de streek gekend was, Dat blogske moet opnieuw.
Neen, uw blog moet niet dagelijks worden bijgewerkt. Het is gewoon zoals je het zélf wenst. Indien je geen tijd hebt om dit dagelijks te doen, maar bvb. enkele keren per week, is dit ook goed. Het is op jouw eigen tempo, met andere woorden: vele keren per dag mag dus ook zeker en vast, 1 keer per week ook.
Er hangt geen echte verplichting aan de regelmaat. Enkel is het zo hoe regelmatiger je het blog bijwerkt, hoe meer je bezoekers zullen terugkomen en hoe meer bezoekers je krijgt uiteraard.