Inhoud blog
  • 2012 09 13
  • 2012 September
  • 2012 Rackawol
  • 2012 Rackajuh
  • 2012 Start weblog - Welkom!
    Zoeken in blog

    DAGBOEK en...
    momenten uit mijn leven
    24-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2012 Start weblog - Welkom!
    Lieve lezer,

    Vanaf vandaag heb ik weer een plekje waar ik foto's en weetjes kan plaatsen zodat mijn familie, vrienden en kennissen in Nederland op de hoogte kunnen blijven van mijn leventje in Hongarije.
    Natuurlijk kunnen jullie rekenen op foto's van de dieren en de natuur.

    Veel plezier bij het lezen en een gezellig commentaar is altijd welkom!

    Viszontlátásra,
    Yvonne.



    24-08-2012 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (7 Stemmen)
    13-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2012 09 13
    2012 09 13, De hele dag zonnebloemzaden uit de verdroogde bloem kloppen....
    Mijn huis heeft een lange gang waar ik dit klusje doe. Gemakkelijk om de zaden bij elkaar te vegen en genoeg plaats voor zakken, bakken en blokken. Aan het einde van de gang kijken Gabbertje en Ferry, die bij uitzondering even binnen mag, gebroederlijk toe.

                                             

    13-09-2012 om 18:12 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (5 Stemmen)
    12-09-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2012 September
    Een weekje in september: 
    • 4 grote ronde balen hooi naar boven slepen (per baal ongeveer 400 kilo)
    • bloemzaden verzamelen
    • eindeloos naar de Post rijden om 10 kilo wol gepost te krijgen
    • planten voor een aankomende hagelbui/storm beschermen
    • 40 kilo appels schillen voor appelmoes
    • ontelbare kruiwagens vol fruit snijden voor de Pálinka
    • de fruitschaal loopt inmiddels over
    • eindeloos chilipepertjes oogsten voor Kannika
    • 12 kilo pruimenjam maken 
    • minstens 4 kub zand verslepen om een spontaan gat in de grond te dichten (oude pince?)
    • 2 dagen zonnebloemen rapen en zo ongeveer 30 zakken gedroogde bloemen 'oogsten'
    • de droge zonnebloemen 'uitkloppen' om de pitten eruit te krijgen (minstens 3 weken werk)
    • mijn internetvrienden proberen te vriend te houden (ach, 't zijn toch échte vrienden!)
    • etc., etc., etc......
      

      

    12-09-2012 om 18:51 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (5 Stemmen)
    25-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2012 Rackawol
    Dit maakte VILTIANE VILT van (mijn) Rackawol wat ze vermengd had met Alpaca wol. 
    Op faceboek vind je nog veel meer moois. 
    Wil je haar schrijven of misschien wel iets kopen of bestellen?
    Schrijf dan naar viltiane@hotmail.be

      


    25-08-2012 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 5/5 - (3 Stemmen)
    24-08-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2012 Rackajuh
    Klik op de afbeelding om de link te volgen
    Het eerste (ram)lammetje dat verkocht is. Dat doet wel zeer maar ik kan onmogelijk alle lammetjes houden.
    Door de gortdroge zomer en aanhoudende hitte is het toch al moeilijk om aan voldoende vers voer te komen.
    Ze hebben nu al de helft van hun wintervoorraad opgegeten. 





    24-08-2012 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (13 Stemmen)
    01-07-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Huis te koop in Kapoly
    Nee, ik krijg voor de bemiddeling geen rooie cent. 
    Ik probeer alleen maar een brug te bouwen tussen de verkoper en koper.
    Dit huis staat in Kapoly, Kossuth Lajos utca 3. Het is prachtig gerenoveerd, volledig gemeubileerd en je kunt er zo in trekken.
    In vergelijk met de Nederlandse huizenmarkt is dit huis bijna gratis! 
    Er is een enorme tuin met mooie, gezonde oude vruchtbomen. Kersen, pruimen, appels, peren, vlierbes en nog veel meer.
    Het woonoppervlak is 140 m2, centrale verwarming, 60 m2 stal en schuur, een bron, grote hooizolder en een droge wijnkelder.
    De geschatte meters zijn:
    woonkamer: ca. 500x500
    keuken ca. 500x500
    1e slaapkamer ca. 400x600
    een halletje
    1 separaat toilet
    1 badkamer met toilet, bidet en douche
    2e slaapkamer ca. 500x600
    bergruimte en deur naar de tuin in slaapkamer 2
    3e slaapkamer ca. 350x400
    Het perceel is 5600 m2. en het huis heeft een nieuw dak.
    De kamers hebben een hoog plafond en vele originele versieringen zijn behouden.
    Langs het hele huis loopt een corridor met een verbreedt stuk, groot genoeg voor een tafel met stoelen.
    De vraagprijs is € 46.900,- (13,5 miljoen forint)
    Dit is werkelijk een hele goede investering. Geschikt voor permanente bewoning maar ook voor (vakantie) verhuur.
    Op verzoek stuur ik nog vele extra foto's.


        

        

        

      

    01-07-2012 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    02-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2008 / 1
    Op 2 juni 2008 vertrok ik naar Hongarije. Ik kende de taal niet, had er nog geen vrienden en ook geen huis. 
    Een geweldig avontuur. 





      







      



      




    02-06-2008 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 0/5 - (1 Stemmen)
    01-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.2008 / 2
    vervolg 2008



        

      

        

      


    01-06-2008 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (4 Stemmen)
    09-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gabber / 1

    Wat nóu weer ?


    Koud, och wat had ik het koud. Ik stond te rillen in m’n bontjas.

    Soms ook weer niet, dan had ik het achterlijk heet. Dan zou ik willen dat ik m’n jas kon uitdoen. Mijn keel deed zeer en als ik moest hoesten dan maakte dat écht een eng geluid.

    Het was al vroeg donker en het vroor ook al weer een beetje.

    Ik wou dat ik een droge, zachte plek had om te gaan liggen, dat zou fijn zijn. Voortaan moest ik maar beter uitkijken voor die baas van me. Die klompen van hem konden hard schoppen. Hij had mijn schouder goed geraakt. Die voelde aan alsof hij bont, blauw en beurs was. Als ik op die natte, harde vloer had gelegen dan kon ik bijna niet opstaan. Ik kroop in het verste hoekje weg in de hoop dat het daar de wind niet kon komen. Ondertussen dacht ik na over alles wat die middag gebeurd was.

    Wat wilde die vent nou eigenlijk van me ? Eerst liet hij me uren lang op een lopende band belachelijk hard rennen tot ik uitgeput neerviel. Toen ik bleef liggen werd hij woedend. Hij begon te schelden en te schoppen en ik moest terug mijn kooi in. Een paar minuten later kwam hij terug met een vreemde man en samen stonden ze in mijn kooi te kijken en te praten. Ik hoorde een andere hond blaffen en stond op om te kijken wie er op bezoek was. Deze had ik nog nooit gezien maar als ik hem zo eens bekeek, dan beloofde dat niet veel goeds. Hij was zeker tien kilo zwaarder dan ik en had al vaak gevochten. Een oor van hem was lelijk gescheurd en hij zat onder de lidtekens. De twee mannen voor mijn kooi gingen steeds harder praten. De vreemde man zei iets over kennelhoest en koorts maar mijn baas lachte hem uit. Hij deed mijn kooi weer open en mij mijn riem om. Met harde rukken trok hij me het grasveldje achter de woonwagen op. Ik probeerde me te verzetten maar wist eigenlijk al lang dat dit geen zin had. Ik was nu eenmaal niet zo sterk als mijn baas.

    Van het grasveldje kon ik niet ontsnappen. Er stonden hele hoge hekken omheen en de poort deed hij altijd goed dicht. De andere hond was er al en zijn baas stond over hem heen gebogen, klaar om de riem af te doen. Ik zette me schrap en probeerde niet in paniek te raken. Ondertussen zocht ik tegen beter weten in opnieuw naar een uitweg. Nee, er was geen enkele plek om te ontsnappen. Er zat niets anders op dan te proberen zo goed mogelijk uit de buurt van die valse Pitbull te blijven.

    Mijn baas telde af en tegelijk met de andere hond werd ik los gelaten.

    De Pitbull stoof geroutineerd en met een diepe grom op me af. Zijn lippen opgetrokken en zijn tanden klaar om in mijn vacht te zetten. Even was ik mijn koorts en moeheid vergeten. Ik schoot van de ene hoek naar de andere en probeerde me achter de mannen te verschuilen. Tja, dat was ook al geen goed idee. Mijn baas gaf me zo’n harde schop met zijn klomp tegen mijn schouder dat ik wel drie keer over de kop ging. Ik gaf het op en bleef liggen. Oké, dacht ik, bijt me maar dood maar doe het alsjeblief vlug. Ik wil geen pijn en schoppen meer. Ik wil geen kou en slaag meer. Dit is een vreeslijk leven. Mijn baas kwam woedend op me af en ineens werd alles donker. Toen ik wakker werd lag ik weer in mijn kooi. Alles deed pijn en iedereen was weg. Ik doezelde wat en na een tijdje viel ik van pure uitputting eindelijk in slaap. Hoe lang ik geslapen had weet ik niet maar ineens schoot ik wakker. Het was nog steeds donker en er waren alweer mensen op de plaats. Dit waren ook nieuwe mensen. Deze stemmen had ik nog nooit gehoord. Stijf stond ik op en probeerde ze te zien. Dit keer waren het twee vrouwen. De jongste stond met mijn baas te praten en de oudste zei niets maar keek alleen maar naar mij.

    Mijn baas kwam weer op me af en deed mijn kooi open. Met zijn liefste stem lokte hij me naar buiten. Nou ja, of hij nou schold of lief sprak, ik wist dat ik gewoon die kooi uit moest.....basta ! Schuw kroop ik naar buiten waar de jongste vrouw me begon te aaien en lekkere dingen gaf. Ik raakte er helemaal van in de war en kreeg prompt “de gekke vijf minuten”. Ik rende als een idioot over de plaats en iedere keer als ik bij die jong vrouw kwam sprong ik tegen haar op om te laten zien hoe lief ik haar vond. “Je wordt helemaal vies Sharon, vind je dat niet erg ?”, vroeg de oude dame. “Nee, laat maar, ‘t is een oude jas, ‘t maakt niet uit, dat hondje is zo blij dat hij even uit de kooi kan” !

    “Hoe heet hij eigenlijk”, vroeg ze aan mijn baas. “Bolle”, zei hij. Ja, zo noemt hij me altijd, Bolle is schijnbaar mijn naam. Ik wist niet goed wat ik van die oude dame moet denken. Ze stond daar maar naar me te kijken. Ik zag dat ze ook mijn baas in de gaten hield. Hierin leek ze wel een beetje op mij. Zou ze hem ook niet vertrouwen ? Maar met welke hond moest ik nu eigenlijk vechten ? Ik zag hem niet.

    De oude dame zei iets tegen mijn baas en gaf hem geld. Ojé, de weddenschap was blijkbaar alweer afgesloten. Ik werd steeds nerveuzer. Waar was haar hond ? Mijn baas deed me opnieuw m’n riem om maar liep dit keer niet naar het grasveldje met de hekken. Hij trok me naar de straat en gaf toen de riem aan die oude dame. Wat wil ze dan van mij ?

    Er stond een griezelig lichtblauw ding dat open kon. Sharon ging er in en de dame gaf mijn riem aan haar. Ze begon eraan te trekken en de dame duwde tegen m’n billen. Ja, ik ben niet gek ! Dáár ga ik niet in ! Ik hield me helemaal stijf maar uiteindelijk tilde ze me gewoon op. Wat een afgang ! Sharon trok me tegen zich aan en lette niet op de modderspatten. Ze praatte zachtjes tegen me maar ik vond het dood eng en bibberde nu niet alleen van de koorts. De oude dame ging voor ons zitten en deed iets met dat enge lichtblauwe ding waardoor die ging grommen. Wat nou weer ? Moest ik hier tegen vechten ? Was dit óók een soort hond ?

    Ineens begon alles te bewegen en dat enge lichtblauwe ding nam ons mee. Ik moet toegeven, het deed geen pijn, ik lag erg zacht in de armen van Sharon en het was er droog en warm.

    Ik keek m’n ogen uit. Ik had nog nooit in mijn leven zoveel gekke dingen achter elkaar meegemaakt. Ik was er behoorlijk van in de war en nog steeds bloed nerveus.

    De oude dame en Sharon babbelde zachtjes met elkaar en ik ontspande me wat. Sharon zei steeds “ma” tegen de dame. Zou dat haar naam zijn ? Een beetje korte naam maar niet onaardig. Ik besloot om haar zo voortaan te noemen. Even later stopte het blauwe ding en Ma deed de deur open. Ik zag mijn kans en schoot het blauwe ding uit. Gelukkig, hier was ik goed van af gekomen.

    Sharon stapte lachend uit en greep mijn riem. Ze aaide me over m’n bol en lokte me voorzichtig de woonwagen binnen. Deze woonwagen leek helemaal niet op de woonwagen van mijn baas. Deze was van steen en veel groter. Later leerde ik natuurlijk dat dit geen woonwagen was maar een huis. Maar ja, toen wist ik dat allemaal nog niet. Ik had nog nooit een huis gezien en was er dus ook nog nooit binnen geweest.

    Nog niet helemaal op mijn gemak liep ik met Sharon en Ma mee naar binnen maar ik was nog niet binnen of..., jawel hoor...., een Rottweiler, net als ik.

    Ik had hem niet aan horen komen maar ineens stond hij voor me. Ik verstijfde en probeerde tegelijkertijd weg te komen. Sharon en Ma schoten in de lach. Dikke pret hadden ze omdat ik zo geschrokken was van die andere hond.

    Ma ging op haar hurken zitten en sloeg een arm om mijn nek. “Kom maar jochie, dat ben je zelf daar in die spiegel. Daar kun je onmogelijk mee vechten en bijten zal hij je ook niet”, zei ze grinnikend.

    Ik besnuffelde zorgvuldig de hond in de spiegel en hij had dezelfde lucht als ik. Nee, van dat luchtje was ik niet bang. Snappen deed ik het niet echt maar ik was er ook niet langer bang voor.


    Een Duitse Herder !


    Ineens hoorde ik achter de deur een hond blaffen.

    Maar natuurlijk, Ma en Sharon hadden me meegenomen naar dit huis om bij hen te komen vechten !

    Ik kroop zover mogelijk in de hoek en begon weer vreeslijk te bibberen. Ik voelde me ontzettend ellendig.

    Hield het vandaag dan helemaal niet meer op ?

    Sharon boog zich over me heen en deed de riem af. Ik zette me schap maar er gebeurde nog niets. Ze sloeg haar armen om me heen en bleef steeds zachtjes tegen me praten. Ma liep naar de deur en deed deze open. In de deuropening verscheen een hele grote Duitse Herder. Zeker een kop groter dan ik. Maar er was nog iets vreemds. Deze Herder gromde niet, toonde zijn tanden niet maar bleef alleen rustig en stil staan kijken.

    Wat is dít nou weer ?

    Mijn nieuwsgierigheid werd al snel groter dan mijn angst. Deze grote hond viel helemaal niet aan en leek eigenlijk zelf een beetje bang. Sharon moet gemerkt hebben dat mijn angst minder werd want ze liet me voorzichtig los.

    Helemaal vertrouwen deed ik het nog niet dus kroop ik heel voorzichtig en langzaam uit de hoek.

    De Herder was nu ook nieuwsgierig geworden en kwam een stap in mijn richting. Ma zei zachtjes tegen de Herder, “Qju, blijf even hier”. Meteen stond hij stil en wachtte geduldig tot ik voorzichtig aan zijn poten begon te snuffelen.

    Hij deed helemaal niets anders dan mijn kop grondig bekijken ! Hoe was het mogelijk ? Het leek wel of we helemaal niet hoefden te vechten. Ma en Sharon stonden geduldig te kijken en te wachten tot Qju en ik elkaar aan alle kanten hadden bekeken en besnuffeld. Ze schreeuwden en schopten niet maar stonden daar maar wat te lachen. Vreemd, vreemd.

    Trouwens, Qju was helemaal geen hij. Hij was een vrouwtje, een zij dus !

    Een knap vrouwtje trouwens met een mooie dikke pels en vriendelijke zachte ogen. Ineens viel me op dat ze helemaal geen lidtekens of kale plekken van het vechten had. Het leek wel of ze nooit gevochten had.

    Ik vond het allemaal steeds vreemder worden.

    Ma liep de trap op en kwam even later beneden met een gigantisch grote grijze bak. Ze zette hem onder de trap en legde er een dikke mat in.

    “Zo”, zei ze, “dit is jouw mandje. Probeer hem maar eens uit. Je zult er zeker in passen”.

    Zachtjes lokte ze me die richting in en toen ik niet anders kon dan mijn voorpoten in die bak te zetten riep ze; “goed zo jochie, goed zo, ga maar lekker in je mandje“! Ondertussen aaide ze me over m’n bol.

    Ja, wie wil dit niet ?

    Ik was echt bekaf en liet het maar allemaal over me heen komen. Ik kroop in de mand en maakte het mezelf gemakkelijk. Ma kwam naast me zitten en trok aan haar andere kant Qju naar zich toe. Die leek ook wat verlegen met de situatie. Je kon zien dat zij niet goed wist wat ze van mij moest denken.

    Sharon boog zich voorover en gaf Ma een kus op haar wang. “Ik bel je morgen wel om te horen hoe het gegaan is”, zei ze. Ze liep ze naar de deur en vertrok. Nu was ik alleen met Ma en Qju.

    Het was stil in huis en lekker warm. Ma babbelde zachtjes tegen Qju en mij en al vlug viel ik in een diepe onrustige slaap.



    Een nieuwe naam.


    Urenlang had ik diep en onrustig geslapen. Wat was ik gisteren moe.

    Ik deed mijn ogen open en zag dat het nog steeds donker was. Mijn keel voelde aan als schuurpapier en mijn kop stond in brand. Ik had hoge koorts en de hele nacht door was ik steeds benauwd wakker geworden en had dan vreeslijk moeten hoesten. Soms dacht ik dat ik zou stikken omdat ik niet genoeg lucht meer kreeg.

    Voorzichtig stond ik op en ging op onderzoek uit. Alle deuren waren dicht en de gang was niet erg groot. Ik keek nog even voor de zekerheid in de spiegel om te zien of die hond nog steeds hetzelfde was. Ja hoor, een hele geruststelling. De hond in de spiegel rook nog steeds hetzelfde als ik en was niet uit op een potje knokken. Van mij mocht ‘ie blijven.

    Ik moest nodig een plas en de trap leek me het handigste hiervoor. Ik tilde mijn achterpoot zo hoog als ik maar kon op en deed een lekkere grote ochtendplas.

    Het was nog erg stil in huis. Ik liep terug naar mijn mand en viel prompt opnieuw in slaap.

    Wat later werd ik wakker van een geluid op de trap. Ma kwam naar beneden en zei vriendelijk: “Goede morgen Gabber”.

    Ze knielde naast me neer en begon me voorzichtig te aaien. Zachtjes zei ze: “Je hebt een nieuwe naam jochie. Niets zal nog herinneren aan je vorige baas, zelfs je naam niet. Ik ga je Gabber noemen omdat dat Vriend betekent. Ik wil jouw vriend zijn en jij zult zeker mijn vriendje worden. In de anderhalf jaar die je nu geleefd hebt, heb je niet veel goeds gezien. Je hebt een rottige tijd achter de rug jochie. Maar laten we eerst iets eten voordat we verder kennis maken.

    Vriend ? Gabber ? Een nieuwe naam ? Ik vind Gabber wel veel leuker dan Bolle. Dan erbij, ik was brood mager. Mijn ribben staken door mijn vel naar buiten. Het enige bolle aan mij waren mijn spieren. Een nieuwe naam en wat voor een, gossie !

    Ze wilde opstaan en leunde daarbij met haar hand op de grond. Jawel, midden in de plas die ik daar gemaakt had.

    “Wel verdraaid, je bent nog niets eens zindelijk “?, zei ze.

    Oef, ze was boos dat was duidelijk te zien. In een flits greep ze me bij m’n nekvel en drukte me met mijn neus in mijn eigen plas. Het ging zo vlug dat ik met m’n neus al in de plas lag voordat ik begreep wat er gebeurde.

    Bah, dacht ik, bah wat vies, jakkie.

    “Foei”, zei Ma, “dat mag niet Gabber, foei”.

    Meteen liet ze me weer los en ging weg. Even later kwam ze terug met een mop en emmer en ruimde de plas weg. Ze zei helemaal niets en ik lag schuw in mijn mandje naar haar te kijken.

    Toen alles opgeruimd was zei ze: “Oké Gabber, het is even vervelend maar dit moet je echt leren. Dat zal wel lukken. Ik hoop alleen dat je het vlug leert omdat ik het niet leuk vind om op je te mopperen. Goed, dit was de eerste les van vandaag. Het is nu echt tijd om wat te eten”.

    Ze deed de kamerdeur open en Qju kwam ook de gang in. Toen liep ze naar die grote spiegel en schoof hem weg. Achter de spiegel rook het heerlijk en was van alles te zien.

    Ze deed een klep open en daar lagen de lekkerste hondenbrokken van de wereld. Het water liep me werkelijk in de bek. Ze schepte twee bakken vol en liep ermee naar de keuken. Eentje zette ze op de grond voor Qju en een in een soort rekje voor mij. Ze had mijn bak nog niet los gelaten of ik schrokte mijn eten naar binnen. Stel je voor dat iemand dit weg zou nemen !

    Qju stond als een echt dametje brokje voor brokje te kouwen. Wat een trut. Lekker laten doen, dacht ik, daar pik ik zo wel een brokje van mee.

    Helaas, ik had even niet op Ma gerekend. Op hetzelfde moment dat ik mijn bak had leeg geschrokt stond ze tussen Qju en mij en keek me strak aan. Met een vinger wees ze onverbiddelijk naar de deur van de gang. Nou, duidelijker hoefde ze niet te zijn. Dit begreep ik ook wel. Zonder haar mond open te maken zei ze: “vlug afnokken en wegwezen !!!”.

    Qju werd hier heel onrustig van en liep ook naar de kamer. “Kom maar meisje, kom, pak je eten maar”, zei Ma.

    Qju liep onzeker tussen de keuken en de kamer heen en weer. Ze durfde niet meer te eten en liet haar portie voor mij achter.

    Ik wilde wel maar Ma dacht daar schijnbaar anders over. “Nee, nee jochie, dit is voor Qju. Ze moet wel iets afvallen maar niet op deze manier, meneer Gabber de Gapper. Ze mag gewoon haar eigen eten zelf op eten. Jij hebt echt genoeg gehad”. Ze pakte brokken uit Qju’s bak en voerde haar uit de hand. Ik probeerde er tussen te gaan staan en de brokjes weg te pikken maar Ma was steeds vlugger dan ik. Uiteindelijk ging ik boos in mijn mand liggen. Dit vond ik helemaal geen leuk spelletje. Vrouwen !


    Samen uit.


    Nadat we hadden gegeten ging Ma zich aankleden en deed ons allebei een halsband om. Op hetzelfde moment kreeg ik weer de bibbers. Mijn baas deed me altijd een halsband om, om mij zo naar het grasveldje te kunnen trekken voor het vechten. Tot nu toe had ik bij Ma nog niets ontdekt dat met vechten te maken had maar vertrouwen deed ik het niet.

    Ma deed een jas een en maakte een riem aan mijn halsband vast. Langzaam werd mijn angst paniek. Ik probeerde weg te komen maar dat ging niet. Ik probeerde door achteruit te lopen mezelf uit de halsband te wurmen. Dat lukte ook niet. Paniek, paniek. Ik begon te trekken en alle kanten op te springen. Het viel me op dat ze niet schreeuwde of naar me schopte. Qju stond me verbaasd aan te kijken. Zij raakte helemaal niet in paniek van die halsband. Doordat Ma en Qju zo rustig bleven kalmeerde ik ook weer wat. Ma rommelde wat achter de spiegel in de kast en kwam met een heel kort riempje te voorschijn met aan ieder uiteinde een haak. Ze maakte dit aan mijn halsband en aan die van Qju vast en de langere riem maakte ze in het midden van het korte riempje vast. Zo zorgde ze ervoor dat ik tussen Qju en haar in kwam te staan.

    Zachtjes babbelde ze wat en aaide me over m’n bol. “Rustig maar jochie. Je zult zien dat het leuk is wat we gaan doen. Vertrouw me maar een beetje. Kijk maar naar Qju, die is hier ook niet bang voor”.

    Ze maakte de voordeur open en liet ons voorgaan. Ik was weer helemaal in de war. Wat wilde ze nou eigenlijk van me ?

    Qju liep rustig aan de riem naar buiten en liet me zo zien wat de bedoeling was. Misschien was het maar goed dat ik zo nieuwsgierig ben want dat leidde me af van de riem en halsband. Ik rook dat hier veel honden wonen en ook een enkele kat. Verderop zag ik kinderen met hum moeders lopen en er ging een Ekster voor ons op het pad zitten. Zonder nog aan de riem te denken nam ik een sprong in de richting van de brutale zwart/wit vogel. Daardoor gaf ik zelf een geweldige ruk aan de riem. Qju schrok zo van mijn onverwachte actie dat ze een klein gilletje gaf. Zelf schrok ik er zo van dat ik meteen weer in paniek raakte en alle kanten opsprong in de hoop eindelijk te kunnen ontsnappen aan die enge band om m’n nek. Schijnbaar maakte ik zulke gekke sprongen dat Ma ervan in de lach schoot. “Rustig maak Gabbertje”, grinnikte ze, “rustig maar, er gebeurt niets akeligs. Het spijt me voor je maar ik durf je nog niet los te laten lopen. Je zult er écht aan moeten wennen knul”. Haar rustige stem en de ontspannen houding van Qju kalmeerde me alweer snel. De Ekster was op een tak naast het pad gaan zitten en gaf met zijn schelle stem een hele berg commentaar op mijn rare sprongen.

    Een kort moment wenste ik opnieuw dat ik geen halsband om had. Dit keer niet omdat dat ding me zenuwachtig maakte maar dan kon ik die brutale rotvogel even een lesje leren.

    Al vlug kreeg ik door hoe ik aan die riem moest lopen. Als ik begon te trekken dan bleven Qju en Ma stil staan. Dan trok de band strak tegen m’n nek en dan was vervelend. Ma mopperde dan tegen me. “Niet trekken Gabber, terug, aan de voet”!

    Ik wist niet zeker wat ze daarmee bedoelde maar voelde wel dat ik het niet zo benauwd kreeg als ik gewoon tussen Qju en Ma in bleef lopen. Trouwens ik vond dat wel zo gezellig.

    Rustig liepen we zo over een pad tussen grasveldjes en groepjes bomen door. We staken een hele drukke weg over en kwamen zo in de Geffense bosjes. Ik raakte steeds meer op m’n gemak en ik begon te genieten van de wandeling. Het was lekker fris, ’t vroor weer een beetje.

    Ineens kreeg ik weer zo’n hoestbui zoals vannacht. Ik kreeg bijna geen lucht en had het vreeslijk benauwd. “Maar jochie toch”, zei Ma, “dadelijk als we terug zijn gaan we eerst naar de dierenarts. Ik weet niet wat er met je aan de hand is maar dit klinkt afschuwelijk. Dat koppie van jou voelt helemaal heet aan, ik vertrouw dit niet, volgens mij ben je flink ziek”. Ze bleef rustig wachten tot ik weer een beetje op adem was en maakte, zonder ik het in de gaten had, Qju los. Toen we weer verder liepen merkte ik dat pas.

    Op hetzelfde moment stak de paniek weer z’n kop op. Het had zo veilig gevoeld, zo tussen Qju en Ma in.

    Ma begreep dit schijnbaar ook want ze riep Qju meteen terug en maakte haar weer vast aan de riem. “Sorry meisje”, zei ze, “vandaag moet jij ook maar even aan de riem blijven. Misschien is de poort open en kunnen jullie daar samen even los lopen. We zullen de kortste route nemen”. Ik merkte dat ik steeds meer van haar zachte gebabbel begon te houden. Het ontspande me en het gaf me ook een veilig gevoel. Ma was heel anders dan mijn baas. Ze was vanmorgen wel boos geworden toen ze mijn plas bij de trap had ontdekt maar ze had niet gescholden of geschopt. Ja gemopperd en mij met m’n neus er door gewreven maar dat deed geen pijn en ik had begrepen dat een plas tegen de trap haar boos maakte. Oké, da’s oké.

    Ik liep zo een beetje over alles na te denken en ondertussen gaf ik mijn ogen en neus goed de kost. We kwamen bij een heel hoog hek met een hoge poort. De poort stond open en Ma wilde er door naar binnen. Nee, nee, ikke zeker weten van niet dus. Een poort en een grasveldje ! Dat betekent vechten ! Had ze me daarom helemaal hier mee naar toe genomen ? Moest ik hier voor Ma vechten ? Zenuwachtig begon ik achteruit te trekken. Ik voelde me voor de zoveelste keer in de war. Ma en Qju stonden naar mijn getrek te kijken alsof ze alle tijd van de wereld hadden.

    Maar ik zag geen Pitbulls, ik hoorde geen gegrom en ik rook geen zweet, angst of bloed.

    Ma haalde wat lekkers uit haar tasje en hield dat voor mijn neus. Ojé, dáár kan ik geen nee tegen zeggen !

    Ik probeerde ‘t te pakken maar Ma trok haar hand een klein stukje terug. Ik deed weer een stap in de richting van die lekkere brokjes en wéér trok ze haar hand terug. Ik stond stil en keek haar strak aan. Wat is dít voor een flauwe kul ? Geef je me nou een brokje of niet ? Mijn strakke blik maakte indruk volgens mij want ze gaf me er een. Toen ik de andere ook wilde pakken trok ze haar hand weer terug. Meteen keek ik haar weer met mijn beroemde strakke blik aan maar dit keer deed ze alleen een stap achteruit. Misschien had ik wel té strak gekeken en was ze een beetje bang geworden. Voorzichtig liep ik opnieuw op haar hand af en ik mocht er aan snuffelen. Mmm, wat een lekker luchtje ! Met mijn voortandjes probeerde ik er een tussen haar vingers uit te peuteren en dat lukte nog ook. Terwijl ik lekker stond te knabbelen keek ik om me heen en zag dat we ondertussen door de poort waren gelopen en dat ze die had dicht geduwd. Oef !

    Meteen deed ze haar hand helemaal open en mocht ik alle brokjes op eten. Ondertussen aaide ze me weer over mijn bol. Dat vond ik misschien nóg lekkerder dan al die brokjes.

    “Ik ben blij dat je zo gek op die brokjes bent Gabber, daarmee kan ik je naar me toe lokken. Ik ga je los maken en hoop dat je niet te ver weg loopt. Misschien is het wel erg vlug dat ik je even vrij laat maar je hebt zo’n hekel aan die riem. Ga maar even lekker rennen jochie. Geniet er maar van”, zei ze. Ondertussen had ze Qju al los gemaakt en toen was ik aan de beurt. Qju rende naar het einde van het grasveld en sprong toen in de grootste drinkbak die ik ooit gezien had. Echt snappen deed ik het weer eens niet maar wat Qju daar aan het doen was wilde ik ook wel ! Met drie gekke sprongen en een kleine spurt was ik bij haar. Ik ging zo hard dat ik niet meer kon remmen en prompt liep ik tegen haar op. Daar was ze niet op bedacht geweest en ze kukelde languit het water in. Ondertussen was ik met mijn poten ook midden in die natte boel terecht gekomen. Ho ho, dit was niet helemaal mijn bedoeling. Water drinken is best maar deze bak vond ik toch echt een beetje te groot. Ik had wel zin om een partijtje te stoeien maar mevrouwtje Qju had hier blijkbaar geen ervaring mee. Iedere keer als ik weer een aanloop nam om haar omver te kunnen gooien dan ging ze verder het water in. Ze had blijkbaar door dat ik haar dan niet achterna kwam en ze daar dus veilig was voor mijn geweldige stoeiwerk.

    Typisch vrouwen gedoe !

    Iedere keer als ik bij Ma in de buurt kwam kreeg ik een lekker brokje en aaide ze me over mijn koppie.

    Na een tijdje riep ze Qju en mij en deed de riem weer aan de halsband en wandelden we rustig naar huis.

    Ik had zo genoten van dit gezellige uitje dat ik bijna vergeten was hoe ziek ik me voelde.


    De dierenarts.


    Eenmaal thuis gekomen pakte Ma een raar ding waar ze met een vinger op drukte en toen tegen haar oor hield. Even later begon ze te praten tegen dat ding, drukte er weer op en zette hem toen weer op tafel. Ze zag me nieuwsgierig kijken. “Dat is een telefoon jochie en daarmee heb ik naar de dierenarts gebeld. We kunnen meteen komen als we willen”, zei ze.

    Geen idee waar ze nu weer over liep te babbelen maar mij was het eigenlijk best. Ik liep naar de mand in de gang en liet mezelf er met een plof invallen. Door de koorts leek het hier binnen wel een oventje.

    Ma kwam naar me toe en deed me opnieuw een halsband aan. Ze zei: “Kom Gabby, we gaan eerst even naar de dierenarts. Volgens mij ben je echt heel ziek”. Zachtjes trok ze aan de riem en begreep ik dat ik weer mee moest. Door de wandeling was ik al veel van mijn angst kwijt geraakt en raakte ik wat gewend aan dat ding om m’n nek. Ik stond op en liep met haar de voordeur uit. Qju mocht niet mee maar vond dat blijkbaar helemaal niet erg. Buiten gekomen liep ze naar dat rare blauwe ding en maakte hem open.

    “Kom maar Gabbertje”, zei ze, “spring er maar in want we moeten met de auto”. Ja, ja, mij mooi niet gezien. Wist ik veel wat een dierenarts was ! Ik wist wel dat dit blauwe ding de verbinding was geweest tussen Baas en Ma. Misschien moest ik nu wel weer terug en was de logeerpartij voorbij !

    Ik zette me schrap, rolde met m’n ogen en maakte mezelf helemaal stijf. Het zag er blijkbaar gek uit want Ma begon te lachen. Grinnikend zei ze; “Dit probleempje moeten we maar snel oplossen want we gaan regelmatig met de auto”. Ondertussen knielde ze bij me neer, sloeg een arm om mijn borst en een onder mijn achterste en tilde me zo dat ding in. Ik schaamde me dood. Goed dat Qju er niet bij was. Wat zou die hiervan gedacht hebben ?

    Ik ging zo plat als ik maar kon op de bank liggen en verroerde geen poot meer. Wat was er met mijn leventje gebeurd ? Alles was ineens anders geworden en veel was volkomen nieuw voor me. Misschien was het een gelukje dat ik zo ziek was, anders had ik het nooit zo over me heen kunnen laten komen.

    Ma ging voor me zitten en rommelde wat. Het blauwe ding begon te brommen en alles kwam weer in beweging. Even later stopte Ma en deed iets waardoor het gebrom ophield. Ze greep mijn riem en deed de deur open. Ik kon niet wachten tot ze ruimte maakte zodat ik er uit kon. Razendsnel wurmde ik me tussen haar stoel en de bank door en stond gelukkig weer buiten.

    Nieuwsgierig keek ik om me heen. Alweer andere luchtjes. Ma nam me mee naar een grote deur en deed die open. Op dat moment kwam er een enorme lucht van honden, katten, angst en bloed naar buiten. Ik rook zelfs de dood !

    Ik schrok me echt een ongeluk. Hier was ik helemaal niet op bedacht geweest. Ik werd gek van paniek. Ik moest weg, ik moest weg en wel zo vlug als ik kon. Ik rukte en sprong alle kanten op. Nee, nee, niet die deur door ! Nee, alsjeblief niet !

    Ma greep me vast en tilde me naar binnen. Ik kronkelde en draaide om los te komen maar dat hielp niets. De deur ging achter ons dicht.

    Ma zette me op de grond en ging naast me zitten. Ineens merkte ik dat ze al die tijd zachtjes tegen me aan het praten was en me heel voorzichtig over m’n kop aaide. “Maar jochie toch, ben je zó bang ?”, zei ze.

    “Rustig maar Gabbertje, ik blijf bij je. Je bent zo ziek dat ik geen dag langer durf te wachten. Ik heb wel eens gehoord dat honden dood kunnen gaan aan Kennelhoest. Ik kan toch geen risico met je nemen ? Het spijt me echt voor je lieverd dat we geen tijd hebben om eerst aan elkaar te wennen. Je moet echt vandaag nog medicijnen krijgen”. Ondertussen was ik gaan liggen. Ik was doodmoe door de koorts en alles wat gebeurt was en gaf me gewonnen. Ze doen maar met me, dacht ik. Ze zijn nou eenmaal sterker dan ik. Ma bleef maar tegen me praten en me aaien. Ze trok me met haar andere hand beschermend tegen zich aan.

    Ik voelde haar warmte door haar jas heen en langzaam werd ik rustig. Zo zaten we wel een minuut of tien te wachten op wat verder gebeuren zou.

    Er ging een deur open en een mevrouw in een witte jas kwam naar ons toe. Ze zei wat tegen Ma.

    Ma gaf haar antwoord en ging staan. “Kom maar Gabby, kom de dokter heeft nu tijd voor ons”. Zachtjes trok ze aan de riem en nam me mee naar een andere ruimte. Daar stond ook de mevrouw met haar witte jas.

    “Til hem maar op de tafel”, zei ze tegen Ma. Ik voelde hoe ze me optilden en op een ijzeren tafel zette. Ik was zo bang dat ik me niet durfde te bewegen. Ma bleef gelukkig bij me en hield me stevig tegen zich aan. De mevrouw waar ze steeds dokter tegen zei, aaide me en deed mijn lip omhoog. Rustig keek ze naar mijn tanden, tong en ogen. Ze voelde aan mijn voeten, rug, spieren en ribben. Met een blinkend rond ding dat aan haar oren hing ging ze over mijn borst. Ondertussen rustig en zachtjes babbelend met Ma.

    Door de rustige en vriendelijke stemming werd ik zelf ook rustiger. Voorzichtig begon ik wat om me heen te kijken. Bijna alles was wit of blinkend. Zoiets had ik natuurlijk nog nooit gezien en ik keek m’n ogen uit. De andere mevrouw met witte jas hield me een super geweldig lekker snoepje voor. Ik pakte het zo vlug uit haar hand dat ik er per ongeluk een vinger bij nam. “Au”, riep ze, “rustig aan jonge man. Ik heb mijn vingers nog even nodig”. Ik schrok van haar reactie en stond meteen weer stijf op de tafel. Ze zag mijn geschrokken reactie en gaf me meteen een vriendelijke aai. “’t Is al goed hoor, ik ben wel wat gewend. Het zijn schijnbaar erg lekkere hondenkoekjes”, zei ze en klopte me ondertussen op mijn bil.

    Ineens voelde ik dat de sfeer veranderd was. Ma en de dokter zagen er serieus uit. De dokter luisterde opnieuw aan mijn borst en zei tegen Ma dat ze een hartfilmpje wilde maken.

    Ik werd opgetild en naar een andere kamer gedragen. Ook daar werd ik op een ijzeren tafel gezet en rolde ze een vreemd kastje naar de tafel. De dokter deed nog van alles en opeens kwam er een strook papier uit het kastje. Ze scheurde het er af en liet het aan Ma zien. Ik hoorde woorden als hartritmestoring en ruis en zag een verdrietige trek op het gezicht van Ma komen. Even later tilde ze me van de tafel en zette ze me op de grond.

    Ik was blij met m’n pootjes weer op de grond te staan. Samen liepen we naar de hal waar Ma medicijnen voor mijn Kennelhoest kreeg en toen konden we eindelijk naar buiten.

    Ma tilde me weer in dat enge lichtblauwe autoding en we reden gelukkig weer naar haar huis.

    Thuis kregen Qju en ik een lekker stukje kaas van haar. Pas veel later begreep ik dat ze daarin mijn medicijnen had verstopt. Slim hoor !


    Mijn gezondheid.


    De hele dag lag ik maar een beetje koortsig te suffen in mijn mand onder de trap. Zodra ik even opstond kwam Ma naar me toe en terwijl ze me lekkere brokjes gaf deed ze dan de riem weer aan en liepen we naar buiten. Zolang we niet ver van het huis gingen voelde ik me al behoorlijk op mijn gemak. Ma had dat gemerkt en liet Qju los lopen. Nee, een beetje eng vond ik het wel maar paniekerig werd ik hier al niet meer van, vooral omdat ik ook het laatste stukje steeds los mocht lopen.

    Toen ze me de eerste keer mee naar buiten nam voor een korte wandeling had ik natuurlijk een uurtje liggen slapen en het is buiten veel kouder dan binnen. Daarom moest ik direct een plasje doen. Ik kon het echt niet ophouden en tilde mijn achterpootje op. Eigenlijk verwachtte ik een fikse uitbrander van Ma maar in plaats daarvan kreeg ik een knuffel en lekkere brokjes.

    Ja, ik weet niet of jij hier nog iets van snapt, maar ikke niet !

    Tot nu toe voelde ik me een verwende prins. Ik wist niet dat leven zo leuk kon zijn maar een beetje vertrouwde ik het nog steeds niet en schrok steeds van alles wat nieuw was.

    Ik vond het heerlijk als Ma zo zachtjes tegen me liep te babbelen maar nóg geweldiger vond ik het als ze met haar hand zachtjes kriebelend over mijn bol ging. Dan voelde ik me alsof ik op wolken liep.

    Toen het al een beetje donker begon te worden en ik weer lekker in mijn mandje lag te suffen werd er aan de voordeur gemorreld.

    Wat zou dat zijn ? Zou Baas me komen halen ? Was het weer tijd om te vechten ? Mocht ik hier niet meer blijven ? Duizend vragen vlogen door mijn hoofd en ik drukte me zo ver mogelijk naar achter in mijn mandje. Ik zette mijn poten strak en was niet van plan om me dit keer van mijn plek af te laten trekken.

    De deur ging open en…, oeps gelukkig, het was die jonge vrouw die door Ma Sharon werd genoemd.

    Ma kwam ook de gang inlopen en de vrouwen gaven elkaar een kus.

    “Hoe gaat het met Gabbertje ?”, vroeg Sharon.

    “Oh, hij doet het geweldig”, zei ze, “hij heeft al los gelopen !

    Bij de Geffense plas was het hek open en dat heb ik maar even achter ons dicht gedaan en het risico genomen. Hij probeert met Qju te stoeien maar die lieverd heeft geen idee van wat hij wil.

    Ik ben ook bij de dierenarts geweest maar daar heb ik geen goed bericht van. Ze hoorde iets bij het hart en heeft meteen even een filmpje gemaakt. Ze zei letterlijk dat hij een verrot slecht hart heeft. Ze hoort een duidelijke ruis en het ritme was heel onregelmatig.

    We hebben overlegd wat we kunnen doen. Ik zou hem voor altijd aan de riem kunnen nemen en moet er dan ook voor zorgen dat hij nooit meer rent of springt. Dan kan ik ook nog wat medicijnen geven en dat alles verhoogt de kans dat hij langer leeft.

    “Maar ma”, onderbrak Sharon, “dit hondje kun je toch niet voor altijd aan de riem houden ?”.

    “Nee meisje, natuurlijk niet, je hebt gelijk. Ik heb besloten om hem, voor zolang hij nog leeft, een heel fijn leven te geven. Daar hoort voor deze wiebelkont ook rennen en springen bij. Leeft hij daardoor korter dan hoop ik dat hij vanaf nu er wel van genoten heeft.

    Het is ongelooflijk dat hij bij die zware conditietrainingen die hij gehad heeft niet dood is neergevallen. Een ding is zeker, als wij hem niet mee hadden genomen dan had hij nog maar een paar dagen geleefd”.

    Sharon was ondertussen bij me in de mand komen zitten en keek net zo verdrietig als Ma bij de dierenarts had gedaan. Qju kwam ook de gang inlopen en met z’n viertjes zaten we stilletjes bij elkaar.

    Ik lag met mij koppie op Sharon’s been en Ma had haar armen om Qju heen geslagen.


    Toen Sharon alweer een tijdje weg was kwam Ma weer met een stukje kaas aanlopen.

    Ja, ja, dat trucje kende ik al dus nam ik braaf het lekker aan, legde het op de grond, schoof met mijn neus die vieze pil eruit en at de kaas met een trots gevoel op.

    Ma schoot in de lach toen ze het zag. “Aha, ben jij zó slim ?”, zei ze, “nou dan zal ik mijn best moeten doen om nóg slimmer te zijn jochie !” Ze liep weer naar de keuken en kwam terug met nog een stukje van haar overheerlijke kaas.

    Ze legde het stukje kaas in het midden van haar hand en tussen de duim en wijsvinger van diezelfde hand hield ze die vieze pil. Met de vingers van haar andere hand ging ze in mijn bek en schoof ze tussen mijn kiezen. Omdat ik haar geen pijn wilde doen deed ik mijn bek zover open als ik maar kon. Ineens drukte ze die vieze pil helemaal achter in mijn bek en kneep meteen mijn kaken stevig op elkaar.

    Jeetje, die meid is snel !

    Toen hield ze ook nog dat stukje kaas voor mijn neus ! Ja, hallo ! hoe doe ik dit ?

    Ik kon twee dingen doen.

    Proberen die vieze pil uit te spugen (maar hoe kreeg ik mijn bek open en wat zou ze dan met die kaas doen ?) óf slikken en die kaas zien te grijpen ! Ik besloot voor het laatste.

    Nou, ik kan je vertellen dat ik nog nooit vrijwillig zo iets vies heb doorgeslikt !

    Gelukkig maakte de smaak van die overheerlijke kaas alles weer goed.


    Na nog een bak met lekkere brokken en wat korte wandelingetjes kreeg ik voor die dag een laatste knuffel van Ma.

    “Tijd om te gaan slapen manneke, droom iets moois en tot morgen. Dan lopen we weer naar de Geffense plas en kun je lekker rennen en uitwaaien”.

    Ze sloeg haar armen om me heen en gaf me de laatste knuffel van die dag. Wat een schat !

    Ma liep de trap op naar boven, Qju zocht naar haar plekje in de kamer en ik kroop lekker tegen de rug van de mand aan.

    Die nacht droomde ik dat mensen op klompen en in witte jassen, handen vol vieze pillen in reuze bakken met water gooiden. Toen kwam ineens een enorme dikke slang uit dat water en die had de kop van een valse pitbull. Hij gromde diep vanuit zijn keel, trok zijn lippen op en liet zijn blinkend witte maar vreeslijk scherpe tanden zien, de kwijl liep uit zijn bek en zijn valse ogen rolden in zijn hoofd !

    Ik werd bibberend en hijgend van angst wakker. Wat een nachtmerrie. Van alle schrik moest ik plassen en omdat Ma me de hele dag iets lekkers had gegeven als ik dat deed, dacht ik dat ik dat nu weer tegen de trap moest doen. Ik stond op, liep naar de trap, tilde mijn achterpoot zo hoog mogelijk op en maakte een hele grote plas. Daarna zocht ik mijn warme plekje weer op en viel gelukkig snel in een diepe droomloze slaap.


    Zindelijk worden.


    Ik werd wakker van haar voetstappen op de trap en haar vrolijke: “Hallo Gabby, lekker geslapen ? Is je koorts al een beetje minder lieverd ? Heb je al honger jochie ?”.

    Ja, ja, ja, hoeveel vragen kan iemand die net wakker is beantwoorden ?

    En dan al die lieve woordjes…!

    Een beetje stijfjes ging ik staan maar dat veranderde op slag toen ik zag wat ze allemaal in mijn voerbakkie deed !

    Hondenbrokjes, stukjes gedroogd bruin brood, wat nat van de tonijn die ze gisteren heeft gegeten, een scheutje melk, wat knoflook (had ze ook mogen vergeten), stukjes gekookte kip en een rauw ei.

    Maar mijn lieve deugd, dat eet je niet eens als Kerstmis en Pasen op één dag zijn !

    Mijn knieën knikten van verlangen naar zo een Godenmaal !

    “We gaan eerst maar even naar buiten jongens”, zei ze doodleuk, “dan kunnen jullie dadelijk eten en ik alvast de tafel dekken”.

    Ze liep naar de gang en natuurlijk dan ook langs de trap.

    Opeens bleef ze stokstijf staan.

    “Wel verdorie Gabber, wat heb je gedaan ?”

    (deze woorden vergeet ik nooit, nooit, nooit, in mijn hele leven nooit meer !)

    Net als gisteren greep ze me in mijn nekvel en schoof me, al mopperend, met mijn neus door mijn eigen plas.


    09-11-2006 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (2 Stemmen)
    08-11-2006
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gabber / 2

    Gabber deel 2

    Ik kroop schuw mijn mandje in en maakte me zo klein mogelijk. Hier snapte ik écht niets meer van.

    Ik wilde haar toch niet boos maken ?

    Ik wil toch alleen maar dat ze van me houdt ?

    Wat had ik in hemelsnaam verkeerd gedaan ?

    Gisteren kreeg ik alleen maar knuffels als ik geplast had maar vandaag……, en gisteren………., en ho…, wacht even, het mag niet tegen de trap…? Aha, ik snapte het en voelde me meteen opgelucht omdat ik eindelijk begreep waarom ze boos was. Nee, tegen de trap zal ik nooit meer een plas doen !

    Toen Ma mijn nattigheid opgeruimd had liet ze ons even naar buiten gaan voor een plas. Veel tijd had ik er niet voor over want ik wist wat in mijn voerbakkie op me stond te wachten. Maar ja, juffer Qju moest natuurlijk weer het schoonste plekje zoeken voor haar plasje. ’t Is wel een dame hoor. Begrijp me goed, ik heb daar geen bezwaar tegen maar alles duurt twee keer zo lang bij een dame en meestal heb ik niet zoveel geduld !

    Springend van ongeduld stond ik al voor de voordeur te wachten tot ze eindelijk eens terug kwamen. Z’n plas is toch zo gemaakt ?

    Eindelijk, eindelijk kwamen Ma en Qju aanlopen en gingen we naar binnen. Gelukkig kwam er nu niets meer tussen en mochten we gaan eten, dus…….., aanvalluuuuuuuu !

    Maar m’n lieve vijf stuivers, dat was wel gatverpielekes, vreeslijk ontzettend lekker !

    Ik heb in mijn leven nog nooit zo ontzettend lekker gegeten.

    Wauw, ik wist niet dat eten zó lekker kon zijn !

    Ma stond grinnikend naar me te kijken. Dat is echt erg lekker hè jochie ? Ik verwachtte al dat je zo niets van die vieze pil zou proeven. Pil ? Vieze pil ? Had ze me toch weer voor het lapje gehouden ? Nee, ik had het in mijn haast echt niet geproefd.

    Die meid is niet alleen maar snel maar ook nog slim ook ! Ik mag wel opletten.

    “Zo schatten”, zei Ma, “ik ga even aankleden en dan kunnen we gaan wandelen”.

    Tja, ik had nu zo’n vijf minuten gewacht en wou dat ze opschoot. Ik had daar straks niet veel geplast omdat ik zo graag wou eten en nu stond het water me alweer aan de lippen. Maar ja, het maakte eigenlijk ook niets uit. Ik wist nu hoe Ma het graag had. De voordeur dan ? Dat leek me een goede plek voor een lekkere grote plas. Dan kan iedereen die binnen komt meteen goed ruiken dat ik hier de baas ben. Ik liep ernaar toe en tilde mijn achterpoot weer zo hoog mogelijk op. Maar bij de eerste druppel kwam Ma net de trap aflopen. Ze zag wat ik van plan was en riep boos; “nee !, Gabber, nee !, mág niet !”.

    Van pure schrik stopte ik waar ik mee bezig was en in no time was Ma bij me. Ze greep me weer bij mijn nekvel, deed de voordeur open en trok me zo naar buiten……

    Ik schaamde me dood !

    Van pure schrik durfde ik niet meer te plassen maar Ma bleef met mij langs de plekken lopen waar ik gisteren wel mocht plassen. Zo langzamerhand kreeg ik er buikpijn van. Ik moest écht verschrikkelijk erg !

    Ik kon het niet meer ophouden en plaste op een plek waar het gisteren mocht. Ook nu vond ze het geweldig ! Ook nu kreeg ik een aai over mijn bol en enthousiast iets lekkers toegestopt !

    Ja, wat wil die griet nou eigenlijk van me ? De ene keer mag ik plassen en vindt ze het nog geweldig ook en de andere keer wordt ze boos en surf ik weer met mijn neus over de golven van mijn eigen plas !

    Gooi maar in mijn petjes dan zoek ik het vanavond wel uit !

    Terwijl we naar de Geffense plas liepen draaide mijn verstand overuren.

    Wát mag ik wel ? Wát mag ik niet ? Waar mag het wel ? Waar mag het niet ? Hoeveel mag wel en hoeveel mag niet ? Overdag wel en ’s nachts niet of omgekeerd ?

    Ik werd er dol van.

    Nana langzaam ventje, zei ik tegen mezelf, ff alles op een rijtje en wat weten we zeker ?…., binnen tegen de trap mag niet en binnen tegen de voordeur ook niet maar buiten tegen de boom mag wel en buiten tegen het hekje mag ook, geen probleem.

    Ho, ik heb hem, ik weet het zeker, ik heb hem !…., het gaat hier over binnen en buiten ! Wedden dat dit klopt ?

    Ik mag binnen niet plassen en buiten wel. Zó zit het in elkaar !

    Ik werd op slag weer vrolijk en na een paar gekke, uitgelaten bokkensprongen maakte Ma me los en liet me lekker in het bos rennen en snuffelen waar ik maar wilde.

    Ik schoot van rechts naar links en van voor naar achter. Ik had in mijn hele leven nog nooit zoveel kunnen rennen. Ik genoot met volle teugen en hoopte dat dit nooit meer voorbij zou gaan. Ik voelde me gewoon ontzettend gelukkig ! Rennend, springend en duikelend ging ik ieder spoor na dat ik kon ruiken maar….. waar was Ma ? Op slag raakte ik helemaal in paniek en met gierende zenuwen rende ik zo snel ik kon kriskras door het bos en langs de paden. Waar was Ma ? Ma ? Ma !


    Waar is Ma ?


    Mijn hart rammelde in mijn borst en ik raakte helemaal overstuur.

    Ik probeerde haar en Qju te ruiken maar kon mezelf er eigenlijk ook de tijd niet voor geven. Waar waren ze ?

    Ineens zag ik iets wat ik kende. Die straat waar al die auto’s voorbij schieten en die lampen met al die kleurtjes…, daar kwamen we altijd langs.

    Ja, wat nu ?

    Ma kon ik niet vinden maar nu ik dit zag wist ik wel de weg naar huis. Dan kon ik toch veel beter nu maar naar huis gaan ? In het bos kon ik Ma en Qju toch niet vinden.

    Ik liep naar de drukke straat en wilde snel naar de overkant maar ineens gierde een grote blauwe vrachtauto langs me die een oorverdovend geluid maakte. Ik schrok me een ongeluk en schoot zo snel ik kon naar de overkant. Ik voelde de wind die de vrachtauto maakte langs mijn billen waaien. Mijn hart bonkte in mijn keel. Pfff, daar had ik even geluk !

    Maar goed, ik was heel aan de overkant gekomen en nu was het een makkie.

    Ik hoefde alleen maar over het pad langs de velden te lopen en nog een niet zo’n drukke weg over te steken en dan was ik al thuis. Ik zette het op een rennen en na 10 minuutjes was ik er.

    Ik rende naar de voordeur maar die was dicht !

    Dan maar naar achter, misschien had Ma die deur voor me open gezet… Nee, ook niet !

    Oei, zou ze boos zijn en me niet meer binnen laten ?

    Ik kon het haast niet geloven en rende steeds van de voordeur naar de achterdeur en van de achterdeur naar de voordeur. Nee, ze deed niet open.

    Maar ik kan ze toch niet missen, dacht ik. Ik wíl ze niet missen. Ik wil haar aaitjes over mijn bol niet missen en haar gebabbel en natuurlijk het overheerlijke eten en als ik eerlijk was dan ook zelfs die vieze pillen niet want de koorts was toch maar mooi zo goed als weg. Al peinzend was ik weer naar het straatje achter de tuin gelopen en ging daar in de struiken liggen uitrusten. Misschien kwam ze toch nog naar buiten om me te halen.

    Ik had daar zo’n kwartiertje liggen nadenken over de veranderingen in mijn leven toe ik ineens iets bekends hoorde.

    Daar kwamen Ma en Qju aanlopen ! Ze waren nog helemaal niet thuis geweest. Misschien hadden ze mij al die tijd wel gezocht. Dat kan toch ?

    Opgelucht en echt blij sprong ik uit de struiken en rende naar ze toe.

    Ma’s gezicht begon op slag te stralen toen ze me zag en Qju maakte een klein sprongetje in mijn richting.

    Die gekke meid.

    “Oh, Gabbertje, wat ben ik blij je te zien ! Je hebt de weg naar huis dus gevonden. Geweldig, wat ben jij een vreeslijk slim hondje. Gekke Gab, waar was je ineens ? We hebben ons suf gezocht en geroepen en gefloten. Ik denk dat we kilometers gerend hebben en iedereen die we tegen kwamen hebben we gevraagd of ze een zwart hondje met rode halsband hadden gezien. Wat ben ik blij dat je hier bent ! Ik was zo bang dat je verdwaald zou zijn en de weg niet terug zou vinden. Jochie, dat doen we niet meer hoor, ik denk dat we dit keer allebei in paniek waren.

    Kom eens even hier dat ik je goed bekijk. Geen schrammetje of gebroken botten. Gelukkig, dan loopt dit avontuur goed af.

    Kom jongens, we gaan vlug naar binnen en iets lekkers eten voor de schrik”.

    Ze sloeg even twee armen om me heen en gaf me een dikke klapzoen op mijn schedeltje. Jee, als iemand dat nou eens zag, wat zou die dan denken ?

    Qju kwam dicht naast me lopen en maakte me zo duidelijk dat ze me ook gemist had. Dat dametjes heeft wel fijne maniertjes, vind je niet ?

    We gingen naar binnen en na een heerlijk hondenkoekje dook ik mijn mandje in om hier even écht van te bekomen. Wat een avontuur ! Maar goed dat Ma niets van die vrachtauto weet.


    Les


    Het was stil in huis geworden. Ma was met een grote boodschappentas aan de arm weer weggegaan en Qju lag op haar mat in de huiskamer schijnbaar ook te slapen. Ik hoorde ze in ieder geval niet. Ik had ook wat liggen slapen maar door alle spanningen van deze ochtend had ik toch wel onrustig geslapen.

    Nu was ik wakker en lag me eigenlijk te vervelen. De koorts was praktisch weg en ik voelde me gelukkig weer veel fitter dan een weekje geleden.

    Wat zou Qju nu aan het doen zijn ? Zou ze echt slapen of ligt ze ook maar een beetje de prakkedenken ?

    Zou ze haar bak al helemaal leeg hebben gegeten ? Zou ze ook zin hebben om even een partijtje te stoeien ?

    Ik keek eens naar de deur die tussen ons was en die door Ma goed dichtgedaan was. Ik had goed gekeken wat ze deed als ze een deur open of dicht deed. Dan rommelde ze wat met dat ijzeren ding wat daar in het midden zit.

    Hoe zou dat nou eigenlijk precies werken ?

    Ik stond op en rekte me eerst eens even lekker uit en schudde mijn vacht in de plooi.

    Als ik op mijn achterst poten ging staan dan kon ik gemakkelijk bij dat ijzeren ding. Ik rook eraan. Tja, niets bijzonders. Het rook naar Ma. Met een poot probeerde ik dat rare ijzeren ding weg te krabben en ineens, nadat ik een tijdje gekrabd had bewoog de deur. Ik hoorde hoe Qju achter de deur wakker was geworden en zachte piepgeluidjes maakte. Net alsof ze me aanmoedigde. Opnieuw sprong ik tegen de deur aan en krabde aan het ijzeren ding. Ik verloor mijn evenwicht en liet me terug vallen maar had mijn poot nog op dat ding. Die trok ik daardoor naar me toe en ineens was de deur open !

    Gossie, het was me gelukt ! Ja, dan ben je nog eens écht knap dacht ik trots !

    Qju kwam met een klein huppeltje naar me toe en vrolijk besnuffelde we elkaar.

    We vonden het beide zo leuk dat we nu naar elkaar toe konden dat we van gekkigheid steeds doller deden. Een van mijn geliefde trucjes is om snel even in haar staart te bijten en dan weg te lopen. Qju werd daar dan helemaal dol van maar…., ineens beet ze heel zachtjes mij in mijn prachtige zwarte zwieper ! Wel allemachtig, die griet hield dus wel van een geintje. En dan nog wel zo’n heel lief klein bijtje. Ik kon haar tanden bijna niet voelen. Gekke meid, ik werd er verlegen van.

    We dolden wat en ze had er geen enkel bezwaar tegen dat ik haar bak grondig leeg maakte. Ze is niet alleen een knap dametje maar ook een hele lieve dame. Ik geloof dat ik een beetje verliefd op haar geworden ben.

    Na een tijdje was ze moe en ging ze weer op haar mat liggen. Ik ging er gezellig bij liggen en zo lagen we te soezen toen Ma terug kwam met een volle boodschappentas.

    “Ha stelletje schatten”, begroete ze ons, “wat liggen jullie daar gezellig bij elkaar. Had ik de deur niet goed dicht gemaakt ? Ik dacht dat ik toch nog een keertje extra gecontroleerd had. Hm, de volgende keer beter opletten dus”.

    We kregen een snoepje van haar en ze begon de boodschappen op te ruimen. Qju en ik lagen gezellig samen in de kamer en de gangdeur had ze ondertussen weer dicht gedaan.

    Toen Ma klaar was kwam ze weer bij ons zitten en ik zag dat ze nog iets lekkers voor ons in de hand had.

    “Ik heb zo het idee Gabber, dat ik die deur daarstraks toch echt goed dicht gemaakt had en dat jij iets nieuws ontdekt hebt. Laten we dat maar eens even controleren. Kom, ga nog eens even in je mandje jochie”, zei ze. Ze liep naar de gang en ging bij mijn mandje staan. “Kom maar ventje, kom maar even in je mandje liggen. Kijk, ik heb iets lekkers voor je”. Ze liet me een snoepje zien en ja, dat kan ik niet weerstaan. Ik was meteen bij haar. “Nee, eerst even in je mandje. Ja, goed zo Gabber”, babbelde ze. Ik ging in mijn mand en kreeg een koekje. Ze wachtte even en liet me toen zien dat ze nog z’n lekker koekje had. “Lekker hè Gab”, zei ze, “die is zo ook nog voor jou maar eerst moet je me even laten zien of je echt die deur open kunt maken. Blijf maar even hier”. Ze duwde me zachtjes terug in de mand en ging vlug terug de kamer in.

    De deur trok ze achter zich dicht en achter die dichte deur begon ze me te roepen. “Gabber, Gabbertje, kom dan jochie. Ik heb iets lekker voor je, kom dan….”

    Veel snappen deed ik hier niet van maar ik sprong tegen de deur op en begon weer naar dat ijzeren ding te krabben. Ik wilde dat die deur weer open ging en ik dat lekkere koekje kon pakken. Bijna per ongeluk bleef ik aan dat ijzeren ding hangen en de deur sprong weer op een kiertje open. Ja, dan is het voor mij nog maar even met mijn neus ertussen wrikken en ik ben weer binnen. Koud kunstje eigenlijk.

    Ma riep me enthousiast en gaf me de lekkere beloning met heel veel knuffels. “Goed gedaan jochie, goed zo Gabby”, zei ze, “knappe hond hoor. Ik ga je meteen nóg iets belangrijks leren.

    Kijk jochie, ik wil graag dat je deze trap leert belopen. Het is een moeilijke houten draaitrap en de meeste honden durven er niet op. Qju kan het niet. Daarvoor is ze niet lenig genoeg maar ik denk dat jij het kunt leren. Je bent snel van begrip en erg lenig. Ik geloof zeker dat je het kunt”, babbelde ze tegen me en deed me ondertussen mijn halsband om. Zouden we naar buiten gaan ? Nee, ze trok geen jas aan en liep ook niet naar de voordeur. Ze liep naar de trap en legde op iedere trede een hondenkoekje. Toen pakte ze me bij mijn halsband en liep naar de onderste tree. Ja, da’s natuurlijk niet erg moeilijk. De drie eerste koekjes verdwenen in een ommezientje in mijn buikje. Maar nu de volgende… Ik rekte me zo ver als ik kon uit maar kon er net niet bij. Ma pakte een voorpoot van me en zette die op de eerste trede. Ja, dat is veel gemakkelijker. Zo kon ik mezelf een beetje opdrukken en het volgende koekje pakken. Maar nu de vijfde. Hoe ik me op probeerde uit te rekken, ik kon er niet bij. Ma pakte mijn andere voorpoot en zette die ook op de onderste trede. Toen nam ze de poot die ze als eerste op de trap had gezet en zette die weer een tree hoger. Ja, zo kon ik me wel verder uitrekken maar er nog steeds niet bij. Als vanzelf zette ik mijn achterpoot op de eerste trede en mijn andere voorpoot naast de eerste poot een trede hoger. Ja, dit lukt. Opnieuw kon ik een koekje pakken en zo gingen we, pootje voor pootje, koekje voor koekje, naar boven zonder dat ik het eigenlijk echt door had. Ma hield me stevig bij mijn halsband vast en als ik wat weg gleed dan greep ze meteen stevig die poot vast en hield hem zo op zijn plaats.

    Opeens waren de koekjes op en gaf Ma me een vrolijke knuffel. “Kijk Gabber”, zei ze, “je bent helemaal naar boven gelopen ! Maar nu weer terug….., dat is véél moeilijker en ik kan nu geen koekjes voor je op de trap leggen want dan zou je koppeltje duikelen”. Ze liet me even mijn gang gaan zodat ik een indruk had van wat daar boven allemaal te zien was en toen greep me weer stevig bij mijn halsband vast. Ze liep naar de trap en trok een van mijn voorpoten in de richting van de eerste tree. Oeps, daar was ik even niet op bedacht geweest. Wauw, da’s diep daar ! Ik wou achteruit maar Ma liet me niet terug lopen. Ze trok me zelfs nóg een stukje vooruit en ik kon niet anders dan met mijn voorpoten de trap af te lopen. Maar ja, dat gaat maar een stukje zo en dan moeten toch ook die achterpoten een keertje volgen. Ik ben uiteindelijk niet van kauwgom, toch ?

    Half glijdend en struikelend ging ik de eerste vier treden naar beneden. Het was maar goed dat Ma sterke knuisten heeft anders zouden nu mijn poten stevig in de knoop hebben gezeten.

    Ze wachtte even en zette weer een voorpoot een trede lager. Voorzichtig trok ik een achterpoot naar me toe zodat die ook een trede lager kwam en toen kreeg ik het ineens door. Voorzichtig verzette ik steeds een poot en liep, hangend aan mijn halsband, naar beneden. Ma’s enthousiasme kende geen grenzen toen we eindelijk veilig beneden stonden. Ik kreeg een hand vol lekkere koekjes en een hele stapel knuffels en kussen op mijn koppie. Ik kreeg er spontaan de dolle vijf minuten van en rende via de kamer naar de keuken en van daaruit weer naar de gang en zo maar door. Werd deze dag die zo eng was begonnen, toch nog een superdag ! Echt toppie toppie !


    ’s Avonds lag ik in mijn mandje te denken over de vreemde wending die mijn leven had genomen. Het was stil in huis. Ma was naar bed en Qju sliep al minstens een uurtje.

    Ik kon maar niet begrijpen dat een leven zo door mensen vervormd én veranderd kan worden.

    In de korte tijd dat ik bij Ma en Qju mocht wonen, en ja, ik zeg met opzet mócht, was ik een stuk gezonder geworden, rustiger geworden én was ik van Ma en Qju gaan houden. Volgens mij waren dit die liefste wezens op aarde. Ik hoop dat ik hier nooit meer weg hoef en met Ma en Qju nog hele leuke momenten beleef.


    Gabber kon toen nog niet weten hoe de rest van zijn leven eruit zou zien. Hij zou nog ontelbare avonturen beleven, vele reizen maken en zelfs naar Hongarije emigreren.


    De verhalen over Gabber en Qju berusten op een geromantiseerde werkelijkheid. Gabber én Qju hebben echt geleefd en op het moment dat dit verhaal gedrukt wordt leeft Gabber nog steeds en beleeft iedere dag wel iets nieuws……

    Qju is op 24 mei 2009 als 13 jarige gestorven. Ze was 10 jaar mijn lieve vriendinnetje.

    08-11-2006 om 00:00 geschreven door Yvonne Corbesir  

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (3 Stemmen)


    Archief per week
  • 10/09-16/09 2012
  • 20/08-26/08 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 06/11-12/11 2006

    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek



    Blog tegen de wet? Klik hier.
    Gratis blog op https://www.bloggen.be - Bloggen.be, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!