De school in Serekunda, wat een schatten van kindjes.
De kindjes van de Kobisala Nursery Shool in uniform.
De klas voor en na we ze onderhanden namen. Wat vinden jullie ervan? Wij zijn er erg fier op.
We leggen de laatste handjes aan ons werk.
Het eindresultaat.
De kleermaker maakt je op één dagje een galajurk.
Het hoogtepunt van de reis. Nu moet er niet meer geleerd worden. THANK YOU WECHEL !
Even door het hotelcomplex kijken.
Vis, vismijn, werk ... eten en inkomen.
Ons reisverhaal ...
02-04-2008
Dinsdag, 25 maart 2008
Zalig geslapen. Iedereen vraagt of ik de mannen niet hebben horen bidden om 6 uur, maar daar kan ik niet van meespreken. Marina had willen roepen over de Zenne (hun hond jankt blijkbaar met hetzelfde geluid dat de mannen maken als ze bidden). We gaan TAPALAPA (het brood van hier kopen) bij een van de huttekes in de straat waar ze het bakken. Dit gebeurt op de grond in het zand. Het brood dat lijkt op zelfafgebakken broodjes is dan ook lekker maar nogal knarserig van de zandkorrels die mee zijn in gebakken. Met een sneetje kaas of een kwak confituur en wat gezonde honger is het echt wel te eten. Even in de douche (hij heeft kuren : na een tijdje doet hij het even niet - we draaien de kraan eens dicht en wat later terug open en dan hebben we weer nat). Dan vertrekken we te voet naar school om al eens te kijken naar de gebouwen. We worden door Buba uitgenodigd op het bureau en moeten daar onze naam in het dagboek noteren, met uur en reden van het bezoek. De kinderen van deze school betalen 100D per jaar indien de ouders dit kunnen. Zoniet dan komen ze gratis. De kinderen waarvan ze weten dat ze heel goed leren blijft de school hulp geven om verder te studeren als de ouders het zelf niet kunnen betalen. We nemen een kijkje aan de toiletten. Dit zijn 4 hoekjes met een cementvloertje en in het midden een gat in de vloer. De kinderen komen naar school van 9 tot 13 uur. Een van de leerlingen won een diploma van sport (zie foto Jan ) en hier zijn ze ook heel trots op. Ook deze besten in de sport worden door de school indien nodig geholpen. Achter het bureau, dat ook dienst doet als leerkrachtenplaatsje is er een hokje waar allerlei materiaal staat dat de leerkrachten nogal eens vergeten te gebruiken. Ik geef Ans de tip in de klassen legplanken aan te brengen. Dan kijken we in de klaslokalen die bestaan uit een ruimte van ongeveer 6 op 8m. Een hebben Ans en Kristien al geschilderd in groen en oranje (zie foto) . De andere zijn nog wit en kaal. We spreken af van morgen met zijn allen nog eens een lokaal onder handen te nemen. Ik heb sponsergeld van tante Julienne en nonkel Roger bij en daarvan kopen we verf (we kiezen voor oranje en blauw) Dan gaan we verder naar de Atlantische Oceaan . Het is nog wel een groot half uur lopen maar het loont de moeite. Onderweg zien we de zandmijnen die ontgonnen worden voor het witte zand. Het is een raar zicht dat witte en daarboven dat zwarte zand. (foto) We komen langs de vismijn (een grote open hal die vol oude diepvriezers staat die koel gehouden worden doordat er grote brokken ijs in zitten). We gaan ook een kijkje nemen in de visstokerij waar de vis wordt gerookt gedurende een aantal dagen en die dan een hele tijd bewaard kan blijven. En dan zien we het strand. Voor de strandbar (waar we direct neervallen om iets fris te drinken) staan ligzetels onder strooien parasols. Op de ligzetels recht voor ons liggen 2 oudere vrouwen (van een jaar of 70) te zonnen en die laten zich insmeren van kop tot teen door een gespierde jonge zwarte. Ik erger me te pletter maar dat lijkt hier een heel gewoon verschijnsel. Die vrouwen (het zijn er blanke) betalen de jongens in ruil voor hun aandacht en hulp bij allerlei dingen. Men noemt hen "postcards". Awel, ik vind ze zeker niet sympathiek. Dan wandelen we een stukje over het strand en krijgen er een grote schelp van een van de jongens die in de vismijn werkt. We zoeken een taxibus en als die gevuld is met 25 mensen in plaats van 15 kunnen we terug naar ons huis om te gaan eten. Als we wat op het terras zitten of we maken een wandelingetje in de buurt van ons huis hebben we dadelijk een bos kindjes rondom ons en ze zijn allemaal even vriendelijk en blij. Na het eten gaan we nog naar Brikana met de taxibus (8D per man). De bus zit echt overvol. In Brikan is een hele grote markt en in ieder kraampje wil men wel wat verkopen. We kopen voor Ans zwarte satijnen stof voor een prikje waar ze de plaatselijke kleermaker een galakleed van wil laten maken. We kunnen ook niet weerstaan aan lekkere bananen en ananas. We komen voorbij een kerk van christenen. Er staan een heleboel mensen met kindjes in mooie witte kleedjes. Ze zijn om te stelen. We vragen wat er te doen is maar komen er niet achter of het nu om een doopsel of een eerste communie gaat. Dan weer terug met de taxibus. Nu moeten we tikets kopen een het juiste kraampje onder een afdak. Als we in de bus zitten zet een vrouw haar schattig dochtertje op de stoel naast mij en stapt dan terug af met haar babyjongetje. Even was ik al bang dat ze het kleintje achterliet maar even later komt ze terug, ze moest nog een ticket voor zichzelf kopen. Omdat er nog volk bijmoet neem ik het meisje maar op schoot en dat lijkt voor hen helemaal vanzelfsprekend. Naast mijk komt een andere mama zitten met haar zoontje op schoot. Ze vertelt dat ze naar de dokter geweest is want dat het jongetje ademhalingsproblemen heeft maar dat ze zich geen zorgen moet maken want dat hij nog heel goed eet. En om dit te staven hangt ze hem onmiddellijk aan de borst en inderdaad : het tutten gaat hem goed af. Voor mij stapt een vrouw op met in haar armen een levende kip (dat zal haar avondeten zijn). Even later rukt de kip zich los uit haar handen en duikelt de bus in. Daar ben ik niet zo blij mee maar voor ze uitstapt heeft ze het beest alweer te pakken en houdt ze het goed vast aan de poten. We eten nog een boterhammeke en gaan dan ons bed opzoeken want vanaf half 8 -8 uur is het hier pikkedonker. Hoewel wij dan geen steek meer zien loopt het buiten nog vol zwart volk. Hoe die mekaar zien in het donker is ons een raadsel, maar ze lopen echt niet tegen elkaar. Om half 9 begon ergens niet zo ver weg de disco te spelen maar als ik in bed duik ben ik zo vertrokken. 's Morgens weten de anderen te vertellen dat de disco pas om 4uur stopte en dat 2uur later de moslims alweer begonnen te kwelen aan een van hun gebedsmomenten die ze tijdens de dag hebben.
We starten om 1.00u want het wordt gevaarlijk op de weg. Tot in Eindhoven vallen de vlokken keidik met duizend tegelijk uit de lucht. Om half 4 arriveren we in Schiphol, zetten onze auto voor een weekje op de parking en rijden met de bus tot aan de ingang van de luchthaven. Onze tickets zijn niet geleverd zoals beloofd, maar een lieve hostes maakt ze alsnog voor ons klaar. Inchecken kan vanaf nu automatisch, je steekt je reispas in een automaat, volgt de aanwijzigingen en je vliegticket met je plaats op het vliegtuig komt eruit. Zo gaat dit hier vooruit als een fluitje van een cent. Onze mannen moeten de valiezen nog even herschikken want de valies met de voetbaltruitjes en de voetbalzakken barst uit haar voegen . Dan kan de bagage gewogen worden en ... we hebben wonder boven wonder geen overgewicht, iets wat we wel hadden verwacht. Nu nog een uurtje of 2 geduld en we gaan richting zon. Onze Wim en de Jan hebben met hun speurneuzen al vlug de cafetaria gevonden en we gaan een lekker kopje koffie drinken. Ondertussen blijft het sneeuwen, dus nog even de luchthaven buiten om een foto te maken die bewijst dat we hier vertrokken in een wit landschap. Dan begeven we ons stilaan naar gate 51. Het vliegtuig staat al klaar naast het lokaal waar we in verzamelen en waar onze bagage gecheckt wordt. Instappen dan maar rond half 8. Er is echter een probleem, we moeten eerst de vleugels van het vliegtuig laten vrijmaken van sneeuw en het is aanschuiven geblazen. Als het onze beurt is worden de vleugels afgespoten met een blauw en een groen gekleurd goedje en dan kunnen we vertrekken om 8.30 in plaats van om 6.30 maar weg zijn we. Toegeven : de eerste keer met de punt van het vliegtuig in de lucht omhoog gaan geeft toch wel een raar gevoel. Gelukkig houdt onze Wim mijn handje goed vast. Dan krijgen we wat uitleg wat we moeten doen in geval van nood en bij een noodlanding Er zijn wel leukere dingen. Wat wel leuk is : we laten de sneeuw achter en gaan naar de zon. Na 2.30 vliegen maken we een tussenlanding in Faro om te wisselen van crew en om bij te tanken. Na ongeveer 20 min. kunnen we verder vliegen en over 4.15 kunnen we in Banjul zijn. Onder ons ziet de woestijn rood, mooi zeg! Om 15.55 arriveren we en de bus brengt ons van het vliegtuig naar het mini-luchthaventje van Gambia (vergeleken met onze luchthavens hier) De deur gaat open en daar staat ... ons Ans. Wat een fijn weerzien! Daar komen de kruiers al aan en de bagage loopt ook al over de band. We nemen onze valiezen zelf, gaan even iets drinken en al wat overbodige kledij uittrekken want de temperatuur ligt hier een dertigtal graden hoger dan bij ons. Ans brengt ons naar een taxi, we lachen ons een breuk : de valiezen worden boven op het dak van de jeep gezet (voor zover ze erop geraken), wij moeten met zijn 5-en achteraan in de open bak en hier en daar moet nog een valies tussen worden gepropt. Allee, daar gaan we. Wat een land : dor, vuil, armoedig maar wat een vriendelijke mensen. Langs de weg roepen ze allemaal en ze wuiven. Er lopen schapen (met de staart naar beneden) en geiten (met de staart omhoog) en ezels en koeien en kippen langs en op de weg en voor hen wordt er geremd, anders voor niets. Om de zoveel tijd moeten we wel wat vertragen voor de sleeping police (vergelijk dit met een lage vluchtheuvel bij ons). Dan komen we aan bij ons huisje : het lijkt gezellig aan de buitenkant met een klein terrasje vooraan en overschaduwd door een paar mangobomen (die regelmatig een onrijpe mango op ons dak laten donderen). Binnnen is het even wennen, het is er duf en warm maar we gaan direct wat verluchten en dan betert het wel. De meisjes durven dit niet goed want ze zijn bang voor de insecten die binnenkomen. In onze kamer verwijderen we een dode kakkerlak en in die van Marina en Jan een nogal grote spin, maar verder hebben we echt weinig last van deze beestjes gehad. Even later worden we verwelkomd door Lamin (hij bewaakt het huis) en door Buba (de directeur van de school). We leren een eerste woordje van de plaatselijke taal : TIBAB = blanke. Onze valiezen zijn weggezet, Buba regelt voor ons een taxibus en omdat ze al bijna vol zit moeten we nog vlug zijn want vol is vertrekken. Het kost ons 15 dalasi om ermee tot bijna in Senegambia te geraken. Daar stappen we over in een taxi en dan moeten we leren pingelen of ze vragen teveel aan ons, we zijn tenslotte blanken. Maar Ans kent het er al en ze geeft niet af tot ze de taxi kan laten rijden voor het bedrag dat er minimaal moet voor betaald worden. In Senegambia is er een heel gewemel van mensen, op sommige plaatsen vuil maar rond de hotels wel een stuk properder. Eerst gaan we geld wisselen, een hele klus want ook hier durven ze je wel bedotten. Vraag het rekenmachientje er maar bij om eens te controleren en tel dan je briefjes maar eens na. En je krijgt echt een heel pak in plaats van je paar eurobiljetten. Daarbij komt dat het geld ontgrond is, hoe kan het ook anders tussen al dat zand daar. Dan gaan we iets eten in de Time Out. We eten frit met curryworst of bamischijf of kip. De mannen kunnen er zelfs duvel drinken en voor een 1000 D hebben we met 5 gegeten en gedronken. Dan naar de winkel ernaast, die is echt wel goed uitgerust en we slaan onze voorraad in. We zoeken een taxi terug en moeten eerst weer bieden maar mogen er wel met zijn vijven in, Ans duikelt op onze schoot. Onderweg moet onze chauffeur wel tweemaal stoppen voor de politie maar die laat zich omkopen met wat geld, dat kan hier nog. De chauffeur wil wel blijven slapen bij Ans, hij ziet een blanke vrouw wel zitten. Als Ans zegt dat ze getrouwd is in België en al een koppel kinderen heeft laat hij het maar zo. Nog even wat gedronken en dan het bed in want vanaf 8 uur is het pikkedonker in Gambia ... tot morgen.