iedereen houd van een mooi verhaal, daarom schrijf ik ze hier neer.
23-07-2012
Nieuw loebasje
Omdat ik dat zo een beetje beloofd heb van iets te vertellen over Balzack doe ik dat dan maar. Toen ik bij de baasjes kwam wonen was hij er al en hij was helemaal niet blij dat ik hier binnenkwam.De allereerste keer kwam hij regelrecht op mij afgevlogen, zo blij was hij om mij te zien en toen op een meter afstand sloeg hij zijn remmen dicht en zette een hele hoge rug op terwijl hij blies:'ben je gekrompen? Of ben jij een ander?' Ik was ook blij iets te zien op vier poten en wou het zwarte ding een beetje van nabij gaan bekijken maar die rug werd nog hoger en toen begon het te blazen, blaaaazen, ik waaide bijna te tuin in. Ik ging vlug achter de rug van mijn nieuwe baasje staan om de situatie van daaruit te overzien, niet dat ik bang was maar ik had al geleerd dat je in het leven beter een strategiese plaats zoekt en baasjes rug leek mij geschikt. Maar Balzackske toch, zei mijn vrouwke, stel je niet aan. Dit is nu nieuw Loebasje. -Hu- dacht ik' nieuw, is er dan ook een oud?' en toen ik goed snuffelde in de tuin, kon ik ruiken dat er nog ergens een hond was. Tot de dag van vandaag heb ik hem niet gevonden.Ik heb nochtans al veel en goed gezocht, zijn benen gevonden in de tuin, ik bedoel de botten waar hij op knaagt, niet zijn poten. In de auto onder een zetel heb ik een bal gevonden die ook naar hem ruikt. En toen wij op vakantie waren ginder ver, rook het ook allemaal naar hem maar tot nu toe heeft hij zich nog niet laten zien. Het lijkt wel een spook. Enfin de eerste weken dat ik hier woonde wilde die zwarte kat, die alleen luistert als je hem heel lief Balzackse noemt, helemaal niets met mij te maken hebben. In het weerbericht vroeg men zich af waar die aanhoudende voorjaarsstormen vandaan kwamen. Zij konden niet weten dat wij hier een tornadokat hadden. Maar na een maand of zo toen ik Balzack eens betrapte toen hij aan mijn kom zat te snoepen en hij wel een meter omhoog vloog van het schrikken toen hij zag dat ik het zag en ik niet begreep waarom hij zo schrok begon het te beteren. Er is alleen nog wind als ik ook eens aan zijn kom wil snoepen en dat is zo iedere dag een keer of twee maar ja dan maken baasje en vrouwtje ook wind want ik mag dat eigenlijk niet doen maar het is sterker dan mezelf. Balzack gaat veel gaan wandelen, meestal 's nachts en dat vind ik vervelend want dan na een uur of zo begint hij te zingen, en vals, vals, je hebt er geen gedacht van. Het allerergste is dan nog dat er altijd een andere kat meezingt, nog valser.Als ze uitzongen zijn komt Balzack naar boven slapen. Niet op mijn bed maar ergens waar hij rustig kan dromen. Ik wou hem eens vragen of ik meemocht de volgende nacht en dat is de enige keer dat ik hem de tranen uit zijn ogen heb zien lachen.Was dat nu zo een stomme vraag. Dat hij Balzack noemt heeft om de ene of andere reden iets te maken met zijn passie voor balpennen. Als hij een potlood, balpen of wat maar ook wat schrijft ziet, wil hij het stande pede hebben. Hij speelt daar dan mee, raar hoor, ik speel veel liever met ballen. Hij pikt altijd de balpen bij de telefoon en als vrouwtje of baasje dan een balpen nodig hebben daar dan zoeken ze zich onnozel maar vinden ze hem niet. Dat is dan van Balzack (een keer was het van mij omdat ik ook eens wou weten wat er zo leuk aan een balpen is maar toen ik er eventjes mee had gespeeld was mijn hele smoelke vanbinnen vol met plakspul en helemaal blauw, ik heb een hele emmer water gedronken om er weer een beetje normaal uit te zien en de balpen heb ik in de tuin begraven bij de botten van die andere hond). Als wij op vakantie gaan mag Balzack niet mee, die houdt daar niet van, onze buurvrouw geeft hem dan eten en als wij dan thuis komen is Balzack heel blij om ons te zien, zelfs mij, hij geeft dan kopjes en dat heb ik ook wel graag maar als ik een poot terug geef is het weer tumult. Zo is er altijd wat. Ik bescherm Balzack nu ook tegen vijanden. Er is een grote vijand, een hele grote rosse kat, die in onze tuin binnen komt alsof alles van hem is en Balzack is maar klein en durft niets terug te doen. Ik wel eergisteren heb ik de rosse achtervolgt in onze tuin en ik had bijna zijn staart te pakken toen hij met een olympische sprong in de appelboom verdween en dan op het dak van de garage ging zitten. Gisteren zat hij er nog, maar naar beneden in onze tuin komt hij niet meer, tzal hem leren. Balzack is nu heel blij daarmee en zo zijn wij eigenlijk wel echte vrienden die soms niet zonder maar ook niet met elkaar kunnen. Ik heb alweer een heleboel geschreven maar tis vrijdag en eigenlijk moet ik mijn vrouwke helpen bij het kuisen. Ik doe dat niet graag, het is altijd zo nat aan mijn poten en de machine op wielen blaast veel erger dan Balzack en als ik niet oplet glijd ik uit en het allerergste: als alles dan brandschoon is, is het zoveel werk om alles weer te krijgen zoals voor het kuisen begon.
Ik werd wakker, de dromen spookten nog door mijn hoofd. Was alles wat ik gisteren had meegemaakt waar? Ik stond op en liep door de gang. Ik wist dat ik bijna moest vertrekken maar de grootmeester had mij gevraagd om mij voor te bereiden op die laatste taak. Dus ging ik nog langs de kappel. Daar zat een voor mij onbekende ridder diep in gebed en aan zijn houding te zien toch zeer lettend op zijn omgeving. Hallo thomas: zei de ridder , ik verwachte je eigenlijk iets vroeger maar geen zorg we hebben nog een hele week. Ik stond aan de grond genageld. Een hele week , ik dacht dat het iets simpels zou zijn. maar blijkbaar zou het een moeilijke opdracht worden die veel van mij zou vragen. Zonder veel aarzeling ging ik naast de man zitten. Thomas, je weet dat volgende week in frankrijk de tempeliers stoppen met te bestaan? Ja heer, antwoorde ik. Wat kan ik doen om te helpen? Geduld mijn jongen, je moet in deze week veel leren maar we hebben ook veel tijd. Hij begon zijn verhaal over hoe de tempeliers begonnen waren wat hun doel was en hoe hun rijkdom was opgebouwd. Het deed mijn hoofd duizelen en maakte mijn opdracht niet duidelijk. Het is tijd, je moet terug keren naar het hof. Ik wou dat ik kon blijven. Ik liep door parijs. en besefte dat volgende alles anders zou zijn. Het leek een eeuwigheid te duren. Was het door het denken of was het gewoon dat mijn banen weigerden om naar het hof te gaan. Ik kwam toe en kreeg dadelijk de veeg uit te pan omdat ik te laat was.
Het regende, de druppels zochten hun weg naar beneden. Maar wij stonden daar veilig. Ik herinner me het alsof het gisteren was. Die avond vernam ik wat er ging gebeuren. Het zou onze wereld veranderen zoals het nog nooit was gebeurt. Niemand die aandacht aan mij schonk, ze konden dan ook niet weten dat ik een spion was. Mijn beste vriend ging sterven en ik kon er niets aan doen. Zodra de vergadering gedaan was spoedde ik mij naar buiten. Ik zocht een paard in de stallen en reed alsof mijn leven er vanaf hing. Ik zou en moest ze waarschuwen. Wat ik gehoord had kon toch niet waar zijn, het ging al maanden in de lucht. allemaal omdat de koning geen andere oplossing meer had. Hij zou en moest geld krijgen voor zijn leger. Ik kwam aan en het was Robert die de poort opende. "Wie is daar" vroeg hij. Ik ben het thomas. "Thomas? Maar jij zou pas volgende week terug komen" ik had geen tijd om verder uitleg te geven. ik stormde door en liep dadelijk naar de kapel. Ik wist dat hij aan het bidden zou zijn. Hij zat daar kijkend naar het kruisbeeld. "hallo thomas" zei hij voor mij gezien had. 3ik verwachte je al" verbaasd wandelde ik door naar het altaar en knielde. Sorry, meester maar ik heb slecht nieuws. "Ik weet al welk nieuws je brengt mijn zoon" daarom ook dat ik blij ban dat je hier bent. Ik heb een belangrijke opdracht voor jou. Ik stond vastgenageld aan de grond. Hoe kon hij nu weten wat ik kwam vertellen. Hoe kon hij weten dat de wereld die wij kenden zou ophouden met bestaan. Hij wou er echter niet over spreken. Het nieuws had hem ouder gemaakt, vermoeider. Maar hij wou er niet over praten. Thomas, door je achtergrond kun je geen tempelier ridder worden. Ik weet dat dit je grootste wens was. Maar met de toekomst zo sober voor ons vrees ik dat die wens nooit waarheid zal kunnen worden. Echter wil ik je vragen om een laatste gunst. Zoals je weet wil de Koning van Frankrijk ons volgende week arresteren en beschuldigen van vreselijke dingen. Dit met maar 1 doel onze rijkdommen tot zijn eigen nemen. Wij zijn bezig met onze voorzorgen aan het nemen maar er is 1 iets wat ik buiten de orde wil houden. 1 iets die moet bewaard blijven zonder dat iemand er weet van heeft. Daarom zou ik jou willen vragen om op de 13de bij mij te komen en het mee te nemen. Zodat het veilig kan weg geborgen worden en indien ooit de nieuwe orde kan helpen om te groeien en te leren.
Ik verstond zijn vraag niet helemaal. Ik was nog steeds kapot van verdriet. De man die ik half beschouwde als mijn vader, maar tevens een man met ontzettend veel macht gaf de strijd op. Jaques de Molay gaf de strijd zomaar op. Ik wilde het niet horen maar hij hield me tegen. Hij sloot zijn armen om me heen. Thomas, er is maar een zekerheid in het leven en dat is dat we doodgaan. Hoe we doodgaan dat beslissen we zelf. In vrijheid en eer met onszelf of met een leugen voor iedereen.
Ik snikte in zijn mantel. en viel in slaap met het besef dat hij zijn vraag nog niet had afgemaakt. De hele nacht zat ik met dromen. duivels, demonen en de koning van Frankrijk die mijn wereld vernielden en lachten en dronken op het verdriet van velen.