|
Sleephistorie Het begin van rederij Doeksen was de schelpenzuiger 'Willem Barentsz', in 1908. De schelpen gingen naar kalkovens voor de fabricage van kalk. 's Winters konden er geen schelpen gezogen worden, en lag zo'n schip doelloos in de haven. Er raakten toen veel schepen boven de waddeneilanden in de problemen, vooral in het soms stormachtige winterhalfjaar. Bergen van schepen leverde veel geld op. Het duurde dan ook niet lang of in de herfst werd de zuiginstallatie van boord gehaald, en het schip gereed gemaakt voor sleep- en bergingswerk. In de jaren voor de Tweede Wereldoorlog had Doeksen grote plannen. Er werden in betrekkelijk korte tijd de nodige slepers aangekocht. In 1939 werd bij J. Smit & Zoon te Foxhol een sleepboot besteld met een vermogen van bijna 4500 pk en een snelheid van 18 mijl per uur. Het zou de sterkste en snelste sleepboot van dat moment worden. De naam: 'Holland' (II). Met zijn prachtige stroomlijn een jacht onder de sleepboten. Als de Holland geen berging te doen had, hielp het mee passagiers varen voor de rederij Doeksen.

De Stichting De Stichting Zeesleepboot Holland beoogt de 'Holland' in oude glorie te herstellen en in de vaart te houden door middel van museale exploitatie voortvloeiend en voortbordurend op haar vroegere taken. Na lang als bergingsjager te hebben geopereerd, gevolgd door een periode als onderzoeksvaartuig voor Rijkswaterstaat is de 'Holland' hiermee een waardige derde loopbaan ingegaan, waarmee de herinnering aan de vroegere bergingssleepvaart levend blijft .
|