Op zondag 30 september 2007, op of omstreeks 18:00 uur speelde mijn minderjarige dochter buiten in de buurt van waar wij wonen. Dit tezamen met enkele vriendinnetjes. Tegelijkertijd hiermee speelde in hun directe nabijheid een groepje minderjarige jongens. Één van hen is mijn zoon. Vanwege mij onbekende redenen, hebben op of omstreeks voornoemd moment in tijd enkele jongens uit voornoemd groepje de fietsventieldoppen losgedraaid van een fiets aldaar ter plaatse. Mijn dochter was hierbij echter niet betrokken zoals blijkt uit haar verhaal en het verhaal van enkele van de andere aanwezige kinderen
De eigenares van voornoemde fiets zag vanuit haar woning kinderen met haar fiets bezig. Uit reactie hierop is deze mevrouw naar buiten gestormd met het doel haar eigendom te beschermen. Hierbij heeft zij echter helaas een aantal zaken uit het oog verloren. Ten eerste had zij haar zelfbeheersing klaarblijkelijk niet in de hand. Ten tweede had zij eveneens klaarblijkelijk niet in het minst een idee van welk kind haar fiets onklaar had gemaakt.
Vervolgens maakten de kinderen zich snel uit de voeten. Mijn dochter echter had in de eerste plaats geen reden zich uit de voeten te maken. Zij had immers niets verkeerd gedaan. In de tweede plaats was zij op dat moment één van haar schoenen aan het vastmaken waardoor zij ook niet bij machte was weg te komen van voornoemde plek. Hierdoor was zij een gemakkelijke prooi voor de razende eigenares van de fiets
Voorts is de eigenares van de fiets mijn dochter hardhandig te lijf gegaan. Zo heeft zij het tien jarig meisje aan de haren gepakt en op de grond gegooid. Vervolgens heeft zij mijn dochter wederom aan de haren haar woning in gesleurd om het meisje daar geruime tijd vast te houden. Onder dreiging van verder geweld heeft zij mijn dochter gedwongen te bekennen en aan haar mijn telefoonnummer te geven
Er volgde een telefoongesprek tussen de eigenares van de fiets en mijn vrouw. Dit telefoongesprek was feitelijk een aaneenschakeling van schreeuwpartijen en onwelvoeglijkheden in tirade geuit tot mijn vrouw. Uiteindelijk werd het mijn vrouw duidelijk dat deze mevrouw onze dochter vasthield in haar woning. Door het geschreeuw heen was duidelijk het angstige gehuil van onze dochter op de achtergrond waarneembaar. Uit angst dat onze dochter slachtoffer zou worden van een geweldsmisdrijf heeft mijn vrouw zo veel mogelijk in rust proberen te handelen. Zo heeft ze eerst het adres uit de scheldende en tierende dame weten te krijgen en haar vervolgens meermaal gevraagd onze dochter niet langer vast te houden. De mevrouw weigerde pertinent het meisje te laten gaan. Daarop heeft mijn vrouw contact opgenomen met het alarmnummer om zo nodig met hulp van de sterke arm onze dochter uit het huis te bevrijden
Mijn vrouw en ik zijn vervolgens op weg gegaan naar het adres waar onze dochter werd vastgehouden. Toen wij vlak bij het bewuste adres waren aangekomen kwamen wij tot onze opluchting onze dochter op straat tegen. Kennelijk was de mevrouw wat tot bedaren gekomen en had zij inmiddels ingezien waarmee zij bezig was zodat zij wist dat zij het meisje wel moest laten gaan
Helaas bleek onze dochter letsel te hebben als gevolg van de mishandelingen en was zij begrijpelijkerwijs zeer zwaar overstuur ten gevolge van de gijzeling. Niettemin hebben wij gewacht tot politie arriveerde. We zijn kort gehoord en werden vol ongeloof te gemoed getreden
Gezien de aard van haar lichamelijke klachten waaronder hoofdletsel en het feit dat onze dochter hartpatiëntje met levensbedreigende hartritmestoornissen is, zijn wij onmiddellijk eerste hulp gaan zoeken bij de dienstdoende huisartsenpost
In de ochtend van 1 oktober 2007 is mijn zoon, op weg naar school, de eigenares van de fiets tegengekomen op de ........laan ter hoogte van het ......hotel alwaar zij blijkt te werken. Om volkomen onduidelijke redenen heeft zij daar mijn zoon alsnog bedreigd
Op 1 oktober 2007 heb ik mijn dochter van school gehaald en ben samen met haar aangifte gaan doen op de afgesproken tijd en plaats. In feite kan ik beter zeggen dat ik een poging tot aangifte heb gedaan want het is er niet van gekomen
Mij stond ter woord: inspecteur van Politie, dhr. ........ Deze meneer zag klaarblijkelijk niet de ernst van de situatie. Mijn dochter werd door hem voor leugenaar uitgemaakt en we zijn zelfs uitgelachen. Verder verklaarde de heer ........ het, ik citeer: zich heel goed te kunnen voorstellen, einde citaat, dat de eigenares van de fiets zo heeft gehandeld als ze heeft gedaan
De heer ......... weigerde aangifte op te nemen. Hij was bereid een rapport op te maken zonder verder vervolg. Voorts gaf hij als reden van het niet willen opnemen van aangifte dat er anders een tegen aangifte zou worden gedaan tegen mijn dochter. Alsof dit een belemmering zou zijn aangifte te kunnen doen van een dergelijk ernstig misdrijf als mishandeling van een minderjarige en gijzeling dan wel wederrechtelijke vrijheidsberoving
De heer ..... verwoordt dit in de toelichting van zijn rapportage als volgt, ik citeer:
Vader en dochter uitgelegd dat bij aangifte van mishandeling tevens inhoudt dat er ook aangifte wordt gedaan van openlijke geweldpleging tegen goederen door de bezitter van de fiets zodat het handig lijkt het bij een rapport te laten,
einde citaat.
Er is door de officier van justitie besloten geen strafvervolging in te stellen tegen deze vrouw. 30 Jan dient het hoger beroep Binnen 6 Weken is er een uitspraak!
Nadat de vrouw onze zoon weer diverse malen had bedreigd heb ik weer contact opgenomen met de politie Na 2 uur op de politie hebben gewacht ben ik zelf verhaal gaan halen bij de vrouw de vrouw begon overspannen tegen mij te schelden en heeft dat vervolgens in een voor mij vreemde taal voortgezet toen ik de vrouw probeerden duidelijk te maken dat dit geen zin heeft, omdat ik die taal immers niet verstaan kan liet haar zoon mij weten dat het (....) was, waarop de zoon een schop kreeg van zijn moeder en zij liet hem weten dat hij later nog een stomp in zijn gezicht zou krijgen. voor mij was het duidelijk dat er met die vrouw geen fatsoenlijk gesprek mogelijk is en ben vertrokken
bijna thuis aangekomen zag ik de politie de straat van de vrouw in rijden en ben terug gelopen om mijn verhaal te doen bij de politie maar zo ver kwam het niet ik liep de straat in en kreeg direct armbanden om van de politie en ik kreeg een rit naar het bureau
de vrouw had de politie gebeld en hun gemeld dat ik haar aan haar deur heb bedreigd
deze keer was de politie wel erg snel.
Zo zijn er nog veel meer beangstigende momenten waarin ik met mijn gezin heb gezeten. Hulpinstanties geven allen het advies te verhuizen.
De heer Janus van woningbouw De Aliantie heeft ons diverse keren mondelinge toezeggingen gedaan, maar ziet duidelijk de ernst van de situatie niet in Nu maanden later heeft de heer Janus nog steeds de zelfde beloftes, die hij bovendien niet op papier wil bevestigen.